|
9. OM- Expertisecentrum Medische Zaken
Het Openbaar Ministerie is belast met de leiding over het opsporingsonderzoek en vervolging van strafbare feiten. Deze strafbare feiten kunnen plaatsvinden op elk maatschappelijk terrein en kunnen opzettelijke feiten betreffen of kunnen bijvoorbeeld het gevolg zijn van het niet inachtnemen van de vereiste zorgvuldigheid. Ook voor, tijdens of na een medische (be)handeling kan door een zorgverlener een strafbaar feit jegens de patiënt gepleegd worden. 'Klassiek voorbeelden' van zo'n strafbaar feit zijn het afzetten van het verkeerde been of het toedienen van onjuiste medicatie of bloed van de verkeerde bloedgroep.
Binnen het Openbaar Ministerie worden de medische zaken behandeld door medische officieren. Op ieder regionaal parket is zo'n medisch officier aanwezig, medische zaken uit de kleinere lokale parketten worden naar de medisch officier doorgeleid.
Definitie medische zaak
Het Openbaar Ministerie hanteert de volgende definitie:
"Een medische zaak is een zaak waarin de verdachte een persoon is die werkzaam is in de (geestelijke) gezondheidszorg of de alternatieve gezondheidssector en wiens, al dan niet onbevoegd of ondeskundig, handelen of nalaten een vermoeden oplevert van een strafbaar feit zoals omschreven in het Wetboek van Strafrecht en/of de relevante wetten.
Het handelen van verdachte moet gebeuren tijdens en/of passen in/binnen het kader van de, objectief vastgestelde, normale beroepsuitoefening en/of beroepsopvatting en/of taakopvatting en/of handelswijze. Daarnaast valt binnen deze definitie: het verrichten van een handeling waarvan verdachte weet althans redelijkerwijs moest vermoeden hierover niet voldoende deskundigheid te beschikken en/of hiertoe niet bevoegd te zijn en voor welke gedraging geen rechtvaardigingsgrond aanwezig is. Als een handeling nagelaten wordt dan moet het redelijkerwijs, gelet op de deskundigheid van verdachte op de weg van verdachte hebben gelegen om te handelen.
Vorenstaande is tevens van toepassing op rechtspersonen opererend in de gezondheidszorg.
Relevante wetten: vermeld in "Tekst en Commentaar, Gezondheidsrecht", te weten; Wet Afbreking Zwangerschap, Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg; Wet op het Bevolkingsonderzoek; Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen; Wet inzake Bloedvoorziening; Wet op de Geneesmiddelenvoorziening; Wet op de Medische Hulpmiddelen; Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden; Wet Ziekenhuisvoorzieningen.
Voorbeelden:
 een foute medicatie-toediening door een arts of verpleegkundige
 een fout uitgevoerde operatie door een arts
 een alternatief genezer die een bepaalde behandeling voorschrijft terwijl hij of zij daarvoor niet de nodige deskundigheid heeft
 een alternatief genezer die mensen van de reguliere gezondheidszorg afhoudt.
Buiten deze definitie vallen dus bijvoorbeeld de volgende gevallen:
 een arts of verpleegkundige die (in het kader van zijn beroepsuitoefening) een zedendelict pleegt
 een arts of verpleegkundige die (in het kader van zijn/haar beroepsuitoefening) een vermogensdelict pleegt
Inspectie voor de Gezondheidszorg
Zodra een verdachte zijn of haar beroep binnen de gezondheidszorg gebruikt voor het plegen van enig strafbaar feit dan overweegt het Openbaar Ministerie altijd of de zaak gemeld moet worden aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Deze melding zal in veel gevallen plaatsvinden. De Inspectie voor de Gezondheidszorg bepaalt zelf of zij onderzoek verricht met inachtneming van onder andere de Leidraad onderzoek door de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Expertisecentrum medische zaken
De medewerkers van het Openbaar Ministerie die zich met medische zaken bezighouden worden ondersteund door de twee medewerkers van het Expertisecentrum Medische Zaken. Het Expertisecentrum is gevestigd op het parket Rotterdam en wordt gevormd door Marjolein van Eykelen en N. Eken-de Vos. Het expertisecentrum adviseert en informeert (on)gevraagd, werkt mee aan het opstellen van beleid en voert overleg met externe partners.
Een interview met mevrouw Eykelen is uitgezonden door RTL nieuws (onderaan deze bladzijde vindt u de link).
Wanneer en hoe strafrechtelijk onderzoek
Een (mogelijk) medische zaak start door een melding van bijvoorbeeld een gemeentelijk lijkschouwer en/of een aangifte van de patiënt of diens naasten of andere personen die een strafbaar feit vermoeden. Voor de officier van justitie is het vaak noodzakelijk om meer informatie te verzamelen over wat er medisch gezien gebeurd is, hoe het eigenlijk had moeten verlopen en wat de ernst van de mogelijke afwijking van een norm is. Omdat hiervoor feitelijke kennis van het medisch handelen nodig is zal de officier veelal een medicus om advies moeten vragen. Dit kan bijvoorbeeld door overleg met de Inspectie voor de Gezondheidszorg en/of een forensisch arts te voeren.
Nadat het voor de officier duidelijk is wat er gebeurd is kan besloten worden of en zo ja op welke wijze (nader) strafrechtelijk onderzoek verricht gaat worden. Soms kan volstaan worden met een melding naar de Inspectie. Alleen als een vermoeden bestaat dat een strafbaar feit is gepleegd zal de officier overwegen om een strafrechtelijk onderzoek te starten. Dit onderzoek zal veelal feitelijk gebeuren door de politie. Naast het benoemen van deskundigen kan de officier ook de rechter-commissaris vorderen om een Gerechtelijk Vooronderzoek te openen om bijvoorbeeld betrokkenen te horen.
Wanneer wordt medisch onzorgvuldig handelen een misdrijf?
Medisch onzorgvuldig handelen wordt een misdrijf als aan de delictsbestanddelen van een misdrijf zoals omschreven in het Wetboek van Strafrecht of bijvoorbeeld de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg is voldaan.
Wanneer vervolging?
De eerste voorwaarde voor een strafrechtelijke vervolging is de overtuiging van de officier van justitie dat er voldoende bewijs is voor een of meer strafbare feiten gepleegd door een of meerdere personen of een rechtspersoon. Daarnaast moet een vervolging opportuun zijn. Een van de overwegingen die hierbij een rol kunnen spelen is een eerdere tuchtrechtelijke en/of civielrechtelijke veroordeling. Als de officier bijvoorbeeld van mening is dat de verdachte door een tuchtrechtelijke en/of civielrechtelijke veroordeling 'genoeg' is gestraft kan dit een reden zijn om te beslissen geen strafrechtelijke vervolging in te stellen.
Sepot door gebrek aan kennis?
Medische strafzaken worden niet geseponeerd door een tekort aan kennis bij het Openbaar Ministerie. Mede door de werkzaamheden van het expertisecentrum en door de mogelijkheid om externe medisch deskundigen in te schakelen is er geen reden om een zaak als gevolg van een gebrek aan kennis te seponeren.
Medische zaken hebben voor de patiënt, de nabestaanden en de betrokken zorgverlener(s) vaak bijzonder grote gevolgen, mede hierom is het voor het Openbaar Ministerie van belang om middels een onderzoek duidelijk te krijgen wat er precies is gebeurd. De reden waarom het Openbaar Ministerie in veel medische zaken niet tot een strafrechtelijke vervolging overgaat is gelegen in het feit dat medische zaken hoge eisen stellen aan het bewijs dat het Openbaar Ministerie moet leveren. In veel gevallen is dit bewijs er niet of onvoldoende waardoor de officier van justitie moet beslissen om de zaak te seponeren.
Hoeveel vervolgingen?
Het gaat om een gering aantal. Naar schatting ligt het aantal strafrechtelijke vervolgingen in Nederland onder de 25 zaken per jaar.
Medisch beroepsgeheim
Het medisch beroepsgeheim dient twee belangen, te weten de privacybescherming van de patiënt en de vrije toegang tot de gezondheidszorg. Belangrijk is dat het medisch beroepsgeheim er is voor de bescherming van de patiënt en niet de (strafrechtelijke) bescherming van de zorgverlener. Het medisch beroepsgeheim is niet absoluut en kan door de zorgverlener bijvoorbeeld doorbroken worden als de patiënt daarvoor toestemming geeft of als sprake is van bijzondere omstandigheden.
Verklaring natuurlijke/ niet-natuurlijke dood
De definitie van een (niet)natuurlijke dood staat vermeld in het GHI bulletin uit mei 1991 van de Hoofdinspectie van de Volksgezondheid.
Bij twijfel of een zekere niet-natuurlijke dood neemt de gemeentelijk lijkschouwer contact op met de Officier van Justitie. In overleg met de gemeentelijk lijkschouwer moet de officier bepalen of er een gerechtelijke sectie geïndiceerd is. De officier moet tevens beslissen wat er moet gebeuren met het beslag op het stoffelijk overschot. Met andere woorden of het lichaam vrijgegeven mag worden voor begraving of crematie.
Onderzoeken tonen aan dat het nog wel eens voorkomt dat een verklaring van (natuurlijk) overlijden wordt afgegeven terwijl dit strikt genomen een niet-natuurlijke dood betreft. Hiervoor worden verschillende redenen genoemd zoals
 de rompslomp van het bellen van de politie (vaak gaat het bellen van een gemeentelijk lijkschouwer via de politie)
 het lijk mag niet verplaatst worden in afwachting van de lijkschouwer/politie
 het willen sparen van de gevoelens van de nabestaanden
 de overtuiging dat er geen strafbaar feit is gepleegd en dat melding van een niet-natuurlijke dood 'dus' geen zin heeft.
Al deze overwegingen mogen echter volgens het Openbaar Ministerie nooit leiden tot het afgeven van een foute verklaring rond het overlijden. Door het afgeven van een verklaring natuurlijke dood terwijl het een niet-natuurlijke dood betreft wordt een strafbaar feit gepleegd te weten valsheid in geschrift (artikel 225 Wetboek van Strafrecht) en de specialis artikel 228 wetboek van Strafrecht, een valse verklaring afgegeven door een arts. Het Openbaar Ministerie zal indien daartoe gronden aanwezig zijn een strafvervolging instellen tegen overtreding van genoemde artikelen.
Tuchtrecht
Voor de patiënt / nabestaanden of de Inspecteur voor de Gezondheid bestaat de mogelijkheid een tuchtrechtelijke klacht in te dienen. Een tuchtrechtelijke en strafrechtelijke procedure kunnen tegelijkertijd dienen.
Uitzending RTL nieuws:
|