|
1. Medisch
Inzage in medische richtlijnen
Alle medische richtlijnen zijn vanaf donderdag 13 september 2007 voor iedereen vrij te raadplegen via de website www.artsennet.nl. Meer dan duizend richtlijnen van verschillende organisaties, waaronder medische beroepsverenigingen, zijn gebundeld in een databank. Deze is met een zoekmachine te raadplegen.
De service is in eerste instantie bedoeld voor artsen. ‘Het overkoepelend zoeken draagt bij aan een meer multidisciplinaire benadering van medische problemen', zegt hoofd Artsennet Aletha Annema. Wie zoekt op de chronische longziekte COPD vindt onder meer de behandelrichtlijnen van de longartsen en de huisartsen, maar ook richtlijnen van de apothekers en fysiotherapeuten.’
Voorheen was de service alleen toegankelijk voor leden van organisaties die bij Artsennet zijn aangesloten. ‘Dat past niet meer in deze tijd van transparantie’, meent Annema. 'Om het zoeken in de databank te vergemakkelijken hebben we groot aantal zoektermen aan de richtlijnen toegekend. Niet iedereen zoekt op de precieze medische termen die in de richtlijnen staan.'
De databank is direct te benaderen via www.artsennet.nl/richtlijnen en wordt continu aangevuld met nieuwe richtlijnen. Om zo up-to-date mogelijk te blijven verwijst Artsennet naar de specifieke plaats waar de richtlijnen zijn gepubliceerd, bijvoorbeeld naar de site van een beroepsvereniging. Veranderingen in de richtlijnen worden zo automatisch doorgevoerd.
Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de redactie van Artsennet.nl via redactie@artsennet.nl of tel. 030 28 23 202
De e-maildokter
Conclusies uit zijn laatste jaarverslag:
94 procent van verzoeken voor een recept betrof erectiebevorderende (ED) medicatie bij vooral de groep mannen van 30-gers en 50-plussers. Dit is 81,5 procent van het totale aantal contactredenen (2232). In de dagelijkse huisartsenpraktijk varieert het aantal consulten voor een nieuw erectieprobleem van 0 tot 10.
Het merendeel van de mannen was tussen de 40 en 70 jaar oud.De indruk bestaat dat het op deze wijze verkrijgen van ED-medicatie een behoorlijke hoeveelheid schroom wegneemt en veel relaties weer brengt naar de mooie en bijzondere begindagen. Een telefonisch consult werd vaak op prijs gesteld.
De second opinion betrof vaak een miscommunicatie tussen patiënt en eigen huisarts of specialist. Vaak kon deze rechtgetrokken worden, waarna beide partijen weer met elkaar verder konden.
 Tip: Online Consult (Webconsult)
Online kunt u uw medische vragen of problemen voorleggen aan ervaren medisch specialisten op de site www.mijnspecialist.nl tegen een vergoeding vanaf 50 euro per consult. De inhoud van uw vraag en het antwoord door een medisch specialist binnen het team van de stichting AYE valt onder het medisch beroepsgeheim. Voor MijnSpecialist werken ruim 40 ervaren artsen uit verscheidene ziekenhuizen of klinieken in de Stichting AYE samen. De voorzitter van de medische staf van de stichting is de heer Prof. Dr. G. Hennemann, internist/endocrinoloog
Op de site www.gezondheidsplein.nl kunt u voor 10 euro een antwoord krijgen op een medische vraag in de rubriek Online Spreekuur.
Gezondheidsplein werkt samen met zo'n 50 deskundigen: artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, verloskundigen, logopedisten.
Op 1 januari 2005 is de KNMG Richtlijn online arts-patiënt contact in werking getreden. Deze Richtlijn beoogt de randvoorwaarden aan te geven waaronder arts-patiënt contacten via het internet kunnen verlopen.
Online medicijnen bestellen: Let op: De Inspectie voor de gezondheidszorg wijst erop dat geneesmiddelen gevaarlijke stoffen zijn en dat geneesmiddelen, welke via internet worden besteld gezondheidsschade kunnen toebrengen. Koop en gebruik alleen geregistreerde geneesmiddelen. Geregistreerde geneesmiddelen kunt u herkennen aan een RVG- of EU nummer op de verpakking.
oktober 2007
Nederlander herkent waarschuwingstekens kanker slecht
Bron(nen): KWF Kankerbestrijding
Nederlanders herkennen maar vier van de negen signalen die tot kanker kunnen leiden. Van de ondervraagden zegt 90% wel te letten op waarschuwingstekens van kanker. Ook vinden ze het belangrijk en nuttig om bij klachten naar de huisarts te gaan. Toch ervaart een derde van de mensen een drempel om naar de huisarts te gaan. Dit blijkt uit recent onderzoek van KWF Kankerbestrijding en de Universiteit Maastricht. KWF Kankerbestrijding wil met de campagne ‘Ken de 9 signalen’ mensen stimuleren tot tijdige actie als zij een klacht hebben die op kanker duidt. Daartoe is http://www.kwfklachtadvies.nl ontwikkeld.
Kennis over mogelijke signalen van kanker is hoger in de leeftijdsgroep 50-64 jaar dan die van ouderen (65+). Tweederde van alle kankersoorten wordt ontdekt bij mensen die 60 jaar of ouder zijn. De campagne ‘Ken de 9 signalen’ richt zich dan ook voornamelijk op ouderen.
Meer inzicht in ontbrekende kennis
Er is nog veel winst te halen. Door kanker in een vroeg stadium te herkennen, kan de ziekte eerder worden behandeld, is er meer genezing mogelijk en uiteindelijk minder kankersterfte. Vroege opsporing en verbeterde behandeling hebben in het verleden bijgedragen aan een verbeterde overlevingskans voor verschillende soorten kanker, waaronder een aantal veelvoorkomende soorten zoals borst- en dikkedarmkanker.
Naast dat mensen zelf signalen van kanker kunnen herkennen, is het ook van groot belang voor vroege ontdekking dat mensen deelnemen aan bevolkingsonderzoeken. Hierbij kan kanker worden opgespoord wanneer iemand nog geen klachten heeft, of kan er een voorstadium van kanker worden ontdekt. Bijvoorbeeld door het uitstrijkje voor de screening op baarmoederhalskanker en door het maken van borstfoto’s bij het bevolkingsonderzoek borstkanker. KWF Kankerbestrijding wil met de campagne ‘Ken de 9 signalen’ meer mensen bewust maken van de voordelen van vroege ontdekking door hun kennis hierover te vergroten.
Om mensen te helpen klachten van kanker te herkennen en om mensen te helpen bij het inschatten van de urgentie van een doktersbezoek, heeft KWF Kankerbestrijding een internetmodule ontwikkeld. De meest voorkomende klachten zijn blijvende heesheid of hoest, slikklachten, nieuwe of veranderende moedervlekken, gewichtsverlies zonder aanleiding en urine + wegproblemen. Op basis van gegevens over de aard en duur van de klachten geeft de internetmodule informatie en advies. Of een klacht daadwerkelijk op kanker wijst, kan uiteindelijk alleen een arts na medisch onderzoek (weefselonderzoek) constateren.
Onderzoek uitgevoerd onder 50-plussers door Universiteit Maastricht i.o.v. KWF Kankerbestrijding (N=585), Oktober 2007
Overheidsbeleid In het overheidsbeleid rond vraagsturing
wordt veel aandacht besteed aan het beter toerusten van de patiënt/consument voor het kiezen op de aanbieders en verzekeringsmarkt.
Een van de aannamen hierbij is dat het keuzeproces gefaciliteerd kan worden door op patiënten afgestemde keuze-informatie te bieden over de prestaties van zorgaanbieders en van verzekeraars. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van meetinstrumenten die zijn gebaseerd op de CAHPS-meetinstrumenten uit de VS. CAHPS staat voor "Consumer Assessment of Health Plan Survey" (http://www.cahps-sun.org/home/index.asp). Dit is een serie wetenschappelijk gevalideerde vragenlijsten waarvan er een aantal voor de Nederlandse zorgmarkt zijn aangepast door de afdeling Sociale Geneeskunde van het AMC en het NIVEL.
Zorgkosten
Hoeveel geld gaat er om in de gezondheidszorg? En wat zijn de kosten van deelterreinen als huisartsenzorg, geneesmiddelen, ziekenhuizen en verpleging? Hoe hangen de kosten samen met de leeftijd en wat zijn de duurste ziekten?
De kosten-van-ziekten-site biedt alle informatie op detailniveau. Informatie over kosten-effectiviteitsonderzoek is te vinden op de kosten-van-ziekten-site.
|
Standbeeld van Asclepius in het Pergamon museum in Berlijn
|
Zorgaanbod
Hoeveel ziekenhuizen zijn er en hoeveel huisartsen of verpleeghuizen? Is de eerstelijnszorg voorbereid op de toekomst? Informatie over alle zorgsectoren en zorgaanbieders is te vinden in de digitale brancherapporten.
|
 In de Zorgatlas worden alle aanbieders (letterlijk) op de kaart gezet. Euphix biedt vergelijkende informatie voor een aantal Europese landen.
|

bron: www.prescan.nl
Aanbevolen door Meldpunt Medische Fout:
Preventief onderzoek stelt u in de gelegenheid om vroegtijdig ernstige aandoeningen of voortekenen hiervan te ontdekken, zodat vaak nog een eenvoudige behandeling mogelijk is en veel leed in de toekomst bespaard kan worden. Al vanaf het eerste moment dat u Prescan belt, heeft u medisch opgeleid personeel aan te telefoon die uw vragen kunnen beantwoorden, een luisterend oor bieden en uw aanvraag in behandeling kunnen nemen.
Alle onderzoeken worden uitgevoerd in erkende Duitse ziekenhuizen. De artsen die het onderzoek verrichten, geven een zo duidelijk mogelijk beeld over uw gezondheidssituatie op dat moment.
Om preventief onderzoek zo nauwkeurig mogelijk uit te voeren, zullen uw organen en vaatsystemen worden onderzocht door middel van verschillende onderzoekstechnieken en zal een team van verschillende medische specialisten deelnemen (o.a. MRI-scan, ECG, echocardiografie, bloed-, urine- en ontlastingsonderzoek). Zo werkt men onder andere met de nieuwste Siemens en Philips apparatuur (Siemens Avanto 1,5T MRI scanner, Philips Achieva 1,5T MRI scanner en Siemens Somatom High Definition 2x64 slice CT scanner). Indien u vragen heeft over Prescan, over de producten of de prijzen, dan kunt u het beste telefonisch contact opnemen met Prescan. Tel: 074 - 255 9 255
Waar richten de onderzoeken zich zoal op?
Hartafwijkingen
|
Tumoren in buikholte en longen (dat laatste bij rokers)
|
Nier- en galstenen
|
Prostaataandoeningen
|
Aneurysma’s
|
Goedaardige tumoren
|
Aandoeningen aan de baarmoeder
|
Emfyseem
|
Endocriene afwijkingen
|
Vasculaire aandoeningen
|
Laboratorium onderzoek
|
 |
Elke Nederlander gekoppeld aan eigen huisarts
Bron(nen): LHV, 28 november 2007
Elke Nederlander heeft recht op een vrije toegang tot kwalitatief hoogwaardige huisartsenzorg. Op huisartsenzorg gedurende vierentwintig uur per dag en zonder beperkingen. Op huisartsenzorg door een huisarts die de patiënt kent en zijn medische geschiedenis en medicatie vastlegt in een medisch dossier. De stichting Inschrijving Op Naam (ION) wil daarom bevorderen dat alle Nederlandse ingezetenen ingeschreven staan bij een BIG-geregistreerde en dus erkende huisarts.
De stichting is in augustus 2006 opgericht door de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV).
De stichting tracht haar doel onder andere te bereiken door de inrichting en het beheer van een database waarin elke Nederlander gekoppeld is aan een huisarts en waarin vastgelegd is welke huisarts het medisch dossier van een patiënt beheert. Deze database zal vanaf 2 januari 2008 ‘gevuld’ worden met de bestanden van de huisartsen, waarin van de ingeschreven patiënten alleen het burgerservicenummer en verzekerdennummer zijn vastgelegd. Voor de informatievoorziening aan patiënten en huisartsen heeft de stichting deze week een aparte website gelanceerd: www.inschrijvingopnaam.nl.
Het ‘vullen’van de database zal gefaseerd plaatsvinden. In eerste instantie zullen in de database alleen ingeschreven patiënten worden opgenomen waarvan het burgerservicenummer en de gegevens van de zorgverzekeraar bekend zijn. De stichting ION verwacht deze fase rond 1 april 2008 te kunnen afronden. Na deze datum zullen vervolgens ingeschreven patiënten met afwijkende kenmerken, zoals het ontbreken van een burgerservicenummer of verzekeringsgegevens, gefaseerd worden opgenomen in de database. De stichting streeft ernaar om eind 2008 alle Nederlanders in haar database te hebben opgenomen.
Vergoeding van behandeling in het buitenland door ziektekostenverzekeraars
Meer vrijheid voor ziekenfondspatiënten na uitspraak Europese Rechter
Om lange wachttijden te omzeilen of om een behandeling te ondergaan die in Nederland niet of nauwelijks wordt toegepast, laten steeds meer patiënten zich in het buitenland behandelen. Tot medio 2003 moesten ziekenfondsverzekerden vooraf toestemming vragen aan hun zorgverzekeraar om voor vergoeding van de kosten van deze behandelingen in aanmerking te komen. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft in mei 2003 in een uitspraak dit wettelijke stelsel in strijd bevonden met het zogenaamde vrij verkeer van diensten. Het vrij verkeer van diensten betekent in deze context dat een patiënt van de ene lidstaat zonder belemmeringen gebruik moet kunnen maken van de diensten van een arts in een andere lidstaat.
Door de uitspraak van het Hof van Justitie van de EG kunnen ziekenfondspatiënten thans gemakkelijker en sneller op kosten van de zorgverzekeraar een medische behandeling in het buitenland ondergaan.
De wettelijke regeling dat kosten van in een andere lidstaat verleende zorg slechts voor vergoedingen in aanmerking komen, indien het ziekenfonds voorafgaande toestemming heeft verleend (eis van toestemming, artikel 9 lid 4 Zfw) is in beginsel in strijd met het vrij verkeer van diensten in de Europese Unie. In de jurisprudentie is bepaald dat, het risico dat het financiële evenwicht van het sociale zekerheidsstelsel ernstig wordt aangetast én de instandhouding van een kwalitatief goede, evenwichtige en voor ieder toegankelijke zorgverlening, gronden zijn die de betrokken regeling kunnen rechtvaardigen.
Extramurale en intramurale zorg
Het Hof van Justitie van de EG heeft thans aangegeven dat onderscheid gemaakt moet worden tussen intramuraal en extramuraal verleende zorg.
Extramurale zorg betreft zorg buiten ziekenhuizen (bijvoorbeeld behandelingen door een fysiotherapeut of tandarts) en intramurale zorg betreft behandelingen in een ziekenhuis. Poliklinische behandelingen in een ziekenhuis kunnen echter vaak ook gelijk gesteld worden aan extramurale zorg.
Voorafgaande toestemming bij zorg in ziekenhuis
Bij intramuraal verleende zorg mag het ziekenfonds het stelsel van voorafgaande toestemming hanteren. Daarbij dient de verlening van de toestemming afhankelijk gesteld te worden van twee voorwaarden. Ten eerste moet de behandeling gebruikelijk zijn, in die zin dat deze door de internationale wetenschap voldoende is beproefd en deugdelijk bevonden. Ten tweede dient er sprake te zijn van een medische noodzaak, dat wil zeggen dat de cliënt niet of niet tijdig een identieke of even doeltreffende behandeling kan krijgen bij een instelling waarmee een overeenkomst is gesloten. Hierbij moet er rekening gehouden worden met alle omstandigheden van het concrete geval: de gezondheidstoestand van de patiënt; de aard en ernst van de aandoening; de (medische) voorgeschiedenis van een patiënt etcetera.
Geen voorafgaande toestemming bij extramurale zorg
Voor extramurale hulp is geen voorafgaande toestemming vereist. Dit betekent dat een patiënt zich kan wenden tot een buitenlandse fysiotherapeut of huisarts zonder toestemming van zijn zorgverzekeraar. Wel mogen ziekenfondsen voor buitenlandse zorg dezelfde eisen stellen als zij bij behandeling in Nederland zouden stellen, zolang die eisen niet discriminerend zijn en geen belemmeringen vormen voor het vrij verkeer van personen. Het is bijvoorbeeld toegestaan te eisen dat een verzekerde door een huisarts is doorverwezen naar het buitenland. Daarnaast mogen ziekenfondsen een maximum stellen aan de hoogte van de vergoeding waarop patiënten bij behandelingen in het buitenland recht hebben. De bedragen moeten wel gebaseerd zijn op objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria.
Circulaire College van zorgverzekeringen
U zult begrijpen dat de uitspraak van het Hof van Justitie van de EG vergaande consequenties heeft voor de uitvoering van de ziekenfondsverzekering. Er bleven na deze uitspraak vragen en onduidelijkheden bestaan, zoals bijvoorbeeld wat nu verstaan moet worden onder intramuraal en extramuraal. Het College voor zorgverzekeringen (Cvz) heeft na overleg met de Nederlandse Overheid en de zorgverzekeraars een circulaire vastgesteld, waarin een door alle betrokken partijen onderschreven uniforme interpretatie van de uitspraak van het Hof van Justitie is opgenomen. In die circulaire is opgenomen dat onder intramurale zorg verstaan wordt, de zorg die verblijf in een instelling omvat van tenminste één nacht.
Voorts is de bevestiging van het Hof, dat de verzekerde die zonder toestemming extramurale zorg in een andere lidstaat ondergaat, slechts aanspraak heeft op vergoeding van de kosten van behandeling die naar het nationale recht tot het pakket behoort, aldus geïnterpreteerd, dat voor de kostenvergoeding van extramurale zorg door een niet-gecontracteerde zorgaanbieder een redelijke toepassing van de bestaande wettelijke regeling met zich meebrengt dat de daadwerkelijk gemaakte kosten worden vergoed tot ten hoogste 100% van de kosten die gemoeid zouden zijn met een vergelijkbare behandeling door een gecontracteerde zorgverlener.
Vergoedingen volgens de Zorgverzekeringwet: Tegenstrijdige belangen
Bron(nen): Medisch Contact 12 januari 2007
Auteur: W.J.M. Bosch c.s.
wil.bosch@wbzorg.nl
De introductie van de Zorgverzekeringswet en de sturende rol van zorgverzekeraars kunnen leiden tot botsingen. Hierbij gaat het vooral om conflicten tussen de aanspraak van de patiënt op zorg, de beroepsplicht van de zorgverlener en de vergoeding door overheid en verzekeraar
Doordat zorgverzekeraars naar doelmatigheid streven, dreigen de professionele autonomie van de behandelaar en de wettelijke aanspraken van patiënten op zorg in het gedrang te komen. In overeenkomsten tussen zorgverzekeraars enerzijds en zorginstellingen en individuele zorgaanbieders anderzijds worden voorwaarden opgenomen die ‘therapeutische meerwaarde’ en ‘farmaco-economische voordelen’ van bepaalde behandelingen uitsluiten. Zo zijn in contracten met huisartsen voorwaarden opgenomen over het door de zorgverzekeraar gewenste voorschrijfgedrag. Het behalen van afgesproken percentages generieke prescriptie kan de huisarts een bonus opleveren. De patiënt is onwetend van dergelijke afspraken.
Medisch geïndiceerde zorg wordt in de praktijk niet altijd vergoed. Twee hoofdvragen dringen zich op. Ten eerste: mag of moet de arts zich bij zijn therapiekeuze laten leiden door het feit of een bepaalde therapie al dan niet wordt vergoed óf door de normen van zijn beroepsgroep?
Ten tweede: heeft een patiënt recht op de zorg volgens de normen van de beroepsgroep van de arts? En wat als deze zorg niet voor vergoeding in aanmerking komt?
Een antwoord is te vinden in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en de jurisprudentie. De WGBO eist dat de arts de ‘zorg van een goed hulpverlener’ betracht, conform de verplichtingen die voortvloeien uit de professionele standaard. Met deze bepaling in de wet heeft de professionele standaard een wettelijke verankering gekregen. Daarnaast heeft deze standaard door de jurisprudentie een ‘lift’ gekregen. De rechter beoordeelt de ‘beschermende strekking van de norm’ die uit de standaard voortvloeit en toetst daaraan vervolgens het handelen van de hulpverlener. Uit de tucht- en civielrechtelijke uitspraken waarin het handelen van de hulpverlener is vergeleken met de standaard van diens beroepsgroep, blijkt dat de rechter de standaard niet ziet als slechts een soort ‘vrijblijvende aanwijzing’. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het oordeel van de Hoge Raad in het ‘Protocollen-arrest’.1
De Hoge Raad oordeelt dat een protocol (evenals een standaard en een richtlijn) verwoordt wat de patiënt in zijn verhouding tot het ziekenhuis en de arts mag verwachten van goed hulpverlenerschap. Uiteraard kan de arts afwijken van het protocol, maar dat moet hij dan wel beargumenteren met het oog op het belang van de patiënt. Het kan voorkomen dat de arts vindt dat een patiënt op basis van de standaard een bepaald medicijn (voor langere tijd) moet gebruiken, maar dat het middel niet wordt vergoed. Indien de arts niet volgens de standaard van zijn beroepsgroep handelt, is hij onder omstandigheden aansprakelijk. Regelingen voor de vergoeding van de aanspraak op zorg kunnen tot gevolg hebben dat deze ‘aanspraken’ niet doordringen in de standaarden van de beroepsgroepen.
Het oude ‘Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering’ vermeldde dat de omvang van de zorg waarop de verzekerde recht heeft, wordt bepaald door ‘hetgeen in de kring der beroepsgenoten gebruikelijk is’. Wat daaronder moet worden verstaan, is in september 2004 en januari 2005 door respectievelijk de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en de Arrondissementsrechtbank Utrecht uitgelegd. De rechtbank en de CRvB bepalen dat ‘de vraag of een behandeling in de kring der beroepsgenoten gebruikelijk is, wordt beoordeeld naar de maatstaf of de behandeling door de internationale wetenschap voldoende is beproefd en deugdelijk bevonden, bij welke beoordeling alle relevante gegevens in aanmerking dienen te worden genomen, waaronder met name literatuur, wetenschappelijke onderzoeken en gezaghebbende meningen van specialisten
Medische sites
Behandeling van Depressie bij mensen met een baan
Depressieve mensen gaan eerder aan het werk met ergotherapie.
Mensen die vanwege een depressie thuis zitten, gaan weer eerder aan het werk als zij naast de gebruikelijke psychiatrische behandeling ook worden behandeld door een ergotherapeut. Dat blijkt uit onderzoek van het Academisch Medisch Centrum dat onlangs is gepubliceerd in het vakblad Psychological Medicine.
De ergotherapeut leert patiënten omgaan met stressvolle situaties op het werk. Dat gebeurt in individuele gesprekken, groepsgesprekken en rollenspellen. Schene: ‘In vergelijking met cognitieve gedragstherapie - die depressieve mensen vaak krijgen - heeft ergotherapie een zeer praktische inslag. In plaats van hun denkpatronen te veranderen, krijgen mensen handvatten aangereikt waardoor ze beter leren te functioneren. Ze kunnen hun werk beter aan en de depressieve klachten nemen af.’ Depressieve werknemers zijn vaak te ‘braaf’, aldus Schene: ‘Ze komen in de problemen omdat ze denken alles te moeten accepteren wat hun werkgever hen opdraagt. Ze nemen hierdoor te veel hooi op hun vork, maken fouten en leggen de schuld bij zichzelf. Door ergotherapie leren ze beter met hun werkgever om te gaan, hun tijd effectief in te delen en beter voor zichzelf op te komen.’
Arbeid & Depressie
Het zorgprogramma Stemmingsstoornissen van het AMC doet onderzoek naar Arbeid & Depressie. In dit onderzoek (Do It studie) wordt de effectiviteit vergeleken van (A) een poliklinische psychiatrische behandeling en (B) een poliklinische psychiatrische behandeling in combinatie met ergotherapie. Ga voor meer informatie naar menukeuze 'Do-It studie' op de site www.goedgestemdamc.nl
Op www.huidinfo.nl vindt u betrouwbare en actuele informatie over de huid en huidziekten geschreven door Nederlandse dermatologen.
De site wordt jaarlijks door ruim 1,7 miljoen bezoekers geraadpleegd.
www.NVBP.nl Informatie over chronische pijn en pijnbestrijding.
In 1973 nam de Amerikaanse anesthesioloog John Bonica het initiatief tot de oprichting van de International Association for the Study of Pain (I.A.S.P.). Deze organisatie benadrukte van meet af aan de noodzaak tot interdisciplinaire samenwerking bij de bestudering en behandeling van pijn in het algemeen en bij chronische pijn in het bijzonder. In 1975 werd de Nederlandse Vereniging ter Bestudering van Pijn (N.V.B.P.) opgericht als onderafdeling (Chapter) van de I.A.S.P. . Ook de N.V.B.P. is een vereniging voor pijnspecialisten uit verschillende disciplines (medisch, paramedisch en psychologisch). De N.V.B.P. telt thans ± 300 leden.
LymeNet Forum
vraag & antwoord, informatie & discussie, hulp & ondersteuning
Patientenparticipatie in gezondheidsonderzoek
Onderzoekers en patienten kunnen meer van elkaar leren
Persbericht 4 juli 2007 Bron: RGO
Wetenschappelijk onderzoekers weten vaak niet precies welke problemen patienten
hebben. Om die reden worden patienten steeds vaker betrokken bij het opzetten en
evalueren van wetenschappelijk onderzoek. Momenteel gebeurt dat al op verschillende
manieren. Maar het kan beter, aldus de Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO) in
zijn advies Patientenparticipatie in gezondheidsonderzoek.
In zijn advies beschrijft de RGO hoe patienten inmiddels op allerlei manieren hun
ervaringen delen met onderzoekers en zo laten zien welke onderwerpen voor hen van
belang zijn. Omgekeerd consulteren onderzoeksinstellingen ook steeds vaker patienten,
wanneer zij moeten bepalen welke onderzoeken prioriteit verdienen.
De ervaringen tot nu toe wijzen uit dat onderzoekers en patienten nog veel van
elkaar te leren hebben. Zo moeten onderzoekers vooral leren luisteren naar wat
patienten inbrengen. Patienten beschikken immers meer dan ooit over informatie over
hun ziekte en de behandeling daarvan. Patienten op hun beurt moeten leren over
onderzoek na te denken en ontdekken hoe zij hun wensen goed bij onderzoekers onder
de aandacht kunnen brengen. Patienten blijken hierbij behoefte te hebben aan training
en scholing.
De RGO adviseert de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) om
bij wijze van experiment een project bij ZonMw uit te zetten. In het project zou de
participatie van burgers/patienten in het programmeren van onderzoek en het
verspreiden van onderzoeksresultaten verder ontwikkeld kunnen worden. In het project
zou ook aandacht geschonken moeten worden aan de benodigde scholing en andere
vormen van ondersteuning. De RGO biedt zijn advies op 4 juli 2007 aan aan de heer
ir. A.P.H. Hermans, directeur van de afdeling Markt en Consument van VWS.
De publicatie Participatie van pati?nten in gezondheidsonderzoek (publicatie 56) wordt
gepubliceerd op de website van de RGO: www.rgo.nl. Exemplaren zijn op te vragen
bij het secretariaat van de Gezondheidsraad en RGO: e-mail: bureau@rgo.nl of
tel. 070-3407521.
|