Zwarte lijst Inspectie
De Inspectie van de Gezondheidszorg publiceert op de site www.igz.nl een zwarte lijst van zorginstellingen, die slecht presteren. Deze lijst wordt regelmatig bijgewerkt.
"Naming and shaming" heeft als doel dat de betreffende zorginstellingen de zorgverlening zullen verbeteren.
Zorgverleners tegen wie momenteel de zwaarste maatregel van schorsing van kracht is (gegrond verklaarde klacht door de Medische Tuchtcolleges en bestraft met de zwaarste maatregel) verschijnen met hun naam op de overheidswebsite www.ribiz.nl. RIBIZ heet weer BIG-register
Het BIG-register communiceert weer met haar oude naam: het BIG-register. Gelijk met de oude naam werd ook een nieuwe website gelanceerd
Op die lijst staan alleen de zorgverleners tegen wie de klacht gegrond is verklaard en bestraft is met schorsing.
Artsen die bijvoorbeeld wegens seksuele handelingen met patienten een waarschuwing hebben gekregen staan niet vermeld op de lijst. Momenteel (22 oktober 2009) zijn er geen schorsingen, maar is er wel een lijstje met doorhalingen uit het BIG register.
Inspectie dreigt boetes op te leggen aan drie Limburgse zorgverleners
Bron: Dagblad de Limburger d.d. 5 september 2009
De IGZ heeft drie Limburgse zorginstellingen dwangsommen tot 10.000 euro in het vooruitzicht gesteld omdat zij al drie maanden te laat zijn met het publiceren van hun jaarverslag over 2008.
Het gaat om twee thuiszorginstellingen: Het Maastrichtse Profijtzorg, Pandora uit Gulpen en een ambulante instelling voor GGZ Virenze te Gronsveld. Virenze legde uit dat men te laat is met het deponeren van het jaarverslag bij monde van secretaris Piet Derks: De accountant moest de declaraties nog controleren.
De zorgverleners hebben nog tot medio deze maand om het jaardocument aan te leveren bij het Centraal Informatiepunt Gezondheidszorg (CIBG) dat ze op de voor iedereen toegankelijke website www.CIBG.nl plaatst.
Een Vandaag uitzending over slachtoffers van gebrekkige opsporing van frauderende artsen, 3 juli 2009
De Inspectie voor de Gezondheidszorg sloot onlangs de privékliniek van 'horrorarts' Rock Goerdin. Een groot aantal operaties van de plastisch chirurg waren zeer slecht uitgevoerd, waardoor er infecties en blijvende schade is ontstaan bij patiënten. Inmiddels hebben zich tientallen slachtoffers gemeld bij de Nederlandse politie, waaronder ook patiënten die in de Belgische Wellness Kliniek zijn geopereerd door Rock G.
Hoe kan het dat dit soort chirurgen niet eerder tegen de lamp lopen? En hoe is het de slachtoffers vergaan?
EenVandaag bezoekt een van de slachtoffers van Goerdin. Ze werd een half jaar geleden geopereerd, en dat was het begin van een ware nachtmerrie. Met haar bezoeken we plastisch chirurg en hoogleraar Berend van der Lei voor een onderzoek. Van der Lei - tevens voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Esthetische Plastische Chirurgie - vindt dat deze vrouwen niet alleen slachtoffer zijn van Goerdin, maar ook van de gebrekkige regelgeving in ons land.
VWS stelt zwarte lijst van artsen op
Bron: NRC Handelsblad 29 april 2009
Er komt een zwarte lijst voor artsen. Op een website kan iedereen zoeken naar specialisten, (huis)artsen of verpleegkundigen die ooit geschorst zijn geweest of hun beroep niet meer mogen uitoefenen
Dat heeft een woordvoerder van minister Klink (Volksgezondheid, CDA) gisteren laten weten. Het ministerie van VWS stelt een overzicht op, de website moet eind dit jaar in gebruik worden genomen. „Je zou dit een zwarte lijst kunnen noemen”, zegt de woordvoerder.
Op de lijst van de website staan waarschijnlijk 100 à 200 namen en adressen van artsen die tijdelijk of voor altijd hun beroep niet meer mogen uitoefenen. Die informatie wordt regelmatig vernieuwd. Jurian Luiten, jurist van VWS, zegt dat vorig jaar zeventien sancties zijn opgelegd: negen artsen werden geschorst en acht artsen mogen sinds vorig jaar nooit meer hun beroep uitoefenen.
De lijst wordt samengesteld op een moment dat onderzoek loopt naar de handelwijze van een chirurg in het Scheper Ziekenhuis in Emmen. Zes van zijn patiënten zijn overleden na een maagverkleiningsoperatie. Van vier van hen bestaat een „sterk vermoeden” dat hun overlijden verband houdt met de behandeling in het ziekenhuis. Dat heeft Maarten Rutgers, de voorzitter van de raad van bestuur van het Scheper Ziekenhuis, vandaag laten weten. Tot nog toe werd uitgegaan van vijf overleden patiënten.
Tegen de chirurg zal zeker één nabestaande van de Emmer patiënten aangifte doen bij justitie; Eric ten Caat, wiens vader (55) dit jaar door complicaties na een maagverkleining overleed in het Emmer ziekenhuis, heeft hiervoor een afspraak gemaakt, zo bevestigt de woordvoerder van de politie. Andere nabestaanden en één direct gedupeerde overwegen nog of zij aangifte zullen doen. De chirurg is in 2005 in Duitsland veroordeeld tot een geldboete wegens dood door schuld. Een van zijn patiënten overleed daar na een maagverkleining.
Voorzitter Rutgers zegt dat hij niet op de hoogte was van de veroordeling van de chirurg, aangezien zijn voorganger dat niet in het overdrachtsdossier had gezet. Indien Rutgers het wel had geweten, had hij de man niet geweerd.
Volgens ziekenhuisvoorzitter Rutgers was de chirurg in kwestie in Duitsland Chef-Arzt . „Dan moet je iets te bieden hebben. Hij is meer dan 25 jaar chirurg en heeft duizenden operaties uitgevoerd. Als de boete over een eenmalige situatie gaat, had hij hier kunnen blijven opereren.”
In Emmen laat het ziekenhuis zelf onderzoek doen naar de gang van zaken en het verband tussen operaties en sterfgevallen.
De zwarte lijst van VWS meldt straks alleen als een arts een schorsing is opgelegd door een tuchtcollege of door deze instantie is besloten hem te schrappen uit het zogenoemde BIG-register (wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorgstaat). Een boete, waarschuwing of berisping komt niet op die lijst te staan. „We vinden dat artsen een tweede kans moeten krijgen”, stelt de VWS-woordvoerder.
VWS werkt op dit moment aan reparatie van een maas in de wet. Hierdoor is het juridisch onmogelijk om data van artsen die in het buitenland zijn veroordeeld bij te schrijven in de BIG-registratie.
De arts in Emmen is kort geleden geschorst door de directie, omdat na enkele maagoperaties vijf à zes van zijn patiënten overleden. Een woordvoerder bij het BIG-register laat weten dat deze man is vermeld zer enige negatieve aantekening.
IGZ: harder ingrijpen als artsen in de fout gaan
Bron(nen): Ministerie van VWS
februari 2009
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) moet harder kunnen ingrijpen als artsen in de fout gaan. Die conclusie trekt de IGZ uit een onderzoek naar de zaak van een neuroloog in het Medisch Spectrum Twente.
Deze neuroloog zou niet-bestaande diagnoses bij patiënten hebben gesteld. Ondanks die constatering heeft de neuroloog doorgewerkt in zijn hoedanigheid als arts. De inspectie oordeelt dat ze destijds volgens de regels is opgetreden, maar vindt achteraf dat de aanpak wel beter kan.
Bestuur aanspreken
De IGZ wil in de toekomst het bestuur van een ziekenhuis directer kunnen aanspreken. Ook zou de procedure om een arts te beperken in de uitoefening van zijn beroep sneller kunnen en zouden patiënten gemakkelijk erachter moeten kunnen komen of een arts hiermee te maken heeft gehad.
Minister Klink kondigt in een brief aan de Tweede Kamer aan dat hij onafhankelijk advies wil vragen over het mogelijk harder optreden van de IGZ in dergelijke gevallen. Verder wil de minister de posities van bestuur en interne toezichthouder verstevigen in het Wetsvoorstel Cliëntenrechten. Zowel een lid van het bestuur als een lid van het interne toezicht moet expliciet worden belast met de portefeuille voor kwaliteit van zorg. Klink onderzoekt nog of de norm voor het persoonlijk aansprakelijk stellen van bestuurders tegen het belang van de zorginstelling specifieker moet worden ingevuld.
Inspectie looft veiligheidsprijs uit
Publicatie: Nr. 07 - 12 februari 2009
Rubriek: NieuwsReflex
Bron(nen): 271
De Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat een prijs uitreiken voor het beste initiatief op het gebied van patiënt- en cliëntveiligheid in de zorg. Volgens de inspectie mogen positieve prestaties in de gezondheidszorg ook wel eens worden beloond. Voor de prijs komen Nederlandse initiatieven in aanmerking die de zorg aantoonbaar veiliger hebben gemaakt.
De selectiecommissie voor het beoordelen van inzendingen bestaat uit drie inspecteurs en de jury wordt geleid door inspecteur-generaal Gerrit van der Wal. De winnaar ontvangt een certificaat en een sculptuur. De prijs wordt in juni uitgereikt tijdens een congres over patiëntveiligheid.
Inspectie sluit twee priveklinieken
februari 2009
Twee privéklinieken in Weert en Breda stellen per direct een operatiestop in. De inspectie voor de volksgezondheid vindt dat de situatie in deze kliniek ernstige gezondheidsrisico’s voor patiënten met zich meebrengt.
Op aandringen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg stellen privékliniek Silhouet en ZBC Medisch Centrum Breda per direct een operatiestop in op haar locaties in Weert en Breda. De inspectie vindt dat de situatie in deze kliniek ernstige gezondheidsrisico’s voor patiënten met zich meebrengt.
Het gevaar voor de veiligheid en de gezondheid wordt onder andere veroorzaakt doordat: er geen enkele vorm van luchtbehandeling op de operatiekamer aanwezig is, waardoor de operatiekamer niet voldoet aan de vereiste steriele omstandigheden om de kans op infecties tijdens operaties zo klein mogelijk te maken; het sterilisatieproces in de kliniek onvoldoende is; vuil, schoon en steriel instrumentarium wordt niet gescheiden; van meerdere steriele medische hulpmiddelen, zoals tubes en infuusnaalden, de sterilisatiedatum reeds (ver) verlopen is; patiënten krijgen verdoving zonder aanwezigheid van een anesthesist; de onderhoudsstatus van de medische apparatuur verlopen of niet bekend is en niet zichtbaar via onderhoudsstickers; de hygiënische omstandigheden in de operatiekamer niet voldoen aan de eisen; zo horen radiatoren, voorraadkasten en een wastafel niet thuis op een operatiekamer, omdat deze niet goed zijn schoon te houden en een bron van infecties kunnen zijn.
Dit bleek toen inspecteurs voor de gezondheidszorg vorige week de operatiekamer van de Silhouet Kliniek locatie Weert onderzochten. Aanleiding voor dit bezoek waren enkele meldingen over slecht uitgevoerde borstvergrotingen.
De inspectie vindt deze bevindingen ernstig en spreekt van een onverantwoorde en niet veilige situatie. Vandaag heeft de inspectie dan ook in een gesprek met de directie afgedwongen dat deze klinieken pas weer opereren als zij voldoen aan de voorwaarden voor verantwoorde zorg. Er mag pas weer geopereerd worden als de inspectie, na toetsing, daarvan overtuigd is.
Onterechte kritiek
Privékliniek Silhouet reageert op zijn website afwijzend op de kritiek. Alle ingrepen duren volgens het medisch centrum gemiddeld tussen de dertig en vijftig minuten en patiënten zouden weinig risico lopen. De kliniek wil een zo hoog mogelijke kwaliteit van zorg bieden en voldoet naar eigen zeggen ruimschoots aan de eisen die gesteld worden. Het verweer sluit als volgt af: "Wij zullen IGZ aan de hand van een aantal verbeterpunten er dan ook van overtuigen dat er niets mis is met de kwaliteit in onze kliniek en zien alles met vertrouwen tegemoet."
Bron: IZG
november 2007
De hoofdinspecteur van de Gezondheidszorg ging zelf in de fout
De ombudsman heeft het Ministerie van VWS geadviseerd om de interne klachtregeling te wijzigen.
Een huisarts had een klacht over een hoofdinspecteur ingediend. De hoofdinspecteur van de IGZ handelde deze klacht over hemzelf af. Dit is in strijd met de Algemene wet Bestuursrecht. De ombudsman noemde de gang van zaken "onbehoorlijk".
Volgens de nieuwe klachtregeling behandelt de inspecteur-generaal een klacht over een inspecteur of hoofdinspecteur. De inspecteur-generaal mag weigeren een klacht in behandeling te nemen.
Big-register
Het BIG-register biedt de mogelijkheden om na te gaan of een arts een maatregel van het tuchtcollege is opgelegd. Het BIG-register mag patiënten alleen informatie geven over beperkingen in de beroepsuitoefening die gelden op het moment dat het register wordt geraadpleegd.
Arts-Klokkenluider in UMC St. Radboud
Een uitgelekte e-mail van hartspecialist Johan Damen bracht het UMC St. Radboud in opspraak. Op de hartafdeling van dit ziekenhuis bleek het een rotzooitje.
Onnodig veel patiënten zouden als gevolg daarvan overlijden.
Johan Damen vertelt wat er allemaal fout ging in Nijmegen en hoe het er nu voor staat. De cardio-anesthesist Johan Damen vertelt wat hij aantrof in het Radboud toen hij er ruim twee jaar geleden kwam werken. 'Ik trof iets anders aan dan ik gewend was, op veel punten. Er was een ander soort van communicatie, er waren geen protocollen.' Hij ontdekte, kortom, een aantal vreemde zaken en ging op onderzoek uit. Damen vergeleek de cijfers van het Radboud met die van andere ziekenhuizen en kwam daarbij tot de conclusie, dat het sterftecijfer bij kransslagaderchirurgie in het Radboud tweemaal zo hoog was dan in de rest van het land.
Toen Damen zijn collega's voorstelde om kritisch naar de situatie te kijken en de situatie te verbeteren, stuitte hij op grote weerstand. Eén van de mails aan zijn collega's lekte een aantal weken later uit naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de pers. Hoewel Damen zelf niet had gelekt, escaleerde de situatie met zijn collega's toen volledig. 'Ze deden alsof ik degene was die de problematiek had veroorzaakt. Ze deden toch geweldig goed hun best? Veel artsen hebben er moeite mee om verantwoording af te leggen over hun handelen. Ze worden opgeleid om hun werk perfect te doen. Ik had na het onderzoek van de Inspectie gehoopt dat men zou inzien dat er een probleem was. Maar ze deden alsof het over een ander ziekenhuis ging.'
In een onderzoek van de Inspectie kreeg Damen gelijk en in het Radboud kwamen de veranderingen in de zorgverlening toen snel op gang. De functie van cardio-anesthesist kan Damen vanwege de verstoorde arbeidsrelatie met zijn collega's echter niet meer uitoefenen, nadat hij dit werk dertig jaar met veel plezier heeft gedaan. Damen richt zich nu binnen het Radboud op het ontwikkelen van een nieuw zorgsysteem waarin de nadruk ligt op patiëntveiligheid. 'De bereidheid tot verbeteren is toegenomen.' Aansluitend een discussie met Johan Damen en Geert Blijham, voorzitter van de raad van bestuur van UMC Utrecht, over het voornemen van minister Klink om het aantal nodeloze sterfgevallen in Nederlandse ziekenhuizen de komende jaren te halveren.
Bron: Spraakmakende zaken, tv-programma presentatie Paul Rosenmoller.
Datum en tijdstip: 14 augustus 2007, 21:20-22:00 uur
Omroep: IKON
Aflevering: 7
Titel aflevering: De Radboud-affaire
Registratie voor privéklinieken
Minister Klink wil dat privéklinieken zich voorlopig vrijwillig laten registreren.
Dit kan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) helpen bij het houden van toezicht.
Klinks voorkeur gaat ‘in elk geval vooralsnog’ uit naar een vrijwillige registratie, schrijft hij vandaag aan de Tweede Kamer. De WTZi biedt geen juridische grond voor het instellen van een wettelijke registratieplicht, omdat er in privéklinieken geen verzekerde zorg wordt geleverd. Bovendien zou het invoeren van een wettelijke plicht een omvangrijke wetswijziging, of zelfs het invoeren van een nieuwe wet, betekenen.
Op de website van de IGZ komt een overzicht van privéklinieken. Klink verwacht dat deze lijst zal bijdragen aan het doel van verantwoorde zorg. “Wanneer een kliniek er niet op staat, is dit zeker geen reclame voor de kliniek. De kliniek wil zich kennelijk niet vrijwillig aanmelden bij de IGZ”, schrijft hij.
Wanneer blijkt dat deze lijst niet de resultaten oplevert die ervan worden verwacht, wil Klink alsnog bekijken of een registratieplicht de oplossing is.
De Tweede Kamer vroeg de minister van VWS in 2006 in een motie om een voorstel te doen voor een registratiesysteem voor privéklinieken.
Hoe overleeft u uw dokter?
Voormalig huisarts Jannes Koetsier (58) publiceert boekje over slechte behandeling: De gezonde patient.
Volgens hem moeten patienten niet blind vertrouwen op de dokter, maar zelf nadenken, nagaan waarom ze een klacht hebben en de regie in eigen hande nemen. "Het medisch bedrijf is te eenzijdig gericht op symptoombestrijding. De arts neemt patienten vaak niet serieus. Dokters kijken niet naar de samenhang tussen lichaamen geest. Ze schrijven te vaak pillen voor die soms geen enkel effect hebben. Dat is bedrog. Bovendien kost het enorm veel geld".
"Ik ben in de loop van mijn beroepsleven te veel patienten tegengekomen, van wie je zegt: Hoe is het mogeijk dat zij zo zijn behandeld. Zij zijn de dupe geworden van medisch handelen. Iedereen denkt dat dit normaal is. Maar zo hoort het niet, ook kleine medische missers niet." Aan de hand van praktijkverhalen en tips keert hij zich tegen de cultuur waarbij de arts bepaalt wat goed voor u is. Of de zorgsector zijn adviezen zal overnemen? Koetsier: Hopelijk wel. Mensen zijn niet gek. Ze vinden nu al steeds vaker de weg naar een betere arts".
Bron: Elsevier 15 september 2007, redacteur Willem Wansink.
ZIEK van MEDICIJN-MAFFIA
Bron: Telegraaf, 15 april 2006
door Rene STEENHORST
Wereldwijd verzinnen geneesmiddelenbedrijven ziekten en overdrijven zij de ernst van relatief kleine gezondheidsproblemen. Om meer winst te maken. Ze zorgen ervoor dat gezonde mensen zich patient gaan voelen en meer medicijnen gebruiken.” Deze uitspraak van Australische onderzoekers, deze week gepubliceerd in het Amerikaanse medische tijdschrift ’Public Library of Science Medicine’, zou zo maar uit de mond kunnen komen van de Nederlandse huisarts Hans van der Linde. Hij voert, als een onverzettelijk klokkenluider, fel campagne tegen de groeiende invloed van de farmaceutische industrie op het voorschrijfgedrag van artsen, die zich daartoe massaal laten omkopen.
Huisarts HANS VAN DER LINDE voert kruistocht tegen omkopingspraktijken
farmaceutische industrie
„Doktoren laten zich massaal feteren met geld, snoepreisjes en presentjes”
Foute dokters? „Van de 9000 huisartsen in Nederland zijn er pakweg 2250 die met alles meedoen wat de farmaceutische industrie dicteert. Bijna een op de vier is dus gemakkelijk te beinvloeden. En met geld, goederen en vertier om te kopen. Bij specialisten ligt dat percentage aanmerkelijk hoger. Zo is geen cardioloog nog onafhankelijk; stuk voor stuk lopen ze aan de leiband van de medicijnverkopers.”
Klokkenluider, actievoerder… Van dergelijke typeringen moet huisarts H. (Hans) van der Linde, sinds 1975 praktijkhoudend in Capelle aan den IJssel, eigenlijk niets hebben. En op de een of andere manier ziet hij er, gesoigneerd blauw geblazerd, ook niet uit als de felle activist die hij wel degelijk is. Deze dokters, stelt Van der Linde, laten zich uitgebreid feteren. Niet zelden in mondaine of exotische oorden. „Vooraanstaande specialisten worden opinieleiders. Ze houden lezingen waarin ze het woord van de industrie prediken, teksten ondertekenen die door medicijnbedrijven zijn geschreven en worden bij nieuwsmedia als deskundige naar voren geschoven. Ze ontvangen van de industrie
tonnen, soms miljoenen euro’s voor vaak nutteloos onderzoek. Wat er met het geld gebeurt, is veelal onduidelijk. Ze besteden het aan onderzoek en reiskosten, zeggen ze. Gelooft u ’t? Het blijft vaag. Niet voor niets worden ze de ’witte maffia’ genoemd!”
Haatbrieven
• Huisarts H. van der Linde: „Het legt je geen
windeieren als je als dokter niet omkoopbaar bent.”
Vrienden onder vakgenoten maakt hij er niet mee. Maar, zoals verwacht, deert hem dat niet. Evenmin is hij de onder de indruk van haatbrieven van collega’s die hij zo nu en dan ontvangt en waarin hij in keurige en minder nette woorden verrot wordt gescholden. „Het bewijst alleen maar mijn gelijk: dat velen ernstig onder invloed zijn van de industrie. Sommigen vatten het persoonlijk op, als dat ik ze hun speeltjes, pleziertjes en extraatjes zou afnemen. Eigenlijk is het te zot voor woorden dat ik die glijdende schaal aan de kaak moet stellen. Dat ik collega’s de spiegel moet voorhouden om te laten zien hoezeer de farmaceutische industrie ze in de tang heeft. Het zou een taak moeten zijn voor de ’Maatschappij Geneeskunst’, de KNMG, maar beroepsorganisaties als deze zijn ze verdeeld dat ze geen vuist meer kunnen maken.”
Zot… Is hijdan misschien de zot, de dwaas die in luchtspiegelingen vertekende waarheden ziet? Kennelijk niet. Want Van der Linde (63) klaagde in mei 2004 – als eerste arts, en met succes! – drie grote geneesmiddelenfabrikanten aan bij de Codecommissie Geneesmiddelen Reclame. Wegens ’poging tot omkoping van huisartsen en specialisten’. De farmaceuten AstraZeneca, Pfizer en Bayer BV Healthcare Pharmaceuticals zouden artsen honderden euro’s per persoon hebben aangeboden voor het bijwonen van nascholingscursussen, die Van der Linde als „verkoopbevorderende bijeenkomsten” typeert. De dokters werden in de watten gelegd met een diner in het Kurhaus, een musical en een golftoernooi. De golfspullen ter waarde van 2000 euro mochten ze behouden. Hoezeer de twee concerns Van der Linde ook bestreden en tegenspraken, hij werd in het gelijk gesteld en zei: „Sommige dokters vonden het de gewoonste zaak van de wereld dat zij door de industrie werden getrakteerd.” En hij beloofde: „Elk bedrijf dat artsen geld of goederen aanbiedt, zal ik aanpakken.”
Die belofte doet Van der Linde nu gestand. Vorige maand startte hij een omvangrijke antireclame tegen het nog vrij nieuwe cholesterolverlagende medicijn Crestor en alle verbijsterende geldelijke belangen die daarbij een rol spelen. Hij zegt ook niet anders te kunnen dan het aan de kaak stellen ervan. „Het zal mijn christelijke opvoeding wel zijn… iets in mij verzet zich tegen onfrisse praktijken waarvan hier sprake is. Ik kan er niet tegen, ik erger mij eraan. Mij gingen enige jaren geleden de ogen open, toen
ik als lid van de visitatiecommissie nascholingscursussen van de farmaceutische industrie inspecteerde in luxe skioorden in Oostenrijk en Zwitserland. Als je de deelnemers confronteerde met
het feit dat ze tijdens die door de industrie georganiseerde ’nascholingcursussen’ onder invloed van de gastheer kwamen, dan was dat niet waar. Ze vertrouwden blind op hun intellectuele onafhankelijkheid…” En: „Het gunstbetoon van de industrie, ook de marketingtechnieken die bedrijven hanteren, hebben een omvang gekregen die ronduit onsmakelijk is.”
Hoe kunnen hoogopgeleide mensen, zoals artsen, zichzelf zo verliezen? Van der Linde: „Met name specialisten zijn de afgelopen jaren natuurlijk zwaar aangepakt door de overheid. In heel veel zaken zijn ze beknot. De industrie heeft die frustratie aangevoeld en ze een warm bad met een riant uitzicht geboden. Sindsdien hebben specialisten, maar ook huisartsen, heel erg de neiging de industrie te zien als een sector die hen goed behandelt, waar zij op hun waarde worden geschat. Hun ijdelheid wordt geaaid. Ze zijn eindeloos vereerd als zij als spreker of dagvoorzitter worden gevraagd voor een congres. Of in de wetenschappelijke raad terechtkomen voor onderzoek naar een geneesmiddel. Ze zijn desnoods bereid de grootste kletsverhalen te houden… want, ze zijn nu immers
geaccepteerd, ze tellen mee! En dat gevoel van trots gaat tussen hun frontaalkwab zitten.”
„Wat moet je nou met 26 verschillende pillen tegen hoge bloeddruk?”
De geneesmiddelenindustrie – Hans van der Linde erkent de waarde en, in zekere zin, ook de noodzaak van het ontwikkelen van medicijnen. Maar inmiddels ziet hij meer duistere kanten dan zonzijden. Het begon in de jaren tachtig met een onderzoek naar de toen onbekende langetermijneffecten van de cholesterolverlager Zocor. Het huisartsenlaboratorium, waarvan Van der Linde bestuursvoorzitter was, werd daartoe ingeschakeld. Negenduizend Rotterdammers werden voor onderzoek aangezocht. Zocor was inmiddels wereldwijd een groot (kas)succes. „Ineens stopte fabrikant MSD de studie. Zonder opgaaf van redenen. De enige reden die wij konden bedenken, was dat ze totaal niet geinteresseerd waren in de uitkomsten. Eventuele ongunstige langetermijnresultaten konden immers de winst alleen maar negatief beinvloeden.”Dat heeft volgens Van der Linde tot een overdaad aan geneesmiddelen geleid, die elkaar verdringen en de kosten van de gezondheidszorg verder opstuwen: „Wat moet je nu met 26 verschillende pillen tegen hoge bloeddruk, zeven antihistaminica, zes migrainemiddelen?! Allemaal broertjes en zusjes van elkaar. Je kunt heel goede medicatie bedrijven met hooguit een of twee middelen per indicatie. De Nederlandse samenleving heeft, doordat artsen onder invloed van de industrie ’aanbevolen middelen’ gingen voorschrijven, de afgelopen zeven jaar volkomen onnodig honderden miljoenen euro’s uitgegeven aan dure cholesterolverlagers. Dat bedrag is het verschil in prijs tussen de vertrouwde goedkopere middelen van de eerste keuze, Simvastatine en Pravastine, en de gepatenteerde dure middelen Crestor en Lipitor. Een immens bedrag, dat nodeloos in de zakken van de fabrikanten
vloeit. Veel erger is bovendien dat patienten onnodig zijn blootgesteld aan deze twee onbewezen veilige en onbewezen effectieve middelen.”
Compassie
„Eigenlijk”, vervolgt Van der Linde, „hebben farmaceutische bedrijven niet wezenlijk belangstelling voor patienten. Ik heb nog nooit zelfs maar het begin van compassie gezien. Het gaat alleen om geld. Ooit toonden medicijnonderzoekers wel medeleven, zij stelden het bedrijf danvoor een bepaald middel te maken. Nu zijn het de salesmanagers die met plannen komen voor het ontwerpen van nieuwe medicijnen. Vervolgens wordt een macht aan marketingtechnieken op zo’n product losgelaten.” „Het maakt de gezondheidszorg onnodig extra duur”
Veiligheid
Van der Linde stelde onlangs in door hem rondgestuurde pamfletten dat Crestor van (opnieuw) geneesmiddelenfabrikant AstraZeneca BV „op eindpunten in het onderzoek niet bewezen effectief en onbewezen veilig” is. Bovendien kan de veiligheid van gebruikers in gevaar zijn, aldus Van der Linde. En ook nu heeft zijn actie effect: zijn dreigement om namen bekend te maken van artsen met financiele banden met onder meer het genoemde bedrijf, werd zeker een van hen te link. „Het werd deze professor, die overal in reclame-uitingen opdook met twee andere collega’s, kennelijk te heet onder de voeten. Onmiddellijk maakte hij een vlucht naar achteren en kondigde aan alle contacten met de farmaceutische industrie te verbreken. Bovendien schreef hij al zijn farmaciecontacten aan dat hij zijn naam niet meer vermeld wilde zien in medicijnpropaganda.” AstraZeneca weersprak overigens alle aantijgingen over Crestor, noemde ze suggestief en ongefundeerd en acht het middel
„bewezen veilig”. Volgens een woordvoerster zou Van der Linde uitnodigingen om inhoudelijk over het middel te praten van de hand hebben gewezen. „Ze hebben mij inderdaad gevraagd te komen praten. Maar waarvoor? Alleen maar om mij de mond te snoeren, niet om te zeggen dat ze het met mij eens zijn. Daar ben ik dus niet op ingegaan, ik ben daar gek…” Advocaten van farmaceutische concerns volgen hem met een loep, beseft hij. „Een verkeerd woord en ik krijg een proces wegens smaad aan mijn broek. De kunst is dus dat verkeerde woord niet te gebruiken.”
Hans van der Linde schudt meewarig het hoofd in De Pillendoos, het rondgevormde door hemzelf ontworpen nascholingscentrum voor huisartsen in Capelle aan den IJssel. Artsen worden er getraind in het doorgronden van beinvloedingstechnieken door de industrie. „Als arts heb ik altijd geleerd mijn onafhankelijkheid te bewaren. Moet je voor een paar miljoen, een paar ton of duizend euro je zelfrespect opgeven?
Of, zoals die psychiater die veel geld opstreek bij drie verschillende farmaceutische bedrijven voor antidepressiva: hij schreef nagenoeg dezelfde teksten voor hun producten. Hij veranderde alleen de naam… Uiteindelijk zal het je geen windeieren leggen als je niet omkoopbaar bent.”
Ook in Amerika is veel aandacht voor het feit dat veel patienten sterven door medische fouten:
1. Survive Your Doctor: "When I Was Wrong"
Doctors make huge assumptions about you before ever lifting their stethoscopes. Part one of a three-part series.
By T.E. Holt, M.D., Men's Health;
Vertaling: Artsen hebben hun oordeel al geveld voordat zij hun stetoscoop hebben gepakt. Dus is het belangrijk dat u zich goed voorbereid op uw presentatie bij de arts en bedenkt welke indruk u wilt wekken. U moet als het ware uw eigen advocaat zijn wanneer u de juiste zorg wilt krijgen of iemand meebrengen, die voor u opkomt.
He told the triage nurse he thought he had a cold. He'd been coughing for a few days and thought he might need to see a doctor. The triage nurse looked at him. He was sitting quietly in his chair, breathing slowly, deeply, not coughing. His vital signs were all right--maybe his oxygen level was a bit low, but overall he didn't look too sick. So she sent him not to the E.R. but to the walk-in clinic down the hall. Which is how I met him.
It had been a busy day, with the usual range of sore backs and sore throats and people whose dogs had somehow managed (again!) to eat all their prescription narcotics. By the time I met the man with the cold, he'd been waiting in an exam room for 2 hours. The charge nurse had put him there when he'd started coughing in the waiting room. I stopped in the doorway, arrested by what I saw slumped on the end of the exam table. He was breathing fast, maybe 30 times a minute, hunching his shoulders to help every breath. His lips had a bluish tinge. I turned and headed for the nearest phone.
The man died 3 days later. "Worst case of PCP I've ever seen," the ICU attending said, naming the Pneumocystis carinii pneumonia that had carried off this AIDS patient despite the staff's best efforts. What went wrong? The triage nurse wasn't at fault. He just didn't look that sick. Did he minimize his complaints? Was his failure to mention his HIV status a part of that minimizing, or was he afraid of what would happen if he told? Was it just that, miserable and sick, he sat quietly, conserving his strength for each breath? He just didn't look that sick.
I'll never know. But I've made a mental note to myself: Next time I come to the hospital with pneumonia, I'm going to cough a lot and make a fuss. Or maybe not. Because there are so many ways to present yourself to your doctor. And so many of them, in that brief moment when you lay eyes on each other for the first time, can go wrong.
The Doorway Diagnosis
Whenever I enter a room with a patient in it, I try to stop in the doorway, and before anything else happens, I take in the scene. I want a look before my impression can be biased by information or personality or anything but the overall clinical picture. Most doctors do this, or try to. It's called the doorway survey, and it can be the most important moment of your appointment. That moment in the doorway provides the context for everything else that happens, steering your doctor as he or she tries to figure out which parts of your story to pay attention to, which parts to ignore, which parts need explanation, and which parts speak for themselves.
But, as important as they are, first impressions can be wrong. Under the ferocious pressure of the clock that drives most doctors' days, the time from doorway to diagnosis can be a handful of minutes. Under these conditions, the temptation to lump patients into categories is huge. We group people by what we already know about them, so the patient sitting on the examining table is nothing more or less than his ruined lungs, his cirrhotic liver, his diabetes. Which is fine, until the diabetic surprises you with something new and unrelated: a nasty vasculitis, or a cancer. With the diagnostic process so foreshortened, that initial impression looms large. If it's wrong, you can end up being categorized in ways that can do you harm.
Conclusie: Artsen hebben voordat zij een diagnose stellen al een eerste indruk als zij u zien, of als zij informatie over u hebben gekregen van de verpleegster of assistente. Deze eerste indruk is doorslaggevend bij het stellen van de diagnose en is dus niet wetenschappelijk verantwoord.
2. Survive Your Doctor: The Junkie in the O.R.
Some doctors are addicted to the very drugs they prescribe. Find out why going under the knife could be more dangerous than you think. Part two of a three-part series.
By Christopher McDougall, Men's Health
Vertaling: Sommig artsen zijn verslaafd aan de geneesmiddelen, die zij voorschrijven. In het geval van anestesiologen is dit erg gevaarlijk voor de patient.
Diarrhea was Jeffrey Junig's alarm clock. Boiling in his guts at 3 in the morning, it would send him staggering to the bathroom, panting and coughing, his sweat-soaked hand shaking on the knob. He had to be quiet, fiercely quiet, because good God—what if his wife found out?
The secrecy was almost as awful as the sickness. He hated those moments when he had to look his wife in the eye and lie, "Nah, just a little tired," or, "Probably caught that flu going around the hospital," or whatever other b.s. he could muster just to get away from her long enough to slip into the bathroom and slide a needle into his ankle.
At least this wasn't his day off, Dr. Junig told himself as he slumped miserably on the toilet. It's tough being an addicted anesthesiologist, but it does have its perks: You get your fix on the job, the drugs are free and if one of your patients dies on the table, well... that's just another tragedy chalked up to "unforeseen complications."
One of the most dangerous and best-kept secrets of the medical profession is the epidemic of anesthesiologists who are addicted to their own drugs. More than 400 drug-addicted anesthesiologists and residents may be working in operating rooms at this moment, based on the findings of separate studies by John Booth, M.D., a former Duke University anesthesiologist, and Mark S. Gold, M.D., a psychiatry professor at the University of Florida's McKnight Brain Institute.
That means the next time you lie on an operating table and close your eyes, your odds of ever opening them again could be in the hands of someone who's injecting himself every six hours with fentanyl, a painkiller that's 100 times more potent than morphine. He'll be suspending you in a near-death state—slowing your heart, numbing your nerves, loosening your grip on consciousness—while simultaneously siphoning off drugs for himself and, at times, shooting up right in the middle of the operation. One mistake and you could end up dead, or in a never-ending coma.
3. Survive Your Doctor: How to Get Out of the Hospital Alive
We imagine hospitals as havens from illness and accidents, but they're also home to bacterial booby traps and medication mistakes. Here's how to leave healed, not hurt. Part three of a three-part series.
By Erin Hobday and Ted Spiker, Men's Health
Het ziekenhuis behoort een veilige haven te zijn bij ziektes en ongelukken, maar het ziekenhuis is ook een bacteriele broedplaats en plaats van delict bij medische fouten.
Roger Weber didn't look pregnant when he entered the hospital. But after undergoing what should have been straightforward hernia surgery in 2001, he developed a severe infection that left his stomach so swollen he resembled a National Enquirer headline come to life. Five years later, complications from the infection—not the hernia—have wrecked the 55-year-old's body. "My life is a mess," he says, still in disbelief.
Such horror stories have become shockingly familiar in American medicine. The wrong pills harm 1.5 million patients each year. Overwhelmed E.R.'s constitute a national health crisis. Infections from hospitals are now the fourth-leading cause of death in the United States, in part because when doctors come to your bedside, close to half of them haven't washed their hands—an omission that would be deemed unsanitary by the fast-food industry.
Don't wait until the paramedics are wheeling you into the medical equivalent of Merle's Lube & Tire to worry about your care. By then, it may be too late. Arming yourself with information now is the first step to surviving a hospital stay when the time comes. Sooner or later, it will.
While You're Still Healthy
Download a health dossier
Doctors are health detectives, so give them as many clues as possible by gathering all your medical data. At the very least, you need a list of medications you're taking (including dosages); your medical history, immunizations and allergies; the name and phone number of your doctor; lab reports; and copies of recent EKGs and MRIs. You can create a file with paper copies and laminated sheets of the EKGs—or carry it all on your key chain: "Make electronic files and scans and save them on a portable USB drive," says Kevin Pezzi, M.D., a former emergency-room physician and the author of True Emergency Room Stories. (The best way is to save everything as PDFs, which can be read by virtually any computer.) When you're finished, label the USB drive "medical info," so doctors can spot it in an emergency.
Will this be time consuming? Absolutely, but here are just a few reasons why it's worth it:
Knowing what and how much medication you're taking can help doctors come up with a speedier diagnosis. "Some medications can have the side effect of causing fainting," says James Giglio, M.D., chief of emergency medicine at New YorkPresbyterian Hospital. "If someone's been fainting, a medication history may prevent us from embarking on a lengthy and expensive search for the cause."
It helps provide context for emergency physicians. "If an E.R. doc runs across a patient who has a heart murmur, the patient often won't know what type it is, how long they've had it, if it's new or old," Dr. Pezzi says. By providing instant unfiltered access to everything that's ever been committed to paper or printout about your health, you'll remove one of the E.R. staff's biggest handicaps to helping you.
Listing your doctor's contact information will help save critical seconds in the event that he needs to be reached for a quick consultation on something in your file. "A patient may say he sees Dr. Smith in Salt Lake City. You can imagine how difficult this person would be to track down," Dr. Giglio says.
Identify the best hospital
The time to decide where you want to be treated in a nonemergency situation is now—not when you're coping with a cancer diagnosis or wrestling with the reality of a blocked artery.
Start by visiting qualitycheck.org to see which hospitals in your area have been vetted by the national health-care watchdog group the Joint Commission on Accreditation of Healthcare Organizations. Another good tactic: Search online for the 100 most-wired hospitals, which are probably using the latest information technology that helps reduce medical errors. If a particular hospital isn't on the list, call to see if it has one key advance: bar-coded processes for dispensing medication. With this system, nurses scan the medication bottle and the patient's wristband to confirm that the correct drug is being given—a huge step in decreasing medication errors.
You should also review a hospital's infection rates, if they're available, but don't give too much credence to numbers that haven't been "risk adjusted." "Just because an infection rate in a small, community hospital is 1 percent and at an academic health center it's 10 percent doesn't mean the small one is 10 times better," says Elaine Larson, Ph.D., R.N., a professor of nursing at Columbia University who specializes in infection control. It could mean that the bigger hospital is seeing more high-risk patients, not that it's less clean.
Last step: Find out the patient-to-nurse ratio. Ideally, it should be four to one, according to new research in the Journal of the American Medical Association. For every additional patient a nurse needs to tend to, the risk of dying on that nurse's watch increases by 7 percent.
Unnecessary Operations
Every year, nearly 2.5 million people go under the knife unnecessarily, often with devastating consequences. Make sure you're not one of them.
By Catherine Guthrie, Prevention
Two years ago, when Leah Coppersmith went in for back surgery, she expected to be lacing up her running shoes within days. She's been in pain ever since.
A car accident in 1991 left this mother of four with nagging lower-back pain—annoying, but not bad enough to keep her from running 5-Ks. But in 2005, the nag grew to a scream.
An MRI revealed that two disks, the gel-filled cushions between the vertebrae, were badly worn. Coppersmith expected the doctor to recommend a diskectomy, in which part of a troublesome disk is removed to relieve pressure on the nerve; the low-risk surgery had helped her once before. But this time, the surgeon wanted to replace a disk with an artificial one. The procedure was getting great results, he said. Coppersmith was skeptical until he told her she'd be back running 5-Ks again in no time. She laughs bitterly at the memory.
Pain is now the defining feature of her life. She can't sit down to family dinners. She quit her job because she can't work at a desk. Her misery has company: While looking for help online, she found a study showing that 64% of people who received the disk, called the Charité, still needed narcotic painkillers 2 years after surgery.
Every year, upward of 15 million Americans go under the knife and for most of them, surgery provides relief or a new lease on life. Joints are replaced, organs are transplanted, lives are saved. But Congress has estimated that surgeons perform 2.4 million unnecessary surgeries a year in the United States, with a cost of roughly $3.9 billion and a toll of about 11,900 deaths. The reason isn't simple.
"The majority of surgeons who perform these procedures are actually very enthusiastic about their benefits," says Mark Chassin, MD, chair of the department of health policy at Mount Sinai School of Medicine. "It's not like they get up in the morning and ask themselves, How many unnecessary procedures can I do today? But there's a lot of financial incentive to do surgery that may not benefit the patient, and very little oversight."
So how do you know when someone is suggesting surgery you don't need and what can you do to prevent it?
Your first line of defense is to become your own advocate. One study showed that when patients and doctors share the decision making, rates of surgery drop by as much as 44%. Here, we explain what's behind four of the procedures most often done unnecessarily and give you expert advice on the best alternatives.
BE SKEPTICAL: SPINAL SURGERY
The waiting room of Charles Rosen, MD, a spinal surgeon and an associate professor of orthopedic surgery at the University of California, Irvine, was filled with patients who, like Coppersmith, had failed disk implants. "In my 20 years of orthopedics, I'd never seen so many people in such a severe state of constant pain," he says. So Rosen examined the evidence backing the Charité disk. He was shocked to see that the researchers had compared patients who got the disk with those who received a type of fusion surgery with a particularly high failure rate 60%. (Even before the study's publication, that procedure had been largely abandoned.) Then he discovered that researchers on other Charité studies were paid consultants for the device maker. Outraged, Rosen founded the Association of Ethical Spine Surgeons. Members agree not to take money from device makers or form partnerships with the companies.
The spine is ground zero for unnecessary surgeries partly because back pain is incredibly common and notoriously tough to treat. More than 1 million sufferers opt for surgery each year, and spinal fusion—the use of bone grafts, screws, and other devices to secure one or more vertebrae—is one of the most popular choices. Between 1996 and 2001, the number of spinal fusions skyrocketed 113%, while the number of knee- and hip-replacement surgeries rose just 15% and 13%, respectively. But unlike those procedures, spinal surgeries often fail instead of relieving pain, they can turn it into agony. According to Aaron Filler, MD, PhD, director of the Peripheral Nerve Surgery Program, Institute for Spinal Disorders, at Cedars-Sinai Medical Center in Los Angeles, there are tremendous rewards for spinal surgeons who do aggressive procedures: Because of the hardware involved, an operation on the spine can pay a surgeon 10 times as much as one on the brain. Yet the money-making back surgeries help in only a small proportion of cases. What's more, back surgeons are rarely held accountable if the operation fails. "The referring doctor has low expectations," Filler says. "So does the patient, because everyone thinks of back problems as so difficult to treat."
Protect Yourself
Pinpoint the pain: If your doctor labels your back pain as "nonspecific," it means he doesn't know the cause; if he suggests surgery, alarm bells should go off, says Filler. Spinal fusion is most beneficial when vertebrae slip out of place and press on the ones below, which is easily detected on an x-ray. "When properly done for the right reasons, spinal surgery can be extremely effective," says Filler.
Make lifestyle adjustments: A 2003 study compared spinal fusion surgery with a lifestyle approach to back pain: Docs taught patients how to protect their backs, by bending at the knees when lifting, for instance. They also encouraged exercise, like water aerobics. A year later, the nonsurgical approach reduced pain and increased mobility just as much as surgery did. Alternative treatments such as chiropractic and acupuncture can also pay off, studies show. For more info on finding alternative treatments, go to prevention.com/links.
Consider a helpful shot: A nerve-blocking injection called an epidural, given by a surgeon or a rehab specialist like a physiatrist, may quiet the pain for up to a year; it helps in about 50% of patients.
Skip the hardware: If surgery seems like the right approach, get the simplest procedure possible. There's a much smaller chance of complications if you have a diskectomy, for example, than if you have an artificial disk implanted.
BE SKEPTICAL: HYSTERECTOMY
Lori Jo Vest was 36 when three doctors told her a hysterectomy was the only fix for her heavy bleeding caused by uterine fibroids. Terrified that she'd be thrust into early menopause in half of all hysterectomies, surgeons end up removing the ovaries, too Vest went online and discovered myomectomy, in which the surgeon cuts out the fibroids, sparing the uterus. But her doctors nixed the idea; after all, they said, Vest, who had a toddler, didn't want more children. Then Vest called the nearby University of Michigan, Ann Arbor and nearly leaped through the phone when she heard they had a clinic for women seeking alternatives to hysterectomy.
"The doctor said I was a perfect candidate for myomectomy," Vest says. She also told Vest that many surgeons dislike the surgery because it's more difficult than a hysterectomy. Now 44, Vest no longer is troubled by heavy bleeding, but she still has her uterus and ovaries. "I don't want to go through menopause until my body is ready," she says.
Hysterectomy is second only to C-section as the most common surgery performed on women in the United States. Each year more than 600,000 Americans have the procedure twice the rate as in England. A 2000 study found that 70% of the hysterectomies performed in nine Southern California managed-care organizations were recommended inappropriately. "The most common mistake we saw was that doctors didn't try safer, less-invasive approaches first," says lead author Michael Broder, MD, an assistant professor of obstetrics and gynecology at UCLA's David Geffen School of Medicine.
Hysterectomy can be warranted if a woman has cancer, and it can be the right choice in other cases, too for instance, if medical treatment didn't get your bleeding under adequate control, and you don't want to try a surgery like myomectomy because of the risk of recurrence. But unless you have cancer, "having a doctor say, 'You absolutely need a hysterectomy,' is akin to a waiter at a restaurant saying, 'You've got to have the steak,'" says Malcolm G. Munro, MD, a professor of obstetrics and gynecology at UCLA. "A good doctor should give you a menu of choices."
Protect Yourself
Try hormones or drugs first: Most hysterectomies are done on women under age 45, but if you can manage symptoms of fibroids with medication until menopause, symptoms usually ease naturally. Birth control pills or other drugs help control irregular bleeding. Also check into getting a progestin-releasing IUD (Mirena): It can dramatically decrease bleeding caused by fibroids.
Consider a less drastic procedure: Like myomectomy, uterine fibroid embolization (UFE) preserves the uterus: An "interventional" radiologist carefully closes off blood vessels feeding the fibroids, starving them. A woman may need more treatment after either procedure if the fibroids come back, and both cause a fair amount of discomfort. (UFE can require serious pain meds, although recovery is quicker than after a hysterectomy, and the risks are lower.) For more info on hysterectomy alternatives, go to prevention.com/links.
BE SKEPTICAL: ANGIOPLASTY
When Irwin Melnicoff, a forensic engineer in Boynton Beach, FL, felt a stabbing chest pain at age 45, he went straight to the cardiologist. The diagnosis? A narrowed artery. The answer? Angioplasty. But Melnicoff was scared of surgery; even when the doctor told him he'd die without the artery-opening procedure, he chose drug therapy instead. (He also chose a new doctor.) That was 25 years ago. With the help of daily heart medications, his chest pain vanished. He walks 30 minutes a day, 7 days a week, and feels great.
He made the right choice. Though angioplasty has been hailed by some as a wonder fix for decades, it now turns out that most of the time, the procedure doesn't help. Angioplasty can save your life if it's done during or right after a heart attack. But in other circumstances, it may not do you much good.
"Doctors used to think of heart disease as a plumbing problem that arteries were like drainpipes gradually being clogged by plaque made up mostly of cholesterol," says Arthur Agatston, MD, a preventive cardiologist and author of The South Beach Heart Program. So it seemed to make sense to use angioplasty, in which a small balloon is inflated in the artery, to get that gunk out of the way by squashing it against the vessel wall. However, research has since shown that problematic plaque actually forms within the delicate inner lining of artery walls.
What does cause a heart attack? If the plaque within the wall ruptures, it injures the artery, producing a blood clot as part of the healing process. Unfortunately, the clot can close off the entire artery that's a heart attack, and you need angioplasty or bypass surgery immediately. If you have angioplasty, the doctor may also insert a stent, a mesh scaffolding, to hold open the artery.
But if you're not having a heart attack, angioplasty (with or without a stent) won't help and may even do some harm. That's the news from a large trial published in April in the New England Journal of Medicine. People with "stable" heart disease they weren't having a heart attack, but a vessel was at least 70% closed fared no worse if they received medical therapy, such as aspirin, blood thinners, and cholesterol-lowering drugs, than if they got angioplasty. During the next 4 1/2 years, neither group was more likely to have a heart attack or stroke or die.
A study published late last year helps pinpoint exactly when it's worth getting angioplasty. That trial showed that if the procedure was done 3 or more days after a heart attack, it didn't help. "We were very surprised we thought angioplasty would be beneficial even if it was done later," says lead author Judith Hochman, MD, director of the cardiovascular clinical research center at New York University School of Medicine. "But that's why we do studies: to see if the patient really does benefit."
Protect Yourself
Insist on being convinced: If your doctor says you need a nonemergency angioplasty, ask if it will prolong your life. "That question puts a cardiologist on the spot," says Agatston. If the procedure isn't needed to save your life, it still may make sense if angina (bouts of chest discomfort caused by a lack of blood flow to the heart) interferes with daily activities. But get a second opinion from a preventive cardiologist, not a cardiac surgeon.
Eat right, exercise, and lose weight if necessary: You needn't avoid fats and carbs to keep your heart healthy just choose wisely. A diet high in omega-3-rich canola and olive oils can actually protect your heart. High-fiber carbs in whole grains, fruits, and veggies also help get fats out of your blood.
Use the meds known to save lives: Many people with high cholesterol aren't on statins, though the drugs slash the risk of heart attack by more than 30%. Similarly, most people with high blood pressure don't get adequate treatment, studies show. Lifestyle changes can bring down both cholesterol and BP, but if they're not enough, medication can be lifesaving. Your doctor may also put you on daily aspirin or another drug to lower the risk of a blood clot.
BE SKEPTICAL: KNEE ARTHROSCOPY
Soon after Diana Aceti turned 50, the ache in her knee began to keep her from walking and playing tennis, two activities she loved. An orthopedist said that she had a small tear in her cartilage and recommended arthroscopic surgery. "He said I'd back on my feet in a few weeks," says the public relations director from Bridgehampton, NY.
But afterward, Aceti's knee hurt worse than ever. So she got a second opinion and the news wasn't good. In a rare complication, her cartilage was damaged beyond repair, and she needed a partial knee replacement. "Doctors talk about surgery like it's getting your teeth cleaned," says Aceti. "If he'd told me this was a possibility, I never would have done it."
Knee arthroscopy is most often used for people, like Aceti, who have osteoarthritis cartilage damaged by wear and tear. A surgeon makes small incisions and inserts instruments to remove tissue fragments and wash out the joint in the hopes of reducing pain. Yet in 2002, when knee arthroscopy was put to the test in a randomized, controlled trial, it failed royally. Osteoarthritis patients given arthroscopy reported no more improvement than those who got sham surgery incisions were made but no arthroscope was inserted. Still, 5 years later, the procedure remains among the top 10 outpatient surgeries: More than 650,000 knee arthroscopies are performed annually.
Critics say that almost everyone has small tears in their knee cartilage visible on MRIs, providing a never-fail excuse for surgery. "Patients have arthroscopy for what is clearly the result of a bruise or a bump," says Ronald Grelsamer, MD, an associate professor of orthopedic surgery at Mount Sinai Medical Center in New York City. "For many orthopedists it's the only way left to make a half-decent living. Does that justify it? No."
The procedure can help in certain situations, Grelsamer says: If a piece of cartilage is catching, like a hangnail, clipping it can make you feel better. And some doctors still believe that for some osteoarthritis patients, flushing the interior of the knee during arthroscopy can ease pain, perhaps by getting rid of irritating chemicals. Researchers can't predict who will benefit from a wash-out, though and surgeon Bruce J. Moseley, MD, who led the sham surgery comparison, argues that any improvement in arthritis patients is due to the placebo effect.
Protect Yourself
Wait a while: Arthroscopy is most frequently done after a twist or fall, but those injuries often get better within a few months with physical therapy, anti-inflammatory meds, a cortisone injection or just the passage of time.
Be skeptical of MRI results: Arthroscopy is most apt to help if there's a detached fragment of cartilage or a severe tear a 3 on a 1-to-3 scale, as rated by a radiologist. But even a bad tear may not cause pain, so ask whether it matches up with the area that hurts.
Bob Smalhout, professor van het volk
Publicatie: Nr. 51/52 - 22 december 2006
Auteur: Evert-J. Pronk
Bron(nen): Medisch Contact 2108-2114
Gehaat door collega’s, geliefd bij patiënten. Prof. dr. Bob Smalhout is een markante man. Medische missers staan in zijn loopbaan centraal. Missers van anderen, welteverstaan.
Zijn oratie, getiteld "De dood op tafel" verandert 34 jaar geleden het leven van Bob Smalhout (Amsterdam, 1927) voorgoed. Zijn berekening dat er jaarlijks 200 patiënten onnodig overlijden door fouten in de anesthesiologie, slaat in als een bom. Medisch Contact publiceert een verkorte versie van de rede. Er volgen reacties van de Stichting Medische Registratie, de Nederlandse Anesthesisten Vereniging, het bestuur van de Rijksuniversiteit Utrecht, de KNMG en van tal van collega’s. In meerderheid is de respons negatief. De door Smalhout gebruikte mortaliteitscijfers worden bekritiseerd, zijn uitlatingen over medische fouten afgedaan als ‘pure verzinsels’.
Dat is echter nog niets vergeleken met de reacties die de hoogleraar anesthesiologie thuis ontvangt. Een chirurg stuurt de oratietekst terug met de boodschap dat ‘vorm en inhoud niet stroken met de normen, fatsoen, goede smaak en stijl die hij huldigt’. Anderen zijn minder subtiel. ‘Een collega-anesthesioloog stuurde me een persiflage van het gedicht 18 doden van Jan Campert, waarin hij ‘Hitler’ had vervangen door mijn naam. De titel van het gedicht had hij omgedoopt in 200 doden, herinnert Smalhout zich in zijn woning in Bosch en Duin. ‘Ook kreeg ik midden in de nacht telefoontjes van mensen die me toeschreeuwden dat ze me wat aan zouden doen.’
‘Ik realiseerde me dat er protesten en gerommel zouden komen. Maar dat er zo’n rel zou ontstaan, had ik niet gedacht’, vertelt Smalhout, gezeten achter een bureau vol diadoosjes. ‘Dat het rumoer zo lang zou aanhouden, had ik ook niet verwacht. Ik heb twee ossiermappen vol met brieven en publicaties over de rede.’
De brieven die hij in die tijd ontvangt, vallen in twee delen uiteen. ‘Patiënten en nabestaanden van patiënten schreven me dat ze nu eindelijk snapten waarom hun broer, die in de kracht van zijn leven aan een voetbalknie werd geopereerd, was overleden. Van de behandelend arts hadden ze te horen gekregen dat hij wel gezond leek, maar dat hij vermoedelijk een defect aan zijn hart had. De artsen zouden hebben gevochten als leeuwen om hem nog te redden.’
‘De boze collega’s meenden dat ik medisch Nederland in een wurggreep wilde nemen. Ze dachten dat het mijn doel was het werkplezier te vergallen en alle patiënten de gordijnen in te jagen’, vertelt hij. ‘Ik hoopte alleen duidelijk te maken dat het op anesthesiologisch gebied aan van alles ontbrak en dat er verbeteringen moesten komen in de opleiding en de apparatuur. De standaard was te laag. Alleen hartpatiënten lagen tijdens een operatie aan de bewaking. Bij andere ingrepen onder volledige anesthesie werden het elektrocardiogram, de bloeddruk en de gaswisseling niet continu in de gaten gehouden. Alsof een piloot bij mooi weer zonder instrumentarium zou vliegen’, aldus de hoogleraar die is gepromoveerd op de waarde van de koolzuurregistratie tijdens anesthesie.
Op Smalhouts vakinhoudelijke kritiek wordt hij niet aangevallen. Hij krijgt zelfs bijval. De manier waarop hij zijn boodschap brengt, nemen collega’s hem kwalijk. Weliswaar nodigde hij de pers niet persoonlijk uit - ‘dat heb ik nog nooit gedaan’ - maar zorgde hij er wel voor dat zijn oratie opviel door de titel, die, ongewoon voor die tijd, op de uitnodigingen was vermeld. Ook rekende hij de mortaliteitscijfers bewust om van percentages naar absolute getallen. ‘En mijn oratie had geen saai effen blauw kaftje’, zegt de professor met glimoogjes, terwijl hij een van zijn laatste exemplaren uit de kast pakt. Het boekje, met een vuurrode titel, is bezaaid met krantenkoppen over patiënten die nooit meer uit de narcose ontwaakten.
De oratie sorteert effect. De dag na de rede worden er Kamervragen gesteld, wat bij de Gezondheidsraad leidt tot het instellen van de Commissie Anaesthesiologie. Smalhout, die in de commissie mag plaatsnemen, ondervindt daar aan den lijve wat zijn oratie voor zijn positie betekent. ‘Ik had al wel in de gaten dat collega’s in het ziekenhuis me niet meer groetten, of snel de lift uitstapten als ik instapte. Bij de commissievergaderingen bleek ik echt, zoals dat in het Engels heet, een painted bird te zijn. Spreeuwen die een geel geverfde soortgenoot niet herkennen, pikken hem dood. Tijdens vergaderingen wilde er niemand naast mij zitten.’
Grote trauma’s
Dat professor Smalhout geen doorsnee dokter is, was al eerder duidelijk. Zijn opleiding tot anesthesioloog verloopt niet vlekkeloos. ‘Ik ben door toeval in de anesthesiologie terechtgekomen. Na het artsexamen werd ik tijdens het restant van mijn militaire dienstplicht opgeleid tot officierarts. Daarna kon ik kiezen uit een aantal functies. Ze zochten onder meer hulpanesthesisten, omdat er plannen waren voor mobiele ziekenhuizen zoals in MASH. De opleiding tot hulpanesthesist werd gegeven in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Omdat ik in Amsterdam woonde, leek me dat wel wat.’
‘In het OLVG ontdekte ik dat pijnbestrijding helemaal niet de essentie van de anesthesiologie is, maar het onder de meest krankzinnige omstandigheden beïnvloeden van de vitale systemen van de mens, zodat ze grote trauma’s en operaties in redelijk goede toestand overleven.’
‘Na de opleiding ben ik overgeplaatst naar het Militair Hospitaal Oog in Al, in Utrecht. Daar werd ik de assistent van anesthesist-majoor dr. Fick. Ik kwam in contact met de routinechirurgie voor buikvliesontstekingen, liesbreuken, botbreuken, brandwonden. Ik mocht assisteren bij operaties, kreeg eerst een chirurgische afdeling en later een afdeling interne geneeskunde onder mijn hoede.’
Hoewel Smalhout uit een socialistisch gezin komt ‘van het gebroken geweertje’, vindt hij het aangenaam in het legerziekenhuis met 600 bedden. Hij tekent bij. ‘Ik vond de duidelijkheid prettig. De contacten tussen de specialisten waren zeer goed. Alle officieren lunchten gezamenlijk. We hadden daar multidisciplinaire besprekingen zoals ik ze later nooit meer heb meegemaakt.’
Smalhout twijfelt of hij nogmaals moet bijtekenen. ‘Fick raadde me aan in opleiding te gaan tot anesthesist. Daar was een tekort aan. Er waren ziekenhuizen met maar één anesthesist. Hij regelde dat ik in 1958 bij het academisch ziekenhuis in Utrecht terecht kon.’
Op de opleiding ging het al snel mis. ‘De anesthesiologie stond laag op de ladder. Het was een vak voor zwakbegaafden en losers. Werk voor een narcosezuster. De opleiding viel onder professor Nuboer, het hoofd van Chirurgie. Nuboer was een groot chirurg, maar een moeilijke man. Hij was een godheid in zijn kliniek. Iedereen rilde van angst voor die man.’
‘In het militair hospitaal ging een onderofficier heel gemoedelijk om met een kolonel.
Bovendien was ik gewend om de volledige patiëntenzorg te doen. Dus ook postoperatief bezocht ik de patiënt. Van professor Nuboer mochten anesthesisten patiënten niet voor en ook niet na de operatie zien. Toen hij erachter kwam dat ik dat toch deed, ontstak hij in cholerische woede. Ik kon meteen vertrekken.’
Smalhout wordt geadopteerd door hoogleraar neurochirurgie prof. Verbiest. Bij hem maakt hij zijn opleiding af en promoveert hij. Verbiest draagt hem voor het hoogleraarschap voor, waarvoor Smalhout zijn roemruchte rede houdt.
Vuile was
De Commissie Anaesthesiologie van de Gezondheidsraad vergadert vijf jaar en brengt dan het rapport ‘Recente ontwikkelingen in de anesthesiologie’ uit. Smalhout: ‘Hierin zijn de minimumeisen vastgelegd waaraan de anesthesiologie moest voldoen. Continu monitoren werd de standaard. Dat was wereldwijd een primeur.’
Voor hem is de wereld veranderd. Veel medici staan vijandig tegenover hem. Hij heeft immers de vuile was buiten gehangen. ‘Collega’s respecteerden mijn vakkennis wel, maar waren bang dat ik dingen aan de grote klok zou hangen. Maar voor ik bij de Telegraaf ging schrijven, ben ik nooit naar de pers gestapt.’
Patiënten benaderen Smalhout steeds vaker met het verzoek in een casus te duiken. Ook vraagt men hem vanwege zijn kritische instelling steeds vaker op te treden als getuige-deskundige in medische tucht- en rechtszaken. Zijn naam wordt onlosmakelijk verbonden met de term ‘medische misser’.
‘Zelf kon ik het me na mijn oratie niet meer permitteren een fout te maken. Ze stonden klaar om me in de nek te springen. Maar ik heb in mijn loopbaan geen fouten met ernstige gevolgen gemaakt door onachtzaamheid of vergissingen. Natuurlijk heb ik als jonge assistent in het militair hospitaal fouten gemaakt. Maar die werden onmiddellijk gecorrigeerd. Ik werkte namelijk nooit alleen. Ervaren verpleegkundigen waren de levensverzekering van de patiënt. Als ik vergat de patiënt te controleren op diabetes, bleek de hoofdzuster de aanvraag al klaar te hebben liggen. Die hoefde ik alleen nog maar te tekenen.’
‘Als hoogleraar heb ik erop gehamerd dat iedereen elkaar aansprak als er iets dreigde mis te gaan. Zelfs de jongste verpleegkundige mocht het zeggen als zij argwaan had. Verpleegkundigen en assistenten dorsten vroeger nooit iets tegen de baas te zeggen.’
Dat verpleegkundigen professor Smalhout nooit mochten tutoyeren, was volgens hem geen drempel om hem zo nodig te waarschuwen. ‘Men denkt dat de inachtneming van beleefdheidsvormen het intermenselijke contact remt. Ik ben jaren anesthesioloog geweest van de Koninklijke Familie. Dan zei ik Majesteit en zij Professor, maar ondertussen hadden we de grootste lol.’
‘Een dokter hoort met dokter te worden aangesproken. Anders ondergraaf je je aanzien. Artsen klagen tegenwoordig dat patiënten over ze heenlopen. De beroepsgroep het daar zelf naar gemaakt. Het is misgegaan toen de huisartsen besloten hun witte jas uit te trekken. Vanuit het volkomen krankzinnige idee dat een jas drempelverhogend werkt. Patiënten komen naar een dokter om een autoriteit te zien. Je laat toch ook geen blaastest afnemen door een politieagent in bomberjack met een pet achterstevoren die “effe wil weten of je gezopen heb”.
Onnodig overlijden
Als hij in 1994 columnist wordt van de Telegraaf, weten nog meer patiënten en nabestaanden hem te vinden met verhalen over vermoedelijke medische fouten. Smalhout wijst op ruim een meter ordners: ‘Allemaal brieven van lezers. Vaak zijn ze van patiënten, of van familieleden. Dit zijn alleen nog de brieven van dit jaar. In de garage staan kasten vol.’
‘Ik krijgt ook nog steeds brieven van collega’s, maar geen boze reacties meer. Ze beklagen zich dat het tegenwoordig alleen maar gaat om de kosten. Daardoor is er minder tijd voor de individuele patiënt. Ze schrijven me letterlijk dat het onnodig overlijden van patiënten voor het management geen probleem is, zolang het maar binnen de statistisch verantwoorde grenzen valt.’
Smalhout is al jaren adviseur bij een advocatenkantoor. ‘Ik volg alles. Ik heb een enorm archief over medische ongevallen. Daar staan alle rampen van Nederland in. De honderden dia’s met voorbeelden laat ik momenteel digitaliseren. Voor als ik een lezing houd.’
Ook de recente brand in de anesthesiezuil in Almelo heeft Smalhout gevolgd. Hij is er kort over. ‘Ze hadden gewoon de slangen moeten nakijken. Elke leiding kan losraken of lekken. Dat weet iedereen die een butagasbrander heeft. Boos worden op de inspectie omdat die niet voldoende zou hebben gewaarschuwd is een bewijs van armoede.’
Smalhout vindt dat medische fouten nu beter bespreekbaar zijn dan dertig jaar geleden. ‘Meer dan vroeger wordt erkend dat er dingen misgaan. Maar om fouten te voorkomen, richt men zich momenteel wel erg op systeemoplossingen. In alle rechtszaken die ik heb bestudeerd, ging het over gevallen waarin het misging omdat een arts een verkeerde instelling had en bijvoorbeeld niet uit bed kwam om naar een ziek kind te gaan. Daar helpt geen systeemoplossing tegen; dat is een kwestie van opvoeding in de kindertijd.’
‘Ik ben nog steeds dag en nacht arts. Als ze me bellen vanuit het Jeroen Bosch Ziekenhuis voor een bronchoscopie bij een kind, dan kom ik. Mijn technicus uit het academisch ziekenhuis pikt mij op en we zijn op pad. Dat gebeurt nog bijna maandelijks. Ik beschouw het als een gunst als ik ’s nachts niet wordt gebeld. Ik sta daarom gewoon in de telefoongids. Een dokter die niet in de telefoongids staat, dat kan niet. Dat is zoiets als de brandweer met een geheim nummer.