Medisch Tuchtcollege Belgie
Veel Nederlanders in Belgische ziekenhuizen
BRUSSEL - Van alle buitenlanders in Belgische ziekenhuizen vormen Nederlanders veruit de grootste groep. Dat blijkt uit antwoorden van de Belgische minister Laurette Onkelinx (Volksgezondheid) op vragen uit het parlement. In 2007 werden 29.721 Nederlanders in een Belgisch ziekenhuis verpleegd. Het aantal Fransen dat in een Belgisch hospitaal verbleef, bedroeg in dat jaar 12.016, het aantal Duitsers 2805.
Nederlanders lieten zich in België vaak behandelen voor onder meer obesitas en nek- en rugklachten.
Bron: Telegraaf, 28 oktober 2009
Belgisch fonds voor medische missers
Publicatie
|
Medisch Contact 17 - 22 april 2009
|
Jaargang
|
2009
|
Rubriek
|
NieuwsReflex
|
Auteur
|
 |
Pagina's
|
720
|
De Belgische minister van sociale zaken heeft een voorstel ingediend om bij medische missers een schadevergoeding uit te keren. Het betreft een verzekering naar Frans model. Dat meldt de Belgische nieuwssite De Standaard Online.
In geval van bewezen fouten blijven artsen en ziekenhuizen aansprakelijk; na een rechtszaak moet hun verzekering de misser vergoeden. Als een misser niet het gevolg is van een fout, komt een publiek fonds tussenbeide.
Dit zou met hoge drempels werken: minstens 25 procent invaliditeit en 6 maanden arbeidsongeschiktheid. Een verzekering naar het Zweedse ‘no fault’-model, waarin geen schuld maar slechts schade hoeft te worden bewezen, bleek onuitvoerbaar.
Nederland kent een dergelijk fonds niet: bij een medische misser dient de zorgverlener aansprakelijk te worden gesteld. Naar aanleiding van het rapport van stichting De Ombudsman van mei 2008, waaruit onder andere blijkt dat het voor de patiënt bijzonder moeilijk is om de aansprakelijkheid van de hulpverlener te bewijzen, ontwikkelt De Letselschade Raad een Gedragscode Medische Aansprakelijkheid (GMA).
Doel van de richtlijn is de afhandeling van de medische fout, via de beoordeling van de aansprakelijkheid tot de vaststelling van de schade, te structureren en te verbeteren. De richtlijn wordt naar verwachting in 2010 of 2011 gepresenteerd. DvD
De Provinciale Raad van de Orde der Geneesheren
De Provinciale Raad van de Orde der Geneesheren heeft - naast een adviserende en normerende - ook een tuchtrechtelijke bevoegdheid. De Raad kan ook preventief optreden, bemiddelen of verzoenen.
Bij de Orde der Geneesheren kan men geen schadevergoeding bekomen.
Er zijn binnen de Provinciale Raad meerdere organen die uw klacht onderzoeken.
Zo zijn er:
het Bureau,
de Onderzoekscommissie,
de Raad.
We leggen U de procedure nader uit. De te volgen procedure is vastgelegd bij wet: Koninklijk Besluit nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der Geneesheren (artikelen 20 tot 27) en Koninklijk Besluit van 6 februari 1970 tot regeling van de organisatie en de werking van de Raden van de Orde der Geneesheren (artikelen 24 tot 28 en 36 tot 39).
1. HET BUREAU.
De Orde der Geneesheren heeft een brief of een e-mail van U ontvangen.
Elke brief en elke e-mail wordt behandeld en onderzocht door het Bureau, dit is het dagelijks bestuur dat bestaat uit de Voorzitter, de Ondervoorzitter, de Secretaris, de vertegenwoordiger van de Provinciale Raad bij de Nationale Raad en een Magistraat-Assessor.
Het Bureau kan pogen te verzoenen of te bemiddelen maar kan ook beslissen uw brief als klacht te beschouwen. Het Bureau kan het onderzoek zelf voeren, maar doorgaans stelt het Bureau een Onderzoekscommissie aan. Alle onderzoeken inzake tucht, op provinciaal niveau, geschieden achter gesloten deuren, o.a. omwille van het medisch beroepsgeheim kan dit belangrijk zijn.
2. DE ONDERZOEKSCOMMISSIE.
De Onderzoekscommissie is samengesteld uit (een) arts(en) van de Raad en een Magistraat-Assessor. Deze waakt over het procedureel verloop, meer bepaald de onpartijdigheid en de rechten van elke betrokkene, ook die van uzelf.
Het is de taak van de Onderzoekscommissie de waarheid te achterhalen. De arts tegen wie een onderzoek loopt, moet op alle niveaus van het onderzoek de waarheid zeggen. Het onderzoek door de Onderzoekscommissie geschiedt zowel ten laste als ten ontlaste (dit betekent dat alles aan bod komt wat voor de arts nadelig of voordelig is). De Onderzoekscommissie beschikt over ruime onderzoeksmogelijkheden. U kan bijvoorbeeld worden uitgenodigd om uw verhaal te doen en te antwoorden op eventuele vragen. Ook derden (o.a. getuigen) kunnen gehoord worden en - indien nodig - kunnen deskundigen geraadpleegd worden.
Nadat de Onderzoekscommissie haar onderzoek heeft afgerond, gaat het dossier naar de Raad.
3. DE RAAD.
De Raad beslist of tegen de arts al dan niet voldoende bezwaren bestaan. Zo ja, dan beslist de Raad dat de geneesheer wordt opgeroepen om te verschijnen en zich te verdedigen. U wordt zelf niet uitgenodigd op de zitting van de Provinciale Raad, die achter gesloten deuren plaatsvindt.
Na de behandeling ten gronde door de Raad, waarbij de betrokken arts (al dan niet bijgestaan door een raadsman) voor de Raad verschijnt en wordt gehoord, beraadslaagt en beslist de Raad of de arts al dan niet een deontologische fout heeft begaan. Is er geen sprake van een deontologische fout, dan betekent dit de vrijspraak. In het andere geval wordt er een sanctie opgelegd. De wet bepaalt welke sancties kunnen worden opgelegd. Er zijn enerzijds de verbale sancties en anderzijds de schorsing, die de arts het recht ontneemt om de geneeskunde uit te oefenen, (gaande van 1 dag tot 2 jaar) en de schrapping van de lijst. Artsen die aan het onderzoek (Onderzoekscommissie) deelnamen, nemen niet deel aan de beslissing ten gronde.
Vanzelfsprekend kan de Raad slechts wettig zetelen in aanwezigheid van een Magistraat-Assessor.
Hieronder volgt een korte samenvatting van de belangrijkste wettelijke bepalingen in verband met de Orde van geneesheren.
Structuur en inrichting
De Orde van geneesheren bestaat uit volgende organen: 10 provinciale raden, een Franstalige en een Nederlandstalige Raad van beroep en de Nationale Raad.
Op elk van deze organen komen we verder nog terug.
De Orde van geneesheren heeft publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid. Zij is dus juridisch geen vereniging of een privaatrechtelijke organisatie waarvan een arts vrij deel kan uitmaken. De arts is integendeel verplicht zich in te schrijven op de lijst van één - en slechts één - provinciale raad, namelijk deze die bevoegd is voor de plaats waar de arts zijn voornaamste medische activiteit uitoefent. Deze verplichte inschrijving geldt voor alle artsen, dus ook voor buitenlandse artsen en onderdanen van de Europese Unie die zich in België als arts wensen te vestigen. Legerartsen zijn alleen tot inschrijving verplicht als zij de geneeskunde uitoefenen buiten hun militair ambt.
De publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid van de Orde impliceert ook dat zij in rechte kan optreden en kan deelnemen aan het juridisch leven. Hiervoor treedt zij op door de Nationale Raad en is zij vertegenwoordigd door de voorzitter van deze raad - of bij diens ontstentenis, door de plaatsvervangende voorzitter - samen met een ondervoorzitter van de Nationale Raad.
Wat de werkingsmiddelen voor de Orde van geneesheren betreft, bepaalt de wet het volgende: de Orde mag slechts díe gebouwen bezitten die nodig zijn voor haar werking, giften ten voordele van de Orde behoeven een machtiging van de Koning en de Orde mag een jaarlijkse bijdrage eisen waarvan de niet-betaling tuchtrechtelijk kan vervolgd worden (naast de mogelijkheid om de achterstallige bijdragen langs gerechtelijke weg te vorderen).
De provinciale raden
De 10 provinciale raden bestaan elk uit:
- een even, door de Koning vast te stellen aantal gewone en plaatsvervangende leden, verkozen voor een periode van 6 jaar. Verkiesbaar zijn de artsen van Belgische nationaliteit die op het ogenblik van de verkiezing sedert ten minste 1 jaar zijn ingeschreven op de lijst van de betrokken provinciale raad en sedert ten minste 10 jaar op één van de provinciale lijsten. Kiesgerechtigd zijn de artsen die op de lijst van de betrokken provinciale raad zijn ingeschreven. Een arts die werd geschorst in het recht de geneeskunde uit te oefenen verliest voor de duur van de schorsing het recht deel te nemen aan de verkiezingen van de provinciale raden en verliest voorgoed zijn recht van verkiesbaarheid. Stemming bij de verkiezing van de leden van de provinciale raden is verplicht. Wie zonder wettige reden niet stemt, kan een tuchtsanctie oplopen;
- een gewone en een plaatsvervangende bijzitter, die een werkende of eremagistraat is van een rechtbank van eerste aanleg en die door de Koning benoemd wordt voor een periode van 6 jaar.
Het gewoon of plaatsvervangend lid van de Nationale Raad, dat door de provinciale raad werd verkozen, neemt van ambtswege deel aan de zittingen van de provinciale raad.
De bijzitter en het lid van de Nationale Raad, indien dit verkozen is buiten de provinciale raad, hebben een raadgevende stem.
De provinciale raden hebben "gezag en rechtsmacht" over de artsen die op de lijst van de Orde van die provincie ingeschreven zijn en over de artsen die in een andere lidstaat van de Europese Unie als arts gevestigd zijn maar een dienstverrichting uitoefenen in het ambtsgebied van de provinciale raad.
Concreet zijn de provinciale raden bevoegd om:
1. de lijst van de Orde op te maken.
De inschrijving kan geweigerd of uitgesteld worden, onder meer wanneer de aanvrager zich schuldig heeft gemaakt aan een zo zwaarwichtig feit dat het voor een lid van de Orde de schrapping van de lijst tot gevolg zou hebben of wanneer hij een zware fout heeft begaan die afbreuk doet aan de eer of de waardigheid van het beroep.
De inschrijving op de lijst wordt beëindigd door schrapping van de betrokken arts of door weglating van de naam van de arts op zijn verzoek of wanneer de provinciale geneeskundige commissie het visum heeft ingetrokken omdat de arts lichamelijk of geestelijk niet meer in staat is het beroep zonder risico's uit te oefenen.
Beslissingen tot weigering, uitstel, weglating of behoud van de inschrijving onder beperkende voorwaarden moeten gemotiveerd zijn;
2. te waken over de naleving van de regels van de medische deontologie en over de handhaving van de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid en de waardigheid van de leden van de Orde. Dit is de tuchtrechtelijke bevoegdheid van de provinciale raden omdat zij tuchtsancties kunnen opleggen aan artsen die fouten begaan hebben in de uitoefening van hun beroep of naar aanleiding ervan, of die zware fouten begaan hebben buiten hun beroepsactiviteiten. Vereist is dat die fouten de eer of de waardigheid van het beroep kunnen aantasten;
3. op eigen initiatief of op verzoek van de artsen ingeschreven op hun lijst adviezen te verstrekken over vragen van medische plichtenleer. Deze adviezen worden voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de Nationale Raad;
4. de bevoegde overheden in kennis te stellen van gevallen van onwettige uitoefening van de geneeskunde;
5. in laatste aanleg, d.w.z. zonder dat hoger beroep mogelijk is bij de raad van beroep, en op verzoek van de belanghebbenden, te beslissen over honorariumbetwistingen tussen arts en patiënt;
6. gevolg te geven aan elke adviesaanvraag van de hoven en rechtbanken over honorariumbetwistingen;
7. jaarlijks de bijdrage te bepalen die ieder ingeschreven lid aan de Orde verschuldigd is, met inbegrip van het bedrag dat toekomt aan de Nationale Raad.
De raden van beroep
De Nederlandstalige en de Franstalige Raad van beroep zijn elk als volgt samengesteld:
- 5 gewone en 5 plaatsvervangende leden, verkozen door hun provinciale raad voor een termijn van 6 jaar;
- 5 gewone en 5 plaatsvervangende leden, raadsheren in een Hof van beroep, benoemd door de Koning voor 6 jaar. Uit deze leden-magistraten benoemt de Koning de voorzitter en de verslaggevers van de raad van beroep;
- een griffier en een plaatsvervangend griffier, benoemd door de Koning voor 6 jaar.
Een niet-verkozen lid van de Nationale Raad, dat daartoe is afgevaardigd, woont van rechtswege de zittingen van de raden van beroep bij.
De belangrijkste bevoegdheid van de raden van beroep is het kennis nemen van het hoger beroep tegen de beslissingen van de provinciale raden (zie verder onder 'Procedure').
Hiernaast zijn de raden van beroep nog bevoegd om in eerste en laatste aanleg uitspraak te doen over:
- bezwaren tegen de regelmatigheid van de verkiezingen voor de provinciale raden;
- de vervallenverklaring van het mandaat van een lid van een provinciale raad, een raad van beroep of de Nationale Raad, aan wie een tuchtstraf werd opgelegd die niet meer vatbaar is voor beroep of die strafrechtelijk werd veroordeeld door een in kracht van gewijsde gegane beslissing waaruit de morele of beroepsonwaardigheid blijkt om zijn mandaat uit te oefenen;
- de zaken die aanhangig worden gemaakt bij de raden van beroep omdat de provinciale raden niet tijdig een beslissing hebben genomen.
Ten slotte zijn de raden van beroep nog bevoegd in geval van geschillen tussen de provinciale raden omtrent de woonplaats van een arts.
De Nationale Raad
Er is één Nationale Raad die bestaat uit een Franstalige en een Nederlandstalige afdeling. Beide afdelingen kunnen samen vergaderen en beslissen.
De Nationale Raad is samengesteld uit:
- 10 gewone en 10 plaatsvervangende leden, elk verkozen door hun provinciale raad voor 6 jaar;
- 6 gewone en 6 plaatsvervangende leden, voor 6 jaar benoemd door de Koning, uit een voordracht van drie geneesheren, ingediend door de geneeskundige faculteiten;
- een griffier en een plaatsvervangend griffier, voor 6 jaar benoemd door de Koning.
De twee afdelingen van de Nationale Raad worden voorgezeten door dezelfde magistraat, benoemd door de Koning onder de (ere)raadsheren van het Hof van Cassatie. De Koning benoemt eveneens een plaatsvervangend voorzitter.
Iedere afdeling van de Nationale Raad kiest in haar midden een ondervoorzitter, die tevens ondervoorzitter is van de Nationale Raad.
De Nationale Raad heeft tot taak:
1. het vaststellen van de algemene beginselen en de regels betreffende de zedelijkheid, de eer, de bescheidenheid, de eerlijkheid, de waardigheid en de toewijding die onontbeerlijk zijn voor de uitoefening van het medisch beroep. Die beginselen en regels vormen de Code van geneeskundige Plichtenleer;
2. het bijhouden van een repertorium van de door de provinciale raden en de raden van beroep in tuchtzaken gewezen beslissingen die niet meer voor beroep vatbaar zijn en zo nodig het aanvullen of nader omschrijven van de Code op basis van die rechtspraak;
3. op eigen initiatief of op verzoek van de overheid, van een openbare instelling of een beroepsvereniging van artsen een gemotiveerd advies geven over algemene vragen, over beginselvraagstukken of over regelen van medische plichtenleer en het goedkeuren van de adviezen die door de provinciale raden worden gegeven;
4. alle nuttige maatregelen te treffen die nodig zijn voor de verwezenlijking van het doel van de Orde;
5. jaarlijks het bedrag vast te stellen van de bijdrage die, naast de bijdrage voor de provinciale raad, van de artsen mag worden gevraagd;
6. aan de artsen die hun beroep willen uitoefenen in een andere lidstaat van de Europese Unie een verklaring af te leveren waaruit blijkt dat aan de voorwaarden inzake goed gedrag en betrouwbaarheid, die vereist zijn voor de toegang tot de medische activiteit, is voldaan;
7. mededeling te doen van de consequenties die de Nationale Raad trekt uit de beoordeling van ernstige en nauwkeurige feiten die van invloed kunnen zijn op de toegang tot of de uitoefening van de geneeskunde en die werden meegedeeld door een lidstaat van de Europese Unie die op haar grondgebied een arts van Belgische nationaliteit of een arts uit België afkomstig ontvangt, en die de uitoefening van de geneeskunde in die andere lidstaat wenst te beginnen of voort te zetten.
Procedure in tuchtzaken
De procedureregels voor de tuchtrechtspraak van de Orde van geneesheren zijn hoofdzakelijk vastgelegd in het koninklijk besluit van 6 februari 1970 "tot regeling van de organisatie en de werking der raden van de Orde der geneesheren".
De disciplinaire procedure kan zich afspelen op drie niveaus: de provinciale raden - die in eerste aanleg beslissen -, de raden van beroep - die in laatste aanleg beslissen - en het Hof van Cassatie dat zich uitspreekt over een overtreding van de wet of een schending van substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven formaliteiten.
De ordinale tuchtprocedure vangt aan bij de provinciale raad. Deze treedt op, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de Nationale Raad, van de minister bevoegd voor de Volksgezondheid, van de procureur des Konings of van de provinciale geneeskundige commissie, hetzij op klacht van een arts of van een derde.
Tegen de beslissingen van de provinciale raden kan bij de Raad van beroep hoger beroep worden ingesteld door de betrokken arts en door de voorzitter van de Nationale Raad samen met een ondervoorzitter. Dit hoger beroep schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing van de provinciale raad.
Door de wet houdende diverse bepalingen (III) van 1 maart 2007 (B.S. 14 maart 2007), artt. 97-98, kan er bij de Raad van beroep geen hoger beroep meer worden ingesteld tegen de beslissingen van de provinciale raden door de bijzitter van de provinciale raad.
De provinciale raden dienen zitting te houden met gesloten deuren.
De raden van beroep houden openbare zittingen, tenzij de verdachte arts uitdrukkelijk van deze openbaarheid afziet. Van de openbaarheid kan door de raden van beroep ook worden afgeweken in het belang van de goede zeden, van de openbare orde of de veiligheid van het land in een democratische samenleving, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privé-leven van de partijen bij het proces dat eisen en, ten slotte, in de mate als door de rechters onder bepaalde omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geacht wanneer openbaarmaking de belangen van de rechtspraak zou schaden.
Verder biedt de huidige wetgeving artsen tegen wie een disciplinaire procedure wordt ingezet volgende garanties:
- betrokkenheid van een magistraat bij het tuchtrechtelijk onderzoek;
- de arts dient zo spoedig mogelijk op de hoogte gebracht te worden dat er tegen hem een disciplinair onderzoek is gestart;
- waarborgen inzake het gebruik van de talen;
- mogelijkheid om de leden van de provinciale raden en de raden van beroep te wraken;
- de betrokken arts dient persoonlijk voor de raad te verschijnen, maar mag zich laten bijstaan door één of meer raadslieden die, zoals de arts zelf, kennis mogen nemen van het disciplinair dossier;
- wanneer de provinciale raad geen enkele beslissing heeft genomen binnen de 6 maanden vanaf de ontvangst van het bezwaar- of verzoekschrift, wordt de gezamenlijke zaak aanhangig gemaakt bij de Raad van beroep, op verzoek van de betrokken arts, van de bijzitter van de provinciale raad of van de voorzitter van de Nationale Raad samen met een ondervoorzitter;
- de disciplinaire beslissingen dienen gemotiveerd te zijn.
De tuchtsancties die de provinciale raden en de raden van beroep kunnen opleggen zijn: waarschuwing, censuur, berisping, schorsing in het recht de geneeskunde uit te oefenen gedurende een termijn van maximum twee jaar en schrapping van de lijst van de Orde.
De provinciale raden en de raden van beroep doen uitspraak bij meerderheid van stemmen. Nochtans is een meerderheid van tweederde van de stemmen vereist om de schrapping van de lijst of een schorsing van meer dan één jaar uit te spreken of om aan een arts-onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie die in België een dienstverrichting heeft uitgeoefend, het definitief verbod om de geneeskunde uit te oefenen of een schorsing van dit recht voor meer dan één jaar op te leggen.
Voor de raden van beroep is de meerderheid van tweederde van de stemmen ook vereist om een inschrijving op de lijst van de Orde te weigeren of uit te stellen, wanneer de raad van beroep een sanctie wil opleggen daar waar de provinciale raad dat niet had gedaan of wanneer de raad van beroep de sanctie van de provinciale raad wil verzwaren.
De beslissingen van de provinciale raden worden binnen de 8 dagen na de uitspraak bij aangetekende brief aan de betrokken arts bekendgemaakt. In dezelfde tijd wordt een afschrift ervan gestuurd aan de voorzitter van de Nationale Raad en aan de overheid die de zaak aanhangig gemaakt heeft bij de provinciale raad .
De beslissingen van de raden van beroep worden binnen de 8 dagen na de uitspraak aan de betrokken arts betekend. In dezelfde tijd wordt kennis ervan gegeven aan de provinciale raad die in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan, aan de voorzitter van de Nationale Raad en aan de overheid die de zaak aanhangig had gemaakt bij de provinciale raad.
Binnen de 30 dagen na de datum waarop zij definitief zijn geworden, worden de beslissingen houdende schrapping of weglating uit de lijst van de Orde, schorsing in het recht om de geneeskundige praktijk uit te oefenen of de beperkte uitoefening van dit recht, meegedeeld aan de provinciale geneeskundige commissie en aan de procureur-generaal bij het Hof van beroep van het rechtsgebied waarbinnen de provinciale raad zetelt waaronder de betrokken arts ressorteert.
Binnen de 30 dagen na de datum waarop zij definitief zijn geworden, worden alle disciplinaire beslissingen die in laatste aanleg door de provinciale raden of de raden van beroep worden gewezen, door de voorzitter van de betrokken raad meegedeeld aan de minister bevoegd voor de Volksgezondheid.
De beslissingen die in laatste aanleg gewezen zijn (dus niet de voorbereidende beslissingen noch de onderzoeksbeslissingen) door de provinciale raden of de raden van beroep kunnen voor het Hof van Cassatie worden gebracht, hetzij door de betrokken arts, hetzij door de minister bevoegd voor de Volksgezondheid, hetzij door de voorzitter van de Nationale Raad samen met een ondervoorzitter. Een voorziening in cassatie is slechts mogelijk wegens overtreding van de wet of schending van substantiële of op straf van nietigheid voorgeschreven vormvereisten.
De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie kan zich in cassatie voorzien in het belang van de wet.
De voorziening in cassatie schorst de tenuitvoerlegging van de disciplinaire beslissing.
In geval van cassatie wordt de zaak verwezen naar de anders samengestelde provinciale raad of raad van beroep. Deze raden zijn dan verplicht zich te voegen naar het arrest van het Hof van Cassatie wat betreft het daarin gesproken recht.
Laatste aanpassing : november 2008
Adres
Nationale Raad
Orde van geneesheren
de Jamblinne de Meuxplein 34 - 35
1030 BRUSSEL
Tel.: 02/743.04.00
Fax : 02/735.35.63
E-mail:ordomedic@skynet.be
Samenstelling : mei 2006 - mei 2012
BUREAU
Voorzitter :
|
de heer D. HOLSTERS, voorzitter em. van het Hof van Cassatie
|
Plaatsvervangend voorzitter :
|
de heer B. DEJEMEPPE, raadsheer in het Hof van Cassatie
|
Ondervoorzitters :
|
prof. dr. W. MICHIELSEN
dr. M. NOLLEVAUX
|
Griffier
Plaatsvervangend griffier
|
de heer M. BERGEN
mevr. S. DE MAESSCHALCK
|
NEDERLANDSTALIGE AFDELING
Benoemde leden op voordracht van de universiteiten (B.S. 17.04.2008) :
 |
prof. dr. B. SPITZ (K.U.Leuven)
Plaatsvervanger : prof. dr. A. SCHUERMANS
prof. dr. W. MICHIELSEN (UGent)
Plaatsvervanger : prof. dr. R. RUBENS
prof. dr. M. DENEYER (V.U.B.)
Plaatsvervanger : prof. dr. G. EBINGER
|
Leden verkozen door de provinciale raden :
 |
dr. J.-L. DESBUQUOIT (PR Antwerpen),
Plaatsvervanger : prof. dr. P. COSYNS,
dr. Y. COENEN (PR Brabant/N),
Plaatsvervanger : dr. P. HENDERICKX,
dr. P. VAN MULDERS (PR Oost-Vlaanderen),
Plaatsvervanger : dr. P. DESMET,
dr. P. ROELANDT (PR West-Vlaanderen),
Plaatsvervanger : dr. G. QUINTELIER,
dr P. BEKE (PR Limburg)
Plaatsvervanger : dr. J. VANDEKERKHOF
|
Artsenvereniging vreest "wrekend recht" na veroordeling arts
03/04/08 22u27 bron: hln.be
"Ik vrees dat we in de richting gaan van een wrekend recht tegenover artsen", zo heeft de voorzitter van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS), Roland Lemye, vandaag gereageerd op de veroordeling van een huisarts tot een jaar cel met uitstel en een boete van 4.125 euro voor onopzettelijke doodslag. De voorzitter noemde de veroordeling "uiterst zwaar".
Lemye preciseerde dat hij over de zaak van de woensdag veroordeelde arts enkel wist wat de pers erover geschreven had. Hij zei voorts dat elke dokter in de loop van zijn carrière een fout kan maken. De voorzitter van BVAS voegde eraan toe dat een strafrechtelijke veroordeling van een arts voor een feit dat zich voordeed in de uitoefening van zijn beroep "relatief zeldzaam" was.
Dokter D. werd gisteren veroordeeld in verband met de dood van een 22-jarige vrouw die hem in mei 2004 geraadpleegd had. Zijn diagnose was een zware vermoeidheid en hij had de jonge vrouw afgeraden naar de spoedafdeling van het ziekenhuis te gaan. De vrouw overleed de volgende nacht aan een hartstilstand