Zorgverzekeringen
Gescheiden mensen hoogste zorgkosten in Nederland, hoger opgeleiden laagste kosten
Bron(nen): Erasmus MC, 19 december 2007
De gemiddelde zorgkosten voor gescheiden mensen liggen naar schatting 48% boven het nationale gemiddelde van kosten voor zorg per inwoner.
Die van mensen met een hbo- of universitaire opleiding liggen zo'n 11% onder het nationale gemiddelde. Deze schatting maken het Erasmus MC en RIVM op basis van hun onderzoek 'Sociale verschillen in zorggebruik en zorgkosten in Nederland 2003', waarmee zij vandaag naar buiten komen.
Voor mensen met alleen basisonderwijs liggen de zorgkosten naar schatting 21% boven het landelijke niveau (gemiddeld € 3.545 per inwoner per jaar). Voor weduwen en weduwnaren zijn die kosten 31% hoger. De kosten voor zowel westerse als niet-westerse allochtonen bedragen 15% meer dan het nationale gemiddelde. Het Erasmus MC deed onderzoek in opdracht van het RIVM naar het effect van de sociaal-economische positie (SEP), samenlevingsvorm en land van herkomst op het verschil in zorggebruik in Nederland. De SEP en samenlevingsvorm waren vooral van invloed op het gebruik van geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijk werk, wijkverpleging en gezinszorg. In mindere mate bleken deze factoren ook effect te hebben op huisartsbezoek, ziekenhuisovernachtingen en gebruik van medicijnen op recept. Verder blijken mensen van niet-westerse afkomst vaker op bezoek te gaan bij de huisarts, de maatschappelijk werker of de ambulante geestelijke gezondheidszorg.
De grote sociale verschillen in zorggebruik konden vrijwel geheel worden toegeschreven aan het vaker vóórkomen van gezondheidsproblemen onder mensen met een lagere sociaal-economische positie. De onderzoekers komen daarom tot de conclusie dat de zorgeuro in grote lijnen op de juiste plek terechtkomt, namelijk bij hen die de zorg het hardst nodig hebben. De grote verschillen in zorgkosten onderstrepen volgens de onderzoekers het belang van risicosolidariteit in de Nederlandse gezondheidszorg.
Bovendien tonen de resultaten aan dat de bestrijding van gezondheidsachterstanden kan bijdragen aan het terugdringen van de kosten in de Nederlandse gezondheidszorg.
Medisch specialisten niet blij met buitenlandse second opinion
door Anita de Haas
TILBURG - De Nederlandse Orde van Medisch Specialisten is niet gelukkig met de inschakeling van buitenlandse specialisten voor een second opinion.
Dat zegt de Orde desgevraagd in reactie op het contract dat zorgverzekeraar CZ heeft afgesloten met het Amerikaanse Best Doctors, een databank van 'beste specialisten ter wereld'.
„Wij vinden het niet nodig dat buitenlandse artsen diagnoses en behandelingen van Nederlandse patiënten gaan toetsen. In andere landen kan dat zinvol of misschien zelfs noodzakelijk zijn, maar voor Nederland vinden we het overbodig. Onze gezondheidszorg behoort tot de beste ter wereld" , aldus woordvoerster Ellen van Rooij van de Orde van Medisch Specialisten.
De Orde zegt best te begrijpen dat een verzekeraar als CZ zich wil onderscheiden, maar zet vraagtekens bij de keuze voor dit contract. Ook puur op basis van een papieren medisch dossier oordelen vellen, heeft niet de voorkeur van de Orde. Van Rooij: „Het is een rare, afstandelijke manier. Natuurlijk gebeurt dat ook in Nederland vaak, maar soms is het toch nodig de patiënt zelf te zien of te spreken."
De CZ stelt lang bezig te zijn geweest met de wijze waarop de samenwerking met Best Doctors het beste handen en voeten gegeven kon worden. Er zijn gesprekken vooraf geweest met de koepelorganisatie van medisch specialisten, van huisartsen en ziekenhuizen. Volgens CZ-woordvoerster Marie-José van Gardingen zijn zelfs álle specialisten op persoonlijke titel geïnformeerd. „Sommigen zeggen af te wachten, anderen zijn kritisch."
Kritisch is de Orde ook over de mogelijkheid dat de verzekeraar het medisch dossier kan inzien van degene die de second opinion aanvraagt. Die vrees is onterecht, zegt Van Gardingen. „Dat mogen we niet en dat willen we ook niet. Het gesprek met de aanvrager gebeurt door onze verpleegkundigen, die ook de wachtlijstbemiddeling doen. Die zien geen dossiers, maar moeten natuurlijk wel van de patiënt horen waarom de aanvraag wordt ingediend. Onze ervaring is dat ook nu second opinions alleen worden aangevraagd in gevallen van levensbedreigende -, ernstige- of complexe aandoeningen. Het verdere traject speelt zich helemaal af tussen patiënt en arts. We hebben formulieren gemaakt waarmee de patiënt de eigen arts kan vragen het dossier op te sturen naar Best Doctors.
En er komen formulieren die Best Doctors de mogelijkheid geeft met goedkeuring van de patiënt contact te leggen met de eigen arts.
De second opinion gaat rechtstreeks naar de patiënt en wordt deskundig toegelicht. Best Doctors heeft daar wereldwijd heel veel ervaring in."
De kritiek van de Orde op het buitenlandse avontuur van CZ deelt de zorgverzekeraar niet. „De wereld is groter dan Nederland. Er zijn elders specialisten met meer ervaring op een bepaald gebied", aldus Van Gardingen. De verzekeraar verwacht zelfs dat het goed is voor het netwerk van de Nederlandse specialisten. Een speciale begeleidingscommissie met onder meer Nederlandse artsen zal toetsen of het raadplegen van Best Doctors, patiënten en de Nederlandse gezondheidszorg werkelijk een toegevoegde waarde biedt.
Premie voor burger stijgt’
Hoge schuld ziekenhuizen bij verzekeraar
NRC Handelsblad, 8 juni 2007
Ziekenhuizen hebben een schuld van 1,5 miljard euro bij zorgverzekeraars. Het betreft een budgetoverschrijding van 2005 tot en met 2007. Dat schrijft de koepel Zorgverzekeraars Nederland aan de Tweede Kamer.
In de brief dreigen de verzekeraars de premie van verzekerden in 2008 te verhogen als zij het geld niet op tijd van de ziekenhuizen terug krijgen. Maar in een toelichting tempert de koepel dat dreigement: „Die schuld heeft totaal geen invloed op de premie. Burgers zullen hier helemaal niets van merken”, aldus Chiel Bos, directeur zorg van Zorgverzekeraars Nederland.
In 2006 werd al bekend dat ziekenhuizen miljoenen te veel declareerden bij zorgverzekeraars. Dat probleem is nog altijd niet opgelost en stapelt zich op.
Het probleem wordt veroorzaakt door het nieuwe declaratiesysteem van ziekenhuizen. Volgens zorgverzekeraars en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ ) zijn de prijzen van behandelingen in dat nieuwe systeem te hoog vastgesteld. De Nederlandse Zorgautoriteit ( NZa), de toezichtouder in de zorg, zou de tarieven in hun ogen naar beneden bij moeten stellen.
Een woordvoerder van minister Klink (Volksgezondheid, CDA) zei vandaag dat alle partijen nog met elkaar in gesprek zijn over de nieuwe financieringsystematiek.
Ziekenhuizen draaien nu proef met het nieuwe declaratiesysteem. Zij mogen sinds twee jaar hun kosten declareren bij verzekeraars maar zij krijgen hun geld nog altijd via het oude budgetsysteem. In 2008 wordt die oude manier van betalen verlaten en bepaalt niet langer de ziekenhuiscapaciteit de hoogte van het budget van ziekenhuizen maar de door hun geleverde prestaties.
De vereniging van ziekenhuizen NVZ zegt dat de oplossing van het probleem lang duurt mede omdat sommige ziekenhuizen veel meer hebben uitgegeven dan anderen. Onduidelijk is nog om welke ziekenhuizen het gaat
Eigen risico vervangt no-claim
In 2008 verdwijnt de no-claim. Het kabinet heeft ingestemd met een wetsvoorstel om een verplicht eigen risico van € 150 per jaar in te voeren. Het verplicht eigen risico geldt voor iedereen vanaf 18 jaar. Deze wijziging is voor gehandicapten en chronisch zieken gunstiger dan de no-claim. Naar verwachting wordt het voorstel begin juni ingediend bij de Tweede Kamer.
Zorgautoriteit over marktwerking:
Concurrentie in de zorg blijft nog uit
Door NRC Handelsblad redacteur Esther Rosenberg
Rotterdam, 15 mei.
De polissen van zorgverzekeraars verschillen inhoudelijk en in prijs nauwelijks van elkaar. Van marktwerking in de zorg is na anderhalf jaar nog weinig terechtgekomen.
Dat concludeert de Nederlandse zorgautoriteit (NZa) in een rapport dat nog niet is verschenen. Door het nieuwe zorgstelsel, dat in 2006 is ingevoerd, zou de concurrentie tussen verzekeraars en tussen zorginstellingen bevorderd moeten worden, om de zorg efficiënter te maken. Uit de polissen blijkt volgens de NZa dat verzekeraars nog met vrijwel alle zorginstellingen contracten hebben. Het was de bedoeling dat ze alleen met de betere, niet al te dure instellingen overeenkomsten zouden sluiten.
De verzekeraars vergoeden ook bijna alle behandelingen, zelfs als die worden uitgevoerd in instellingen waarmee verzekeraars geen contract hebben omdat die niet goed genoeg zouden zijn. In zo’n geval krijgt de patiënt toch nog minstens 80 procent van de kosten vergoed.
De NZa, die toeziet op de uitvoering van zorgwetten, wil dat verzekeraars voorkeuren gaan uitspreken voor zorginstellingen.
Verzekeraars doen dat tot nu toe bijna niet, omdat ze bang zijn klanten te verliezen. De verzekeraars die in het afgelopen anderhalf jaar ziekenhuizen níet hadden gecontracteerd, besloten dat na negatieve publiciteit alsnog te doen.
Ook is er een tekort aan bepaalde medisch specialisten, zoals neurologen, orthopeden en oogheelkundigen, waardoor er voor verzekeraars niets te kiezen valt. Bovendien weten verzekeraars vaak helemaal niet hoe goed ziekenhuizen of verpleeghuizen eigenlijk zijn.
Uit onderzoek van de NZa blijkt dat verzekeraars nu geen rol spelen als patiënten kiezen voor een medisch specialist. Ze volgen meestal het advies van hun huisarts of ze gaan naar een ziekenhuis in de buurt.
Als verzekeraars wel selectief contracten afsluiten, weten klanten nog altijd niet voor welke polissen ze moeten kiezen, aldus de NZa. Verzekeraars verkopen aan het eind van het jaar namelijk eerst hun polissen. Pas daarna sluiten ze contracten met zorginstellingen. De toezichthouder vindt dat dat moet veranderen. Verzekeraars moeten hun klanten vooraf beter informeren over de inhoud van de polissen. Zo moet er voortaan duidelijker in staan hoe hoog de vergoeding is als patiënten door een arts willen worden behandeld waarmee hun verzekeraar geen contract heeft.
Zorgverzekeraars hoeven volgens de toezichtouder die medische behandelingen niet te vergoeden, zolang de patiënten daarover vooraf duidelijk worden geïnformeerd. De Zorgverzekeringswet is op dit punt niet duidelijk, erkent de toezichthouder, waardoor verzekeraars niet wisten hoe hoog die vergoedingen moesten zijn.
Ook adviseert de NZa verzekeraars samenwerking te zoeken met partijen die de patiënt vertrouwt, zoals huisartsen en consumentenorganisaties. Verzekeraar Menzis kondigde eind vorig jaar aan een keten van huisartsenpraktijken op te zetten. Door huisartsen in dienst te nemen hoopte de verzekeraar de keuzes van patiënten voor een specialist beter te kunnen beïnvloeden.
Ziekenhuis: Graag alleen op een kamer
Elsevier, 4 maart 2006
De klasseverpleging werd afgeschaft per 1 januari 2006, maar niet overal. Een kleine verzekeraar is van plan de eigen kamer weer aan te bieden
'Wij willen de klasseverpleging terug in het ziekenhuis.’ Directievoorzitter Erno Kleijnenberg (54) van zorgverzekeraar ONVZ uit Houten heeft al overlegd met alle ziekenhuizen in Nederland. 'Slechts één is er klaar voor. Maar 22 andere willen meedoen. Dus komt het er. En nog dit jaar, als ten minste tien ziekenhuizen deelnemen.’ ONVZ is een kleine verzekeraar, die zich wil onderscheiden door kwaliteit te bieden. Veel specialisten, tandartsen en bekende Nederlanders zijn er verzekerd.
De basispremie is hoog, 93,25 euro per maand. Daarvoor wordt een uitgebreide dekking en een hoge service geboden: –eigen kamer met tv en pc, een keuze aan eten. Iedereen kan zelf bepalen wat hij wil: welke dokter, welke specialist, welk ziekenhuis. Kleijnenberg: 'Andere verzekeraars zeggen: wij bepalen hoe de zorg in elkaar zit. ONVZ volgt wat de klant wil.’
Vandaar het plan om de klasseverpleging weer in te voeren, die feitelijk op 1 januari werd afgeschaft. 'Mijn klanten hebben daaraan behoefte. Er is een grote markt voor.’ Uiteraard kost dit extra geld. Een tweedeling is het niet: 'De zorg is voor iedereen gelijk. Het is net als in een vliegtuig: wie businessclass vliegt, moet meer betalen.’
ONVZ is de snelste groeier onder de zorgverzekeraars. Dit jaar komen er 115.000 klanten bij; van 380.000 verzekerden naar 450.000. Van hen is 70 procent collectief geworven. De vroegere particuliere verzekeraar zit in de lift, nadat in 2005 de ziektekostenportefeuilles van Nationale Nederlanden, Aegon en Allianz werden overgenomen.
Tussentijds wijzigen polisvoorwaarden is misleidend
De Consumentenbond spant een kort geding aan tegen ONVZ. De zorgverzekeraar weigert de veranderingen in de aanvullende verzekeringen te schrappen. Waar en wanneer het kort geding dient, is op dit moment nog niet duidelijk.
8 juni 2007:
De consumentenbond is in het gelijk gesteld door de rechter: Polisvoorwaarden moeten tijdens de contractsperiode gelijk blijven.
ONVZ heeft per 15 april 2007 de aanvullende verzekeringen flink versoberd. De Consumentenbond concludeert dat bij het tussentijds wijzigen van de polis sprake is van misleiding en rechtsongelijkheid. De consument moet op verzekeraar kunnen vertrouwen, dat vertrouwen wordt door ONVZ geschaad. Klanten zijn met holle beloftes binnengehaald. Bovendien gelden de veranderingen niet voor alle
ONVZ-klanten. Artsen, die als groep bij ONVZ verzekerd zijn, kunnen gebruik blijven maken van de ruimere polisvoorwaarden. Daarmee wordt het solidariteitsbeginsel – waarbij de kosten over alle verzekerden worden verdeeld – doorbroken.
Het gaat om een principekwestie. Bij het overstapmoment rond de jaarwisseling heeft ONVZ met mooie beloftes klanten geworven. Nu, drieënhalve maand later, wordt het pakket plots ‘uitgekleed’. Via de rechter wil de Consumentenbond afdwingen dat ONVZ de oorspronkelijke overeenkomst nakomt zodat klanten krijgen waar ze recht op hebben. Het gevaar bestaat dat als er geen actie wordt ondernomen, andere verzekeraars het – slechte – voorbeeld van ONVZ mogelijk gaan volgen.
Het zorgstelsel lijkt op drijfzand gebouwd als verzekeraars de mogelijkheid hebben om tussentijds de verzekering te beperken. In het nieuwe zorgstelsel heeft de consument een belangrijke rol. Hij moet zich bij de keuze van een zorgverzekeraar laten leiden door kwaliteit én prijs. Uit onderzoek is gebleken dat veel consumenten er bewust voor kiezen de basisverzekering en het aanvullend pakket bij dezelfde verzekeraar onderbrengen.
Na het bekend worden van de plannen van ONVZ, eind maart, ontving de Consumentenbond in tien dagen tijd ruim 600 klachten. De bond heeft meerdere malen aangedrongen op uitstel van de wijzigingen tot 1 januari 2008, het moment waarop consumenten op basis van nieuwe premies en voorwaarden van zorgverzekeraar kunnen wisselen. Vorige week werd een ultimatum gesteld, dat vanochtend is afgelopen. ONVZ wil niet ingaan op de eis van de Consumentenbond, vandaar het kort geding.
Verandering van verzekeraar
U heeft als zorgconsument veel meer macht dan u denkt. Als u van verzekeraar switcht, kunt u uw ontevredenheid laten merken. Voor de ene verzekeraar kan dit betekenen dat hij tienduizenden klanten kwijt raakt. Terwijl de ander er juist vele duizenden bij krijgt.
Gevolg is dat verzekeraars meer moeten luisteren naar uw wensen of klachten, en meer druk zullen uitoefenen op de zorginstellingen om beter hun best te doen. Dat is in het belang van de patiënt. Over invloed, keuzevrijheid, concurrentie en marktwerking gesproken.