Overheid
                                                                                     
Ab Klink (1958, CDA)
Demissionair minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport,
Postbus 20350,
2500 EJ Den Haag





Medisch Specialisten zinspelen op acties
Minister Klink van VWS wil medisch specialisten flink korten op hun inkomen, omdat ze in 2009 512 miljoen euro meer hebben uitgegeven dan was begroot. Vrijgevestigde medisch specialisten dreigen daardoor twintig procent van hun bruto loon te verliezen. De Orde van Medisch Specialisten vecht deze bezuinigingen aan. De rechter doet woensdag 27 januari uitspraak) (Bron: Zorgvisie 21 januari 2010

Klink: Medisch specialist in loondienst
Bron: De telegraaf 10 september 2009

Minister Ab Klink (Volksgezondheid) wil bekijken of medisch specialisten beter in loondienst kunnen gaan werken. Dat zou kunnen helpen om de kosten van de ziekenhuiszorg in de hand te houden. „Wellicht geeft loondienst een beter resultaat dan de structuur die we nu kennen”, zei de minister donderdag tijdens overleg met de Tweede Kamer.

Nu krijgt de medisch specialist per behandeling betaald. Wil hij meer gaan verdienen, dan kan hij meer operaties gaan uitvoeren. In de Kamer klonken ook geluiden om de specialist aan banden te leggen. Onder anderen PvdA'er Eelke van der Veen wil dat het inkomen van de specialist niet meer afhangt van zijn omzet. „Dat is de kat op het spek binden.” Hij wees op de sterk gestegen kosten voor specialisten, zonder dat de zorg echt beter is geworden.
Ook de minister heeft de indruk dat overbehandeling voorkomt. In sommige gemeenten worden drie maal zo veel mensen aan hun amandelen of astma geholpen dan elders, zonder dat vaststaat dat dit ook echt nodig is. Artsen kunnen daar de hand in hebben. Daarom wil Klink de discussie over specialisten in loondienst opnieuw beginnen. De minister zei geen ziekenhuizen te willen die productie draaien, maar kwaliteit leveren.
Klink moest al ingrijpen bij de specialisten, omdat vorig jaar hun budget met honderden miljoenen was overschreden. De specialisten pikten dit niet en kondigden aan naar de rechter te stappen.


1 september 2009
 Wetgeving voor rechten gehandicapten nodig
In de gehandicaptenzorg moet een slag gemaakt worden van liefdadigheidsbeleid naar nationale wetgeving. Dat stelt Sigrid Graumann in haar proefschrift, waarop ze op 11 september promoveert.
Wereldwijd is het slecht gesteld met de rechten van gehandicapten. Om hier verbetering in te brengen hebben de Verenigde Naties in 2006 de Conventie voor Mensenrechten van Gehandicapten unaniem aanvaard. Graumanns advies is daar een vervolg op.
De VN-conventie garandeert gehandicapten de mogelijkheid tot volledige deelname aan de maatschappij, respect voor hun individuele autonomie en toegang tot sociale voorzieningen. De conventie geldt ook expliciet voor personen die meer intensieve ondersteuning nodig hebben.
Met name voor minder welvarende landen is het echter lang niet eenvoudig om de vereisten van de conventie om te zetten in nationale wetgeving.
Bron(nen): Universiteit Utrecht, artsennet.nl


De ministerraad heeft ingestemd met het wetsvoorstel cliëntenrechten zorg (Wcz) van minister Klink en staatssecretaris Bussemaker, mede namens minister Hirsch Ballin (Justitie) en minister Ter Horst (BZK)
Het wetsvoorstel wordt nu voor advies aangeboden aan de Raad van State. De bedoeling is om de wet in 2011 in werking te laten treden. (6 juli 2009). Patienten mogen zelf schrappen in EPD volgens advies CBP Dit om medische fouten te voorkomen.

 Psychiatrische patiënten volop slachtoffer geweld
Hulpverleners pesten psychiatrische patienten door opsluiting in isoleercellen
of door het afpakken van de kinderen en het verspreiden van onjuiste negatieve informatie over hun patienten, die zich niet kunnen verweren.
Bron Telegraaf, 27 augustus 2009
door Marjolein van der Gaag
Psychiatrische patiënten zijn veel vaker slachtoffer van geweld dan andere burgers.
Terwijl mensen met een psychische stoornis vaak zelf als ‘gevaarlijk’ en ‘onvoorspelbaar’ worden gezien, blijkt nu uit een eerste verkennend onderzoek dat zij twee tot vier keer vaker slachtoffer worden van geweld dan de ‘gewone Nederlander’.
Deze risicogroep bestaat uit enkele honderdduizenden Nederlanders. Zij lijden aan ernstige psychische stoornissen zoals schizofrenie, andere psychoses, een Posttraumatische Stress Stoornis (ptss) of manische depressiviteit.
„Een aantal van deze mensen verkeert in een vicieuze cirkel, die moeilijk te doorbreken is”, stelt dr. Jaap van Weeghel, vanaf 1 september bijzonder hoogleraar rehabilitatie en maatschappelijke participatie van mensen met ernstige psychische aandoeningen aan de Universiteit van Tilburg.
Van Weeghel baseert zich hierbij vooral op studies uit het buitenland, waar al veel meer onderzoek naar de problematiek is gedaan.
„Mensen, die bijvoorbeeld als kind seksueel zijn misbruikt of op een andere manier ernstig zijn mishandeld, hebben nogal eens een psychische stoornis ontwikkeld. Vooral als de symptomen heel ernstig zijn, leidt dat tot beperkingen en onhandigheden in contacten met andere mensen. Hun afwijkende manier van communiceren zorgt er vervolgens weer voor dat ze een grotere kans lopen opnieuw in lastige situaties terecht te komen.”
Dat kan volgens Van Weeghel ook gelden voor mensen die lijden aan ADHD. „Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat zij vaker dan anderen slachtoffer zijn van geweld. Dat komt doordat zij eerder ondoordacht en impulsief handelen. Maar we moeten nog grondig onderzoek in hoeverre dit ook in Nederland het geval is.”
Zeker is wel dat de omgeving, waarin mensen met een psychiatrische stoornis verkeren, een grote rol. Dit geldt met name voor de groep verslaafden en daklozen met een psychiatrische stoornis. „Vanwege hun leefstijl hebben ze vaak al weinig geld en leven ze in de slechte wijken van de stad, waar de kans om slachtoffer te worden van geweld groter is. Bovendien zorgt de verslaving er zelf vaak voor dat ze in contact staan met dealers en gemakkelijk in de criminele sfeer terecht komen.”
Tot op heden is volgens Van Weeghel in ons land nauwelijks onderzoek gedaan naar het veelvuldige geweld tegen psychiatrische patiënten. „Dat kan ook te maken hebben met stigmatisering van deze groep. Veel mensen zien mensen met een ernstige psychische stoornis eerder als dader dan als slachtoffer van geweld en andere misdrijven.”
Uit de cijfers blijkt echter het tegenovergestelde. In de Verenigde Staten, waar al veel meer onderzoek naar de problematiek is gedaan, blijkt uit sommige studies dat psychiatrische patiënten maar liefst 11 keer zoveel kans maken om slachtoffer van een misdrijf te worden dan de ´gewone´ Amerikaan.
„In Nederland is dat nog niet heel goed onderzocht. We weten dat van de normale bevolking jaarlijks zo´n 5 procent slachtoffer wordt van een geweldsmisdrijf en onze voorstudie laat zien dat dit bij psychiatrische patiënten tussen de 8 en 20 procent ligt. Dat geeft wel aan dat het ook hier zeker een groot probleem is. Maar ik ben wel eens in de ghetto´s van Chicago geweest en daar is Amsterdam Zuidoost niets bij. Bovendien is de gezondheidszorg in de VS niet te vergelijken met die van ons.”
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) organiseert op 3 september in Den Haag een themadag over geweld tegen psychiatrische patiënten. Deze bijeenkomst is direct het startschot voor het grootschalige onderzoek dat de komende jaren wordt gehouden. Hiervoor is een bedrag van 1 miljoen euro uitgetrokken. De resultaten van het onderzoek moeten in de zomer van 2011 bekend zijn.

De nominatie voor de Mensenrechtentulp 2009 is geopend. Iedereen kan via
www.mensenrechtentulp.nl een
kandidaat voordragen voor de mensenrechtenprijs van de Nederlandse regering. De
minister van Buitenlandse Zaken reikt de prijs uit op 9 november 2009.

De regering stelde de Mensenrechtentulp vorig jaar in als blijk van erkenning
voor een man of vrouw die bijzondere morele moed heeft getoond bij het
beschermen en bevorderen van de rechten van zijn of haar medeburgers.

‘Mensenrechtenverdedigers moeten hun werk goed en in veiligheid kunnen
uitvoeren. Helaas worden zij vaak bedreigd en zijn zij zelf slachtoffer van
mensenrechtenschendingen. De Mensenrechtentulp haalt hen uit hun anonimiteit.
Daarom vindt de Nederlandse regering deze prijs noodzakelijk’, aldus minister
Verhagen.

Alleen individuen komen in aanmerking voor de prijs, dus geen organisaties.
Zij moeten dagelijks bezig zijn met de bescherming of bevordering van de
mensenrechten. Bij hun werk hebben zij negatieve persoonlijke gevolgen
ondervonden of zij lopen daarop het risico. Het zijn activisten die baat kunnen
hebben bij de erkenning en zichtbaarheid die gepaard gaan met het winnen van de
prijs.

De winnaar krijgt naast de officiële onderscheiding - het beeldje van de
Mensenrechtentulp - een individuele prijs van 10.000 euro. Bovendien kan hij of
zij een project van 100.000 euro voorstellen ter intensivering van zijn of haar
werk als mensenrechtenverdediger.

In 2008 kreeg de Congolese mensenrechtenverdedigster Justine Masika de eerste
Mensenrechtentulp, uit handen van minister Verhagen. Masika leidt een
organisatie die het ongebreidelde seksueel geweld bestrijdt waaraan vrouwen
blootstaan in het gewapend conflict in het oosten van Congo.

Nominaties moeten uiterlijk 23 augustus binnen zijn. Een jury, gevormd door
Antony Burgmans, Jaap Doek, Cisca Dresselhuys, Victor Scheffers en Rabbijn
Soetendorp, nomineert drie kandidaatwinnaars. Uit deze drie kiest de minister
van Buitenlandse Zaken de uiteindelijke winnaar.

Meer informatie over de Mensenrechtentulp:
www.mensenrechtentulp.nl (http://nl.sitestat.com/minbuza/minbuza/s?www.mensenrechtentulp.nl&ns_type=clickout&ns_url=http://www.mensenrechtentulp.nl/) of
Secretariaat van de Mensenrechtentulp, Chris Collier,
secretariat@humanrightstulip.nl (mailto:secretariat@humanrightstulip.nl)
of +31 634936026

Kroes ontdekt problemen in medicijnensector
Gepubliceerd: 9 juli 2009
Bron(nen): ANP, NRC Handelsblad
Brussel, 9 juli. Merkloze medicijnen, waarop geen patent meer rust, komen te traag op de markt. Het aantal nieuwe medicijnen dat toegang krijgt tot de markt neemt af. Dit blijkt uit een gisteren verschenen rapport over concurrentie in de farmaceutische industrie van eurocommissaris Neelie Kroes (Mededinging). .article_related_box table { width: 225px; }
„De farmaceutische sector is te belangrijk voor de gezondheid en de financiën van de Europese burgers en overheden om genoegen te nemen met minder dan het beste”, aldus Kroes. Vertraging van de markttoegang kost de patiënten en belastingbetalers volgens haar alleen maar geld.
Nadat een octrooi is verlopen moeten patiënten meer dan zeven maanden wachten op goedkopere medicijnen. Dit zorgt voor 20 procent extra kosten voor de patiënten. Merkloze producten zijn twee jaar na toegang tot de markt gemiddeld genomen 40 procent goedkoper dan het originele medicijn.
Versterkt toezicht
De Europese Commissie zal het toezicht op de sector versterken om concurrentievervalsing tegen te gaan. Kroes roept de EU-lidstaten op om wetgeving aan te nemen die de opname van merkloze medicijnen bevordert. Volgens het rapport is er in de EU een gemeenschapspatent nodig en moet er een speciaal rechtssysteem komen om administratieve lasten te verminderen.
Kroes heeft de eerste formele onderzoeken naar concurrentievervalsing in de farmaciesector al aangekondigd.
Complexe regelgeving
De Europese brancheorganisatie EFPIA kan zich vinden in het rapport van de Commissie. Volgens de organisatie is de complexe regelgeving een van de grootste redenen waardoor de markttoegang voor merkloze en innovatieve medicijnen wordt vertraagd. „Wij zijn bereid nauw samen te werken met de eurocommissaris, de EU-lidstaten en het Europees Octrooibureau voor een beter patentsysteem”, aldus de directeur van EFPIA.
De organisatie prijst het Nederlandse plan uit 2008 dat de prijzenconcurrentie bevorderde en daardoor zorgde voor een prijsdaling van merkloze producten met 80 procent. Volgens EFPIA bespaarden de Nederlanders daardoor jaarlijks gemiddeld 25 euro per persoon.


6 juli 2009
Akkoord over wet cliëntenrechten zorg
De toekomstige wet cliëntenrechten zorg (Wcz) maakt het voor cliënten makkelijker om te kiezen voor de zorgaanbieder die het beste bij zijn zorgvraag past.
De Wcz brengt de rechten van de cliënt bijeen in één wettelijk regeling. Daardoor krijgt de cliënt een sterkere positie ten opzichte van de zorgaanbieder. De rechten gelden voortaan niet alleen bij geneeskundige behandeling, maar in alle relaties tussen cliënten en zorgaanbieders, dus ook in de care.
De ministerraad heeft ingestemd met het wetsvoorstel cliëntenrechten zorg van minister Klink en staatssecretaris Bussemaker, mede namens minister Hirsch Ballin (Justitie) en minister Ter Horst (BZK).

Verplichtingen voor zorgaanbieders
De naleving van de rechten is straks gemakkelijker afdwingbaar bij een externe geschilleninstantie. Uit de rechten van cliënten vloeien uiteraard verplichtingen voort voor zorgaanbieders. Het bestuur van zorginstelling is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg. De eisen rond goed bestuur worden daarom aangescherpt.

Toezicht op naleving
De Inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) ziet toe op de naleving van alle verplichtingen die voor zorgaanbieders voortvloeien uit deze wet.
Het wetsvoorstel wordt nu voor advies aangeboden aan de Raad van State. De bedoeling is om de wet in 2011 in werking te laten treden.
Bron: Ministerie van VWS

 Vergoeding van medische fouten sneller in nieuw wetsvoorstel
Bron: RTL nieuws 14 mei 2009
Slachtoffers van medische fouten moeten door een nieuwe wet sneller hun schade vergoed krijgen. Dat staat in een concept van een nieuwe patiëntenwet van minister van Volksgezondheid Ab Klink. Het concept is in handen van RTL Nieuws. De wet moet voorkomen dat slachtoffers jarenlang een juridische strijd moeten voeren voordat een ziekenhuis een fout toegeeft.
In de wet wordt voorgesteld dat ziekenhuizen slachtoffers en nabestaanden van medische fouten voortaan kosteloos advies moeten geven. Ook moet iedere zorgaanbieder zich aansluiten bij een onafhankelijke geschillencommissie. Daar kunnen slachtoffers dan terecht als ze met de klachtencommissie van een ziekenhuis niet tot een overeenkomst kunnen komen. De geschillencommissie kan maximaal 25 duizend euro uitkeren.
Rogier de Haan van Stichting de Ombudsman vindt volgens RTL Nieuws dat de bewijslast moet worden omgedraaid. Nu moeten patiënten bewijzen dat een fout is gemaakt. Volgens De Haan gaat dat lastig omdat de dossiers in het bezit zijn van het ziekenhuis. Daarom zou het ziekenhuis moeten aantonen dat geen fouten zijn gemaakt.


Zorg op maat voor mensen met psychische stoornis
Persbericht | 21-11-2008

Er komt een nieuwe, wettelijke regeling met zorg op maat voor mensen die als gevolg van een psychische stoornis een aanzienlijk risico hebben op ernstige schade voor zichzelf of bij anderen veroorzaken. Dit blijkt uit het wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg van minister Hirsch Ballin van Justitie, mede namens minister Klink van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het voorstel vervangt de huidige Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ).

Om de risico's weg te nemen kan de rechter straks één zorgmachtiging afgeven met een keuze uit verschillende vormen van verplichte zorg, bijvoorbeeld een ambulante behandeling, verzorging of begeleiding. Gedwongen opname blijft bestaan. Anders dan nu, zal de rechter zich ook vooraf uitspreken over dwangbehandeling. Een commissie van deskundigen adviseert de rechter bij de keuze voor de juiste zorg. In spoedeisende gevallen waarin niet gewacht kan worden op een zorgmachtiging kan voortaan een beroep op een crisismaatregel worden gedaan. De crisismaatregel vervangt de inbewaringstelling.
Maar het voorkomen van dwang krijgt voorrang. Eerst zullen alle mogelijkheden voor vrijwillige zorg volledig moeten worden benut. Dwang kan alleen in uiterste noodzaak worden ingezet en mag niet uit onmacht worden toegepast. Daarom moet er kwalitatief goede (vrijwillige) zorg zijn met aandacht voor de persoonlijke beleving en ervaring van mensen met een psychische stoornis tijdens het gehele zorgtraject. Het gaat om een effectieve en passende vorm van zorg aan de patiënt, waar deze zich ook bevindt.
Het wetsvoorstel biedt een oplossing voor de belangrijkste knelpunten die zich in de praktijk voordoen. De positie van de patiënt wordt versterkt. Zo kan beter worden ingespeeld op de zorgbehoefte van de patiënt. De huidige regeling is daarvoor te beperkt vanwege het lokatiegebonden karakter van de zorg, waarbij opname van de patiënt centraal staat. Straks wordt opname één van de mogelijkheden in de zorgketen. Bovendien sluit de nieuwe regeling beter aan bij de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) in Nederland, die ambulanter is gaan werken.

Ook komt er één rechterlijke zorgmachtiging met een vaste procedure. Dit betekent een enorme vereenvoudiging ten opzichte van de bestaande zeven machtigingen met verschillende, ingewikkelde procedures die voor problemen zorgen als er bijvoorbeeld vormfouten worden gemaakt. Voortaan zal een commissie de rechter adviseren over de gewenste zorg op maat. De commissie bestaat uit een jurist, psychiater, en een algemeen lid. In complexe gevallen kan, afhankelijk van de problematiek, een verslavingsdeskundige, geriater of een orthopedagoog worden toegevoegd. Door de brede samenstelling kan veel meer rekening worden gehouden met andere, ook relevante, aspecten dan de zuiver psychiatrische kant van de zaak. Ook het familie- en patiëntenperspectief zal doorklinken in de commissie.

Met de commissie wordt de behandelaar verlost van zijn dubbelrol als behartiger van het patiëntenbelang en medisch adviseur van de rechter. Hij kan zich in de toekomst weer meer toeleggen op zorgverlening. Het wetsvoorstel neemt dus tegenstellingen weg. Vaak staat de behandelaar tegenover de patiënt in de rechtszaak, en neemt de behandelaar bovendien de rol van de officier van justitie over als die afwezig is.
Door deskundige voorbereiding van de commissie zal de rechter zich niet langer met medische details bezig te hoeven houden. Verder zal de kwaliteit van de adviezen die aan de rechter worden voorgelegd sterk verbeteren.

Daarnaast komt er een einde aan de onwenselijke situatie als een psychiater weigert een medische verklaring af te geven omdat hij vindt dat er geen reden is voor een gedwongen opname. Degene die een zorgmachtiging wil aanvragen komt dan met lege handen te staan. Straks zal in alle gevallen een medische verklaring worden opgesteld die de commissie bij haar advies betrekt.
De commissie opereert als één landelijke organisatie, maar zal wel in verschillende regio’s zitting hebben en de arrondissementale indeling binnen de rechterlijke macht volgen. Binnenkort zullen in enkele regio’s experimenten starten om de adviesfunctie van de commissie uit te testen. Zo kan de optimale vorm en inhoud van de commissie worden vastgesteld. Mocht daar aanleiding voor zijn dan kan het wetsvoorstel aan de ontwikkelingen in de praktijk worden aangepast.
Een andere belangrijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie is dat nazorg een vast onderdeel van het programma wordt. Dit betekent dat in elke fase moet worden nagedacht over hoe iemand weer terugkeert naar de maatschappij.

Health Debate USA
2009 May 12: President Obama is welcoming the health care industry's promise to cut $2 trillion in medical costs and promises to keep working to find a solution for uninsured Americans. Staying true to his campaign promises, President Obama laid out his plan to reform the nation's health care system.
The President outlined a pledge from health care groups to rein in health care expenses over the next decade.
They're aiming to cut the annual growth in spending by 1.5 percentage points for a targeted overall savings of two trillion dollars.

AP. Associated Press March 17, 2009
Malpractice essential part of health debate
The Obama administration and key congressional Democrats are taking a hard look at the nation's medical malpractice system as part of a broader health care overhaul.
"It's an essential piece for there to be enduring reform, reform that will stick and will get a significant bipartisan vote in the United States Senate," said Sen. Ron Wyden, D-Ore., who has a bipartisan health bill that includes incentives to get states to enact malpractice reforms.
Reviving the issue could provoke a fierce fight from trial lawyers, who, along with doctors, have the most at stake.
Already the trial lawyers' lobby is preparing to distribute a brief on Capitol Hill casting medical malpractice as a small cost in the overall health system. The brief cites an Institute of Medicine finding that as many as 98,000 deaths in the U.S. each year result from medical error.
Trial lawyers and their Democratic Senate allies helped kill attempts under the Bush administration to cap punitive and pain and suffering payouts in malpractice lawsuits. The Congressional Budget Office says such caps could have saved the federal government $4.3 billion from 2010-2019.
Capping judgments likely remains a nonstarter.
John McDonough, a top health adviser to Sen. Edward Kennedy, D-Mass., told a conference of urologists this week that doctors must improve quality of care.
"The solution in terms of medical malpractice is not putting arbitrary caps on pain and suffering that discriminate against lower-income folks," McDonough said.
The urologists responded with a chorus of "boos."
Curbing costs
But many top Democrats and administration officials say something must be done to curb medical malpractice costs to help pay for revamping the nation's $2.4 trillion health system.
Obama himself told business leaders last week that ideas to save money like "medical liability issues — I think all those things have to be on the table."
Senate Finance Committee Chairman Max Baucus, D-Mont., cites costs including fast-rising medical malpractice insurance premiums and so-called "defensive medicine" whereby doctors prescribe treatments that may be unnecessary to guard against getting sued if they fail to do so.
There's agreement from some in the House including Rep. Rob Andrews, D-N.J., who chairs an Education and Labor health subcommittee.
"It's hard for me to imagine a result that gets to the president's desk that doesn't deal with the medical malpractice issue in some way," Andrews said in an interview Tuesday
Proposed solutions include alternative dispute resolution, some similar to legislation that Obama co-sponsored with Hillary Rodham Clinton when both were in the Senate in 2005. Their bill would have created a program to allow patients to learn of medical errors and establish negotiated compensation with the offer of an apology.
Baucus has proposed giving states grants to develop alternate litigation, such as "health courts" whose judges have health care expertise.
Alternative ideas
Both lawyers and doctors say they're open to alternative dispute ideas. But "changing the legal system will not make anyone healthier or save one life," said Linda Lipsen, senior vice president of public affairs at the American Association for Justice.
Meanwhile doctors are calling malpractice reform a top issue in the health reform debate.
"We need meaningful tort reform," Nancy H. Nielsen, president of the American Medical Association, told Obama health adviser Ezekiel Emanuel at a recent conference.


 Klink eist goede hygiëne in ziekenhuizen
Bron: De Telegraaf 15 mei 2009
DEN HAAG - Ziekenhuizen en verpleeghuizen moeten snel zorgen dat de hygiëne op orde is, bijvoorbeeld door het personeel te verplichten geregeld hun handen te wassen. Minister Ab Klink (Volksgezondheid) heeft gesommeerd dat er voor september afspraken moeten liggen die een verantwoorde zorg garanderen. Als de ziekenhuizen en verpleeghuizen dat niet doen, zal de minister maatregelen afdwingen.

Dat heeft Klink geschreven in een brief aan onder andere ziekenhuizen en medisch specialisten, waarover het AD vrijdag berichtte. Hij vindt het onacceptabel dat veiligheidsvoorschriften niet altijd worden nageleefd. „Zo is het zorgvuldig wassen van de handen al sinds jaar en dag een vanzelfsprekendheid om het risico op infecties te verminderen. Toch is bekend dat niet iedereen zich aan die regel houdt”, schrijft hij.
„Nog dagelijks lopen patiënten onnodig schade op. Schade die voorkomen had kunnen worden.” Daarom wil Klink dat het klip en klaar duidelijk wordt aan welke minimumeisen voor veilige zorgverlening ziekenhuizen en verpleeghuizen moeten voldoen

Betalingen aan artsen en wetenschappers door farmaceutische industrie
Farmaceutische bedrijven moeten alle betalingen aan artsen en wetenschappers openbaar maken. Dat zegt minister Ab Klink (CDA, volksgezondheid) maandag 4 mei in dagblad Trouw. Ook pleit Klink voor een onafhankelijk fonds dat onderzoek financiert naar commercieel niet interessante medicijnen. Farmaceutische bedrijven zouden een percentage van hun marketingbudgetten in dat fonds moeten stoppen.

Farmaceutische bedrijven verdienen vooral miljarden aan psychiatrische medicatie, zoals anti-depressiva en antipsychotica, die lukraak worden voorgeschreven.

Zwarte lijst
Bron: NRC Handelsblad 29 april 2009
Er komt een zwarte lijst voor artsen. Op een website kan iedereen zoeken naar specialisten, (huis)artsen of verpleegkundigen die ooit geschorst zijn geweest of hun beroep niet meer mogen uitoefenen
Dat heeft een woordvoerder van minister Klink (Volksgezondheid, CDA) gisteren laten weten. Het ministerie van VWS stelt een overzicht op, de website moet eind dit jaar in gebruik worden genomen. „Je zou dit een zwarte lijst kunnen noemen”, zegt de woordvoerder.

Op de lijst van de website staan waarschijnlijk 100 à 200 namen en adressen van artsen die tijdelijk of voor altijd hun beroep niet meer mogen uitoefenen. Die informatie wordt regelmatig vernieuwd. Jurian Luiten, jurist van VWS, zegt dat vorig jaar zeventien sancties zijn opgelegd: negen artsen werden geschorst en acht artsen mogen sinds vorig jaar nooit meer hun beroep uitoefenen.

Kamer wil onderzoek naar inspectie (IGZ) inzake separeren
9 april 2009, Bron: Zorgvisie
Een kamermeerderheid wil een onafhankelijk onderzoek naar het toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) op het isoleren van patiënten in de geestelijke gezondheidszorg. De PvdA en de VVD gaan een motie van die strekking indienen die waarschijnlijk steun krijgt van de SP. De SP zegt de motie te zullen steunen. “De inspectie loopt achter de feiten aan”, zegt SP-Kamerlid Henk van Gerven. “De meeste mensen worden tegen hun wil geïsoleerd. In de wet BOPZ (Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen, red.) staat dat de IGZ voor hun belangen moet opkomen. Die rol kunnen ze absoluut niet waarmaken.


2 april 2009
Bron: Nieuwsflex, Medisch Contact

Minister Klink wil zo’n 1,2 miljard besparen door de gezondheidszorg doelmatiger te laten werken. Dat is zijn bijdrage aan het crisisplan van het kabinet.

Volgens de vorige week verschenen nota ‘Werken aan toekomst’ moet de gezondheidszorg 0,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp) inleveren, wat neerkomt op zo’n 2,4 miljard euro. De helft van dat bedrag wordt binnengehaald door bezuinigingen op de zorgtoeslag; de rest wordt ingevuld ‘op basis van voorstellen van de minister van VWS’.


maart 2009
Twee benoemingen ministerie van VWS
Bron: www.algemenebestuursdienst.nl

De ministerraad heeft besloten de heer drs. P.H.A.M. Huijts voor te dragen als directeur-generaal Volksgezondheid bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De voordracht wordt gedaan door minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met minister Klink van VWS. De benoeming van Huijts gaat in op 1 maart 2009.

Loopbaan
Paul Huijts (1962) is sinds 2004 plaatsvervangend secretaris-generaal bij VWS. Voordien werkte hij onder meer als raadadviseur van de minister-president voor het beleidsterrein van VWS. Hij studeerde economie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

Opvolging door dhr. Kleinmeulman

De heer drs. A.M.W. Kleinmeulman volgt op 1 april 2009 de heer Huijts op als plaatsvervangend secretaris-generaal. André Kleinmeulman (1949) is vanaf 2002 verbonden aan de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Daar heeft hij verschillende functies gehad; in 2005 werd hij benoemd tot inspecteur-generaal VWA.

De benoemingen zijn tot stand gekomen op basis van de procedure voor de topmanagementgroep van de Algemene Bestuursdienst.



 Verbod op permanente rimpelvullers door niet-medici

De PvdA vindt dat permanente rimpelvullers verboden moeten worden en dat de behandeling met rimpelvullers alleen door medici verricht mag worden. Tweede Kamerlid Khadija Arib (PvdA) wil minister Ab Klink (Volksgezondheid) hiervoor naar de Kamer roepen. Arib liet dit zaterdag weten.
Aanleiding is een onderzoek van RTL Nieuws naar de prijslijsten van honderd privéklinieken waaruit bleek dat 46 procent de middelen nog steeds aanbieden, terwijl de Inspectie voor de Gezondheidszorg dit al jaren afraadt.
Arib maakt zich al jaren hard voor aanpak van deze praktijk. In 2006 zou de toenmalig minister van Volksgezondheid kijken of er in Europees verband wat kon gebeuren. Nu blijkt dat kappers en ook anderen permanente rimpelvullers toedienen, terwijl de schade enorm is. Vrouwen worden voor het leven verminkt, stelt Arib.


 'Maak PGB rechtstreeks over aan cliënt'

Het College voor zorgverzekeringen (CVZ) adviseert de staatssecretaris van VWS het persoonsgebonden budget (PGB) voortaan alleen over te maken op de bankrekening van de budgethouder. De cliënt houdt op deze manier toezicht op de besteding van zijn budget.
Bijna de helft van de PGB-bemiddelingsbureaus biedt risicovolle combinaties van diensten aan, aldus het CVZ. Bijvoorbeeld combinaties waarbij zowel hulp bij aanvraag als zorgverlening wordt geboden, of waarbij zowel zorgverlening als budgetverantwoording plaatsvindt. Dit brengt belangenverstrengeling met zich mee, waardoor het risico op een oneigenlijke werkwijze en mogelijke fraude toeneemt.
Op verzoek van de staatssecretaris van het ministerie van VWS heeft het CVZ onderzoek gedaan naar de activiteiten en de kwaliteit van de PGB-bemiddelingsbureaus. Dit zijn bureaus die aan (potentiële) budgethouders diensten aanbieden die te maken hebben met het verkrijgen, besteden, beheren of behouden van het persoonsgebonden budget. Inmiddels maken ongeveer 10 duizend mensen - bijna tien procent van de ruim 100 duizend budgethouders - gebruik van deze bureaus.


Keurmerken topklinische ggz
Toespraak, 18 december 2008 Door Minister Klink
Minister Klink heeft de eerst keurmerken topklinische geestelijke gezondheidszorg uitgereikt. Volgens de minister betekenen de keurmerken een kwaliteitsimpuls. VWS onderzoekt of er een aparte financieringsstructuur nodig is voor topklinische ggz-zorg of dat deze kan worden ingebed in de bestaande DBC-systematiek.
Dames en heren,
Leuk om weer eens terug te zijn in de Eerste Kamer, waar ik als senator ook een aantal jaren heb mogen doorbrengen. Ik draag de ggz als sector al sinds mijn studententijd een warm hart toe; soms vraag ik me als politicus af of ik niet beter had kunnen kiezen voor een loopbaan als psycholoog.
Topklinische ggz, ook wel derdelijns ggz genoemd, is een noodzakelijke schakel in een alomvattende geestelijke gezondheidszorg. Het past ook in mijn ideeën over chronische ziekten. De eerstelijns ggz levert zorg dicht bij de patiënt, de tweedelijn levert specialistische zorg met nadruk op diagnostiek en effectieve behandeling van de belangrijkste psychiatrische stoornissen.
De derdelijns zorg buigt zich over patiënten met heel complexe of zeldzame stoornissen, die een hoge mate van specialisatie vragen. Patiënten die door niemand anders kunnen worden behandeld. Dan is het goed dat er topklinische zorg kan worden verleend, echt maatwerk, zoals dat bijvoorbeeld in de UMC’s gebeurt.
Het initiatief van de Stichting Topklinische GGz om keurmerken toe te kennen juich ik toe. Het is een innovatieve ontwikkeling en het betekent een kwaliteitsimpuls. Het doet me plezier om te zien dat de sector zelf aan de slag gaat om kwaliteit en innovatie centraal te stellen. Ik verwacht dat ze met zorgverzekeraars daar goede afspraken over te maken, zodat het in de contracten niet alleen maar over geld gaat.


 Iedereen kan eigen EPD inzien en uitprinten
27 januari 2009
Bron(nen): Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport

Iedere patiënt kan straks zijn eigen elektronisch patiëntendossier (EPD) inzien via zijn eigen computer. Ook kan iedereen deze gegevens zelf opslaan en uitprinten. Dit benadrukte minister Klink gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer.
De Tweede Kamer sprak deze week met minister Klink over de wet die het EPD mogelijk maakt. In deze wet worden onder meer regels gesteld voor het beschermen van de privacy, de veiligheid van het systeem en de elektronische toegang van de patiënt.
Verplichte aansluiting uitgesteld
Tijdens dit debat kondigde de minister ook aan dat de verplichte aansluiting van zorgverleners op het EPD wordt uitgesteld tot begin 2010. Er zal een aantal maanden tot een half jaar meer voor nodig zijn om de bijna 6500 zorgaanbieders aan te (laten) sluiten. Belangrijkste reden hiervoor is dat het langer duurt om huisartsen, apothekers, huisartsenposten en ziekenhuizen aan te (laten) sluiten met goede, veilige en gecertificeerde software.

Moties 25 november 2008
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het elektronisch patiëntendossier, te weten:
-  de motie Gerkens over stillegging van de geen -bezwaarprocedure tot de wetsbehandeling van het epd (27529, nr. 45);
 - de motie-Koser Kaya over de patiënt als sleutel- ¸ bewaarder van zijn eigen gegevens (27529, nr. 46);
 - de motie-Vermeij c.s. over een gebruiksvriendelijke mogelijkheid om bezwaar te maken (27529, nr. 47);
- de motie-Omtzigt c.s. over elektronische inzage in het eigen dossier (27529, nr. 48);
- de motie-Agema over schriftelijke toestemming voor het aanmaken van een epd (27529, nr. 49);
 - de motie-Agema over het aan het epd verbinden van een persoonlijke pincode (27529, nr. 50).

Behalve de motie Omtzigt c.s., zijn de bovenstaande moties verworpen.

In stemming komt de motie-Omtzigt c.s. (27529, nr. 48).
De voorzitter: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van de SP tegen deze motie hebben gestemd
en die van de overige fracties ervoor, zodat zij is aangenomen.



Klink onderzoekt ’interneppillen’
Bron: Telegraaf, 23 december 2008

DEN HAAG - Minister Ab Klink van Volksgezondheid gaat onderzoek doen naar de groeiende groep mensen die via internet medicijnen koopt. Dat heeft hij dinsdag aangekondigd. Hij wil weten wie op deze manier bestelt en om welke geneesmiddelen het gaat.


Doel van het onderzoek is om mensen gericht te informeren over de gevaren van medicijnen die via internet besteld worden. Vaak gaat het namelijk om vervalste pillen en zalfjes.
Klink begint verder een voorlichtingscampagne om mensen bewust te maken van de gevaren van het bestellen van geneesmiddelen via internet. De neppillen zijn niet alleen een gevaar voor de portemonnee maar ook voor de gezondheid.
Ruim twee derde van de op internet gekochte geneesmiddelen is vervalst of nep. Veel Nederlanders kopen zogeheten ’lifestylegeneesmidelen’ zoals middelen tegen erectiestoornissen, overgewicht, kaalheid of om te stoppen met roken.

 Onnodig leed in ziekenhuizen
Bron: Telegraaf 15 december 2008
BRUSSEL - Een op tien van de ziekenhuispatiënten in de EU ondergaat onnodig leed door de behandeling. Dat varieert van een
operatie op een verkeerde patiënt tot een ziekenhuisinfectie.
Ruim 4 miljoen Europeanen lopen in het ziekenhuis een infectie op, zoals de ziekenhuisbacterie MRSA. Bijna 40.000 patiënten sterven aan zulke infecties die ze in het ziekenhuis oplopen, bijna evenveel als door het verkeer in de hele EU. „Deze situatie is onaanvaardbaar”, stelde EU-commissaris Androulla Vassiliou (Gezondheid) maandag.
De commissaris presenteerde de EU-landen een reeks aanbevelingen om patiënten beter te beschermen. Haar advies is dat elk EU-land medische missers en ziekenhuisinfecties meldt, zodat anderen ervan kunnen leren. Opleidingen moeten meer aandacht besteden aan onnodig leed door patiënten.
De EU-commissaris wil verder dat Nederland en andere EU-landen een nationale strategie opstellen tegen de vele ziekenhuisinfecties. Artsen moeten vaker hun handen wassen om infecties te voorkomen. Het onderzoek en de opsporing van de infecties moeten ook beter.
Een topambtenaar van EU-commissaris Vassiliou noemde de Nederlandse acties voor patiëntenbescherming een voorbeeld voor andere EU-landen. Minister Ab Klink (Volksgezondheid) wil het aantal medische missers in Nederland in vijf jaar halveren. Door fouten sterven in ziekenhuizen jaarlijks 1700 patiënten. Ziekenhuizen en specialisten beloofden de samenwerking tussen artsen, verpleegkundigen en andere hulpverleners te verbeteren, verwisseling van medische dossiers te voorkomen en ziekenhuisinfecties aan te pakken.


       Een groot deel van de psychiatrische patienten belandt direct bij opname in de isoleercel
       Onderzoek naar aanleiding van dode patienten in isoleercellen en psychische schade veroorzaakt door separeren.
Bron(nen): Inspectie voor de gezondheidszorg, www.depers.nl 11 december 2009

Na de commotie die ontstond rond de GGZ instelling AMC de Meren afgelopen september (SPDC-Oost) publiceert de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) op 11 december het rapport ‘Voorkomen van separatie van psychiatrische patiënten vereist versterking van patiëntgerichte zorg’.

De IGZ deed onderzoek bij veertig opnameafdelingen van psychiatrische zorginstellingen en kwam onder meer tot de conclusie dat één derde van de instellingen succesvol beleid voert om het separeren van patiënten op de dag van opname zo veel mogelijk te voorkómen. Bij twee instellingen, Spaarnepoort te Hoofddorp en Rijnaarde te Alphen aan de Rijn, spreekt de IGZ zelfs over een ‘voorbeeldafdeling’. Zij hebben het voor elkaar gekregen het aantal en de duur van separaties drastisch te verminderen.

Aanleiding voor dit onderzoek zijn signalen dat patiënten bij hun opname soms onnodig in de psychiatrische opnameafdeling worden gesepareerd. Separeren kán mogelijk schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid. Zo kan separeren de psychiatrische aandoening verergeren.

Bij de bezoeken keken de inspecteurs in hoeverre hulpverleners actief het separeren van patiënten op de dag van opname proberen te voorkomen. De centrale vraag was in hoeverre de geboden zorg bij binnenkomst is toegesneden op de individuele hulpbehoefte van de patiënt. Ook bekeek de inspectie in hoeverre de instellingen actief meededen met het landelijke programma “Drang en Dwang”, dat GGZ-Nederland uitvoert met subsidie van het Ministerie van VWS.

Uit het IGZ onderzoek blijkt dat een derde van de onderzochte opnameafdelingen van psychiatrische zorginstellingen actief bezig was om het separeren van patiënten zo veel mogelijk te voorkómen. Een derde van de bezochte opnameafdelingen doet wel mee aan de landelijke aanpak maar moet zich toch meer inspannen om verdere verbeteringen te bereiken. Bij deze instellingen is regelmatig sprake van een te krappe verpleegkundige bezetting.

De samenwerking tussen opnameafdeling en verwijzende instanties en het systematisch aanbieden van training en scholing schiet tekort. Bij een derde van de opnameafdelingen stelden de inspecteurs vast dat er sprake is van verhoogd risico voor de patiënt. De opnameafdelingen met een verhoogd risico moeten van de inspectie aantoonbaar werken aan verbeteringen. De IGZ volgt deze ontwikkelingen op de voet. In het geval van SPDC Oost is sprake van een hoog tot zeer hoog risico; voor deze instelling geldt dat de Raad van Bestuur besloot de afdeling te sluiten.

De IGZ bezocht niet alle opnameafdelingen in Nederland, maar verwacht dat er ook op diverse niet bezochte locaties verbeteringen noodzakelijk zijn. De IGZ informeert alle GGZ instellingen over dit onderzoek en verzoekt instellingen zich te spiegelen aan de resultaten. In 2009 gaat de IGZ het toezicht verbreden. Ook niet-bezochte afdelingen kunnen van de IGZ –steeksproefgewijs- bezoek verwachten. Op deze manier stimuleert de IGZ noodzakelijke verbeteringen om waar mogelijk separeren van patiënten te voorkómen. De voorbeeldpraktijken laten zien dat dit mogelijk is.



 Ander toezicht op instellingen in psychiatrie
Gepubliceerd: 3 oktober 2008 13:56 | Gewijzigd: 3 oktober 2008 16:03
Bron: NRC Handelsblad

Den Haag, 3 okt. Vertrouwenspersonen in de psychiatrie moeten toezicht gaan houden op de situatie in de sector. „Er zit nu een informatielacune bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg over wantoestanden bij instellingen.

Dat zei minister Klink (Volksgezondheid, CDA) gisteren tijdens een overleg met de Tweede Kamer over de wet Bijzondere Opnames Psychiatrische Patiënten (BOPZ). Die wet regelt gedwongen opname van geesteszieke patiënten.

De patiëntenvertrouwenspersonen in psychiatrische instellingen adviseren cliënten nu over hun rechten. „Ik overweeg de rol van vertrouwenspersonen te versterken”, zei Klink. Hij wil de directie van instellingen in de geestelijke gezondheidszorg verplichten om klachten die vertrouwenspersonen vernemen, te bespreken. De raden van bestuur moeten vervolgens besluiten wat ze met die klachten gaan doen en dat doorgeven aan de inspectie. Als de inspectie dan merkt dat in een bepaalde instelling relatief veel klachten voorkomen, kan zij ingrijpen. Dan ben je niet meer afhankelijk van „toevallig” onderzoek van de inspectie, aldus de bewindsman.

Klink en minister Hirsch Balling (Justitie, CDA) werken aan een voorstel voor een nieuwe wet die de BOPZ nog deze kabinetsperiode moet vervangen. De nieuwe wet moet meer gericht zijn op de behandeling van patiënten en minder op hun opname. Behandeling en nazorg worden aan elkaar geklonken, zodat meer patiënten buiten de instelling (gedwongen) hulp kunnen krijgen. Patiënten die onder dwang medicijnen nemen, kunnen dan met zogeheten ambulante hulp thuis blijven wonen.
Deskundigen die de wet vorig jaar evalueerden, pleitten voor de oprichting van ‘commissies psychiatrische zorg’ die een verregaande rol moeten krijgen bij het opleggen van dwangmiddelen aan patiënten. In die regionale commissies zitten een psychiater, een gezondheidsjurist en een vertegenwoordiger van de patiënten of hun families. De commissies adviseren de rechter uitgebreid over de inzet van dwangmiddelen, zien toe op nazorg en beslissen ook over de beëindiging van gedwongen zorg. Jaarlijks worden 17.000 patiënten onder dwang opgenomen. De regering wil de commissies alleen een adviesrol geven.



 Klachten van vertrouwenspersonen GGZ naar inspectie
Gepubliceerd: 2 oktober 2008 19:18 NRC Handelsblad
ANP
Den Haag, 2 okt. De leiding van ggz-instellingen moet klachten die vertrouwenspersonen binnenkrijgen aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg gaan melden. Minister Ab Klink (Volksgezondheid, CDA) overweegt dit verplicht te gaan stellen om de inspectie beter zicht op misstanden te geven.

Dat zei de minister vandaag in overleg met de Tweede Kamer over gedwongen opname en behandeling. Volgens Klink ontbreekt het de inspectie nu nog aan genoeg informatie om goed op te kunnen treden.
Gisteren kwam de inspectie nog onder vuur te liggen in de Tweede Kamer omdat de toezichthouder niet meteen had ingegrepen toen bleek dat de zorg in het Sociaal Psychiatrisch Dienstencentrum (SPDC) Oost in Amsterdam ver onder de maat was. De kliniek ging pas dicht nadat begin september in een isoleercel een patiënt was overleden.
Ook uit een evaluatie van de wet die gedwongen opname in een psychiatrische kliniek regelt, was al gebleken dat de rol van de inspectie beter kan. Met zijn voorgenomen maatregel wil Klink het toezicht minder afhankelijk maken van de thematische onderzoeken die de IGZ instelt. Bij zo'n onderzoek bleken ook de misstanden in de Amsterdamse kliniek.
Door het bestuur en de raad van toezicht te verplichten bijvoorbeeld elk kwartaal klachten van de vertrouwenspersonen aan de inspectie door te spelen, zou het toezicht een meer permanent karakter krijgen.
Klink werkt aan een nieuwe wet voor gedwongen behandeling van psychiatrische patiënten. Hierbij zal de behandeling van de patiënt centraal komen te staan en is het uitgangspunt niet langer gedwongen opname, zoals in de huidige wet.
In de Tweede Kamer klonk vandaag veel kritiek op regionale commissies die een belangrijke rol gaan spelen bij de beslissing tot gedwongen behandeling. De rechter blijft het laatste woord houden, maar de commissies moeten daarover gaan adviseren. In de Kamer leefden veel vragen over de precieze rol van de commissie, die de rol van de rechter en ook van de behandelend arts wel eens zou kunnen overvleugelen.

 Gevolgen van de Miljoenenota 2008  voor Verpleegkundigen en artsen

Stagefonds
Via een stagefonds wordt de instroom en doorstroom van zorgpersoneel gestimuleerd. Zorginstellingen die stageplaatsen realiseren voor een aantal zorgopleidingen, krijgen ook in 2009 een financiële bijdrage in de kosten.

Leeftijdsfasebewust personeelsbeleid
De overheid stimuleert leeftijdsfasebewust personeelsbeleid, met als doel dat werknemers in de zorg langer met plezier kunnen blijven werken. Er zijn een aantal proefprojecten gesubsidieerd, waarvan bekeken wordt hoe ze in 2009 een vervolg kunnen krijgen.

Elektronisch patiëntendossier
In september 2009 moeten alle zorgverleners zijn aangesloten op het elektronisch patiëntendossier (EPD). Het EPD zorgt voor goede uitwisseling van gegevens in de zorg. Op 1 juni 2009 is het gebruik van het burgerservicenummer in de zorg verplicht voor zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars.

Uitbreidingen kwaliteitsinformatie op Kies beter http://www.kiesbeter.nl
Ziekenhuizen leveren eind 2009 voor 24 aandoeningen kwaliteitsinformatie op de website kiesBeter.nl voor de hele set indicatoren (zowel zorginhoudelijke indicatoren als cliëntervaringen en etalage-informatie). De verpleging, verzorging en thuiszorg verbeteren hun informatie op kiesBeter.nl De GGZ breidt de sets indicatoren uit. De sets voor gehandicaptenzorg en kraamzorg moeten in 2009 door alle instellingen in gebruik worden genomen. Voor huisartsen, farmacie en mondzorg moeten de sets worden opgeleverd.

Veiligheidsmanagementsysteem ziekenhuizen
Elk ziekenhuis moet in 2009 beschikken over een veiligheidsmanagementsysteem (VMS). Hiermee moet het aantal vermijdbare fouten in ziekenhuizen afnemen (van 1735 doden per jaar nu naar 867 doden in 2012). Voor het veiligheidsprogramma in ziekenhuizen is 9,3 miljoen euro uitgetrokken.

Extra geld voor actieprogramma Veilige Zorg
Voor het actieprogramma Veilige Zorg is ongeveer 3.5 miljoen euro extra beschikbaar voor de eerste lijn en de GGZ.

Aantal (para)medische beroepen niet meer vrijgesteld van omzetbelasting
De vrijstelling in de omzetbelasting voor (para)medische beroepen wordt aangepast. Hierdoor zijn osteopaten, pedagogen, chiropractoren en niet GZ-spychologen vanaf 2009 niet meer vrijgesteld van omzetbelasting.

Veilig prikken instrument
Prikincidenten leiden vaak tot uitval van personeel. Het Nationaal Hepatitis Centrum heeft daarom een veilig-prikken-instrument gemaakt. Dit moet in 2009 verspreid worden in ziekenhuizen en verpleeghuizen.

Nieuwe Geschillencommissie zorginstellingen
Er komt een nieuwe Geschillencommissie zorginstellingen. Hier kan een cliënt snel uitspraak krijgen als een instelling zijn klacht niet afdoende heeft afgehandeld. De geschillencommissie gaat uitspraken doen over geschillen in ziekenhuizen, gehandicaptenzorg, verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorg en geestelijke gezondheidszorg.

 Beoordeling instelling door clienten op de overheidssite www.kiesbeter.nl

Staatssecretaris Bussemaker heeft op 2 september 2008 op de site van KiesBeter.nl de normen verantwoorde zorg gelanceerd. Op de site laat de zorgbranche zien hoeveel sterren alle instellingen scoren op tien themagebieden. En meteen is zichtbaar waar aandachtspunten voor de sector liggen.

Het oordeel van honderdduizenden cliënten over de kwaliteit van zorg in de verpleging en verzorging is op de site terug te vinden. Dit cliëntenoordeel is uitgedrukt in een aantal sterren per thema. Zo kan de woon-, leefomgeving van een bepaalde instelling van haar cliënten slechts één ster of de totale vijf sterren scoren. Naast het oordeel van cliënten bevatten de openbare gegevens ook de sterrenscores van zorginhoudelijke indicatoren. Die scores zijn bijvoorbeeld gebaseerd op het aantal gevallen van decubitus of het aantal valincidenten bij een aanbieder. De gegevens van zo’n 1200 locaties zijn verzameld. Dat is 62 procent van de sector.

Informatievoorziening
Uit een eerste vergelijking van de sterren op de site blijkt dat cliënten over het algemeen minder te spreken zijn over het thema inspraak en overleg en het thema informatievoorziening kan ook beter volgens de cliënten. Op deze punten heeft de branche een aantal opdrachten voor verbetering liggen. Ten aanzien van de zorginhoudelijke indicatoren springen thema’s valincidenten, incontinentie en vaccinatiegraad bij medewerkers op. Ook hier is werk aan de winkel voor de sector. Aan de andere kant is zichtbaar dat op het gebied van decubitus flinke verbeteringen zijn doorgevoerd.

Rangorde
Uit de normen verantwoorde zorg kan niet worden opgemaakt wie ‘de beste’ en wie ‘de slechtste’ zorgorganisatie heeft. Volgens Karin Lieber, die voor brancheorganisatie ActiZ in de stuurgroep normen verantwoorde zorg zit, kunnen de sterren niet bij elkaar worden opgeteld. “Het materiaal is niet geschikt om er een rangorde op los te laten. De sterren zijn een publieksvriendelijke vertaling van de meetgegevens, uitgevoerd door onderzoeksbureau Prismant. Daar zitten complexe berekeningen achter. De sterren hebben dus niet allemaal dezelfde waarde, en tellen niet bij elkaar op.”

Decubitus
Hoewel de normen verantwoorde zorg nu nog geen ranglijst voor aanbieders is, zal dat in de toekomst volgens bijzonder hoogleraar Verpleeghuisgeneeskunde Jos Schols wél moeten kunnen. “De normen verantwoorde zorg zullen de komende jaren in ontwikkeling blijven. Op een gegeven moment zullen we ontdekken wat de absolute ondergrens is voor bijvoorbeeld het thema decubitus. Dat zal dan leiden tot absolute normen en dan zullen we een rangorde kunnen maken. Dat is nu nog niet aan de orde.” Ook volgens Karin Lieber zijn de normen verantwoorde zorg nog in ontwikkeling. “We hebben TNO en PriceWaterhouseCoopers onderzoek laten doen naar de betrouwbaarheid van de gegevens. Daaruit blijkt dat we vertrouwen moeten hebben in de zorgprofessionals. Maar het blijkt ook dat we als stuurgroep constant bezig moeten zijn om de betrouwbaarheid zoveel mogelijk te waarborgen. Daar wordt steeds aan gewerkt.”

Bron: Zorgvisie 2 september 2008

 Nabestaande mag dossier niet inzien
Bron: NRC Handelsblad 8 augustus 2008 13:35 | Gewijzigd: 8 augustus 2008 14:27
Door een redacteur

Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) wil een instelling voor geestelijke gezondheidzorg niet dwingen om inzage te geven in het medisch dossier aan nabestaanden van een man die daar vorig jaar zelfmoord pleegde.

Dat heeft Klink vorige maand per brief laten weten aan de advocaat van de instelling De Grote Rivieren in Dordrecht. De broer van de overledene kreeg vorig jaar in kort geding gelijk van de rechtbank in Dordrecht, maar daarop maakte de instelling bezwaar bij een speciale commissie van het ministerie van VWS.

Die commissie acht het niet verstandig het medisch dossier aan de broer te overhandigen. Klink heeft het advies van de commissie overgenomen. De broer van de overledene wilde precies van de instelling weten wat er aan de zelfmoord vooraf was gegaan. Hij is van mening dat de instelling fouten heeft gemaakt met betrekking tot de suïcide en meende daarover in het medisch dossier onderbouwing te kunnen vinden.
Een overweging van de commissie en Klink was dat de man die om openbaarmaking vroeg, „ten onrechte” niets heeft gevraagd aan de moeder van de overledene. Ook de patiënt heeft nooit toestemming gegeven voor inzage. Een woordvoerder van VWS stelt dat nabestaanden doorgaans „in goed overleg met behandelaars van de instelling” voldoende inzicht krijgen in de gebeurtenissen.

Klink stelt in zijn brief dat iemand ook na zijn dood recht heeft op privacy. Dat kan niet door familie, maar eventueel wel door hulpverleners worden doorbroken, stelt de minister in de brief aan de advocaat van De Grote Rivieren.

De commissie en Klink zijn ook bang dat instellingen minder snel een zelfmoord melden aan de Inspectie voor de Volksgezondheid als nabestaanden dossiers kunnen inkijken. „Hierdoor zou de inspectie ernstig belemmerd worden” in haar toezicht op de sector, aldus Klink.

 Kabinet: sterkere positie client, alle keuze-informatie opeisbaar

Alle cliënten in de zorg krijgen het recht om informatie over bijvoorbeeld wachttijden en kwaliteit van de zorg op te vragen bij zorgaanbieders. Hierdoor krijgen cliënten de beschikking over begrijpelijke, betrouwbare en te vergelijken informatie. Dit maakt de keuze voor cliënten in de zorg gemakkelijker en maakt dat zorgaanbieders zich meer richten op kwaliteit. Het informatierecht is een van de maatregelen waarmee het kabinet de positie van de cliënt in de zorg wil versterken. De ministerraad heeft hiermee ingestemd op voorstel van minister Klink en staatssecretaris Bussemaker van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens minister Hirsch Ballin van Justitie.

De cliënt moet goede zorg krijgen, die past bij wat hij of zij wil en bovendien moet hij of zij weten waar die zorg te vinden is. De cliënt moet er op kunnen vertrouwen dat kwaliteit en veiligheid als hoogste prioriteit worden beschouwd. Daarom heeft het kabinet zeven rechten geformuleerd:
het recht op beschikbare en bereikbare zorg
het recht op keuze en keuze-informatie
het recht op kwaliteit en veiligheid
het recht op informatie, toestemming, dossiervorming en privacy
het recht op afstemming tussen zorgverleners
het recht op een effectieve, laagdrempelige klacht- en geschillenbehandeling
het recht op medezeggenschap en goed bestuur.

De rechten zijn uitgewerkt in het programma 'Zeven rechten voor de cliënt in de zorg: investeren in de zorgrelatie' waarin het kabinet samenwerkt met cliëntenorganisaties, zorgaanbieders en verzekeraars.

Het vastleggen van cliëntenrechten in wetgeving is een van de belangrijkste onderdelen van het programma. Per recht zijn concrete maatregelen geformuleerd, waaronder:
De rechten voor cliënten worden uitgebreid naar de langdurende zorg. De zeven cliëntenrechten gelden naast de geneeskundige behandeling, ook bij verzorging, verpleging en begeleiding.
Voor cliënten wordt duidelijker wat de minimale eisen zijn waaraan veilige zorg moet voldoen, in de vorm van minimumnormen voor de veiligheid.
Het recht op informatie over fouten die merkbare gevolgen (kunnen) hebben voor de cliënt wordt vastgelegd. Hierdoor kunnen aansprakelijkheidsverzekeraars geen beperkingen opleggen in de polisvoorwaarden. Ook komt voor de cliënt informatie over de rechtspositie en over de mogelijkheden in de behandeling, verzorging, verpleging en begeleiding beschikbaar.
Zorgverleners die een cliënt tegelijk of kort na elkaar zorg verlenen, moeten de informatie tijdig overdragen en nazorg verlenen. Dit geldt in zowel de preventieve, curatieve als langdurende zorg.
Binnen de zorginstelling wordt de klachtprocedure eenvoudiger. Cliënten kunnen met hun signaal of klacht minimaal terecht bij een klachtfunctionaris. Dit voorkomt escalatie.
Er komt een laagdrempelige en onpartijdige commissie buiten de zorginstelling die uitspraak kan doen over de toepassing van cliëntenrechten. De rechtspositie van de cliënt wordt hierdoor sterker.
De positie van cliëntenraden wordt versterkt, onder meer door meer invloed op de samenstelling en de besteding van hun eigen budget en een verzwaard adviesrecht bij fusies.
Het kabinet vraagt eind dit jaar advies aan de Raad van State over een wetsvoorstel waarin de rechten in onderlinge samenhang worden vastgelegd.
Bron: www.regering.nl

Klink wil één landelijke koepel voor patiënten en cliënten
Bron: Psy Magazine 4 mei 2008
De cliëntenbeweging in de ggz moet dezelfde positie krijgen als de NPCF, de CG-raad en de CSO. Dat zou minister Klink aan het Platform GGz toegezegd hebben.

Momenteel kent Nederland drie koepelorganisaties voor patiënten en cliënten: de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie, de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad en het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties. Jaarlijks ontvangen deze koepels ongeveer 5,5 miljoen euro instellingssubsidie, plus rond een miljoen voor het opzetten en onderhouden van een zogeheten ondersteuningsstructuur voor de bij hen aangesloten verenigingen en organisaties. De cliëntenbeweging in de ggz valt daar tot nu toe buiten en voelt zich achtergesteld bij de andere patiënten en ouderen.
Extra impuls
In recente gesprekken met het Platform GGz heeft Klink, volgens directeur Marjan ter Avest, erkend dat het Platform er met de huidige subsidies bekaaid van af komt. Hij gaf aan dat de cliëntenbeweging in de ggz ‘een nevengeschikte positie verdient naast de andere drie koepels’. Ook heeft hij beloofd dat er wat gedaan wordt aan de (financiële) achterstand van de ggz-sector en dat de cliënten organisaties in de ggz een extra impuls moeten krijgen.
Wat deze laatste belofte waard is, is niet helemaal duidelijk. De 300.000 euro die het Platform onlangs mondeling kreeg toegezegd van VWS staat, aldus Ter Avest, in geen verhouding met de bedragen die de ander drie koepels toebedeeld krijgen.
Geen versnippering
Overigens lieten minister Klink en staatssecretaris Bussemaker op 30 mei aan de Tweede Kamer weten dat ze weliswaar voor een versterking zijn van de belangenbehartiging die zich specifiek op de GGZ-sector richt. Maar tegelijkertijd houden ze een slag om de arm, omdat ze ‘een verdere versnippering in de koepelstructuur willen voorkomen’.
Behoud van eigenheid
Op termijn wil de minister komen tot één landelijke koepel voor ‘mensen met alle soorten beperkingen’. Het Platform wil daar graag aan meewerken. Maar het uitgangspunt moet daarbij zijn dat de ggz-organisaties ‘met behoud van eigenheid’ op dezelfde manier behandeld worden als de andere patiënten- en cliëntenverenigingen.
Op donderdag 5 juni bespreekt de minister een en ander in de Tweede Kamer met de vaste commissie voor VWS.



PvdA bezorgd over beïnvloeding artsen
 06 mei 2008

De PvdA is bezorgd over de manier waarop de farmaceutische industrie artsen beïnvloedt om dure medicijnen voor te schrijven. Tweede Kamerlid Eelke van der Veen wil dat minister Ab Klink van Volksgezondheid maatregelen neemt tegen dit soort praktijken.
Van der Veen zal daar in schriftelijke vragen aan Klink op aandringen. Zo nodig wil hij een spoedoverleg met de minister.

Aanleiding voor zijn vragen is een tweedelige uitzending van Radar, waarvan maandag het laatste deel werd vertoond. Daarin was te zien welke marketingtrucs de farmaceutische industrie toepast om geneesmiddelen aan de man te brengen.

Met die marketing is een jaarlijks een bedrag van 1,3 miljard euro gemoeid. Ook zou de industrie gunsten verlenen aan wetenschappers om richtlijnen voor het voorschrijven van geneesmiddelen te beïnvloeden.

Van der Veen heeft de indruk dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg een te afwachtende houding aanneemt. Ook SP-Kamerlid Agnes Kant dringt aan op actie van Klink.

Bron: ANP.

 Akkoord van Schokland
Collectieve verzekering voor basiszorg in Tanzania en Nigeria
28 maart 2008

Minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking) is zeer verheugd met de
prestigieuze Silver Awardprijs die Pharm Access, een Nederlandse ngo gespecialiseerd op het
gebied van gezondheidszorg in Afrika, heeft gekregen voor een essay over het
Health Insurance Fund, één van de Akkoorden van Schokland. “Dit Akkoord van Schokland is een prachtig voorbeeld van publiek-private samenwerking die concreet bijdraagt aan armoedebestrijding en het behalen van de millenniumdoelen. Doordat verzekeraars en
ontwikkelingsorganisaties, hier en in Afrika, de handen ineen slaan, krijgen
duizenden toegang tot basisgezondheidszorg. Net zoals in Nederland de zorg
verbeterde doordat mensen zich collectief konden verzekeren, wordt dat nu ook
mogelijk in Nigeria en Tanzania. De aanpak van Pharm Access
en het Health Insurance Fund past naadloos in een moderne Ontwikkelingssamenwerking: slimme oplossingen van spelers hier en daar om het leven van de armsten te verbeteren. En het mooie is wel dat dit een prikkel is voor een systeem dat zichzelf op den duur in stand kan houden zonder hulp”, aldus Koenders.

Afgelopen zomer zijn 36 Schokland Akkoorden ondertekend. Doel van deze
Akkoorden is om met verschillende spelers –bedrijven, ngo’s, kennisinstellingen,
ontwikkelingsorganisaties banken, verzekeraars en soms ook de overheid- de
krachten te bundelen en samen in concrete, innovatieve projecten de Millennium
Ontwikkelingsdoelen dichterbij te brengen. Alle akkoorden hebben een
katalyserende werking om zoveel mogelijk mensen in Ontwikkelingslanden voor 2015
toegang te geven tot de meest basale gezondheidszorg, onderwijs, gelijke
rechten, voedsel en schoon drinkwater. Deze aanpak maakt deel uit van Project
2015, één van de tien prioriteiten uit het coalitieakkoord.

Rechtspositie patiënt is marginaal
Bron NRC Handelsblad 25 maart 2008
Redacteur Antoinette Reerink
Iris van Bennekom stapt van patiëntenfederatie over naar Volksgezondheid
Jaren was ze het gezicht van de patiëntenbeweging (Koepelorgaan NPCF). Nu wordt Iris van Bennekom topambtenaar op Volksgezondheid. Een terugblik op de veranderingen in de zorg.  
Het was toch een beetje alsof ze naar de vijand overliep. De achterban van Iris van Bennekom, directeur van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF), keek vreemd op toen bekend werd dat zij per april de overstap zou maken naar de top van het ministerie van Volksgezondheid.  
Toch hadden ze het wel kunnen zien aankomen. Van Bennekom (1962) is nu al acht jaar lang de belangrijkste voorvechtster van patiëntenbelangen in Nederland. Ze wist de aangesloten patiëntenorganisaties ervan te overtuigen dat ze de grote stelselwijziging van 2006 naar hun hand moesten zetten. Niet door als een ontevreden belangenbehartiger actie te voeren, maar door aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. Zon rol hadden patiëntenorganisaties niet eerder gespeeld. Van Bennekom probeerde met die houding de patiëntenclubs om te vormen van klagende zorgontvangers tot kritische consumenten.
Die ervaring kunnen ze op het departement goed gebruiken. Minister Klink (CDA) en staatssecretaris Bussemaker (PvdA) willen de positie van patiënten ook versterken en zien Van Bennekom daarom als een aanwinst. In de gezondheidszorg is immers een zo vrij mogelijk spel van vraag en aanbod geïntroduceerd en kritisch kiezende consumenten horen daarbij.  
Van Bennekom wordt directeur Langdurige Zorg en plaatsvervangend directeur-generaal. Ze zal intensief moeten samenwerken met de ook net benoemde Diana Monissen, voormalig topvrouw bij zorgverzekeraar Agis.  
Klink en Bussemaker willen de komende jaren de gezondheidszorg met een fris team topambtenaren tegemoettreden. Zij moeten de marktwerking verder gestalte geven en op kosten besparen. Vooral in de langdurige zorg zijn forse ingrepen nodig, waar patiënten nog wel eens moeite mee kunnen krijgen. De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten waaruit die langdurige en particulier onverzekerbare zorg wordt betaald, barst uit zijn voegen en Bussemaker wil die verzekering toekomstbestendig maken. Aan Van Bennekom de taak met ingrepen te komen die op voldoende draagvlak kunnen rekenen.
Het nieuwe zorgstelsel, nu twee jaar oud, beoogt medische hulp efficiënter en klantvriendelijker te maken door concurrentie tussen verzekeraars en tussen zorginstellingen. Verzekeraars en ziekenhuizen zouden beter naar patiënten gaan luisteren. Wat is er van die theorie terechtgekomen?  
Van Bennekom: Er is een debat gekomen over de vraag of we waar voor ons geld krijgen. De nieuwe zorgwet heeft een ontwikkeling in gang gezet die de zorg en met name de kwaliteit ervan transparanter moet maken. Er is een groter bewustzijn dat de patiënt als klant bejegend dient te worden.
Werkt dat? Heeft de nieuwe zorgwet de positie van patiënten verbeterd?
Ja. Dan heb ik het over het openbaar worden van gegevens; welke zorg wordt geleverd en van welke kwaliteit is die? Er is een kostenbewustzijn. Dat was er niet geweest zonder zorgverzekeringswet. De aandacht voor patiëntenorganisaties is enorm toegenomen, ook al is het nog niet waar het zijn moet. We proberen nu een toekomstbestendig en solidair zorgstelsel op te bouwen. Dat wordt internationaal gewaardeerd. Het buitenland komt kijken naar onze kroonjuwelen: het wettelijk recht op zorg, iedereen verplicht verzekerd, meer aandacht voor transparantie en voor wensen van de cliënt.
Is die transparantie geen wassen neus? Wie kan in de praktijk nu zelf op internet de beste chirurg vinden in de buurt, zoals beloofd werd?  
Onder artsen is de weerstand tegen die openheid nog groot. De meeste informatie kun je nog niet vinden, nee. Maar er wordt hard aan gewerkt. Voor tachtig veelvoorkomende aandoeningen wordt nu objectieve kwaliteitsinformatie ontwikkeld. Er zit vooruitgang in, maar het had er natuurlijk gisteren al moeten zijn.
U heeft wel eens gezegd dat minister Klink wat ambitieuzer mag zijn.  
Ja, we hebben haast. Zorgaanbieders pakken alle ruimte die ze krijgen om de boel te vertragen, omdat ze geen belang bij veranderingen hebben. In mijn nieuwe baan zal ik dit niet los laten.
Vindt u al met al de introductie van het nieuwe zorgstelsel geslaagd?
We mogen niet ontevreden zijn, maar het moet sneller gaan. Meer inzicht in de prijs en kwaliteit van behandelingen, meer innovatie, meer invloed voor patiënten. Daar moeten de verzekeraars een actievere rol in spelen.
Hoe brengen zij het er volgens u vanaf in het nieuwe stelsel?
Sommige verzekeraars weten wat patiënten willen, anderen zijn er minder goed in. De ene zorgverzekeraar profileert zich meer als verzekeraar, de ander meer als zorginkoper. De ene heeft vooral een financiële drijfveer, wil de premie goed beheren en de schadelast beperken. De ander besteedt meer aandacht aan het inkopen van goede zorg en wil de kwaliteit van de zorg verbeteren. Tussen die twee zit spanning. Alle verzekeraars worstelen met dat spanningsveld. Misschien moeten we de zorgwet hierop aanpassen.
Hoe dan?
Kijk naar ziektepreventie. Verzekeraars die investeren in het voorkómen van ziekten, kunnen daarmee hun uitgaven op termijn beperken. Maar zij ondervinden nu duidelijk het freeriders-dilemma: een klant kan altijd overstappen, al investeren ze nog zo veel in hem. Concurrenten profiteren dan kosteloos mee van hún investering. Dat probleem moet je misschien in de wet ondervangen.
Ben u er gerust op dat de verzekeraars de belangen van de patiënten goed dienen?
Nou, je zal toch een tegenkracht moeten organiseren tegen de vastgeroeste belangen in de zorg. Idealiter organiseren patiënten die tegenkracht zelf, maar zij kunnen dat niet alleen. Praten met een zorgverlener vergt een heel eigen taal. In de Nederlandse verhoudingen is het dan een logische keus om verzekeraars die rol van tegenwicht te geven.
Wat zit het meest vastgeroest?
De cultuur bij de zorgaanbieders, de macht van de doktoren. Zorgaanbieders nemen besluiten in hun eigen belang en dat is lang niet altijd in het belang van de patiënten. Maar patiënten zien dat vaak niet of onvoldoende onder ogen, en steunen zo de gevestigde macht.
Bijvoorbeeld?
Het verzet van de huisartsen tegen de zorgverzekeringswet was vooral om hun eigen inkomen veilig te stellen. Niet om de zorg voor patiënten te waarborgen. Toch neigen patiënten er steeds naar om artsen te steunen. Wij willen de vraagkant versterken, de macht van de patiënten, met behulp van de verzekeraar.
Wat is uw grootste ambitie?
Bijdragen aan het tempo van innovaties. Ik wil ook dat mensen het waarom van beslissingen begrijpen. Solidariteit en toegankelijkheid moeten in de zorg behouden blijven, dat zit er altijd achter.
U pleitte voor een Zorgconsumentenwet. Komt die er nog?  
Ja, ik verwacht nog deze kabinetsperiode. Aanspraken van burgers moeten helderder worden geregeld, want de rechtspositie van de klant in de zorg is nog marginaal. Een Zorgconsumentenwet kan die verbeteren. Iedereen beweert dat de patiënt op nummer één moet staan. Alleen is zijn positie nu niet gewaarborgd. Het gaat om mensen die hulp nodig hebben. De rest is daar een afgeleide van. Waarom zijn de posities van verzekeraar en zorgaanbieder wettelijk goed geregeld, maar die van de patiënten nou juist niet?

Klink: ‘Onderzoek kan onbalans in stelsel aantonen’
Publicatie: Nr. 11 - 14 maart 2008
Rubriek: NieuwsReflex
Bron(nen): Medisch Contact

De oorzaak van de onverwachte productiestijging in de ziekenhuizen is voor minister Klink van Volksgezondheid een raadsel. Hij sluit onevenwichtigheden in het systeem niet uit.

Na de invoering van vrije prijzen voor een deel van de ziekenhuiszorg in 2005 is het aantal behandelingen uit deze categorie explosief gestegen. Dat bleek vorige week uit onderzoek van Vektis en de Boston Consulting Group. Volgens minister Klink is het te vroeg om te concluderen dat artsen overbehandelen uit financiële motieven. ‘Voordat ik die conclusie trek, wil ik eerst de gegevens goed bekijken.’ Klink wijst erop dat de bedoeling van de stelselherziening was om voorziene volume­stijging op te vangen via prijsverlagingen. ‘Als in het B-segment (met vrije prijzen, RC) die tendens zich voordoet, dan halen we precies het beoogde effect.’

Klink sluit echter niet uit dat er onvolkomenheden in het systeem zitten. ‘Het kan zo zijn dat, zoals de onderzoekers stellen, er geen tegendruk in het systeem zit en artsen overdiagnosticeren. Dan heb je het over de balans in het hele stelsel en komen er andere vragen aan bod. Wat zegt het over marktwerking? Is het probleem überhaupt te ondervangen? Moeten we de marktmacht van verzekeraars vergroten, en zo ja hoe?’

Volgens Klink is dit het goede moment om de marktwerking in de zorg tegen het licht te houden. ‘Mijn voorganger is niet voor niets stapsgewijs begonnen vrije prijzen uit te breiden.’
Een onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit moet later dit jaar uitwijzen hoe het precies zit met de ontwikkeling van het aantal behandelingen en de prijs ervan.

Conclusies bijeenkomst cliëntenrechten 18 februari 2008 in Karel V in Utrecht
Aanwezigen
V & VN (Francis Bolle), LHV (Jelly Hogendorp, ’s ochtends aanwezig), Stichting VG Belang (Wim Drooger), Landelijk Platform GGz (Marianne ter Avest), CG-Raad (Quirijn van Woerdekom), GGZ Nederland (Guus Verhoef), KNMG (Johan Legemaate), NPCF (Martine Versluijs (hele dag), Iris van Bennekom (’s ochtends aanwezig)), LOC (Yvonne van Gilse), LSR (Jasper Boele), ZN
(Paul van Rooij vanaf 16.00 uur), Consumentenbond (Cynthia Vogeler), CSO (Marcel Kaarsgaren), BOZ (Johan van der Spek), NFU (Eveline Manten), VGN (Marijke Delwig), NVZ (Trudy Boshuizen), Actiz (Christine Hoegen), VWS (Marcelis Boereboom (waarnemend DGG) tot half 11 aanwezig, Elizabeth den Otter (politiek adviseur minister), Carolien de Heer (politiek adviseur staatssecretaris), Arend Hermans (directeur MC), Veronique Esman (MT-lid MC), Anne-Marie Vervaet (MC), Pauline den Ambtman (MC), Goof Buijs (MC), Margaretha Pluim (MC), Duco Teding v Berkhout (WJZ), Rosanne Wouterse (ochtend, Z))

Sturing door de cliënt
Paradigmashift gewenst, daadwerkelijk ruimte maken voor sturing door cliënt. Zorgvuldig versterken van de positie cliënt nodig, enige spoed echter ook op zijn plaats. Wetgeving, in welke vorm dan ook, kan druk uitoefenen om zaken tot stand te brengen, is kristallisatie voor paradigmashift. Wetgeving alleen is niet zaligmakend.
Afbakening: toekomst awbz zeer bepalend voor invloed cliënten. Thema’s als recht op pgb, persoonsvolgende budgetten, onafhankelijke indicatiestelling komen aan de orde in kabinetsstandpunt over AWBZ. In brief verwijzen naar eigen plaats voor discussie over deze thema’s. Idem BOPZ. Niet nu meenemen. Kwaliteitskader meenemen. Wel ketenzorg meenemen in discussie, maar de financieringsaspecten daarvan niet.
Vorm volgt inhoud: eerst bepalen wat we willen, daarna wat de vorm is.

Kwaliteit en transparantie
1. Transparantie zet aan tot verbetering van de kwaliteit. Zowel voor transparantie als voor kwaliteit geldt: verbeteren van kwaliteit moet primair op de werkvloer plaatsvinden in goed overleg tussen betrokkenen.
2. Veldpartijen maken afspraken over de invulling van normen en richtlijnen;
Platform voor aanjaagfunctie tot standkomen indicatoren en richtlijnen van belang. Voortzetten werk ZBTK en IGZ en andere initiatieven op dit terrein.
3. Cliënt heeft recht op de informatie resp. de verantwoorde zorg zoals die tussen partijen is uitgewerkt. Dit betekent onder meer dat de informatie betrouwbaar, begrijpelijk, vergelijkbaar en tijdig beschikbaar moet zijn.
4. Per sector kan invulling worden vastgelegd in tweezijdige algemene voorwaarden; NB. naturazorg
Toezicht op naleving transparantie en verantwoorde zorg door NZa resp. IGZ.
6.Parallel aan tot stand komen indicatoren en richtlijnen: wetgeving is sluitstuk wanneer normen niet tot stand komen of niet worden nageleefd.
7. Het begrip verantwoorde zorg in wetgeving verder invullen (veiligheid erbij betrekken), maar niet zodat het aanbieders de intrinsieke motivatie om zichzelf te verbeteren ontneemt.
Cliëntenrechten, mede in relatie tot ketenzorg
8. Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid in ketens: verantwoordelijkheid goed definiëren en huidige centrale aansprakelijkheid in wet verbreden, niet alleen binnen ziekenhuizen, ook in care en in georganiseerde ketens. Begrip “regie” definiëren.
10. Inzichtelijk maken wat in rechtspraak is uitgekristalliseerd over patiëntenrechten, bijvoorbeeld recht op informatie.
11. In die gevallen waarin geen duidelijkheid is over het bestaan van een overeenkomst tussen cliënt en zorgaanbieder, moeten cliëntenrechten individueel afdwingbaar zijn.
12. WGBO-rechten verbreden naar de care.
13. Geen vrijheidsbeperkingen in WGBO.
14. Nader onderzoek positie wilsonbekwamen en hun vertegenwoordigers.
15. Cliënt moeten weten wie in de keten regierol op zich neemt. Niet in wet aanwijzen wie dat moet zijn.
16. Gedeelde verantwoordelijkheid van aanbieders, medewerkers, cliëntenorganisaties, verzekeraars en overheid voor informatie over de wettelijke rechten.
5. Per individu zal de inhoud van de zorg worden vastgelegd in een zorg/leefplan, in ieder geval in de langdurende zorg;
17. Wettelijk recht op informatie over alternatieve behandelmethoden en second-opinion. Nader onderzoek wat wenselijk is aan informatie over kosten.
Klachten en geschillen
Voorkomen dat er klachten ontstaan of dat ze escaleren;
18. Laagdrempelige voorziening (kan zijn klachtenfunctionaris) om knelpunten op te lossen en kwaliteitsverbetering te bevorderen als recht voor cliënt;
19. Klachtenfunctionaris voldoet aan profiel.

2
20. In bepaalde sectoren daarnaast behoefte aan cliëntvertrouwenspersoon. Nader onderzoek waar die behoefte leeft en of het nodig is om zo’n persoon dan wettelijk voor te schrijven.
21. Als klacht niet door instelling wordt opgelost, toegang tot een externe, onafhankelijke commissie die zo wordt georganiseerd dat het voor cliënt fysiek dichtbij is (evt. reizend circus) en dat deskundigheid wordt opgebouwd en jurisprudentie ontstaat. Ook voor eerste lijn. Vergelijk ontsluiten tuchtrechtspraak. Deze commissie moet uitspraken kunnen doen op basis van tweezijdige algemene voorwaarden en de wet. Cliëntenorganisaties willen dat commissie bindend advies geeft.
9. Ook eenduidig loket voor klachten in georganiseerde keten en verbreding tuchtrecht naar groep van zorgverleners die onder tuchtrecht vallen.
22. Mogelijkheid beroep: marginale toets door rechter
23. Zorg voor onderscheid tussen geschillen met karakter van kwalitatieve aard en geschillen die schadevergoedingscomponent in zich dragen. Oplossing intake (triage) alvorens geschil in behandeling wordt genomen. Ook hier mogelijkheid om doorverwijzing geschillen inzake verzekeraars mee te nemen. Klachten verzekeraars: overigens bij evaluatie Zvw.
Medezeggenschap
Instellingen met goed functionerende cliëntenraden functioneren beter dan andere. Zowel in cure als care.
24. Cliëntenraden moeten beschikken over eigen budget. Budget moet flexibel zijn. In toelichting bij wet omschrijven voor welke type activiteiten voldoende budget moet zijn.
25. Onafhankelijke commissie kan inhoudelijk toetsen bij meningsverschillen over budget. Voorkeur om LCVV te handhaven.
26. Op “lokaal” niveau decentrale cliëntenraad op basis van behoeften cliënten.
27. Samenstelling centrale cliëntenraden vrij laten, wel behartiging cliëntenbelang. Op lokatieniveau alleen cliënten/bewoners of hun directe vertegenwoordigers in cliëntenraad.
28. Centrale cliëntenraden hebben adviesrecht over beleid.
29. Instemmingsrecht ipv verzwaard adviesrecht voor kwaliteit leefomgeving (paradigmashift). Onderzoeken wat de gevolgen en mogelijkheden zijn.
30. Bij meningsverschillen instemmingsrecht zo mogelijk inhoudelijke toetsing door LCVV. Onderzoeken hoe we het vormgeven.



 Klink wil benzodiazepinen uit pakket
 24-02-2008

Minister Ab Klink van Volksgezondheid wil het chronische gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen terugdringen door deze middelen deels uit het verzekerde pakket te halen. Dat schrijft hij in antwoord op kamervragen van kamerlid Henk van Gerven (SP).

In zijn antwoord verwijst Klink naar een pilot van DGV, landelijk instituut voor verantwoord medicijngebruik. Met deze proef, 'Stoppen met benzodiazepinen', werd bereikt dat twintig procent van de chronische gebruikers, stopten met inname van de middelen.

In het kader van de proef krijgen chronische benzodiazepinegebruikers van een ‘stopbrief’ van de huisarts of diens assistent. Daarin wordt de patiënten verzocht zelfstandig het gebruik van de benzodizepinen te stoppen. Na drie maanden worden ze uitgenodigd voor een evaluatieconsult. Als het de patiënt niet lukt om zelfstandig het benzodiazepinegebruik te stoppen, dan krijgt hij een afbouwschema.

Hoewel de proef bij 20 procent van de patiënten gunstige resultaten oplevert, hebben veel patiënten geen baat bij de methode. Klink wil deze groep stimuleren de benzodiazepinen te laten liggen, door de middelen niet meer te vergoeden. Klink laat het College voor zorgverzekeringen (CVZ) onderzoeken of en hoe het kortdurend medisch noodzakelijke gebruik van benzodiazepinen vergoed kan blijven worden

Minister  Klink geeft opdracht tot onderzoek kosten zorg
Bron NRC Handelsblad 26 februari 2008
Redacteur Frits Baltesen

Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) heeft de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) opdracht gegeven om te onderzoeken hoe de kosten in de gezondheidszorg kunnen worden beheerst.

Dat heeft de woordvoerder van Klink vanochtend laten weten. De minister vindt dat de uitgaven „beheersbaar moeten blijven” en dat de miljarden euro’s „op een goede manier moeten worden besteed”. Met het onderzoek wil Klink meer inzicht krijgen in de voortdurende kostenstijgingen in de zorg, aldus het ministerie.
Bovendien wil de minister dat de RVZ, een van zijn belangrijkste adviesorganen, bestudeert hoe het management in de zorg kan worden verbeterd. De directies zouden volgens hem een grotere rol moeten spelen bij het beter beheersen van de uitgaven in de zorgsector, zegt de woordvoerder.
Vorige maand bleek uit onderzoek van bureau Ecorys dat de kosten van de ziekenhuiszorg in acht jaar tijd was gestegen van 10 naar 18 miljard euro. Bovendien kwam Ecorys er niet achter wat de oorzaken waren van deze kostenstijgingen. Dat komt onder meer doordat de financiering van de zorgsector complex is.
De zorgkosten stijgen sinds zes jaar harder dan het ministerie van VWS begroot. Elk jaar moet het ministerie tussentijds honderden miljoenen euro bijpassen.
De RVZ stelt dat het financieringssysteem in de zorg „het einde van zijn levensduur heeft bereikt”. Als er niets gebeurt, betekent dat volgens haar „belangrijke risico’s” voor de politiek. Ook zou volgens haar het draagvlak in de samenleving kunnen afbrokkelen.
Boetes na medische fouten verhogen
NRC Handelsblad 27 april 2007
Door een redacteur
 Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) overweegt een verhoging van de schadeclaims die geschillencommissies aan ziekenhuizen kunnen opleggen bij ernstige medische fouten.

Dat zei hij gisteren in een spoeddebat met de Tweede Kamer over vermijdbare fouten in ziekenhuizen.

Momenteel kan een ziekenhuis een boete van maximaal 5.000 euro opgelegd krijgen. Klink gaat onderzoeken of dat opgeschroefd ekan worden tot mogelijk 25.000 euro, om te stimuleren dat het aantal medische missers daalt. Woensdag bleek uit onderzoek dat door fouten van artsen jaarlijks 1.735 mensen onnodig overlijden in ziekenhuizen, en dat 30.000 mensen schade oplopen. Klink beloofde in juni met een actieplan te komen met concrete doelstellingen om het aantal medische fouten drastisch te verminderen.
De minister staat sympathiek tegen over het idee dat ziekenhuizen verplicht worden hun sterftecijfers openbaar te maken. Hij wil ook alle ziekenhuizen in 2008 verplichten een veiligheidsmanagement-systeem te hebben voor het melden en analyseren van fouten. Klink noemde het in dit verband opvallend dat ziekenhuizen onderling ongeveer evenveel medische fouten maken, maar dat afdelingen binnen ziekenhuizen grote verschillen tonen.

De minister wil de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) ruimere bevoegdheden geven. Slecht presterende ziekenhuizen kunnen bestuurlijke boetes tegemoet zien. Als er aanwijzingen zijn dat een arts heeft gefaald, blijven patiëntendossiers niet meer gesloten voor de inspecteurs. En in extreme gevallen kan de Inspectie straks afdelingen stilleggen.
De Kamer reageerde over het algemeen tevreden. Kamerlid Vendrik (GroenLinks): „Complimenten voor de minister dat hij met zijn volle politieke gewicht in de kwestie zit.” Klink wilde zich echter niet laten vastpinnen op een streefcijfer. De PVV wil 80 procent minder vermijdbare ziekenhuisdoden in 2008, de PvdA een halvering in drie jaar.
     

(advertentie) U kunt hier bestellen.
De Inspectie voor de gezondheidszorg wijst erop dat geneesmiddelen gevaarlijke stoffen zijn en dat geneesmiddelen, welke via internet worden besteld gezondheidsschade kunnen toebrengen


Klink lijkt anders dan-ie is
 Bron NRC Handelsblad 15 november 2007
Antoinette Reerink
Minister Klink is voor-zichtig met marktwerking in de zorg. Toch breekt hij niet met zijn voorganger. Deze week verdedigt hij zijn begroting in de Kamer.
Minister Klink en zijn voorganger op Volksgezondheid Hoogervorst lijken elkaars tegenpolen. De christen-democraat Klink lijkt een bedachtzame wetenschapper, de liberale Hoogervorst is altijd vergeleken met Napoleon. Zoals wel vaker met tegenpolen, passen de twee eigenlijk heel goed bij elkaar. Klink gaat verder op de door zijn voorganger ingeslagen weg, maar in een lager tempo.
Deze week verdedigt Klink zijn eerste begroting in de Tweede Kamer. Na het nieuwe ziektekostenstelsel van Hoogervorst predikt Klink behoedzaamheid. Het kenmerkt deze intellectueel, die wat minder fanatiek is dan Hoogervorst. Het past ook bij een nieuwe periode. Het stof van de stelselwijziging is neergedaald en verzekeraars concurreren flink met elkaar. Nu is het aan de zorgverleners om meer te gaan ondernemen, bijvoorbeeld door risicodragend te investeren in vastgoed.  
Klink benadert de zorgaanbieders voorzichtig en kiest voor een langzame uitbreiding van marktwerking. Nu mogen ziekenhuizen met verzekeraars onderhandelen over de prijzen van 10 procent van alle zorg. Volgend jaar wordt dat 20 procent en in 2009 mogelijk 30 of 40 procent. Klink zei vandaag dat ziekenhuizen en artsen dan wel de kwaliteit van zorgverlening inzichtelijk moeten maken. Zonder die transparantie zal er alleen maar concurrentie zijn op prijs en niet op kwaliteit. Dat wil ik niet.
In 2009 krijgen ziekenhuizen ook te maken met een prijsplafond. Daar is kritiek op. Kamerlid Schippers (VVD) sprak gisteren van Oostblokpraktijken. Maar Klink vindt dat de sector niet aan volledige liberalisering toe is. Verzekeraars zijn nog niet in staat gebleken zo slim zorg in te kopen dat het tot goedkopere en betere zorg voor patiënten leidt.  
Ondanks het verschil in karakter en politieke kleur tussen Hoogervorst en Klink is er geen trendbreuk. Klink gaat verder op de ingeslagen weg en probeert mensen mee te krijgen, zegt Iris van Bennekom, directeur van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie desgevraagd. Hij zal geen veldslag aangaan zoals zijn voorganger.
Wie zich de uiterst liberale verkiezingscampagne van het CDA herinnert op het gebied van de zorg, valt het op dat de christen-democraten in korte tijd veel gematigder zijn geworden. De coalitiepartners PvdA en ChristenUnie zullen daar zeker invloed op hebben gehad.
Klink is voorzichtig is met marktwerking, maar voortvarend met preventie. Hij pakt het drankgebruik onder jongeren aan, kondigt een rookverbod af in de horeca en verbiedt verse paddos. Klink onderzoekt ook de opties van een vettaks - belasting op vet eten zou de toename van overgewicht moeten remmen. Het is nu wat meer het opgeheven vingertje, zegt René Goudriaan van het onderzoeksbureau APE.
Het opgeheven vingertje van dit kabinet is ook zichtbaar op ethisch gebied. Staatssecretaris Bussemaker (PvdA) hecht zelf sterk aan de autonomie van de vrouw - die uiteindelijk zelf beslist over abortus - maar zij heeft ook rekening te houden met het regeerakkoord. Daarin is de hand van de ChristenUnie zichtbaar. Die partij kreeg de toezegging dat er maatregelen komen die gericht zijn op het bieden van alternatieven voor abortus. Dat betekent volgens de christelijke fracties dat niet langer de abortushulpverlening bij ongewenste zwangerschap centraal staat, maar de hulpverlening aan ongewenst zwangere vrouwen. Deze vrouwen moet worden gewezen op de alternatieven voor abortus: het kind toch zelf opvoeden of eventueel afstaan.
Gisteren, tijdens het begrotingsdebat, was adoptie het enige onderwerp waarover de gemoederen hoog opliepen. Kamerlid Schermers (CDA) zei dat het niet altijd aan de vrouw is om te bepalen of de noodsituatie waarin zij zegt te verkeren een abortus rechtvaardigt. Een vrouw die een abortus wil omdat haar kind een hazelip heeft, moet door een arts worden tegengehouden, vindt zij.
Fracties die het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen als een verworvenheid zien, zoals D66, GroenLinks en VVD, kwamen onmiddellijk in het geweer. Volgens hen mag de vrouw zelf bepalen of zij in nood verkeert. Schermers probeerde de ophef te dempen. Ze had bedoeld dat vrouwen niet in paniek moeten handelen, maar zich eerst van de alternatieven voor abortus moeten vergewissen.
Senator Tineke Slagter (SP) volgt de stappen van dit kabinet op ethisch gebied met grote belangstelling. Ze zegt over het beleid van Klink: Het is soms heel moraliserend. Maar verder is er niet zo veel veranderd. Klink oogt als een heel ander persoon dan Hoogervorst, zegt zij, maar wat hij doet, ligt in lijn met wat zijn voorganger voorstelde. Het lijkt wel of er op het departement een jas hing die Hoogervorst heeft uitgedaan en die Klink heeft aangetrokken. Wij hadden op een ander geluid gehoopt.
Gemoederen in Tweede Kamer lopen hoog op als het over abortus gaat  


Klink voor zorg over de grens
In een brief aan de Tweede Kamer stelt de minister dat de Zorgverzekeringswet al een goed kader biedt voor aanspraken op zorg in het buitenland.

Over aanspraak op AWBZ-zorg in het buitenland krijgt de Kamer binnenkort duidelijkheid.

Voorwaarden
Als voorwaarden waarover duidelijkheid moet komen noemt Klink in zijn brief onder andere dat burgers moeten weten wanneer ze recht hebben op vergoeding van een behandeling in het buitenland.

Europees raamwerk
De EU komt in het najaar met een voorstel voor een Europees raamwerk voor grensoverschrijdende zorg. Een belangrijke vraag voor de minister hierbij is hoe kwaliteit en solidariteit intact kunnen blijven in een dynamisch Europees systeem

 De minister van VWS stelt elke vier jaar de landelijke prioriteiten op het gebied van de collectieve preventie vast, zoals de Wet collectieve preventie volksgezondheid (Wcpv) vereist.
De nieuwste nota (6 oktober 2006), Kiezen voor gezond leven, gaat vooral over een betere afstemming tussen rijksbeleid en lokaal beleid. Een sterke inzet op gezond leven is noodzakelijk: de gezondheid van Nederlanders verslechtert door roken, schadelijk alcoholgebruik en overgewicht.




Op Gezond Leven http://www.kiesBeter.nl vindt u informatie over wat u zelf kunt doen om gezond te blijven en gezond te leven. Zo kunt u bijvoorbeeld lezen wat gezonde voeding inhoudt en wat de risico’s zijn van verschillende soorten drugs. Ook kunt u informatie vinden over hoe u ziektes kan voorkomen of vroegtijdig kan opsporen. Dit kan bijvoorbeeld door vaccinaties en bevolkingsonderzoeken.

kiesBeter heeft een consumentenprogramma gemaakt, dat werd uigezonden op RTL 4, op zondagochtend.
Roken en overgewicht leiden niet alleen tot een lagere levensverwachting maar ook tot een lagere gezonde levensverwachting.
In Nederland leidt roken tot een verlies van 7,8 gezonde jaren bij mannen en 6,0 gezonde jaren bij vrouwen. Bij overgewicht is het verlies in gezonde jaren respectievelijk 4,6 en 4,5. Dit onderzoek verscheen in het Engelstalige tijdschrift Population Health Metrics.
KiesBeter.nl is gemaakt door het centrum voor Volksgezondheid Toekomst Verkenningen (cVTV) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Opdrachtgever is het Ministerie van VWS.

 

Klink: richtlijnen kijkoperaties noodzakelijk
Bron(nen): Ministerie van VWS, 22 november 2007

Minister Klink vindt dat nieuwe technieken in de zorg alleen welkom zijn als die voor de patiënten veilig zijn en een meerwaarde hebben boven bestaande technieken.
Ook moet de kwaliteit gewaarborgd zijn. Daar moeten dringend richtlijnen voor komen.
Dit staat in de brief die de minister vandaag naar de Tweede Kamer stuurt. Hij reageert hiermee op het rapport ‘Risico’s minimaal invasieve chirurgie onderschat. Kwaliteitsysteem voor laparoscopische operaties ontbreekt’ van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

Minister Klink sluit zich aan bij de bevindingen van de IGZ. ‘De constateringen van de IGZ zijn niet mis te verstaan. Ik stel vast dat de aanbevelingen van de IGZ geheel conform de ernst van de constateringen zijn’, aldus de minister. Hij is het eens met de inspectie dat het noodzakelijk is dat instellingen die kijkoperaties doen, op zeer korte termijn een risico-inventarisatie moeten maken. Wel is het duidelijk dat er grote verschillen zijn tussen ziekenhuizen die met name samenhangen met het aantal ingrepen dat chirurgen verrichten. Met de risico-inventarisatie kan de IGZ het toezicht en de handhaving op de korte termijn vormgeven.

De IGZ constateert in het rapport dat de veiligheid van patiënten die een kijkoperatie ondergaan niet of onvoldoende wordt gewaarborgd. Daarom moeten er minimale eisen komen voor de kwaliteit en het onderhoud van de apparatuur. Dit geldt ook voor het werken met de apparatuur. De nieuwe richtlijnen moeten voldoende garanties bieden voor veilige en kwalitatief hoogwaardige zorg. Dit is ook het uitgangspunt van de Kwaliteitswet Zorginstellingen die instellingen verplicht veilige zorg te bieden.

Op dit moment heeft de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) als eerste beroepsgroep richtlijnen ontwikkeld voor de introductie van nieuwe technologieën. Het is volgens de minister dringend gewenst dat alle andere beroepsgroepen dit initiatief volgen.

Nederlandse Gezondheidszorg in Europees verband

 Health and Social Exclusion
Social exclusion is a term used to describe a situation in which a person (or a group of people), resident in a society is excluded from the key activities of the society, and is prevented from participation by factors beyond his or her control. Poverty is associated with most forms of social exclusion.

Most often, social exclusion can happen when a person is faced with problems like poor health, unemployment, inadequate housing, crime or discrimination. The process of overcoming such deprivation is referred to as social inclusion.

Health, poverty and social exclusion are strongly interrelated concepts that are best addressed through an integrated approach to improve quality of life and the promotion of social inclusion. As put forward by the European Commission, the objective of fighting poverty and social exclusion should be mainstreamed into sectoral policies, such as health policy, at national and community level.

However, the collaboration between the public health sector and the social sector is not as beneficial as it can be in many Member States. Improved access to health services and the use of health promotion strategies and methodologies will positively contribute to the social inclusion process.


EuroHealthnet

EuroHealthNet is an organisation that aims to contribute to a healthier Europe with greater equity in health between and within European countries.
This is achieved by networking and cooperation among relevant and publicly accountable national, regional and local agencies in EU member states, in states seeking EU membership and in the European Economic Area.
EuroHealthNet has no profit making aims and seeks funding from a range of surces and donors only to carry out its objectives. All partners and members are asked to be transparent concerning their interests.

EuroHealthnet is the network of health promotion and public health agencies in Europe. Our aim is to improve the health of European citizens by striving for a healthier Europe between and within countries. We achieve this by coordinating the work of 31 national and regional agencies in Europe thereby constituting a valuable platform for information, advice, policy and advocacy on health issues at EU level.

17 Partners from the EC co-funded Closing the Gap project organised national seminars presenting the situation in their country regarding health inequalities and strategies for action to tackle them. Presentations and outcomes of the national events can be found on www.health-inequalities.eu.

Health Organizations in the Netherlands

Netherlands Institute for Health Promotion and Disease Prevention http://www.nigz.nl
NIGZ develops programmes in support of healthy behaviour and healthy environments. The institute especially assists local authorities, local health promoting institutions and companies in developing, implementing and assessing health policies. Practical support is provided to health professionals through information, training, educational methodologies and materials, counselling and coaching. NIGZ is in its work inspired by the Ottawa Charter for Health Promotion, in which health promotion has been described as "the process of enabling people to increase control over, and to improve, their health".
The NIGZ is member of the International Union for Health Promotion and Education (IUHPE) and member of EuroHealthNet.

FOCUS is the Dutch portal for health promotion professionals offering an up-to-date overview of activities (project, tools, websites, publications etc) www.nigz.nl/focus


TRIMBOS Institute http://www.trimbos.nl/ click on English
Dutch national knowledge institute for mental health care, addiction care and social work. They monitor these fields and keep policy makers and politicians informed about the mental health of the Dutch population. Research is conducted into the organization, accessibility, quality and effectiveness of prevention and care facilities. In addition, new prevention, treatment and care organization methods, guidelines and programmes are being developed. Furthermore, Trimbos Institute provides information on psychological problems and drugs

STIVORO for a smoke-free future http://www.stivoro.nl Site text is Dutch only
STIVORO’s aim is to improve public health in the Netherlands by reducing smoking providing a series of proven behaviour-related forms of support. Special focus on youth with campaigns such as The smoke-free school; The Antidote campaign “Actie Tegengif”, the Dutch version of a European project; Lessons about smoking; Campaign: “Now we know” which is the sequel to the high-profile campaign “…But I don’t smoke”.
For adults there have been a number of campaigns offering support for quitting smoking and paying attention to passive smoking at the workplace and recently “Smoking? Not in front of the children!” Research forms an important basis for STIVORO’s activities.

National Institute for Public Health and the Environment RIVM http://www.rivm.nl/en/
RIVM's knowledge and expertise in the fields of health, nutrition and environmental protection are used primarily for advising the Dutch government. With our research, monitoring, modelling and risk assessment results, we act to underpin policy. We also share this knowledge and expertise with national and regional governments, along with supranational bodies around the world. Although a good portion of our results are in Dutch, a number of topics have been taken up as special thematic internet sites in English.

Statistics Netherlands (CBS) http://www.cbs.nl/en-GB
Responsible for collecting, processing and publishing statistics to be used in practice, by policymakers and for scientific research. In addition to its responsibility for (official) national statistics, Statistics Netherlands also has the task of producing European (community) statistics

Consumer Safety Institute (CSI) http://www.veiligheid.nl/ click on International
Organisation with a mission to improve the safety of consumers aiming to reduce the large number of serious injuries and the many deaths due to accidents at home at national and European level. Together with other European partner organisations, the CSI is playing a leading role in the European Association for Injury Prevention and Safety Promotion (EuroSafe). The Consumer Safety Institute is a WHO (World Health Organization) Collaborating Centre for injury surveillance and has played a leading role in the development of the ICECI (International Classification of External Causes of Injuries).

National Association of Municipal Health Services (GGD Nederland)
www.ggd.nl Site text in Dutch only.
Umbrella organisation of Dutch Municipal Health Authorities


 PESTERIJEN EN DISCRIMINATIE IN DE GEZONDHEIDSZORG ZOALS DIE
WORDEN ERVAREN DOOR MENSEN MET PSYCHISCHE PROBLEMEN:
EEN EUROPEES OVERZICHT

Katholieke Universiteit Leuven (B), LUCAS, Internationale Projecten, Harasssment Beleidsaanbevelingen

Inleiding

Het project ‘Pesten en Discriminatie’ wordt  uitgevoerd in het kader van het Gemeenschappelijk Actieprogramma ter bestrijding van discriminatie (2001-2006). Het programma wordt financieel mogelijk gemaakt door de Europese Commissie, Afdeling Werk en Sociale Zaken.
De algemene doelstelling van het project is tweeledig; enerzijds het bevorderen van de
bewustwording dat mensen met een psychische handicap in de gezondheidszorg met discriminatie te maken krijgen en anderzijds het bevorderen van strategieën/manieren om deze discriminatie te bestrijden.
De aanbevelingen zijn gebaseerd op opvattingen van de nationale partners in het project en het Europese Netwerk van (ex-)cliënten van de  Psychiatrie. Als basis dienen de conclusies van de focusgroepen die in het eerste jaar van het project  werden georganiseerd met (ex-)cliënten van de psychiatrie en hulpverleners uit de gezondheidszorg.

Personen met psychische problemen en hun mantelzorgers, krijgen te maken met pesten/onheuse bejegening op verschillende levensgebieden. Dit vermindert de kans op herstel en integratie in de samenleving. Voordat eventuele maatregelen worden geformuleerd, dient benadrukt te worden dat het belangrijk is (ex-)cliënten te betrekken bij het verwoorden en in praktijk brengen van deze maatregelen. De kennis en deskundigheid die zij kunnen toevoegen, is uniek en van enorme waarde. Bestrijding van discriminatie en pesten dient daarom uitgewerkt te worden door deskundigen en ervaringsdeskundigen. ‘Niet over ons zonder ons’, het motto van het Europees Jaar van Mensen met een Handicap (2003) dient in praktijk gebracht te worden. Wij stellen voor dat er strategieën worden ontwikkeld die er op gericht zijn de houding en het gedrag van het algemene publiek en in het bijzonder van de mensen die in de gezondheidszorg werken, te veranderen. Een duidelijke omschrijving van goede praktijkvoorbeelden en ijkpunten voor standaards in de zorg en de wetgeving met betrekking tot gelijke
behandeling dient ontwikkeld te worden. Ze helpt klachtencommissies en biedt mogelijkheden om wanpraktijken aan te kaarten. Voldoende financiering, betrokkenheid van bestaande organisaties en ondersteuning van beleidsmakers zijn belangrijke voorwaarden voor het realiseren van deze aanbevelingen.

Beleidsaanbevelingen
1. Beeldvorming
Er is behoefte aan het opzetten van programma’s om de attitude van het algemene publiek ten opzichte van personen met psychische problemen, te verbeteren.
In de toekomst dienen ook programma’s te worden opgezet voor journalisten en scholen om de situatie in de nieuwe lidstaten van de Europese Unie te veranderen.
Het is belangrijk dat dergelijke programma’s ontwikkeld worden door groepen waarin hulpverleners uit de gezondheidszorg, (ex-)cliënten en mantelzorgers vertegenwoordigd zijn. Deze betrokkenen moeten in overleg treden om samen te kijken wat er kan gedaan worden aan pesten en discriminatie.
2. Versterken van de cliëntenbeweging
De cliëntenbeweging dient versterkt te worden.
Hun taak is om actie te voeren en de besluitvorming op alle niveaus te beïnvloeden, met name in hulverlenersorganisaties en in politieke organisaties.
De deelname van ‘professional consumers’ of (ex-)cliënten die in staat zijn om het eigen individuele perspectief te overstijgen, aan het ontwikkelen en in praktijk brengen van kwaliteitsstandaards en onderzoeksprojecten is essentieel.
Er moet geïnvesteerd worden in:
- (gratis) trainingsprogramma’s voor (ex-)cliënten zodat zij zichzelf kunnen verweren tegen discriminatie. Ervaringsdeskundigen dienen opgeleid te worden om zelf als trainer aan de slag te gaan.
- De vertegenwoordiging van (ex-)cliënten in crisiscentra, centra voor ondersteunende
gesprekken en advies, onderzoeksprojecten, congressen, netwerken en internationale
uitwisseling van organisaties die optreden als vertegenwoordiger van (ex-)cliënten.
- Het ondersteunen van initiatieven voor begeleiding door lotgenoten, (regionale) zelfhulpcentra en ontmoetingsplaatsen.
3. Bewustwording en training van beroepskrachten in welzijns- en
gezondheidszorg
In veel gevallen wordt discriminatie niet opgemerkt of niet ter discussie gesteld. De bewustwording bij
hulpverleners van de ervaringen van discriminatie en pesten die (ex-) cliënten hebben is van uitzonderlijk belang aangezien deze hulpverleners van de (geestelijke) gezondheidszorg rechtstreeks betrokken zijn bij het herstel van mensen met psychische problematiek. In de opleiding van hulpverleners in de gezondheidszorg dienen, vanaf het begin, de ervaringen en het perspectief van de cliënt aan bod te komen.
De basisopleiding van hulpverleners in de gezondheidszorg dient meer aandacht te besteden aan het verwerven van communicatieve vaardigheden om de noden en wensen van de cliënt centraal te stellen. Dit om te komen tot vraaggestuurde zorg.
Opleidingsprogramma’s dienen zich zowel te richten op het vergroten van kennis en het verwerven van vaardigheden als op de verandering van attitudes.
Hulpverleners dienen:
- Verantwoordelijkheid te nemen om discriminatie en pesten ter discussie te stellen en aan
het licht te brengen.

- Respect voor diversiteit op te brengen.
- Respect te hebben voor de perspectieven van (ex-)cliënten.
- Te zien dat de cliënt meer is dan de diagnose.
- De grote afstand waarmee zij hun patiënten nog steeds benaderen te verkleinen.
Preventie is net zo belangrijk als training. Bij de selectie van hulpverleners zou hun houding ten aanzien van de doelgroep bekeken moeten worden.
(Ex-)cliënten zouden bij sollicitatieprocedures betrokken moeten zijn.
4. Kwaliteitsstandaarden van zorg
De landelijke organisatie van de zorg is bepalend in de strijd tegen discriminatie en pesten.
Verwijssystemen dienen zo te worden opgezet dat er geen ruimte is voor discriminatie en pesten. Bijvoorbeeld, een diagnose kan enkel worden doorgegeven aan anderen met toestemming van de cliënt. Elektronische zorgdossiers dienen zo beschermd te worden dat beroepskrachten uitsluitend die informatie kunnen zien die zij werkelijk nodig hebben. Informatie geven aan de cliënt is cruciaal.
Alleen cliënten die hun dossiers kennen, zijn in staat om toestemming te geven.
Dossiers van mensen met een psychiatrische diagnose dienen niet anders behandeld te worden dan dossiers van mensen met een somatische diagnose. Gebruik maken van een dossier zonder toestemming is uitsluitend mogelijk in geval van ernstig gevaar voor de betrokkene zelf of voor anderen, als de mogelijkheid om de eigen wil te uiten tijdelijk beperkt is.
Protocollen voor spoeddiensten zoals de EHBO, dienen ervoor te zorgen dat patiënten de
noodzakelijke lichamelijke zorgen krijgen. De psychiatrische problematiek mag geen invloed hebben op de medische handelingen.

5. Wetgeving en discriminatie en klachtencommissies
Wetten met betrekking tot gelijke behandeling moeten aangenomen worden en financiering dient te worden toegekend om deze wetten in praktijk te brengen.
De wetten dienen zich toe te spitsen op de bescherming van de menselijke waardigheid, het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op respect.
Dit kan gebeuren door middel van een wettelijke bescherming van positieve wilsverklaringen (de zogeheten zelfbindingscontracten). Er moeten klachtencommissies komen die de bevoegdheid en de mogelijkheden krijgen om sancties op te leggen aan instellingen en om de besluitvorming te beïnvloeden.
Zij dienen:
- nationaal, regionaal en plaatselijk georganiseerd te worden;
- ingebed te zijn in een wettelijk kader;
- goed en toegankelijk te zijn (op verzoek anoniem) en
- onafhankelijk van medische en psychiatrische instellingen te functioneren (ten einde de
vertrouwelijkheid en de ondersteuning van cliënten te garanderen, zoals deze worden genoemd in de anti-discriminatiewetgeving van de Europese Unie).
Het is wenselijk om controle te laten uitoefenen door (ex-)cliënten. De mogelijkheid om professioneel advies in te winnen wanneer daar behoefte aan is moet, evenals de financiële middelen, aanwezig zijn.
6. Betrokkenheid van beleidsmakers
De gezondheidsstatistieken van een land zijn de maatstaf van het welzijn en de geestelijke gezondheid van de bevolking.
Het is belangrijk dat beleidsmakers zich bewust worden van het grote tekort aan financiële middelen op het gebied van de gezondheidszorg in het algemeen en in de geestelijke gezondheidszorg in het bijzonder.
Dit geldgebrek leidt soms tot een minder goede behandeling en zorg, waardoor herstel wordt belemmerd en patiënten chronisch ziek worden. Dit leidt tot maatschappelijke uitsluiting, hetgeen ervoor zorgt dat patiënten geen gelijke kansen krijgen. Hierdoor ontstaat dan weer een verhoogde kans op marginalisering, handicaps, lichamelijke en psychische aandoeningen. Mensen worden arbeidsongeschikt. De kosten van dit alles zijn extreem hoog. Meer middelen voor geestelijke gezondheidszorg, en dan speciaal voor preventie en vroegtijdige interventie, is van essentieel belang.
De gedetailleerde uitwerking van voor het land geschikte plannen op het gebied van de GGZ, die op
een reeële manier rekening houden met de handicap, moeten op alle niveau's ondersteund worden.
Mensen met een psychische handicap, hun naasten en hun belangenorganisaties, hebben het recht op volledige deelname aan de samenleving. Zij zijn een onmisbaar deel van die samenleving.
Conclusies
Het is nodig om te werken aan attitudeverandering van het algemene publiek, van hulpverleners in de gezondheidszorg en in het bijzonder in de geestelijke gezondheidszorg. Bewustwording dient niet alleen om het besef te vergroten dat mensen met psychische problemen en hun omgeving dagelijks te maken hebben met pesterijen en discriminatie, het moet ook leiden tot meer middelen om de kwaliteit van zorg
te verbeteren. Naast meer financiële middelen zijn er structurele en organisatorische veranderingen nodig die de cliëntenbeweging in de psychiatrie versterken. Ook het vaststellen van kwaliteitseisen van zorg, het aannemen van wetten en de betrokkenheid van politici is van belang om dit mogelijk te
maken.

 PESTERIJEN EN DISCRIMINATIE IN DE GEZONDHEIDSZORG ZOALS DIE
WORDEN ERVAREN DOOR MENSEN MET PSYCHISCHE PROBLEMEN:
EEN EUROPEES OVERZICHT
Verklaring
Ondergetekenden drukken hun grote bezorgdheid uit over:
1. De voortdurende discriminatie en pesterijen waarmee mensen met een psychische
handicap of ziekte te maken krijgen en de gevolgen die dit heeft op hun leven. (hun gezondheid, psychische gezondheid, wettelijke en sociale positie)
2. Het gebrek aan kennis en het negatieve beeld dat mensen in de samenleving hebben over mensen met psychische problemen.
3. De blijvende discriminatie binnen de zorg door werkenden in de gezondheidszorg en de sociale sector, die nota bene zelf vaak betrokken zijn bij de rehabilitatie van mensen met psychische problemen.
4. De voortduring van onbewuste discriminatie die nog steeds voorkomt bij hulpverleners in de gezondheidszorg.
Daarom doen wij een beroep op beleidsmakers op alle niveau’s, (Europees, nationaal, regionaal, lokaal) om te zorgen voor adequate financiering, organisatorische investeringen en politieke steun om:
-
bewustwording te vergroten en programma’s op te starten die werken aan de beeldvorming voor het brede publiek, journalisten, onderwijsinstellingen, enz.
-
empowerment (zelfredzaamheid, assertiviteit) te bevorderen van (ex-)cliënten van de psychiatrie, zodat ze zichzelf kunnen beschermen tegen discriminatie en om hen te scholen om zelf trainer te worden,
-
bewustwording te vergroten bij werkenden in de gezondheidszorg om hun vaardigheden te vergroten en hun kennis en houding ten opzichte van (ex-)cliënten te verbeteren,
-
de kwaliteitsstandaards van zorg en rehabilitatie te verhogen,
-
te zorgen voor een up-to-date wetgeving op het gebied van antidiscriminatie, met de nadruk op mensenrechten die de waardigheid van de mensen met een psychische handicap garandeert.
Het motto van het Europese jaar van mensen met een handicap “Niets over ons, zonder ons”, moet ook gelden voor mensen met psychische problemen.

Indien u deze Verklaring wil ondertekenen, kan u deze vinden op de Mental Health Europe website
www.mhe-sme.org. De Verklaring is beschikbaar in het Nederlands, het Engels, het Frans, het Duits en
het Spaans.
Met de steun van het Gemeenschappelijke Actieprogramme ter bestrijding van discriminatie.

Commentaar Meldpunt Medische Fout

De psycholoog Philip Zimbardo deed onderzoek om een antwoord te krijgen op de vraag waarom goede mensen duivelse daden doen. Hij laat zien dat studenten in beulen veranderden en hun medestudenten gruwelijk mishandelden. In een week tijd kan het hele verleden van een student worden uitgewist door de martelingen. Dit zelfde gebeurt in de psychiatrie: Verpleegkundigen en psychiaters hebben de mogelijkheid om zich als beulen gedragen en drijven daardoor de psychiatrische patienten de dood in door eenzame opsluiting en vernederingen. Dit kan doordat elk toezicht ontbreekt. De patient is gestigmatiseerd, waardoor hij geen sociaal netwerk meer heeft. De verpleegsters zorgen er voor dat de patient nog verder geisoleerd raakt, door aan de buitenwereld verkeerde diagnoses te vertellen. Niemand komt dan meer voor de patient op, zodat de verpleegkundigen en psychiaters vrij spel hebben. Zij kunnen bestelen, verkrachten, vernederen en de patient kan zich niet verweren. De rechter heeft de patient al monddood verklaard met de diagnoses van de psychiater en werkt zo mee aan de gruwelijke martelingen op de psychiaterische afdelingen. Een mantelzorger, welke het pesten door de hulpverleners in een vroeg stadium al signaleerde werd zelf slachtoffer van deze praktijken door dezelfde daders. Zij werd opgesloten, vernederd, maar gerechtelijke daarvoor toestemming ontbrak, waardoor de daders haar moesten vrijlaten. Zij had haar borsten moeten tonen, haar persoonlijke bezittingen moeten afgeven aan de verpleegsters, ze moest vragen over haar seksleven beantwoorden aan de psychiater in de isoleercel. Ze mocht met niemand contact opnemen en beslist niet met haar advocaat. Haar familie werd niet ingelicht. Verkeerde diagnoses werden rondgebazuind tijdens haar vrijheidsberoving.  Het Medisch Tuchtcollege nam de hulpverleners in bescherming en besliste dat de klacht ongegrond was. Alles mag in de psychiatrie, ook hetgeen bij wet verboden is. De patient is onderworpen aan gruwelijke mishandelingen. Voor het geval de mantelzorger de vernederingen niet zou overleven, werd genoteerd dat zij suicidaal zou zijn en dat was dan meteen een reden voor de opsluiting. Zij is niet suicidaal.

Het experiment
Zimbardo is wellicht het meest bekend omwille van het experiment dat hij samen met 3 collega’s in 1971 uitvoerde in de kelders van de Universiteit van Stanford. Het toont de dramatische gevolgen van normale, gezonde studenten die in een namaakgevangenis werden gestopt. Het is een klassiek geworden voorbeeld van de kracht van de sociale situatie. Op dit experiment is de Duitse film 'Das Experiment' gebaseerd
Een groep van 24 doorsnee Amerikaanse jongens uit de middenklasse, die aan het begin van het experiment niet van elkaar verschilden, zouden twee weken lang bewaker of gevangene zijn in een namaakgevangenis. Het toeval bepaalde de rollenverdeling. Twaalf jongens mochten een uniform aandoen en kregen als opdracht: ‘zorg voor orde maar gebruik geen geweld’. De twaalf andere kregen een gevangenisplunje aan. Zimbardo en zijn collega's wilden weten wat er in zo'n sociale situatie kon gebeuren. En dat was tamelijk gruwelijk.
Straffen
Al snel gebruikten de 'bewakers' 'opdrukken met een voet op de rug’ als straf. Opstandelingen werden met de brandblusser neergeslagen en een andere gebruikte straf was het zich publiekelijk laten uitkleden. Eenzame opsluiting kon ook. De agressie van de bewakers werd sterker naarmate het onderzoek vorderde.
Sommige bewakers hadden er lol in om de gevangenen zeer wreed te behandelen, als beesten. Niemand van de deelnemers zei tijdens het experiment: "Zo kan het niet meer verder." Op een bepaald moment gebeurden de mishandelingen ‘s nachts omdat ze dachten dat de onderzoekers toch niet keken. De meerderheid was niet langer in staat een onderscheid te maken tussen hun rollen en hun eigen ik. In bijna elk onderdeel van hun gedrag, gedachten en gevoelens waren er veranderingen te zien.
De onderzoekers trapten in eigen val
Niet enkel de proefpersonen gingen tot het uiterste, ook de onderzoekers trapten in hun eigen val. Ze hadden buitenstaanders nodig om in te zien wat ze aan het doen waren. Toen een collega Zimbardo een technische vraag stelde, reageerde hij niet als wetenschapper, wel als gevangenisdirecteur. Wanneer Christina, een nieuwe collega, boos werd over het feit dat de 'gevangenen' met een zak over het hoofd en aan de enkels geketend naar de wc werden geleid, besefte Zimbardo dat er iets fout ging. Na zes van de veertien voorziene dagen werd het experiment stilgelegd.

Zimbardo trouwde met zijn assistente en werd voorzitter van de American Psychological
Association, de machtigste organisatie op het gebied van de psychologie ter wereld.
Het onderzoek heeft er toe geleid dat het beleid in gevangenissen en in de psychiatrische voorzieningen nog eens kritisch werd bekeken. Hier en daar heeft dit tot verbeteringen geleid. Maar in het algemeen is de kennis uit dit onderzoek vooral nuttig om te weten hoe je mensen klein kunt krijgen, als je elke neiging tot verzet uit ze wilt wringen, als je ze in slaafse, gedehumaniseerde robots wilt veranderen.


Erasmus MC onderzoekt dwangopnamen
4 september 2007
Nog nooit zijn in Nederland zoveel psychiatrisch patiënten gedwongen opgenomen als in 2006. Het aantal dwangopnamen is in de periode 2000 - 2006 met ruim veertig procent gestegen van 7.2 naar 10.4 per 10.000 inwoners.

Ook het aantal contacten met de ggz in verband met een psychiatrische crisis is gestegen. In de periode 2001-2004 met meer dan honderd procent van 46 tot 93 crisiscontacten per 10.000 inwoners. Er bestaan grote regionale en internationale verschillen in deze stijgingen.
Zowel over de oorzaken als over de effectiviteit van deze 'epidemie van dwangopnamen en crisiscontacten' is nog te weinig bekend.
Onderzoek
Niels Mulder pleit voor meer onderzoek naar deze stijgingen in zijn oratie 'Psychiatrie voor mensen die er niet om vragen', waarmee hij op vrijdag 14 september aanstaande de leerstoel 'Openbare Geestelijke Gezondheidszorg' in het Erasmus MC aanvaardt.

Nieuwe klinieken
Het is volgens Mulder de vraag of de individuele patiënt dit een goede ontwikkeling vindt. Daarnaast zijn aan de toename van het aantal dwangopnamen aanzienlijke maatschappelijke kosten verbonden. Als de stijging van het aantal dwangopnamen doorzet komt het einde van de capaciteit van de Geestelijke Gezondheidszorg snel in zicht en zullen er over tien jaar zelfs klinieken bijgebouwd moeten worden.

Commentaar Meldpunt Medische Fout
Het lijkt er op dat Nederland verdeeld gaat worden in twee delen. Een deel met een hek en prikkeldraad er om heen en een ander deel. Dit gaat met enorme maatschappelijke kosten gepaard. De gelden voor ontwikkelingslanden kunnen in ons eigen land besteed gaan worden aan ontwikkelingswerk binnen de kampen met psychiatrische patienten.


Controle op "martelpraktijken" in Nederland
Tussen 4 en 15 juni 2007 inspecteert het Commitee for the Prevention of Torture (CPT) onaangekondigd een aantal Nederlandse detentie-inrichtingen. Dit verdragscomité van de Raad van Europa ziet hiermee toe op de naleving van het verdrag tegen marteling.

"Het comité heeft verregaande bevoegdheden. Alle Europese instellingen waarvoor geldt dat mensen er gedwongen verblijven, mag ze volledig en onaangekondigd inspecteren", zegt Clemens Huitink, stafmedewerker internationale aangelegenheden van GGZ Nederland. "Daaronder vallen politiebureaus, gevangenissen en psychiatrische ziekenhuizen. De inspecteurs hebben carte blanche. Geen directeur die ze kan weerhouden deuren te openen en gevangenen of patiënten uit te horen. Zelfs de overheid kan het comité nauwelijks stoppen."

Isoleercellen

De verwachting is dat het CPT zich bij de komende inspecties ook zal richten op het gebruik van de isoleercel in Nederlandse GGZ-instellingen (maar dat gebeurde niet).
In 2000 velde het comité een oordeel over de Duitse isoleercellen in psychiatrische ziekenhuizen en formuleerde een dwingend advies: "redecorate them". De Duitse isoleercel ontbrak het destijds namelijk aan elke vorm van inrichting; patiënten zagen zich zelfs gedwongen hun avondmaal op het toilet te nuttigen. In 2005 keerde het comité terug voor de tweede inspectie. In heel Duitsland was er geen isoleercel zonder eettafel meer te vinden.

Menswaardig

Het comité zelf benadrukt dat zij regeringen niet op de vingers wil tikken. Haar doel is slechts hen te helpen hun instellingen zo menswaardig mogelijk vorm te geven. Pas als na meerdere inspecties blijkt dat een regering haar advies in de wind slaat, brengt zij het advies in de openbaarheid. Huitink: "Juridisch is dat weliswaar niet bindend, maar de overheid zou het wel uit haar hoofd halen het advies niet op te volgen. Nederland zou in Europa niet bepaald een goede indruk maken."

Vijfjarige controles

De inspectie van Nederlandse GGZ-instellingen valt onder de gangbare vijfjarige controle van het comité, waarvan de laatste plaatsvond in 2002. Huitink: "Het inspectieteam controleert hierbij of de instelling zich aan de wet en internationale verdragen houdt. Daarna maakt ze een rapport op. Van de instelling wordt verwacht hierop een passende reactie te geven, al dan niet in de vorm van verbeterplannen. In Nederland is het gebruikelijk dat het rapport vervolgens gepubliceerd wordt."

Omdat de bezoeken onaangekondigd zijn, is het onbekend welke psychiatrische instellingen het comité de komende periode bezoekt.

Voor informatie en de laatste inspectierapporten van het CPT: www.cpt.coe.int/en

         Council of Europe Anti-Torture Committee visits the Kingdom of the Netherlands

Strasbourg, 20-06-2007

A delegation of the Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) of the Council of Europe carried out a visit to the Kingdom of the Netherlands from 4 to 14 June 2007. This was the CPT's fourth periodic visit to the Kingdom of the Netherlands, and it included visits to establishments in the Kingdom in Europe as well as in Aruba and in the Netherlands Antilles.

The visit to the Kingdom in Europe was carried out by the following members of the CPT:

- Andres LEHTMETS (Head of the Delegation) (Estonian)
- Haritini DIPLA (Greek)
- Marc NEVE (Belgian).

They were assisted by Marco LEIDEKKER, of the CPT's Secretariat, and by Jurgen VAN POECKE, Director of ‘De Grubbe’ Youth detention centre in Everberg, Belgium.

In the course of the visit, the CPT’s delegation met Guusje TER HORST, Minister of Interior, Ernst HIRSCH BALLIN, Minister of Justice, and Nebahat ALBAYRAK, State Secretary of Justice. The delegation also met with Alex BRENNINKMEIJER, National Ombudsman, and Peter VAN DER SANDE, deputy head of the National Agency for Correctional Institutions.
The Council of Europe's European Convention for the Prevention of Torture is a unique human rights treaty which seeks to prevent human rights violations in places of detention in over forty European states, by means of prison and other visits by its independent European Committee for the Prevention of torture. The Committee adopts detailed and often critical national reports on its visits, to which states may reply.

The HRLC (Human Rights Law Centre, the University of Nottingham) annually publishes the Yearbook of the European Convention on Torture. Volume 1 of the Yearbook covered 1989 to 1992. Subsequent volumes are annual in their coverage. Volumes have an average of 600 pages.

        European Court of Human Rights

When can I apply to the European Court of Human Rights?

You may lodge an application with the Court if you consider that you have personally and directly been the victim of a violation of the rights and guarantees set out in the Convention or its Protocols. The violation must have been committed by one of the States bound by the Convention.

What rights are protected by the Convention and its Protocols?

The following rights, in particular, are protected :
the right to life;
the right to a fair hearing in civil and criminal matters;
the right to respect for private and family life;
freedom of expression;
freedom of thought, conscience and religion;
the right to an effective remedy;
the right to the peaceful enjoyment of possessions;
and the right to vote and to stand for election
What do the Convention and its Protocols prohibit?

The following, in particular, are prohibited :
torture and inhuman or degrading treatment or punishment;
arbitrary and unlawful detention;
discrimination in the enjoyment of the rights and freedoms set out in the Convention;
the expulsion by a State of its own nationals or its refusing them entry;
the death penalty;
and the collective expulsion of aliens

How should I apply to the Court if I consider myself to be the victim of a violation of the Convention?
By sending a letter to the Court giving clear details of your complaint (in which case you will receive an application form3 which must be filled out) or by filling out an application form directly. The letter and/or application form should be sent to the following address :

The Registrar
European Court of Human Rights
Council of Europe
F-67075 Strasbourg Cedex

You may write in one of the Court’s official languages (English and French) or in an official language of one of the States that have ratified the Convention.
If you lodge your application by fax, you must also send a copy by post.
Do not come to Strasbourg in person to state your case orally. Your case will not be examined any more quickly and you will not receive any legal advice.
The Registry may ask you for additional documents, information or explanations relating to your complaints.
As soon as you have a copy of the application form, you should fill it out carefully and legibly and return it as quickly as possible. It must contain :
a brief summary of the facts and your complaints;
an indication of the Convention rights you think have been violated;
the remedies you have already used;
copies of the decisions given in your case by all the public authorities concerned (these documents will not be returned to you, so only copies should be sent);
and your signature as the applicant, or your representative’s signature.
If you do not wish your identity to be disclosed, you must inform the Court immediately, giving reasons. The President will determine whether your request is justified.
At this stage of the proceedings you do not have to be represented by a lawyer. If, however, you wish to apply to the Court through a representative, you must send with the form your authority4 for him or her to act on your behalf.

What are the main features of the proceedings?

Proceedings are conducted in writing. You will be informed in writing of any decision taken by the Court. Public hearings are exceptional.
Your case will be dealt with free of charge.
Although you do not need to be represented by a lawyer in the first stages of the proceedings, you will need a lawyer once your application has been notified to the Government. The great majority of applications are, however, declared inadmissible without being notified to the Government.
You will have to bear only your own costs (such as lawyers’ fees or expenses relating to research and correspondence).
After your application has been lodged, you may apply for legal aid. Legal aid is not granted automatically, and awards are not made immediately but only at a later stage of the proceedings.

What are the main stages in the process?

The Court must first examine whether your application is admissible. This means that the case must comply with certain requirements set out in the Convention (see “What conditions do I have to satisfy to lodge an application?” on page 3). If the conditions are not satisfied, your application will be rejected. If you have made several complaints, the Court may declare one or more of them admissible and dismiss the others.
If your application or one of your complaints is declared inadmissible, that decision is final and cannot be reversed.
If your application or one of your complaints is declared admissible, the Court will encourage the parties (you and the State concerned) to reach a friendly settlement. If no settlement is reached, the Court will consider the application “on the merits” – that is, it will determine whether or not there has been a violation of the Convention.

How long shall I have to wait?

In view of the current backlog of cases, you may have to wait a year before the Court can proceed with its initial examination of your application. Some applications may be treated as urgent and dealt with as a matter of priority, particularly where the applicant is said to be in imminent physical danger

What can I hope to obtain?
If the Court finds that there has been a violation, it may award you “just satisfaction”, a sum of money in compensation for certain forms of damage. The Court may also require the State concerned to refund the expenses you have incurred in presenting your case. If the Court finds that there has been no violation, you will not have to pay any additional costs (such as those incurred by the respondent State).

Applications to the Court should be sent by normal post or by fax
Address:
European Court of Human Rights
Council of Europe
67075 Strasbourg-Cedex
France
Tel: +33 (0)3 88 41 20 18
Fax: +33 (0)3 88 41 27 30


Overheidsdocumenten

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Postbus 20350
2500 EJ DEN HAAG
Telefoon (070) 340 79 11
Fax (070) 340 78 34
Bezoekadres:
Parnassusplein 5
2511 VX DEN HAAG
Correspondentie uitsluitend
richten aan het postadres
met vermelding van de
datum en het kenmerk van
deze brief
Internetadres:
www.minvws.nl

De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Ons kenmerk
Inlichtingen bij
Doorkiesnummer
Den Haag

MC-U-2786197  23 juli 2007

Onderwerp Bijlage(n) Uw brief

 Versterking patienten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties

Voor een versterking van de positie van de individuele zorggebruiker zijn krachtige
vertegenwoordigende organisaties noodzakelijk. Sterke pati?nten-, gehandicapten en
ouderenorganisaties (pgo-organisaties) moeten in de nieuwe stelsels van zorg en
maatschappelijke ondersteuning volwaardige gesprekspartners kunnen zijn van
zorgverzekeraars, zorgaanbieders, overheden en andere maatschappelijke organisaties. De staatssecretaris en ik stellen structureel circa € 10 miljoen extra ter beschikking om de pgoorganisaties in staat te stellen zich gezamenlijk te ontwikkelen tot deze krachtige partij. Dit betekent een substantiele uitbreiding van middelen ten opzichte van de reeds bestaande structurele middelen. Wij zullen met een nieuwe subsidiesystematiek het totale subsidiebudget zo effectief mogelijk inzetten. Met een nieuwe subsidiesystematiek beogen wij aan te sluiten bij de diversiteit van het pgo-veld en organisaties tegelijkertijd te stimuleren tot samenwerking en regie bij individuele pgo-organisaties overstijgende vraagstukken.

In deze brief schets ik, mede namens de staatssecretaris van VWS, mijn visie op de
maatschappelijke rol en betekenis van pgo-organisaties en de hoofdlijnen van een
bijpassende subsidiesystematiek. Ik voldoe hiermee tevens aan de toezegging van mijn
voorganger van 28 augustus 2006 om de Regeling Functiefinanciering nog te bezien
1.
In deze brief ga ik achtereenvolgens in op:
- overleg met het veld;
- de maatschappelijke betekenis van pgo-organisaties;
- een sterkere rol voor pgo-organisaties;
- de hoofdlijn van de nieuwe subsidiesystematiek;
- basissubsidie en meerjarige programma’s;
- inhoudelijke regierol voor de koepels;
- andere organisaties en herverdelingseffecten;
- premiefinanciering;
- het Fonds PGO;
- het verdere tijdpad.

1 TK, 2005-2006, 29 214, nr. 17.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Blad
2
Kenmerk
MC-U-2786197

Het is mijn intentie om de nieuwe subsidiesystematiek in overleg met het veld verder uit te werken. Ik zal daartoe dit najaar een vervolgbijeenkomst met pgo-organisaties beleggen.

Overleg met het veld
Op 25 mei 2007 is er een bijeenkomst geweest met vertegenwoordigers van pgoorganisaties ter voorbereiding van een nieuwe subsidiesystematiek. Tijdens deze
bijeenkomst zijn de hoofdlijnen van een nieuwe subsidiesystematiek geschetst en is de
aanwezige pgo-organisaties gevraagd om hun reactie. Deze bijeenkomst en andere
gesprekken met het veld hebben mij geholpen bij het ontwikkelen van de visie zoals
verwoord in deze brief. Ik ben onder de indruk van de inzet en betrokkenheid van deze
organisaties bij de problematiek van hun achterban. Door de diversiteit aan  aandoeningen, ziekten en beperkingen is er binnen het pgo-veld zelf ook sprake van een grote diversiteit. Hieraan ontleent het pgo-veld een deel van zijn kracht. De pgo-organisaties wezen mij ook op de hoeveelheid activiteiten die door pgo-organisaties op een zeer kostenefficiente wijze worden uitgevoerd. Tegelijkertijd kwam bij de bijeenkomst ook duidelijk de noodzaak naar voren dat zij zich ontwikkelen tot een krachtige(r) partij naast andere partijen in de zorg en maatschappelijke ondersteuning. De pgo-organisaties hebben aangegeven hiervoor extra ondersteuning nodig te hebben.
De visie in deze brief, en hoe deze doorwerkt in de hoofdlijnen voor een nieuwe
systematiek, is ook besproken met de koepels NPCF, CG-raad en CSO.De maatschappelijke betekenis van pgo-organisaties
 Een volwaardige maatschappelijke participatie is vaak een belangrijke grondslag voor geluk. Door ouderdom of door een beperking of ziekte kan het deelnemen aan de maatschappij moeilijker worden. Het is zeer ingrijpend als mensen - of iemand in hun naaste omgeving – geconfronteerd worden met dergelijke beperkingen. Mensen die dit overkomt, zoeken elkaar op. Uit deze maatschappelijke behoefte zijn patienten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties ontstaan.

De pgo-organisaties zijn toegesneden op de maat en problematiek van de verschillende
doelgroepen. Zij richten zich vaak breed op de belangen van hun leden. Dat belang omvat
allereerst het streven naar een zo volwaardig mogelijke deelname aan de maatschappij.
Daarnaast ondersteunen zij hun leden in een rol als ‘zorggebruiker’. De pgo-organisaties
staan dicht bij hun achterban, zij kennen de behoeften ervan en zij kunnen die achterban
goed ondersteunen.
Binnen deze organisaties worden ervaringen gedeeld (lotgenotencontact) en wordt
informatie gegeven over alle vraagstukken die men in de praktijk tegenkomt bij
maatschappelijke participatie en gezondheidsklachten (voorlichting). Pgo-organisaties dragen bij aan een volwaardige maatschappelijke participatie van mensen met een aandoening en/of beperking, veelal door inbreng van ervaringsdeskundigheid (belangenbehartiging). Zij zetten
zich daarbij vooral ook in voor de verbetering van kwaliteit van zorg en ondersteuning.
Wij zijn van mening dat pgo-organisaties een brede maatschappelijke functie hebben en niet alleen betekenis hebben voor groepen mensen met een beperking of aandoening. De kracht en kwaliteit van de samenleving wordt, zoals verwoord in het coalitieakkoord, bepaald door onderlinge betrokkenheid, die begint met meedoen: in een betaalde baan, in vrijwilligerswerk, in mantelzorg. Pgo-organisaties dragen hieraan bij. Door voorlichting en lotgenotencontact vergroten zij voor mensen met een beperking de mogelijkheid om (zoveel mogelijk) de regie te voeren over het eigen leven. Door belangenbehartiging dragen zij

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Blad
3
Kenmerk
MC-U-2786197

bijvoorbeeld bij aan de totstandkoming van aangepaste werk- en opleidingsplekken en aan een betere toegankelijkheid van het openbaar vervoer. Betere mogelijkheden om te
participeren leiden tot minder uitsluiting en lagere maatschappelijke kosten.
Pgo-organisaties voorzien dus in een brede maatschappelijke behoefte en dragen bij aan het welbevinden van de mensen in Nederland. Daarom worden de activiteiten van deze
organisaties op nationaal niveau door de overheid gesubsidieerd via de stichting Fonds PGO.

Een sterkere rol voor pgo-organisaties
Met de recente stelselvernieuwingen - de nieuwe zorgverzekeringswet en de invoering van de Wmo - wordt de maatschappelijke rol van de pgo-organisaties nog belangrijker. De zorggebruiker dient meer centraal te staan in de zorg. Het is belangrijk dat zorggebruikers zo veel mogelijk zelf kunnen bepalen welke zorg en ondersteuning bij hen past. Dit wordt niet alleen bereikt door het versterken van de positie van de individuele zorggebruiker, maar ook door het versterken van de positie van de organisaties die hem of haar vertegenwoordigen.
De pgo-organisaties moeten gezamenlijk een krachtige partij gaan vormen ten opzichte van zorgaanbieder, zorgkantoor, zorgverzekeraar, overheden en andere organisaties met een maatschappelijke functie.
Te denken valt daarbij aan:
- het ontwikkelen van specifieke kennis en kunde om het clientperspectief in te brengen
als wordt vastgesteld wat verantwoorde zorg of maatschappelijke ondersteuning is,
zoals bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van richtlijnen;
- het maken van afspraken met de zorgaanbieder over specifieke behandelingen of
afspraken met de zorgverzekeraar over het aanbieden van specifieke zorgpolissen. Op
dit gebied zijn al eerste goede ervaringen opgedaan, bijvoorbeeld in het programma
Zekere Zorg;
- het leveren van inbreng bij besluitvorming over de toegankelijkheid van diensten.
Pgo-organisaties moeten zowel individueel als collectief grotere invloed krijgen. Dit vraagt om een goede onderlinge samenwerking en het organiseren van regie op vraagstukken die de individuele pgo-organisaties overstijgen. De staatssecretaris en ik stellen extra middelen beschikbaar en vernieuwen de subsidiesystematiek om het pgo-veld te positioneren als een krachtige partij en en als volwaardige gesprekspartner van zorgaanbieders, -verzekeraars en andere maatschappelijke organisaties. Op die manier kunnen pgo-organisaties bijdragen aan een sterke en centrale positie van de individuele zorggebruiker met een optimale regie over het eigen leven.

De hoofdlijn voor de nieuwe subsidiesystematiek
Om de functies voorlichting, lotgenotencontact en belangenbehartiging goed te kunnen
vormgeven, is het noodzakelijk dat pgo-organisaties dicht bij hun doelgroep staan. De
huidige diversiteit aan pgo-organisaties sluit aan bij de diversiteit in ziekten, aandoeningen en beperkingen. Deze diversiteit is van waarde en moet behouden blijven. Tegelijkertijd moet het pgo-veld zich ontwikkelen tot een sterke partij. Hiervoor zijn samenwerking en regie noodzakelijk. Het gaat hierbij immers om een vraagstuk dat de individuele pgo-organisaties overstijgt. Tegen die achtergrond zal de nieuwe subsidiesystematiek bestaan uit:

1 een jaarlijkse basissubsidie voor de klassieke taken (lotgenotencontact, voorlichting en belangenbehartiging);
2 meerjarige programma’s ter versterking van de positie van de pgo-organisaties.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Blad
4
Kenmerk
MC-U-2786197

De nieuwe systematiek kent verder de volgende uitgangspunten:
- gelijksoortige organisaties worden bij de basissubisidie op een gelijke manier
gefinancierd voor gelijksoortige activiteiten. Bij het bepalen van de hoogte van subsidies
die organisaties ontvangen is nu om historische redenen te veel onevenwichtigheid en
soms zelfs willekeur geslopen;
- de financiering van activiteiten van pgo-organisaties mag niet vrijblijvend zijn. Zij moeten verantwoording afleggen over de activiteiten die zij met publieke middelen uitvoeren.

Daarbij mogen zij geen activiteiten uitvoeren die het algemeen belang belemmeren.
Organisaties moeten de huidige instellingssubsidie die zij ontvangen niet vergelijken met de hoogte van de toekomstige basissubsidie, maar met het totaal bedrag dat ze ontvangen uit basissubsidie en programmafinanciering. In de regel zullen pgo-organisaties in de nieuwe, hier voorgestelde systematiek er financieel op vooruit gaan, als zij activiteiten uitvoeren die passen binnen de programma’s.

Basissubsidie
Naast de financiering uit de programma’s kunnen landelijk werkende pgo-organisaties voor hun activiteiten op het vlak van voorlichting, lotgenotencontact en belangenbehartiging jaarlijks een basissubsidie ontvangen tot een maximaal bedrag van € 90.000,- per doelgroep. Een doelgroep wordt gevormd door specifieke categorieen van zorggebruikers:

mensen met een bepaalde ziekte of aandoening of mensen die te maken hebben met de
gevolgen daarvan, zoals een motorische handicap. Ook ouderen worden gezien als een
doelgroep. Levensbrede aanwending van deze basissubsidie is toegestaan. De basissubsidie is van belang om de maatschappelijke participatie van zorggebruikers te bevorderen.

Bovendien sluit dit aan bij de huidige activiteiten van veel pgo-organisaties.
De basissubsidie bestaat uit een vast basisbedrag en een omvangstoeslag. Deze
omvangstoeslag is gerelateerd aan het aantal leden of donateurs en de inkomsten uit
contributies. De basissubsidie bedraagt maximaal € 100,- per lid. Als er meerdere
organisaties zijn die zich inzetten voor de belangen van mensen uit eenzelfde doelgroep dan wordt het maximum subsidiebedrag van € 90.000,- onder hen verdeeld.
Het pgo-veld blijft dynamisch: nieuwe organisaties kunnen met hun activiteiten aanspraak maken op de subsidie voor een bestaande doelgroep en er kunnen nieuwe doelgroepen worden benoemd door bijvoorbeeld het ontstaan van nieuwe ziektebeelden.

Ten opzichte van de huidige Regeling Functiefinanciering zijn de belangrijkste wijzigingen
voor de basissubsidie:
- betere aansluiting bij de bestaande diversiteit in het veld;
- meer continu?teit omdat de systematiek om soms alleen de organisatie met het beste
plan voor subsidie in aanmerking te laten komen is vervallen;
- de basissubsidie mag levensbreed worden aangewend.
De meerjarige programma’s
In het nieuwe stelsel van zorg en maatschappelijke ondersteuning is het van nog groter
belang dat de pgo-organisaties gezamenlijk een volwaardige rol spelen als kritische instantie
naast zorgaanbieders, zorgkantoren, zorgverzekeraars, overheden en andere organisaties
met een maatschappelijke functie. Voor het verkrijgen van deze sterkere positie zijn
samenwerking, regie en verdere professionalisering in het pgo-veld noodzakelijk. Alleen op
die manier krijgt de stem van het collectief van pati?nten, gehandicapten en ouderen
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Blad
5
Kenmerk
MC-U-2786197
voldoende gewicht. E?n van de leerpunten uit het programma Zekere Zorg is dat een
dergelijke samenwerking en regie niet vanzelf ontstaat.
De meerjarige programma’s versterken de positie van de pgo-organisaties binnen het nieuwe
stelsel van zorg en maatschappelijke ondersteuning. Zij stimuleren gericht samenwerking en
ondersteunen organisaties bij hun ontwikkeling. In de keuze van de programmathema’s en
van de randvoorwaarden bij de programma’s komen de beleidsprioriteiten tot uitdrukking.
Een programma bestaat uit een bundel van projecten. De pgo-organisaties, inclusief
samenwerkingsorganisaties, kunnen voorstellen indienen voor projecten. De projecten
moeten bijdragen aan het realiseren van de programmadoelen. De uiteindelijk geselecteerde projecten worden gefinancierd. Door deel te nemen aan een programma kunnen pgoorganisaties aan kracht winnen. En ook in financieel opzicht is deelname dus lonend. Het bewaken van de samenhang tussen de projecten is een van de taken van de koepels bij de programma's. De programma's duren drie tot vijf jaar. Veel organisaties hebben aangegeven de looptijd van het programma Zekere Zorg (twintig maanden) namelijk als te kort te beoordelen. De resultaten van de programma’s zullen eenvoudig toegankelijk worden gemaakt.

Gelet op bovenstaande en gezien onze speerpunten van beleid op het gebied van
transparantie, clientgerichtheid en veiligheid, zoals verwoord in de brief over de kwaliteit
van zorginstellingen van 6 juli 2007 2, zijn wij voornemens vier programma’s in te stellen. Deze zijn hieronder globaal beschreven. In overleg met het veld zullen deze programma’s nader worden uitgewerkt. Wij willen deze programma’s zo snel mogelijk van start laten gaan.

1. Programma kwaliteit en transparantie (inhoudelijk programma)
De inzet van pgo-organisaties op dit thema concentreert zich met name op betrokkenheid bij de ontwikkeling van prestatie-indicatoren en bij de formulering van protocollen en richtlijnen op het gebied van welzijn en zorg. Deze inzet vraagt om versterking en om coordinatie, zodat de inbreng vanuit patienten en clienten wordt vergroot. Pgoorganisaties krijgen de mogelijkheid om te investeren in kennis en kunde om de bijdrage van patienten/clienten bij indicatorontwikkeling, richtlijnontwikkeling en wetenschappelijk onderzoek te vergroten. Zo komt het clientperspectief hierin meer centraal te staan. De pgo-s aanbieders en verzekeraars bevorderen en de gemaakte afspraken voor kwaliteitsverbetering toetsen.

2. Programma maatschappelijke participatie (inhoudelijk programma)3
Bevordering van maatschappelijke participatie is voor pgo-organisaties belangrijk. Pgoorganisaties zetten zich er bijvoorbeeld voor in dat patienten in de geestelijke
gezondheidszorg en clienten in de gehandicaptenzorg zoveel mogelijk kunnen deelnemen aan het arbeidsproces. Zij dragen bij aan een betere beeldvorming over mensen met een aandoening of beperking. Ook op andere terreinen van het maatschappelijk leven zetten pgo-organisaties zich in voor participatie van mensen met een aandoening of beperking: onderwijs, sport, de toegang tot uitkeringen, zelfstandig wonen, en toegang tot het openbaar vervoer. Onder meer ouderenorganisaties blijken daarnaast een platform voor vrijwilligerswerk.

2 TK 2006-2007, 28439 nr. 98

3 Eerder ook wel levensbreed genoemd.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Blad
6
Kenmerk
MC-U-2786197

Dit programma richt zich op de volgende terreinen:
- maatschappelijke participatie: projecten gericht op het zo goed en lang mogelijk
maatschappelijk kunnen (blijven) participeren in de eigen omgeving (bijv. door
vrijwilligerswerk, betaalde arbeid, het volgen van onderwijs, het meedoen aan sport);
- vergroting maatschappelijke participatie voor PGB-houders (bijvoorbeeld door PGBhouders te ondersteunen bij het inhuren van hulp en ondersteuning om op die manier
beter deel te kunnen nemen aan de samenleving);
- wonen, welzijn en zorg: projecten gericht op het zo lang mogelijk in de eigen
leefomgeving (zelfstandig) kunnen blijven wonen;
- gelijke behandeling: projecten die bijdragen aan de gelijke behandeling bij de toegang
tot, het gebruik van (en de bejegening bij) goederen en diensten. Dit kan bijvoorbeeld
door hierover afspraken te maken met brancheorganisaties (zelfregulering);
- bevorderen positieve beeldvorming over mensen met een aandoening of beperking.
Het programma maatschappelijke participatie zal zich met voorrang richten op de
gehandicapten-, ouderen- en GGZ-organisaties.

3. Programma versterking en ondersteuning (procesmatig programma)
Veel pgo-organisaties drijven op de inzet van vrijwilligers. In die situaties kan het moeilijk
zijn voldoende tegenwicht te bieden aan grotere organisaties als zorgaanbieders,
zorgverzekeraars of de farmaceutische industrie. In de huidige overgang naar zorgstelsels waarin de positie van pgo-organisaties ten opzichte van aanbieders en verzekeraars vorm dient te krijgen, ervaren veel pgo-organisaties een behoefte aan verdere professionalisering om effectiever te kunnen opereren. Ik vind het van belang om in overleg met het pgo-veld te bepalen hoe deze ontwikkeling kan worden vergemakkelijkt.

4. Programma kennis- en informatie over het zorgaanbod en over de rechten en plichten van zorggebruikers (kennisprogramma)
Het verschaffen van goede objectieve informatie over het zorgaanbod is van essentieel
belang. Uit onderzoek is daarnaast gebleken dat de zorggebruiker behoefte heeft aan
meer en eenduidiger informatie over zijn rechten en plichten.
Dit programma richt zich met name op het verstrekken van:
- informatie over rechtspostie;
- informatie over wat te doen bij klachten en geschillen;
- informatie over het zorgaanbod.
Dit programma richt zich niet alleen op de pgo-organisaties, als vertegenwoordiger van
de zorggebruiker: zorggebruikers krijgen zelf direct toegang tot de gegenereerde
informatie. Het heeft hierdoor een breder karakter dan de andere programma’s.

Een inhoudelijke regierol voor de koepels

De drie koepels NPCF, CG-raad en CSO werken landelijk en richten zich op
aandoeningsoverstijgende vraagstukken. Deze koepels leveren een belangrijke bijdrage aan de samenwerking en regie in het pgo-veld. Die zijn nodig om de eerder genoemde krachtige partij te vormen. Bij het programma Zekere Zorg is geleerd dat het wenselijk is om projecten te begeleiden, leerervaringen te delen en om samenhang tussen programma-onderdelen in het oog te houden.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Blad
7
Kenmerk
MC-U-2786197

De koepels krijgen een belangrijke inhoudelijke regierol bij de totstandkoming en uitvoering van de programma’s. Zij moeten bij de start en bij de uitvoering van de programma’s de samenhang tussen programma-onderdelen bewaken om zo dubbel werk te voorkomen. Alleen op die manier kunnen verschillende programmaonderdelen elkaar versterken. Ook dienen de genoemde koepels actief te bevorderen dat kennis en ervaringen worden gedeeld.
Als laatste dienen de koepels ervaringen van pgo-organisaties te bundelen en in te brengen in besluitvormingstrajecten die de reikwijdte van afzonderlijke pgo-organisaties ontstijgen. De koepels zullen bij de realisatie van de programma’s ervoor moeten zorgen dat zij voldoende draagvlak hebben bij afzonderlijke pgo-organisaties, ook buiten de directe kring van leden van desbetreffende koepel. De opzet van de programma’s en de regierol van de koepels hierbij worden na vier jaar geevalueerd.
De financiering van de koepels NPCF, CG-raad en CSO zal ook plaatsvinden via de
programma’s. De koepels kunnen daarnaast een relatief bescheiden contributie van hun
leden vragen. Voordat de programma’s daadwerkelijk starten wordt, met behulp van een organisatieadviesbureau, onderzocht in welke mate, op welke wijze en (zo nodig) op welke termijn zij voldoende zijn voorbereid en toegerust voor de gewenste regierol. Daarbij wordt ook gekeken naar de overige activiteiten van de koepels en wat er nodig is om deze naar behoren uit te kunnen voeren.
De koepels NPCF, CG-raad en CSO hebben aangegeven een dergelijke inhoudelijke regierol op zich te willen nemen.

Andere organisaties en herverdelingseffecten
Organisaties moeten de huidige instellingssubsidie die zij ontvangen niet vergelijken met de hoogte van de toekomstige basissubsidie, maar met het totaal bedrag dat ze ontvangen uit basissubsidie en programmafinanciering. In de regel zullen pgo-organisaties er financieel op vooruit gaan, als zij activiteiten uitvoeren die passen binnen de programma’s. Een van de uitgangspunten van de basissubsidie is dat gelijksoortige organisaties op een gelijke manier gefinancierd worden voor gelijksoortige activiteiten. Dat betekent dat sommige organisaties (voornamelijk verschillende gehandicapten-, ouderen en GGZ-organisaties) er wat betreft basissubsidie op achteruit gaan. De hierdoor vrijkomende financiele middelen komen echter volledig ten goede aan het programma maatschappelijke participatie, dat op zijn beurt weer wel met voorrang zal worden gerealiseerd door de gehandicapten-, ouderen- en GGZorganisaties.

Daarnaast kunnen deze organisaties uiteraard ook deelnemen aan de andere
programma’s, waarvoor de structurele extra middelen (circa € 10 miljoen per jaar) met
name zullen worden aangewend. Dit resulteert er per saldo in dat ook de groep van
gehandicapten-, ouderen- en GGZ-organisaties er financieel niet op achteruit gaat en er per saldo op vooruit kan gaan, als zij activiteiten (gaan) uitvoeren die passen binnen de
programma’s. Het is mogelijk dat bij de door mij te hanteren indeling naar doelgroepen enkele organisaties die nu instellingssubsidie ontvangen vanwege hun specifieke aard de facto niet voor een basissubsidie in aanmerking komen, terwijl zij met hun activiteiten wel een belangrijke bijdrage leveren aan de doelstellingen van de subsidiesystematiek. Ik verwacht dat de activiteiten van deze organisaties veelal gefinancierd zullen kunnen worden vanuit de programma’s. Ik zal daar met speciale aandacht naar kijken.
Naast de drie grote koepels bestaan er ook andere samenwerkingsorganisaties binnen het pgo-veld. Deze organisaties vervullen bepaalde taken van hun lidorganisaties omdat deze

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Blad
8
Kenmerk
MC-U-2786197

taken gebundeld beter of efficienter kunnen worden opgepakt. Deze organisaties ontvangen derhalve geen basissubsidie. Zij dienen primair gefinancierd te worden via de deelnemende organisaties die zelf wel een basissubsidie kunnen ontvangen. Deze bestaande en mogelijk nieuwe samenwerkingsorganisaties kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van de doelstellingen van de programma’s. De activiteiten die zij hiervoor uitvoeren kunnen uit de programma’s worden gefinancierd.
Ook op het provinciale en het lokale niveau hebben pgo-organisaties een belangrijke functie. Afspraken over provinciale en lokale activiteiten - en de financiering hiervan – worden hoofdzakelijk op dat niveau gemaakt. Daar waar het bijdraagt aan het verwerkelijken van de doelen van het programma is het onder bepaalde omstandigheden mogelijk dat ook organisaties die werkzaam zijn op het decentrale niveau aan een programma deelnemen en daarvoor een bijdrage ontvangen. De afstemming van de activiteiten tussen de verschillende betrokken overheden blijft vanzelfsprekend een aandachtspunt.

Op grond van de Regeling Functiefinanciering financiert het Fonds PGO een aantal
organisaties ter ondersteuning van medezeggenschap. Dit wordt ongewijzigd voortgezet totdat herbeziening van de Wet medezeggenschap clienten zorginstellingen (Wmcz) heeft plaatsgevonden. Voor wat betreft de subsidies voor kwaliteitstoetsing die het Fonds eveneens op grond van de Regeling Functiefinanciering uitvoert, geldt dat deze in beginsel
zoveel mogelijk betrokken zullen worden bij het programma kwaliteit en transparantie.
Naast de Regeling Functiefinanciering verstrekt het Fonds PGO in opdracht van VWS ook
andere subsidies aan pgo-organisaties. De komende tijd zullen wij bezien of, en zo ja per
wanneer, het mogelijk en wenselijk is deze middelen voor pgo-organisaties meer gebundeld
in te zetten via de programma’s om zo te komen tot een meer gestroomlijnd
subsidiesysteem.
Premiefinanciering
Mij is bekend dat onder pgo-organisaties een breed gedeeld gevoel leeft dat
gelijkwaardigheid met de andere zorgpartijen veronderstelt dat pgo-organisaties uit de
premiemiddelen dienen te worden bekostigd, en niet uit de rijksbegroting. Ik deel het gevoel van het pgo-veld dat een sterke positie van deze organisaties ten opzichte
van zorgaanbieders en zorgverzekeraars noodzakelijk is. Ik ben ook van mening dat hiervoor extra middelen noodzakelijk zijn. Ik ben echter geen voorstander van premiefinanciering. Uit de premiemiddelen wordt de levering van zorg en maatschappelijke ondersteuning gefinancierd. Die dienstverlening vindt plaats aan individuele personen bij gebleken (medisch) geindiceerde behoefte. Om het risico van die behoefte af te dekken betalen zij vooraf premie. Dat is de basis van de verzekeringsgedachte. Die gedachte wil ik zo zuiver mogelijk houden. Het financieren van de activiteiten van pgo-organisaties past hier niet in.

Indien verzekeraars en pgo-organisaties dat wenselijk achten, zou wel in de aanvullende
verzekering een lidmaatschap kunnen worden opgenomen. Dit komt nu al voor. Dat is echter een zaak van verzekeraars en verzekerden (cq. pgo-organisaties).

Het Fonds PGO
Het Fonds PGO is een privaatrechtelijke ZBO van VWS. De Regeling Functiefinanciering
wordt uitgevoerd door het Fonds PGO. De Kaderwet ZBO’s brengt met zich mee dat het niet vanzelfsprekend is dat het Fonds een ZBO zal blijven. Nu de contouren van de nieuwe

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Blad
9
Kenmerk
MC-U-2786197

systematiek en de rolverdeling van partijen duidelijker wordt, is het moment aangebroken de positionering van het Fonds nader te bekijken. Daarbij is het van belang dat de grote kennis en ervaring van het Fonds behouden blijft.

Per 1 januari 2008 loopt het delegatiebesluit van het Fonds PGO af. Dit besluit zal worden
verlengd tot 2010 zodat het Fonds ook in 2008 rechtmatig subsidies kan blijven verstrekken en intussen besluitvorming over de toekomst van het Fonds kan worden voorbereid.

Vervolgtraject
Gelet op het overleg dat ik nog met u en het veld wil voeren, acht ik het niet wenselijk om
op 1 januari 2008 de nieuwe systematiek in werking te laten treden. Zoals ik u al heb
toegezegd in mijn brief van 3 juli 20074 zal ik de huidige subsidiesystematiek nog een jaar voortzetten, zodat de pgo-organisaties voldoende gelegenheid hebben om zich voor te bereiden op de toekomstige systematiek. Ik heb het Fonds PGO gevraagd de pgoorganisaties hierover te informeren.

Samen met de staatssecretaris wil ik rond de jaarwisseling een uitgewerkte
subsidiesystematiek aan u voorleggen. De ingangsdatum van deze nieuwe systematiek zal 1 januari 2009 zijn. Om de vernieuwing snel vorm te kunnen geven en daarmee de positie van de zorggebruiker en het pgo-veld binnen een zo kort mogelijke termijn te versterken, wil ik een zorgvuldig, maar tegelijkertijd zo kort mogelijk overgangstraject in acht nemen. Omdat het opzetten van de programma’s een gedegen voorbereiding vraagt, start ik hiermee zo spoedig mogelijk.
Ik ben me er van bewust dat er de afgelopen jaren veel onzekerheid is ontstaan bij pgoorganisaties over het behoud van hun subsidies. Met deze brief hoop ik duidelijkheid
gegeven te hebben over mijn visie op de maatschappelijke betekenis van pgo-organisaties en hoe ik hun activiteiten wil financieren. Ik wil u en de organisaties in het veld nadrukkelijk betrekken bij het verder uitwerken van deze nieuwe systematiek.

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
dr. A. Klink
4 TK 2006-2007, 29214 nr. 23


 GGZ moet kiezen voor moderne aanpak
Toespraak, 9 november 2006 door voormalig minister Hans Hoogervorst

De geestelijke gezondheidszorg (GGZ) kan niet achterblijven bij andere sectoren in de gezondheidszorg, waar al volop wordt gewerkt met prestatievergelijkingen, kwaliteitsprogramma's en handelen op basis van wetenschappelijk verkregen bewijs ('evidence based'). Daarom moet ook de GGZ kiezen voor een moderne aanpak, gebaseerd op 'evidence based' handelen en openheid over de gemaakte keuzes. Dat zei minister Hoogervorst tijdens de opening van het congres 'Kwaliteitsverbetering in de psychiatrie' op 9 november in Amsterdam. De volledige tekst van zijn toespraak vindt u hieronder.

Dames en heren,
`Wie ophoudt met verbeteren houdt snel op met goed zijn'. Als het goed is klinkt deze uitspraak u bekend in de oren, want het zijn de woorden van de man ter ere van wie dit congres over kwaliteitsverbetering in de psychiatrie is georganiseerd.

De woorden van Swinkels zijn mij uit het hart gegrepen. Want de GGZ kan niet achterblijven bij andere sectoren in de gezondheidszorg, waar al volop wordt gewerkt met prestatievergelijkingen, kwaliteitsprogramma's en evidence based handelen. En dus ook aan manieren om het werk voortdurend te verbeteren.

Zeker: er wordt binnen uw beroepsgroep al het nodige gedaan op dit terrein. De commissie Kwaliteitszorg, waar professor Swinkels tien jaar voorzitter van was, is daarvan uiteraard het beste voorbeeld.

Maar de Psychiatrie heeft op dit traject wel een langere weg te gaan dan de “gewone” gezondheidszorg. Om het voorzichtig te zeggen: uw vakgebied heeft geen grote traditie op het gebied van transparantie.

In het Visiedocument dat GGZ Nederland twee jaar geleden presenteerde, werd daar dan ook terecht veel aandacht aan besteed. Ik denk dat die aandacht voor uw beroepsgroep van levensbelang is.

Traditioneel is de geestelijke gezondheidszorg niet bij voorbaat verzekerd van een vanzelfsprekende maatschappelijke en politieke steun. Een moderne aanpak, gebaseerd op “evidence based”-handelen en openheid over gemaakte keuzes, is de beste manier om daar verandering in te brengen.

Zo is het goed dat onder leiding van professor Swinkels richtlijnen tot stand zijn gekomen. Daarvan zijn er in de psychiatrie inmiddels veertien. Richtlijnen die precies aangeven wat we, bijvoorbeeld, onder een depressie moeten verstaan en hoe je die volgens de laatste stand van de wetenschap het best behandelt.

Richtlijnen kunnen de professionele effectiviteit en doelmatigheid immers sterk vergroten. Ze komen de kwaliteit van uw werk ten goede en het werk wordt er ook een stuk efficiënter van. Ik heb mij laten vertellen dat een efficiencywinst van 25 procent mogelijk is. Het aantal effectieve, geslaagde behandelingen zal toenemen. Redenen genoeg dus om die richtlijnen als uitgangspunt voor uw handelen te nemen.

Voorwaarde is uiteraard wel, dat u ook volgens die richtlijnen werkt. In de hele medische wereld zie je dat dat bepaald nog geen gewoonte is. Ik ga er van uit dat daar de komende jaren verandering in komt. Alleen dan hebben de richtlijnen ook de waarde die ik net noemde: vergroting van uw legitimiteit en versterking van uw positie.

Een belangrijke mijlpaal in de versterking van de positie van de GGZ is uiteraard de overheveling van de geneeskundige GGZ van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet op 1 januari 2008.

Uw sector valt over ruim een jaar dus voor het grootste deel weer onder de tucht en de regels van de curatieve zorg. Alleen de behandeling van chronisch-psychiatrische patiënten blijft onder de AWBZ vallen. Psychiatrie wordt daarmee vanaf 1 januari 2008 weer een gewoon medisch specialisme.

Ik vind dat - en u gelukkig ook - een uitstekende zaak. De situatie waarbij de GGZ helemaal uit de AWBZ-pot wordt betaald, laat onvoldoende zien dat een groot deel van de psychische problemen goed en snel te genezen is. Dat een therapie geen bijzondere vorm van tovenarij is, maar een helder omschreven geheel van acties kun je ook prima in een DBC vastleggen.

De overgang van AWBZ naar zorgverzekeringswet heeft voor u als psychiater wel twee belangrijke consequenties. De eerste noemde ik net al: u zult vanaf 1 januari 2008 ook gaan declareren op basis van DBC's. U heeft daarbij al een voorsprong op uw collega's van andere specialismen, omdat u gekozen heeft voor een klein aantal productbeschrijvingen. Daarmee loopt u in feite al vooruit op de vereenvoudiging van de DBC's waar in de ziekenhuizen nu hard aan wordt gewerkt. Uitgangspunt bij de invoering van de DBC's is dat zij de vergelijkbaarheid van kwaliteit en prijs vergroten.

En dat is de tweede belangrijke consequentie van de overgang naar de zorgverzekeringswet: ook in de GGZ-sector worden de medisch specialisten vanaf 1 januari 2008 afgerekend op prestaties. Ook uw sector zal dus te maken gaan krijgen met het fenomeen prestatie-indicatoren, die aangeven hoe u presteert als het gaat om zaken als effectiviteit, veiligheid en cliëntgerichtheid.

Ik ben dan ook blij dat die prestatie-indicatoren voor uw sector er, zoals het er nu naar uit ziet, eind deze maand liggen. Dan kunt u werk gaan maken van de daadwerkelijke invoering. Primair zijn de indicatoren ervoor bedoeld dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg ze kan gebruiken als meetlat bij haar visitaties van uw beroepsgroep.

Maar prestatie-indicatoren geven ook helderheid over de onderlinge verschillen. Er zijn nu eenmaal verschillen tussen het ene ziekenhuis en het andere, het ene verpleeghuis en het andere en ook tussen de ene psychiater en de andere. Ik vind dat die verschillen zichtbaar moeten worden, zowel voor de zorgverzekeraar als voor de consument.

Dan heb ik nog één punt waar ik even bij wil stilstaan: de onafhankelijkheid van uw diagnostiek. U bepaalt, als professional, of een patiënt voor zijn ziekte of aandoening in aanmerking komt voor een behandeling - en niet een commercieel directeur of een lid van de Raad van Bestuur.

In het algemeen is de kern van een goed en betaalbaar systeem van gezondheidszorg, dat elke behandeling nuttig en nodig, zinnig en zuinig moet zijn. En vooral voor psychische zorg geldt, dat het zich leent voor een oneindige vraag.

Nu al lijkt depressie een echte volksziekte te worden. Enige tijd geleden heb ik een brief aan de Tweede Kamer gestuurd, met daarin de constatering dat elk jaar één op de vier volwassenen aan één of andere vorm van psychische stoornis lijdt. Toch vraag ik me wel eens af wat we met die constatering aanmoeten. Leggen we de lat dan niet te laag? Bagatelliseren we met dergelijke definities niet de ernst van een ingrijpende psychische stoornis?

Ik heb wel eens een advertentie gezien, waarin een AWBZ-instelling in het zuiden des lands mensen met liefdesverdriet aanmoedigde in therapie te gaan. Het lijkt me heel nuttig met anderen over je verdriet te praten, maar volgens mij hoeft dat niet per se met een psycholoog of psychiater.

Dames en heren,
Ik ben blij dat de geestelijke gezondheidszorg een weg opgaat van werken volgens richtlijnen, met openheid en onderlinge vergelijkbaarheid. Dat is niet alleen in het belang van een betere en betaalbare gezondheidszorg. Het geeft u ook de kans uw meerwaarde aan te tonen.

Het fundament dat professor Swinkels voor deze ontwikkeling heeft gelegd, daar kunt vanaf vandaag op verder bouwen. Ik ga er van uit dat u dat doet.
Want wie ophoudt met verbeteren, houdt snel op met goed zijn.

Ik wens u een inspirerend, boeiend en leerzaam vervolg toe van dit congres.