|
Nieuws
Ziekenhuisgroep Twente (ZGT) in Almelo laat een onderzoek doen naar de handelwijze van een van haar chirurgen.
Bron: NRC Handelsblad, 5 januari 2010
Het ziekenhuis zegt sinds 2004 vijf claims te hebben ontvangen van patiënten die door de arts zijn behandeld. Over de aard van de klachten wil het ziekenhuis geen mededelingen doen.
ZGT-woordvoerder Ineke Lantinga: „Wij hebben geen enkele reden aan te nemen dat de chirurg zijn werk niet goed doet, maar wij vonden ook dat we vijf claims in vijf jaar tijd niet achteloos naast ons neer konden leggen.” Het onderzoek moet in februari klaar zijn.
Bij letselschadespecialist Yme Drost uit Hengelo hebben zich nu vijftien patiënten gemeld met klachten over de chirurg, sinds 1996 voor ZGT werkzaam.
Drost ontfermde zich eerder over de slachtoffers van de Enschedese neuroloog Jansen Steur die mogelijk bij tientallen patiënten verkeerde diagnoses stelde.
Het ziekenhuis heeft onlangs de Inspectie voor de Gezondheidszorg op de hoogte gebracht. De inspectie wacht het onderzoek af. De arts werkt intussen door. „Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van het ziekenhuis om de arts de wacht aan te zeggen”, aldus de IGZ-woordvoerder.
Het is het afgelopen jaar meermalen voorgekomen dat ziekenhuizen deskundigen inschakelden voor onderzoeken naar hun medisch personeel. Onlangs liet het Westfries Gasthuis in Hoorn na het overlijden van een baby onderzoek doen naar het functioneren van de afdeling verloskunde. Het Scheper ziekenhuis in Emmen lichtte de maagverkleiningsoperaties door van een van zijn chirurgen. Medisch Spectrum Twente in Enschede liet een onderzoek doen naar oud-neuroloog Jansen Steur.
De schadeverzekeraar van ziekenhuizen, Medirisk, laat bij monde van mr Lantinga meestal
weten dat de schadeclaim wordt afgewezen, zodat letselschade advocaten weer lukratief zaken kunnen doen met Medirisk.
Sterftecijfers in ziekenhuizen publiek
Bron: Nederlands Dagblad, 11 december 2009
Dat maken de NVZ Vereniging van Ziekenhuizen, de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) en de Orde van Medisch Specialisten later vandaag bekend. De organisaties geven hiermee gehoor aan de ,,nadrukkelijke wens van de maatschappij om de cijfers te kunnen raadplegen'', aldus NVZ-directeur Gita Gallé.
Met het besluit komt een eind aan een verhitte discussie over het wel of niet publiceren van sterftecijfers. Patiëntenorganisaties, artsen, media en ook de Tweede Kamer dringen hier al jaren op aan. Ze vinden het onacceptabel dat ziekenhuizen zelf hun sterftegetal kennen, maar weigeren dat mee te delen aan hun patiënten.
Medio volgend jaar worden eerst de ruwe, absolute sterftecijfers gepubliceerd. Dat getal geeft inzicht in het aantal ziekenhuisdoden gerelateerd aan het aantal ziekenhuisopnamen. De inzet is om in 2011 ook met het gewogen sterftecijfer naar buiten te komen, het zogenoemde HSMR (Hospital Standardized Mortality Rate).
De HSMR koppelt de werkelijke ziekenhuissterfte aan de sterfte die je op grond van de patiëntenpopulatie (leeftijd, ernst van de ziekte enzovoorts) mag verwachten.
Een hoog HSMR zegt hiermee iets over vermijdbare fouten met dodelijke afloop. De ziekenhuizen hebben steeds aangevoerd dat dit gewogen sterftecijfer nog niet rijp was voor publicatie.
Minister van Volksgezondheid Ab Klink liet eerder al weten het toe te juichen als ziekenhuizen zelf met de cijfers naar buiten komen. In landen als Canada, Denemarken, Engeland, Zweden en delen van de VS kunnen patiënten het HSMR al jarenlang raadplegen. Sommige slecht scorende ziekenhuizen wisten er hun sterftecijfers drastisch omlaag te brengen, nadat deze openbaar werden. Dat gold bijvoorbeeld voor het Engelse 'ziekenhuis des doods' Walsall, dat aanvankelijk een HSMR van 130 had, waar 100 gemiddeld is.
Eindelijk een omslag in de cultuur van zwijgen over medische fouten, bericht dagblad Trouw op 27 november 2009
Twaalf medici vertellen in het boekje ’Dit nooit meer’ vrijmoedig over hun eigen medische fouten, met naam en toenaam. Het is voor het eerst dat een groep artsen hier zo bewust de openbaarheid mee zoekt. Er zitten hoogleraren bij, medische opinieleiders en ziekenhuisbestuurders– het boek is daarmee het signaal dat de medische wereld klaar is voor verandering. Dat is verheugend.
Johan Lange, hoogleraar heelkunde in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam vertelt in het boek over een fout die hij maakte tijdens een experimentele kijkoperatie in 1993, waardoor een vrouw blijvend letsel opliep aan haar hand. De chirurg zegt achteraf dat hij destijds overmoedig, zonder voldoende training, aan de operatie was begonnen. De vrouw diende een klacht in, maar zag af van een schadevergoeding op voorwaarde dat Lange over zijn fout publiceerde in een wetenschappelijk blad, wat hij ook heeft gedaan. bron: Trouw, 26 november 2009, Joop Bouma
http://www.trouw.nl/nieuws/zorg/article2924339.ece/_rsquo_Patient_in_ziekenhuisbestuur_rsquo__.html
Proefschrift over oorzaken van onbedoelde schade door zorg in ziekenhuizen
Patiënten lopen in ziekenhuizen onbedoelde schade op als gevolg van de geleverde zorg. NIVEL-onderzoeker Marleen Smits promoveert op 23 november – in de week van de patiëntveiligheid – aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op onderzoek naar de oorzaken van dit soort onbedoelde gebeurtenissen in Nederlandse ziekenhuizen.
Patiëntveiligheid
Uit eerder onderzoek van het NIVEL en EMGO+ is gebleken dat bij 5,7% van de ziekenhuisopnames bij een patiënt onbedoelde schade optreedt. Hiervan is 40% potentieel vermijdbaar. De percentages zijn gebaseerd op een landelijk onderzoek op basis van patiëntendossiers dat in 2007 is gepubliceerd. “Deze dossierstudie bood ook de gelegenheid om de oorzaken van de onbedoelde schade te onderzoeken”, stelt Marleen Smits. “Het is niet alleen belangrijk te weten hoe vaak het misgaat, maar ook waardoor. Om de patiëntveiligheid te verbeteren moeten de basisoorzaken worden aangepakt.”
Aan de hand van de patiëntendossiers beoordeelden artsen of de schade was veroorzaakt door menselijke, organisatorische, technische of met de individuele patiënt samenhangende factoren. Vaak speelden meerdere oorzaken tegelijkertijd een rol. Bij meer dan de helft van de gevallen van onbedoelde schade waren ‘menselijke’ oorzaken betrokken. Bijvoorbeeld wanneer de toestand van de patiënt verkeerd werd ingeschat of niet werd geverifieerd of alle noodzakelijke materialen en instrumenten aanwezig waren voor een procedure of ingreep.
PRISMA oorzakenanalyse
Op afdelingen Spoedeisende Hulp, chirurgie en interne geneeskunde is bovendien onderzoek gedaan op basis van meldingen van zorgverleners. Zorgverleners werd gevraagd alles te melden wat niet de bedoeling was, ongeacht of de patiënt er gevolgen van ondervond. De oorzaken van de onbedoelde gebeurtenissen werden onderzocht met PRISMA, een methode waarbij de gebeurtenis met een ‘oorzakenboom’ wordt uiteengerafeld in basisoorzaken. Dit bleek een betrouwbare methode. “Ziekenhuizen kunnen zelf met PRISMA aan de slag”, vertelt Smits.
Ook in dit onderzoek kwamen veel ‘menselijke’ oorzaken naar voren, maar in veel gevallen was dat in combinatie met oorzaken in de werkomgeving, zoals de techniek en organisatie. Smits: “Het is dus belangrijk om verbeteringen te richten op het systeem waarin mensen werken. Met alleen extra trainingen of motivering van het personeel zal de patiëntveiligheid niet verbeteren. Gelukkig zie je dat ook terug in het veiligheidsprogramma ‘Voorkom schade, werk veilig’, waarin projectmatig de grotere risico’s worden aangepakt.”
Methode
De oorzaken van onbedoelde gebeurtenissen zijn onderzocht met een dossieronderzoek in 21 ziekenhuizen (7926 dossiers) en een onderzoek op basis van meldingen van medewerkers op 28 afdelingen in 19 ziekenhuizen (1885 meldingen). Het onderzoek is uitgevoerd door het NIVEL en EMGO+ op initiatief van de Orde van Medisch Specialisten, met subsidie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Neuroloog gedagvaard
De ernstig in opspraak geraakte Twentse neuroloog dr. Ernst J. S. zal zich voor de rechter moeten verantwoorden. Dat heeft het openbaar ministerie in Almelo vanavond bekendgemaakt. Opvallend is dat het OM ook het Medisch Spectrum Twente (MST) een gerechtelijk vooronderzoek wil beginnen tegen het MST ziekenhuis als rechtspersoon. Bron: De Telegraaf 7 oktober 2009
Nu nog excuses
Bron: De Telegraaf, 6 oktober 2009 Herma Petersen, Wilma de Haan en Eric ten Caat van de lotgenotengroep zijn blij met de uitkomsten van het onderzoeksrapport dat dinsdag in het Scheper Ziekenhuis in Emmen werd gepresenteerd. Als chirurg R. ook nog de moed had zijn excuses aan te bieden en te zeggen dat hij fouten heeft gemaakt, zou het volgens hen echter nog stukken beter voelen. De chirurg is verantwoordelijk gesteld voor 5 doden. De lotgenotengroep wil dat de chirurg doorgehaald wordt uit het BIG-register, zodat hij z'n beroep niet meer mag uitoefenen. De tuchtrechters kunnen deze maatregel opleggen.
Het Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde publiceerde een artikel over het groeiende ongenoegen van patienten over het onbespreekbaar zijn van een medische fout. Med Tijdschr Geneeskd. 2009;153:B66 Het bespreken van medische fouten met de patiënt Gabor E. Linthorst, Rudolf A. Torrenga en Joost B.L. Hoekstra. 13 februari 2009
tabel 6
Psychologie Magazine Artikel over Medische Missers, maart 2009: p. 70-p.75 met ervaringsverhalen van slachtoffers van medische fouten.
Hieronder afgebeeld is p. 75 met het commentaar van de deskundigen.
10 september 2009
Veel 'niet optimale factoren’ in Westfriesgasthuis
Bron: Medisch Contact
Een onafhankelijke commissie onderzocht in opdracht van het Westfriesgasthuis (WFG) het overlijden van een baby in mei. Hoogleraar Gynaecologie G. Visser was commissievoorzitter.
De commissie concludeert dat een opeenstapeling van niet-optimale factoren heeft geleid tot de fatale afloop, en stelt een gebrek aan evaluatie van risicofactoren vast.
De belangrijkste knelpunten die de commissie-Visser constateert:
Het beleid over een bevalling met mogelijke complicaties was niet duidelijk, niet alleen voor collega’s maar ook voor verloskundigen.
Een patiënte met insulineafhankelijke diabetes en een sectio in de anamnese werd met beginnende weeënactiviteit ’s nachts om 01.00 uur ten onrechte naar huis gestuurd en drie uur later ook niet opgenomen toen ze belde.
Toen de patiënte om 9 uur werd opgenomen, zag de gynaecoloog haar niet zelf. Te forse bijstimulering volgde en de ontsluiting bleef traag.
Een aanvaring tussen de gynaecoloog en de verloskundige, tussen wie het al tijden niet boterde, verstoorde de communicatie. ‘Een dergelijk conflict beschouw ik als zeer ernstig’, aldus de voorzitter.
De verloskundige verzuimde vervolgens de gynaecoloog te informeren over toenemende pijnklachten.
De aanbevelingen van de commissie betreffen verbeteringen van bovenstaande punten. Daarnaast stelt de commissie dat ‘de meldcultuur van de maatschap gynaecologen bij onverwachte gevallen van perinatale sterfte verbeterd dient te worden, in lijn met landelijke afspraken’.
Maatregelen WFG
Voorzitter Patrick Edgar van de raad van bestuur van het WFG betreurt het overlijden van de baby. ‘We benutten deze gelegenheid om alles te onderzoeken en nemen meer maatregelen dan de commissie-Visser heeft aanbevolen. Op advies van de NVOG is Hein Bruinse onze extern begeleider. Hij loopt mee op de afdeling, observeert en adviseert.’
Sinds de calamiteit in mei is de overdracht drie keer per dag, worden de afspraken opgeschreven, zijn de protocollen en richtlijnen bekeken en strakker geformuleerd en is de bezetting op de afdeling tegen het licht gehouden. Op aanraden van de IGZ was er eerst 24 uur een gynaecoloog in het ziekenhuis, maar de commissie vond dat onnodig
Authenticiteit gaat boven alles
Bron: Medisch Contact, nr 15, april 2009, auteur L. van Tilburg
Respect voor de patiënt weegt zwaarder dan transparantie
Vroeger waren ze ‘de’ dokters die ‘het’ wisten. Nu hebben die dokters patiënten die met internetuitdraaien binnenkomen en shoppen voor de beste zorg. Welke invloed heeft de toegenomen transparantie op het imago van de arts?
Een scheur in de aorta had hij, de man die cardioloog Leo Baur zich herinnert als het schoolvoorbeeld van de moderne patiënt. De dissectie was in het ziekenhuis succesvol behandeld. Toen de man na zijn ontslag voor het eerst weer op het spreekuur kwam, vroeg hij Baur wat er precies was gebeurd in zijn lichaam. Geduldig deed de cardioloog verslag, zijn uitleg verduidelijkend met tekeningen.
‘Dat klopt’, zei de patiënt na twintig minuten. ‘Ik heb het gisteren opgezocht op de website van de universiteit van Harvard. Het stond daar precies zoals u het vertelt.’ Baur (52), die werkt in het Limburgse Medisch Centrum Parkstad, moet er nog steeds om lachen. ‘Het was alsof hij me een examen had afgenomen.’
Toen Marnie Glansdorp vijf jaar geleden begon als verpleeghuisarts, wachtte haar bij aankomst een verrassing. Op de deur van haar werkkamer stond haar naam mét voornaam. Zonder dr. ervoor. Ze kreeg te horen dat ze zich niet in witte jas onder de bewoners mocht begeven. Haar stethoscoop moest ze zo onopvallend mogelijk bij zich dragen. Een interne memo over omgangsvormen droeg het personeel op om artsen met een stethoscoop ‘vierkant uit te lachen’.
‘Toen ik verhaal ging halen, zei die medewerker dat het niet de bedoeling was geweest dat iedereen die memo onder ogen kreeg’, vertelt Glansdorp (56). ‘Maar alleen al het feit dat het was opgeschreven - ongelooflijk. Dat naambordje heb ik direct laten veranderen. Dokter was echt uit den boze, maar “M. Glansdorp” mocht wel. Dat vind ik al beter. Ik heb behoefte aan een beetje afstand.’
Voetstuk
Het zijn zomaar twee voorbeelden, uit de praktijk van zomaar twee artsen, maar ze zijn exemplarisch voor de status van de moderne dokter. Vergelijkbare ervaringen zijn op te tekenen uit de mond van kinderpsychiater Renée Arnold (50), huisarts Marjo van Bommel (55) en oogarts Nel Tijmes (60). Toen deze vijftigplussers hun medische loopbaan begonnen, was de arts een gezaghebbend figuur waaraan patiënten zich blind overleverden. De mensen luisterden, de dokter sprak. Voornamelijk over wat er moest gebeuren, want mededelingen over dossier of onderzoek waren taboe. ‘We hadden zelfs discussies over of je een patiënt wel moest vertellen dat hij kanker had’, herinnert Tijmes (Slotervaartziekenhuis) zich.
Excuses
Sinds pakweg twintig jaar geleden het begrip transparantie zijn intrede deed in de gezondheidszorg, staat de arts niet langer op een voetstuk. Dokters worden geacht te overleggen over behandelopties, eerlijk te zijn over hun beperkingen, fouten toe te geven en excuses te maken. Ze hebben te maken met mondige patiënten, prestatie-indicatoren, accreditaties, intercollegiale toetsing en formulieren voor DBC’s. Internet en andere media publiceren over ziekten, behandelingen, medische missers en kwaliteit en kosten van de zorg.
Heeft dit alles het imago van de dokter veranderd? Verpleeghuisarts Glansdorp vindt dat de verkleining van de afstand tussen arts en patiënt te ver is doorgeschoten. ‘Sommige mensen vinden het normaal om permanent een beroep te doen op je beschikbaarheid’, zegt ze. ‘Wij worden bij nacht en ontij gebeld door familieleden van patiënten die erop staan dat je onmiddellijk komt. Niet omdat er een medische noodzaak is, want de patiënt ligt rustig te slapen. Maar de familie is van streek, ze willen je tijd en je aandacht. Ik heb daar alle begrip voor, maar dat kan net zo goed om negen uur ’s ochtends.’
Vooral bij jongeren signaleert ze een gebrek aan respect. Glansdorp: ‘Het komt voor dat ik bij een patiënt moet zijn en dat een kleinkind dat aan de rand van het bed zit, iPod in het oor, geen duimbreed wijkt om mij de ruimte te geven. En dat ook ouders daar niets van zeggen. Het is natuurlijk een algemene tendens in de samenleving dat mensen minder ontzag hebben voor hulpverleners. Maar bij dokters heeft het volgens mij zeker ook te maken met de slechte pers die we de afgelopen tien, vijftien jaar hebben gehad.’
beeld: Getty Images
Pseudoresultaten
Bestuurders van ziekenhuizen zijn daarover ook ongerust, zo blijkt uit onderzoek van Bureau Hofkes Reputatiemanagement en het aprilnummer van het blad Zorgvisie. De managers menen dat de reputatie van de gezondheidszorg te veel wordt bepaald door de media, maar ook door de politiek en de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Jeugdpsychiater Arnold, die kritisch staat tegenover rankings en andere publieke berichtgeving over zorgkwaliteit, is het daarmee eens. ‘Het registreren en meten is nog slecht ontwikkeld,’ meent ze. ‘Er zijn harde parameters, maar er zijn er ook die zich niet goed laten meten. Dat leidt tot pseudoresultaten. Het is de vraag is of we wel aan de publicatie van kwaliteitsranglijstjes toe zijn. Lijstjes zoals die van Elsevier gaan een eigen leven leiden.’
Opmerkelijk genoeg merken artsen in hun eigen spreekkamer niets van reputatieschade. Cardioloog Baur maakt wel mee dat patiënten een second opinion willen voor ze met zijn ziekenhuis in zee gaan. Maar met een imagoprobleem heeft dat volgens hem niets te maken. ‘Ik heb er geen moeite mee. Patiënten zijn zelf verantwoordelijk voor hun lichaam en dat erken ik. Ik steun ze daarin ook. Bij het kopen van een huishoudelijk apparaat zijn er ook mensen die eerst tien winkels afgaan voor ze een keuze maken. Overigens komen de meeste patiënten weer terug nadat ze elders hun licht hebben opgestoken.’
Van de meeste patiënten krijgen de artsen probleemloos het vertrouwen. ‘Ik merk niet dat mensen mijn advies meer in twijfel trekken dan vroeger,’ zegt Renée Arnold. ‘Ouders komen niet bij voorbaat wantrouwend of met een negatief beeld binnen. Ik win hun vertrouwen door goed te communiceren en transparant te zijn. Ik bespreek de mogelijkheden én de beperkingen die er zijn wat betreft de behandeling van hun kind. Dat is in mijn vakgebied essentieel, want er is lang niet altijd een volledige oplossing. Het gedrag van een jongetje met ADHD kun je met medicatie aardig reguleren, maar hij zal nooit een mak lammetje worden.’
Morfinedosis
Ook Marnie Glansdorp maakt zelden mee dat familieleden van een patiënt tegen haar ingaan. ‘Als het gebeurt, zijn het meestal mensen die zelf in de gezondheidszorg werken of arts zijn. Soms komen ze met goede ideeën, bijvoorbeeld over het al dan niet verhogen van de morfinedosis. Ik heb er geen moeite mee die dan over te nemen. Ik merk dat de relatie daarna alleen maar beter wordt.’
Patiënten waarderen het uiten van twijfel, is de ervaring van de artsen. Zelfs over fouten maken de meeste mensen zich niet lang boos. Zolang de arts open en eerlijk is, kan bijna alles. ‘Als ik twijfel over een diagnose, vertel ik erbij hoe we zo vlug mogelijk wél uitsluitsel kunnen krijgen’, zegt huisarts Van Bommel uit Vught. ‘Mensen stellen dat op prijs. Ik maak duidelijk dat we allebei snel zekerheid willen.’
‘Alles staat of valt met hoe je het brengt’, bevestigt oogarts Tijmes. ‘Laatst kwam er iemand met een ontstoken oog, waarvan ik de ernst onderschatte. Die patiënt moest terugkomen. Ik heb eenvoudigweg gezegd: “Sorry, ik heb niet goed genoeg gekeken”. Bij twijfel over de behandelmethode zeg ik dat en dat ik ga overleggen met een collega. Dat wordt gewaardeerd.’
Vaste doktersklanten
Onderzoek bevestigt de ervaringen van de artsen. Bureau Intomart meldde vorig jaar dat Nederlanders hun huisarts gemiddeld een 8- als rapportcijfer geven. Ook over de specialist en het ziekenhuis zijn patiënten tevreden, bleek in 2006 uit onderzoek in opdracht van de Orde van Medisch Specialisten en de NVZ vereniging van ziekenhuizen. Driekwart van de bevolking vindt specialisten deskundig, vriendelijk en beleefd. Ook vindt de meerderheid dat de dokter hen goed en duidelijk informeert.
Tegelijkertijd meent 40 procent dat er in ziekenhuizen behoorlijk wat medische fouten worden gemaakt. Ook opvallend: mensen die weinig of niet bij een arts komen, oordelen negatiever over de medische wereld dan ‘vaste klanten’. Hoe meer contact met de arts, hoe tevredener men is over de zorg. Blijkbaar bezorgt ongunstige publiciteit dokters vooral een slecht imago onder niet-ervaringsdeskundigen.
Daar waar het telt, binnen de muren van spreekkamer en ziekenhuis, lijkt transparantie dus niets dan goeds te brengen. De Rotterdamse hoogleraar Cees van Riel, die wereldwijd onderzoek doet naar het fenomeen reputatie, heeft daarvoor wel een verklaring. Transparantie, zo ontdekte hij, is een van de vijf onderdelen van een positief imago. Maar dat wil niet zeggen dat artsen zich ongelimiteerde openheid kunnen veroorloven.
Een goede reputatie wordt namelijk in de eerste plaats bepaald door een ander aspect uit het rijtje: authenticiteit. ‘Authenticiteit roept respect en vertrouwen op’, aldus Van Riel. ‘Dat gaat voor alles. Het is belangrijker dat een arts vertrouwen en respect van patiënten heeft dan dat hij overal open over is. Volledige openheid van zaken, bijvoorbeeld over een ernstig ziektebeeld, kan patiënten angstiger maken dan nodig is. In dat geval is het beter details achterwege te laten en mensen gerust te stellen.’
Prematuur
Artsen blijken instinctief vaak volgens de theorie van de hoogleraar te handelen. Renée Arnold: ‘Wat ik niet aan mensen vertel, zijn vage hypotheses met betrekking tot gevoelige zaken. Als er bijvoorbeeld een kind met zindelijkheidsproblemen komt, kan dat duiden op seksueel misbruik. Het zou ongunstig kunnen uitpakken als ik dat soort dingen prematuur zou bespreken.’ Marjo van Bommel: ‘Mijn medisch-inhoudelijke twijfels deel ik niet met patiënten. Ik heb niet het gevoel dat mensen dat willen weten. Denk ik bijvoorbeeld meteen aan een melanoom, dan vind ik dat onnodig om te zeggen.’
Ook voor Marnie Glansdorp zitten er grenzen aan de openheid naar patiënten en familieleden. ‘Ik zou willen dat ik alles kon zeggen, maar dat gaat gewoon niet. Ik heb te maken met mensen die gaan sterven en dat maakt henzelf en de familie enorm kwetsbaar. Op het moment dat ik moet vertellen dat het binnen afzienbare tijd is afgelopen, klappen mensen dicht. Driekwart van de informatie die ik geef, komt niet meer binnen. Echt de kern van de zaak durven benoemen, is er bij patiënten en familie nog niet bij.’
In vijf jaar tijd heeft Glansdorp één mevrouw meegemaakt die precies wilde weten en ook begreep hoe ze ervoor stond. ‘Zij regelde haar euthanasie, had de volledige regie. Maar dat is zeldzaam. Bij de meeste mensen doseer ik de waarheid, om hen te beschermen. Dat doe ik bijvoorbeeld ook bij een opname als de kinderen van de patiënt daar erg overstuur van zijn. Ik heb een geval meegemaakt waarbij de kinderen verspreid over het land woonden en in paniek raakten bij het idee dat zij hun moeder in het verpleeghuis moesten achterlaten. Die mensen verzeker ik dan dat hun moeder een prima plek krijgt. Het heeft geen zin ze te vertellen over waarin de zorg tekortschiet vanwege het gebrek aan personeel. Hun moeder moet hoe dan ook worden opgenomen.’
De gezondheidszorg in Nederland scoort slecht op hoekstenen van de marktwerking als klantvriendelijkheid en persoonlijke aandacht. Volgens veel Nederlanders zou dat naast verbetering van de kwaliteit van zorg wel prioriteit moeten krijgen voor de toekomst.
Omdat Nederlanders de deskundigheid en kwaliteit van zorg positief beoordelen krijgt de zorgsector in Nederland nog steeds een voldoende (6,5). Toch staat deze waardering van de zorg in de breedte onder druk en is van een patiëntvriendelijk imago geen sprake. Hoekstenen van de marktwerking, zoals klantgerichtheid en persoonlijke aandacht, scoren slecht blijkt uit de Gezondheidszorgmonitor 2009 van Newcom Research & Consultancy.
Waardering klantgerichtheid daalt
Met de komst van marktwerking en de introductie van onderlinge concurrentie in de zorg werd verwacht dat de klantgerichtheid van zorginstellingen zich sterk zou ontwikkelen. De ‘zorgconsument' zou hier de vruchten van plukken. De resultaten van de Gezondheidszorgmonitor 2009 tonen aan dat in vergelijking met twee jaar geleden de waardering van bijvoorbeeld het ziekenhuisbezoek op alle fronten juist is gedaald. Zo gaven ziekenhuisbezoekers in 2007 nog een ruime 7,5 voor de patiëntvriendelijkheid en nu nog net een zeven.
De waardering van ‘duidelijkheid naar de patiënt over de behandeling' is al onder de zeven gezakt waar het in 2007 nog een 7,5 was. Bijna de helft geeft ook aan zich in het ziekenhuis ‘een nummer te voelen' en 58 procent van mensen die afgelopen jaar als klant met het ziekenhuis te maken hebben gehad denkt dat de bedrijfsvoering ‘een stuk efficiënter zou kunnen'.
Naast deze kritische waardering van de ziekenhuiszorg in het bijzonder, geeft ook ongeveer één op de drie Nederlanders aan wel eens een onprettige ervaring te hebben gehad in de zorg. Daar blijkt, net als in 2005 en 2006, vooral ‘gebrek aan respect' en een ‘tekort aan aandacht en tijd' aan ten grondslag te liggen. Ook lange wachttijden worden vaak genoemd.
Klantgericht imago daalt
Het algemene imago van de gezondheidszorg in Nederland bevestigt deze uitkomsten. Hoewel enerzijds een ruime meerderheid van de Nederlanders nog steeds vindt dat deskundigheid (80%), betrouwbaarheid (63%) en kwaliteit (65%) van toepassing zijn op de zorgsector, vinden anderzijds minder dan vier op de tien Nederlanders klantvriendelijk (38%) en persoonlijk (35%) kenmerkend voor de zorgsector. Opvallend is ook dat het aantal mensen dat de zorgsector een klantgericht imago toedicht sinds 2005 alleen maar verder is afgenomen.
Prioriteit verbeterpunten
Aan Nederlanders is ook gevraagd wat zij de belangrijkste verbeterpunten vinden voor de zorg in de nabije toekomst. Daaruit komt duidelijk naar voren dat, naast een goede kwaliteit van zorg, juist de mate van persoonlijke aandacht, klantvriendelijkheid en betaalbaarheid van zorg prioriteit zouden moeten krijgen. Oftewel burgers vinden het belangrijk dat de zorg patiëntvriendelijk opereert. Daarbij komt dat de burger haar rol als ‘kritische zorgconsument' steeds meer eigen begint te maken en er niet voor terugdeinst op zoek te gaan naar een beter alternatief. Voor geslaagde marktwerking in de zorg blijkt continu inzicht in de behoeften van de klant dus essentieel.
Medewerkers minder trots
Een andere thermometer voor de gezondheid van de zorgsector zijn medewerkers in de zorg. Binnen het panel van de Gezondheidszorgmonitor 2009 zijn dat bijvoorbeeld specialisten, verpleegkundigen, medewerkers in de thuiszorg, maar ook apothekersassistenten, diëtisten en activiteitenbegeleiders in de GGZ. Bijna tweederde (63 %) van deze ‘handen aan het bed' geeft aan dat hun werkomgeving er sinds de introductie van marktwerking niet efficiënter op is geworden. Zij geven in nog grotere getale (72 %) aan dat ook de kwaliteit van zorg hieronder lijdt.
Bovendien blijkt ook dat bijna zeventig procent van deze groep hun werk er de laatste jaren niet leuker op vindt geworden. Waar in 2005 nog 55 procent aangaf trots te zijn op hun organisatie blijkt dat nu met bijna tien procent te zijn gedaald. Deze uitkomsten verklaren mogelijk ook de dalende trend in de mate van betrokkenheid die medewerkers voelen bij de zorginstelling waarvoor ze werken.
Bron: Newcom Research & Consultancy
'Meldt misstanden medicijnhandel'
lf. Critici van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame stellen al jaren dat de organisatie te soepel is bij het beoordelen van de reclame- en marketingtechnieken van de medicijnfabrikanten.ANP 06 mei 2008
De Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) roept artsen, apothekers, medicijnfabrikanten en patiënten op misstanden in de medicijnhandel te melden.
De CGR doet dat nadat het televisieprogramma Radar de afgelopen weken liet zien hoe medicijnfabrikanten artsen bewerken om hun geneesmiddelen voor te schrijven aan patiënten. De artsen krijgen bijvoorbeeld cadeaus aangeboden.
Ook worden gezaghebbende dokters door de medicijnfabrikanten ingehuurd om bepaalde medicijnen te promoten. Het komt ook voor dat de medicijnfabrikanten extra personeel voor artsen betalen. In ruil daarvoor moeten de artsen dan bepaalde merken medicijnen aan hun patiënten voorschrijven.
De CGR moet toezicht houden op de regels voor medicijnreclame. De stichting wordt voor een groot deel gevormd door de medicijnindustrie zelf.
‘Het is belachelijk dat je wordt afgescheept’
Een klacht is iets anders dan een melding. En met klachten over het management kun je nergens terecht. Tot die ontdekking kwam psychiater Bas Oele toen hij zich tot de inspectie wendde met een klacht over het verpleeghuis waar zijn moeder verblijft.
R. Crommentuyn, Medisch Contact 14 februari
2008
|
(advertorials)
Site over tuchtrecht:
Boek: Zo werkt de zorg
De burger als klant. Speelbal of koning, mondig of monddood. Door Willem Wansink
Bestel via de link:
Boek: "Papier is gevaarlijk", over de schokkende ervaringen van een wetenschapsfilosoof, welke in zijn jonge jaren veroordeeld was tot TBS met dwangverpleging.
Bestel via de link:
Bij de consumentenbond kunt u een boek over medicijnen bestellen: "Het juiste medicijn".
Dit boek geeft antwoord op vragen als:
 Wat is het beste medicijn tegen mijn aandoening of ziekte?
 Welke medicijnen worden afgeraden, en waarom?
 Met welke bijwerkingen moet ik rekening houden?
 Zijn er goede alternatieven en wat kan ik zelf doen?
Met Het juiste medicijn heeft u maar liefst 400 pagina’s vol actuele en complete informatie over geneesmiddelen in huis. Deze paperback is tevens als gebonden uitgave verkrijgbaar.
ISBN 978 90 5951 0692, paperback, 400 pagina’s, februari 2007, prijs: 25 euro voor-niet leden
Telefoon Consumentenbond: 070 - 445 45 45
|
bestellen via www.boekscout.nl
Ed van Heijzen
Bekkeninstabiliteit
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Ed van Heijzen, zelf patiënt met bekkeninstabiliteit, gaat in dit boek de strijd aan met artsen die bekkeninstabiliteit als een modeziekte bestempelen. Hierbij neemt hij gynaecoloog Cees Renckens als voorbeeld. Van Heijzen liep zelf bekkeninstabiliteit op door een ongeval en hij geeft , zoals het Nederlandse lezerspubliek inmiddels van hem gewend is, ongezouten zijn mening. Hij vertelt zijn eigen verhaal en hij laat daarnaast twee vrouwen aan het woord die bekkeninstabiliteit opliepen tijdens en/of na een zwangerschap/bevalling. Ook andere medische dwalingen komen aan de orde. Zijn boodschap is: artsen zouden ‘ns kritisch naar zichzelf moeten gaan kijken in plaats van patiënten te veroordelen.
ISBN : 978-90-8834-816-7 verschijningsdatum : 15 mei 2009 vaste prijs : € 13,95
|
Verkrachting van bejaarde in ziekenhuis Heerlen
Bron: Spits 3 februari 2009
Een 22-jarige verpleegkundige zit in voorlopige hechtenis op verdenking van verkrachting van een hoogbejaarde patiënte van het Atrium Medisch Centrum in Heerlen. Het Openbaar Ministerie in Maastricht bevestigt een bericht op de regionale omroep L1.
De man uit Heerlen zou de patiënte, een vrouw van boven de 80 jaar, op 16 december 2008 hebben verkracht. De verdachte moet op 17 april 2009 voor de rechtbank in Maastricht verschijnen. De woordvoerster van het OM wil verder niets kwijt over deze zaak.
22 miljard euro belastinggeld gaat naar psychiatrie en verslavingszorg
Staatssecretaris Jet Bussemaker (Volksgezondheid) vindt het niet nodig bekend te maken waaraan de 22 miljard euro aan Algemene Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) opgaat. Dat zegt Bussemaker maandag 23 februari 2009 in een vraaggesprek met de Volkskrant.
Bussemaker zegt zelf wel inzicht te hebben waar de miljarden naar toe gaat. „Ik kan precies zeggen hoeveel geld er gaat naar verpleging en verzorging, gehandicaptenzorg of de ggz, dus naar de psychiatrie en verslavingszorg.”
Inspectie verscherpt toezicht op separeerbeleid
Tweederde van de ggz-instellingen besteedt te weinig aandacht aan het systematisch terugdringen van separeren op de eerste opnamedag. Dat concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg na onderzoek op veertig opnameafdelingen. De inspectie heeft nu alle rapporten over deze instellingen op haar website geplaatst. Noodzakelijke verbeteringen moeten uiterlijk in mei 2009 zijn doorgevoerd
Instellingen die blijven onderpresteren zullen met naam en toenaam worden genoemd op de website van de inspectie. Dat verzekert hoofdinspecteur Wim Schellekens in een interview met Psy.
Inspectie onderzoekt separaties opnieuw
Bron Nieuwsflex, medisch contact, 1 april 2009
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) doet dit jaar een vervolgonderzoek naar het separeerbeleid in de geestelijke gezondheidszorg. Vorig jaar bleek uit onderzoek dat een derde van de opnameafdelingen nog verbeteringen kan boeken.
Dit jaar moeten instellingen laten weten wat hun plannen zijn om het aantal separaties terug te brengen. Veertig instellingen krijgen bezoek van de inspectie. De IGZ denkt dat het mogelijk is om het aantal separaties per jaar met 10 procent te verminderen. RC
'Psychiatrie, een industrie des doods'
Publicatie: Nr. 46 - 16 november 2007
Bron: Medisch Contact
Duizenden Belgische artsen en apothekers kregen de afgelopen weken het tendentieuze informatiepakket 'Psychiatrie, een industrie des doods'. Afzender: de Citizens Commission on Human Rights (CCHR), een organisatie die wordt gesubsidieerd door de Scientology Church.
Volgens de Belgische Artsenkrant zijn artsen niet gediend van dergelijk eenzijdig promotiemateriaal over de veronderstelde gevaren van psychiatrische behandelingen. 'Een degoutant samenraapsel van leugens en onzin', zo omschrijft een huisarts de informatie.
Het informatiepakket bestaat uit een dvd en een brochure. Met de informatie wil de 'mensenrechtenorganisatie' CCHR aantonen dat de psychiatrie pseudowetenschappelijk zou zijn; er komen ook artsen aan het woord die beweren dat psychiatrische behandelingen 'martelingen' zijn. De Artsenkrant meldt dat het pakket ook onder zevenduizend professionelen in de Nederlandse gezondheidszorg zal worden verspreid.
In oktober verspreidde de organisatie de informatie op een tentoonstelling in een Brussels winkelcentrum. Die expositie bestond uit grote panelen waar 'de vernietigende weg van de psychiatrie' uit de doeken wordt gedaan: foto's van shockbehandelingen, het boek Mein Kampf, vastgebonden vrouwen, uitgemergelde mensen en gedrogeerde kinderen. Naast de panelen stonden televisieschermen opgesteld waarop gruwelijke fragmenten uit de dvd werden getoond. Volgens de coördinator van de tentoonstelling, Torsten Hjelmar, komt deze begin 2008 naar Nederland.
Bestel via de link:
|
Lotsverbondenheid
Constructief omgaan met het ethische appel van de psychisch gekwetste mens. Een leidraad voor partners en familieleden.
Wivina Van der Steen, Hilde Vanderlinden, Bernard Lernout
ISBN 90 341 9888 X
Standaard Uitgeverij
Prijs: 22 euro
Over de auteurs
Wivina Van der Steen (Mortsel, 1959) is licentiate in de moderne geschiedenis. Zij werkte voor KADOC (Katholiek Documentatie en Onderzoekscentrum), het Stedelijk museum in Leuven, de alternatieve financieringsorganisatie Hefboom en ten slotte voor Welzijnszorg en Broederlijk Delen. De laatste jaren heeft ze zich gespecialiseerd in het vormingswerk voor volwassenen met toepassingen in het kader van levenslang leren. Sinds twee jaar is zij ondermeer actief in Similes, de familievereniging van mensen met psychische problemen, waar zij haar ervaringsdeskundigheid over de specifieke situatie van familieleden verder heeft uitgebouwd. Haar bijdrage aan dit boek is vooral geïnspireerd door haar eigen beleving en verwerkingsproces als “partner van”.
Hilde Vanderlinden (Ninove, 1956) studeerde maatschappelijk werk aan het KVMW in Gent met specialisatie in geestelijke gezondheidszorg. Zij heeft 25 jaar beroepservaring respectievelijk in residentiële ggz, beschut wonen voor thuislozen en ex-psychiatrische patiënten in Oikonde Leuven, begeleiding van families met ziekte van Huntington en tot op heden professioneel medewerker in de familievereniging Similes. Haar medewerking aan dit boek is in eerste instantie ingegeven door een persoonlijke bewogenheid en door haar ervaring als familiebetrokkene. Haar bijdrage is gebaseerd op haar jarenlange beroepservaring in de sectoren geestelijke gezondheidszorg en welzijnszorg.
Bernard Lernout (Menen, 1950) studeerde computerwetenschappen aan de universiteit in Gent en werkte gedurende 25 jaar in de ICT-sector. Daarna werd hij zelfstandig expert in levenslang leren met aandacht voor een integrale aanpak van leren: mentaal, emotioneel, relationeel en spiritueel. In 2003 opende hij ‘het leerhof’, een eigen centrum voor levenslang leren in de Vlaamse Ardennen. Zijn bijdrage is geïnspireerd vanuit de invalshoek levenslang leren met een verruimend kader van zingeving op lange termijn en biedt inspirerende inzichten en praktische oefeningen
|
Partners en familieleden van mensen met een psychiatrische problematiek komen oog in oog te staan met hun eigen bestaan. Vanuit hun verbondenheid met de psychisch gekwetste mens worden zij geappelleerd, maar zij stoten op grenzen: praktische grenzen bij het overnemen van taken en fundamentele grenzen wat bevattingsvermogen en oplossingsstrategieën betreft. Heel wat familieleden en partners worden aan hun lot overgelaten. Toch kunnen zij erin slagen opnieuw kwaliteit in hun leven te brengen en te groeien naar een nieuwe verbondenheid.
De auteurs willen een leidraad bieden om dit te kunnen realiseren. Ze vertrekken vanuit de eigen beleving om het verhaal van de partner en familieleden te schetsen. Daarna kaderen ze het verhaal binnen de geestelijke gezondheidszorg, met specifieke aandacht voor de ethische dimensie. Als slot volgen inspirerende inzichten en praktische tips om te evolueren van een vaak verstikkende gebondenheid naar een helende verbondenheid.
Deel 1: het verhaal van de partner
Partners en familieleden dreigen in lotsverbondenheid met de psychisch gekwetste mens vast te lopen in een verstikkende gebondenheid. Zij krijgen een verantwoordelijkheid die hun individuele mogelijkheden overstijgt. Maar de confrontatie met de eigen onmacht kan ook een voorwaarde zijn om met de situatie te leren omgaan. Deze confrontatie kan leiden tot een diepgaand verwerkingsproces. Het verhaal van de partner beschrijft dit proces. Het gaat in op tal van factoren die het proces kunnen stimuleren of belemmeren: de interactie met de zieke partner, de kinderen, de familie, de schoonfamilie, de vriendenkring en de hulpverlening. Bovendien spelen maatschappelijke structuren en culturele invloeden. Taboe en stigma zijn verstikkend, zowel voor de psychisch gekwetste mens als voor familieleden en betrokkenen.
Potentie tot groei
De partner wordt in dit verhaal beschreven vanuit zijn potentie tot groei. Rekening houdend met de enorme belasting van de verstikkende situatie wordt gewaardeerd hoe hij zich ondanks alles handhaaft. Doorheen de pijnlijke ervaringen leert hij omgaan met de moeilijke situatie. Hij tracht zijn leven te herstellen en te komen tot nieuwe betekenisgeving voor zichzelf en voor de andere. Dat is een fundamenteel groei-en bewustwordingsproces. Wanneer de partner een creatief en constructief antwoord kan vinden op lotsverbondenheid, zonder zichzelf erbij te verliezen, kan hij komen tot een nieuwe en helende verbondenheid. Dat is een vorm van levenslang leren, leren doorheen het leven en geïnspireerd door het leven. Dat is een hoopgevend perspectief dat partners en familieleden voor fundamentele keuzes stelt.
|
ISBN: 9789056379933
Prijs: € 17,95
1e druk:2007
Uitvoering: paperback
200 blz.
Bestel via de link:
|
Papier is gevaarlijk
Rein Gerritsen
Tegenwoordig is Rein Gerritsen wetenschapsfilosoof met als specialisaties natuurkunde en het Amerikaans pragmatisme uit de negentiende eeuw, meer in het bijzonder het gedachtegoed van William James. Hij leidt samen met zijn vrouw en zoon een rijk leven. Maar dat is wel eens anders geweest.
In 1983, op drieëntwintigjarige leeftijd, werd hij na een zeer gewelddadige periode in zijn leven veroordeeld tot tweeënhalf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf met psychiatrische dwangverpleging. In die periode heeft Gerritsen de praktijk van de forensische psychiatrie en het Nederlandse strafsysteem aan den lijve meegemaakt.
Vanuit zijn unieke positie als 'ervaringsdeskundige' laat hij de lezer in autobiografische hoofdstukken kennismaken met het, vaak schokkende, perspectief van iemand die het systeem moet ondergaan. Maar dat niet alleen: hij gaat ook in op de wijsgerige vooronderstellingen ervan en hij analyseert de rollen en pretenties van de verschillende spelers in het veld.
'Papier is gevaarlijk,' stelt Gerritsen en dan doelt hij op al die rapportages en processen-verbaal die er over een verdachte geschreven worden. Die geschriften hebben namelijk verstrekkende gevolgen voor de verdachte - veel verder dan mensen zich gewoonlijk realiseren. Zo werd hij zelf ooit op grond van een uiterst dubieus gevangenisrapport overgeplaatst naar de gevreesde strafinrichting De Rode Pannen.
'Dit gaat reuze meevallen, dacht ik aan het begin van mijn twee weken durend verblijf. Nog geen minuut later betreurde ik die gedachte. Na ongeveer tien minuten wist ik door de pijn mijn eigen naam niet meer.'
|
Lexicon van medische misverstanden, door W. Bartens, vertaald uit het Duits
Hilarisch boek, leuk als kado
Hier te bestellen:
Nu te bestellen:
|
Researchjournalist Ton van Dijk dook in de medische wereld, vond slachtoffers en woonde vele zittingen bij van de medische tuchtcolleges.
Hij kreeg toestemming van de betrokkenen om de vaak omvangrijke dossiers door te spitten. Elk van die casussen vormt een drama op zich. Naast het menselijk leed dat door fouten veroorzaakt wordt, is er de nasleep van onbegrip en soms totaal ontbrekende communicatie. Artsen houden zich stil, ziekenhuisbesturen geven niet thuis, advocaten wijzen de verantwoordelijkheid af, verzekeringsmaatschappijen hakketakken zelfs over de prijs van een grafsteentje voor een overleden kind. Van Dijk beschrijft indringend die soms jarenlange strijd van de leek tegen de gevestigde orde.
|
_____________________________________________________________________________
Oud-huisarts publiceert boek over slechte behandeling van patienten:
"Hoe is het mogelijk dat patienten zich zo laten behandelen"
Jannes Koetsier zegt: "Het medisch bedrijf is ziek".
Hij schreef het boek "De gezonde patient"
07 september 2007 en 15 september 2007
Bronnen: Elsevier, Nieuwsblad van het Noorden
Voor Jannes Koetsier (58), voormalig huisarts, is iedere patient vanzelfsprekend een zorgconsument. De consument moet kritischer worden. Het medisch bedrijf is ziek en kijkt niet naar resultaten, maar naar concrete handelingen die geld opbrengen. Dat beweert Jannes Koetsier (58) uit Hoogeveen, onafhankelijk medisch adviseur en arts, in zijn zojuist verschenen boek, De gezonde patiënt.
Aan de hand van tal van voorbeelden uit zijn eigen praktijk, als huisarts in Amsterdam en als verzekeringsarts, laat Koetsier zien wat er mis gaat in het medische circuit. Hij keert zich tegen de cultuur waarbij de dokter bepaalt wat goed voor u is.
Als de communicatie met de patiënt beter zou worden, waren vele bezoeken aan specialisten niet nodig geweest. Volgens Koetsier genezen veel onduidelijke medische klachten, waarmee mensen naar de arts gaan, ook vanzelf. ”Als het aan de farmaceutische industrie ligt slikt straks heel Nederland hogebloeddrukpillen.”
Koetsier ageert tegen de actie van De Nederlandse Hartstichting die zou willen dat iedereen mensen met een hartstilstand kan reanimeren. ”Na een hartstilstand zijn mensen vaak kasplantjes. Moeten we dat willen? Mogen we niet meer gewoon doodgaan in Nederland?”
Volgens Koetsier moeten patienten niet blind vertrouwen op de dokter, maar zelf nadenken, nagaan waarom ze een klacht hebben en de regie in eigen hand durven nemen. "Het medisch bedrijf is te eenzijdig gericht op symptoombestrijding. De arts neemt patienten vaak niet serieus. Dokters kijken niet naar de samenhang tussen lichaamen geest. Ze schrijven te vaak pillen voor die soms geen enkel effect hebben. Dat is bedrog. Bovendien kost het enorm veel geld".
Hij ergert zich aan gewoontegedrag en slechte communicatie. "Ik ben in de loop van mijn beroepsleven te veel patienten tegengekomen, van wie je zegt: "Hoe is het mogelijk, dat zij zo zijn behandeld?". Zij zijn de dupe geworden van medisch handelen. Iedereen denkt dat dit normaal is. Maar, zo hoort het niet, ook kleine medische missers niet.
Of de zorgsector zijn adviezen zal overnemen? Koetsier: "Hopelijk wel. Mensen zijn niet gek. Ze vinden nu al steeds de weg naar een betere arts".
Commentaar Meldpunt Medische Fout: Dat mensen niet gek zijn wanneer zij een betere arts zoeken, was voor een arts in het Maasland Ziekenhuis te Sittard juist reden om die mensen gek trachten te verklaren en meteen op te sluiten, zodat de weg naar een betere arts was geblokkeerd. Gelukkig wordt het onder artsen steeds meer bekender dat zij dienstverleners zijn en dat patienten de beste zorgverlener mogen kiezen.
------------------------------------------------------------------------------------------
Wetsvoorstel inzagerecht inspectie
Standpunt KNMG
2008
Onlangs is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend op grond waarvan het recht van de Inspectie om zonder toestemming patiëntendossiers in te zien, wordt uitgebreid. De KNMG kan zich voorstellen dat de Inspectie deze bevoegdheid krijgt, maar plaatst wel een aantal vraagtekens.
In de psychiatrie heeft de Inspectie al vele jaren een wettelijk inzagerecht. Art. 53 lid 4 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz) bepaalt dat de Inspectie inzage kan vragen in het dossier van een persoon wiens geestvermogens gestoord zijn. Aan dat verzoek moet worden voldaan. In het onlangs aan de Tweede Kamer voorgelegde wetsvoorstel 31122 wordt voorgesteld dit inzagerecht uit te breiden tot de gewone gezondheidszorg. Indien dit wetsvoorstel wordt aangenomen, zal in de Gezondheidswet, de Kwaliteitswet zorginstellingen en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Big) worden bepaald dat de Inspectie zonder toestemming patiëntendossiers mag inzien, “voor zover dat voor vervulling van hun taak noodzakelijk is”. Het niet verlenen van inzage wordt een strafbaar feit en kan ook leiden tot een dwangsom.
Aan de huidige situatie, waarin de Inspectie met uitzondering van de sector psychiatrie geen inzagerecht heeft, liggen vooral privacyoverwegingen ten grondslag. De gedachte was tot nu toe dat de patiënt zelf moet kunnen beslissen of de Inspectie zijn of haar dossier mag inzien. De op de psychiatrie betrekking hebbende uitzondering heeft als achtergrond dat het gaat om patiënten in een bijzonder kwetsbare positie, die niet altijd voor hun eigen belangen kunnen opkomen. In die gevallen moet de Inspectie zelf kunnen handelen, ter bescherming van de patiënt. Het raadplegen van het dossier kan daarbij noodzakelijk zijn.
De KNMG kan heeft er op zich geen moeite mee dat de instantie die officieel is belast met het overheidstoezicht op de kwaliteit en veiligheid van de gezondheidszorg onder omstandigheden een wettelijk recht op inzage van dossiers heeft, los van de toestemming van de patiënt. In het nu ingediende wetsvoorstel is dit inzagerecht echter veel breder omschreven. Het advies van de Raad van State om het inzagerecht van de Inspectie te beperken tot specifieke, nader in de wetgeving omschreven situaties, is door de regering niet gevolgd. In de toelichting op het wetsvoorstel wordt wel opgemerkt dat de Inspectie prudent met het inzagerecht zal moeten omgaan. Zo stelt de regering onder meer: “Bij onderzoek specifiek gericht op individuele casuïstiek zal bijvoorbeeld de toestemmingsvereiste wenselijk blijven en doorgaans ook uitvoerbaar zijn”. Bij thematische onderzoeken door de Inspectie, waarbij het kan gaan om analyse van grote aantallen dossiers, acht de regering individuele toestemming echter niet werkbaar. Hetzelfde geldt volgens de regering voor een andere optie, namelijk het anonimiseren van de dossiers.
De KNMG is het ermee eens dat de officiële toezichthouder op de kwaliteit en veiligheid van de zorg moet beschikken over voldoende bevoegdheden en instrumenten. Daartoe kan ook behoren de bevoegdheid om zonder toestemming een patiëntendossier te raadplegen. Ook in andere sectoren dat de psychiatrie kunnen daarvoor goede gronden bestaan. Aan te bevelen is wel dat de regering alsnog uitvoering geeft aan de suggestie van de Raad van State om in de wet zelf nader te omschrijven aan welke voorwaarden dossierinzage moet voldoen (vereiste van proportionaliteit) en in welke situaties dossierinzage mogelijk is. Twee van dergelijke situaties liggen voor de hand: enerzijds gevallen waarin ten behoeve van een algemeen onderzoek veel dossiers moeten worden geraadpleegd en anderzijds gevallen waarin de kwaliteit of veiligheid van de zorg ernstig in het geding is en het onmogelijk is toestemming van de patiënt te verkrijgen.
Zeker nu het niet-geven van inzage kan leiden tot strafrechtelijke veroordeling of een dwangsom is het voor de rechtszekerheid van alle betrokken van belang zo duidelijk mogelijk te bepalen in welke gevallen de Inspectie wel en niet inzage zonder toestemming kan verlangen. De regering stelt voor dat aan de Inspectie zelf over te laten, maar het verdient de voorkeur in de wet zelf daarover regels op te nemen.
Nadere informatie: Beleidsafdeling KNMG, J. Legemaate (tel. 030 2823765, of j.legemaate@fed.knmg.nl).
Opmerkelijk
In Nederland is het mogelijk dat een juriste een aantal uren wordt gegijzeld in een isoleercel in het ziekenhuis, wanneer zij aankondigt een klacht in te dienen tegen de psychiater van de patient, wiens belangen zij behartigt. Het lijkt op Chinese praktijken, waarbij politieke dissidenten gek verklaard kunnen worden. Streekziekenhuis weigerde mee te werken aan overplaatsing van de betreffende patient naar een gespecialiseerde instelling, waardoor het genezingsproces vertraagde. De vrije ziekenhuiskeuze en vrije artsenkeuze bestaat alleen op papier. In de praktijk leidt dit tot maffia-achtige praktijken in het ziekenhuis, met steun van de collega's in het Medisch Tuchtcollege en Prof. mr. van Wijmen (als plv. voorzitter).
Journalisten worden soms bedreigd
met schadeclaims door het ziekenhuis wanneer zij willen publiceren over misstanden. Het NRC Handelsblad laat de naam van de redacteur weg bij een kritisch artikel
over de fouten in ziekenhuizen of de invloed van de farmaceutische industrie.
|
Standpunt Meldpunt Medische Fout
november 2007
Zolang er geen goed controlesysteem is zullen dezelfde medische fouten opnieuw gemaakt worden. De patient heeft een jurist nodig om de schade bij medische fouten vergoed te krijgen, omdat daarvoor geen duidelijke procedure is. Het Medisch Tuchtrecht functioneert bovendien niet en staat momenteel ter discussie.
Het is de bedoeling dat artsen bereid zijn te leren van de fouten en deze niet herhalen.
Prof. dr Geert Blijham, bestuursvoorzitter van de Raad van Bestuur van het UMC Utrecht zei onlangs:
"Het is een doodzonde als arten niet willen leren van hun fouten". Een doodzonde, maar daarop moeten dan wel repressailles staan, want anders zijn het loze woorden. Het Ziekenhuis beboeten is het enig mogelijke correctiemiddel, want dan zullen de fouten drastisch dalen.
De artsenorgansiatie KNMG (Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst) vindt het een morele plicht, dat hulpverleners fouten melden. Dit sluit aan bij de gedragsregels van de KNMG en ook bij de in 2003 herziene Nederlandse artseneed. Gedragsregel I.6 van de KNMG bepaalt dat de arts bereid is zich te verantwoorden en zich toetsbaar op te stellen. In de Nederlandse artseneed wordt dit als volgt geformuleerd: “Ik zal mij open en toetsbaar opstellen”. Het gaat daarbij zowel om het nemen van verantwoordelijkheid als om het afleggen van verantwoording.
Nadere informatie voor artsen: J. Legemaate (j.legemaate@fed.knmg.nl of 030 2823765).
|
Persbericht:
Klachtrecht in de gezondheidszorg:
onbekend en onbemind
( 6 augustus 2007 )
Klachtprocedures in de gezondheidszorg werken niet adequaat, zijn te complex en voor de indiener van een klacht onoverzichtelijk. Dit blijkt uit een enquête die Stichting De Ombudsman heeft gehouden onder mensen met een klacht over een ziekenhuis, een arts of een andere zorgverlener. De uitkomsten zijn vastgelegd in de notitie 'Klachtrecht in de gezondheidszorg; onbekend én onbemind'. Deze notitie is aangeboden aan Minister Klink van VWS.
Aanbevelingen: Landelijke registratie klachten
Landelijke en onafhankelijke bundeling van alle registratie van klachten kan helpen om inzicht te geven in de oorzaak en de aard van klachten, zodat via beleidsmaatregelen medische missers in de toekomst voorkomen kunnen worden.
Onjuist medicijngebruik
2 juli 2007
Door mogelijk vermijdbare fouten bij medicijngebruik zouden jaarlijks 19.000 mensen in het ziekenhuis belanden, blijkt uit een wetenschappelijk onderzoek in 21 Nederlandse ziekenhuizen.
Volgens onderzoekster Patricia van den Bremt, tevens apotheker te Tilburg, leidt onjuist medicatiegebruik tot twee keer zoveel ziekenhuisopnamen als verkeersongevallen. Medicatieveiligheid zou veel hoger op de politieke agenda moeten komen, vindt zij. Bejaarde patiënten lopen twee keer zo veel risico.
Onjuist medicatiegebruik kan hart- en vaataandoeningen, maagbloedingen, ademhalingsproblemen en ontregelingen bij diabetespatiënten veroorzaken.
Artsen en apotheken wisselen volgens het onderzoek ook nog te weinig patiëntengegevens uit.
bron:HARM rapport: Hospital Admissions Related to Medication, november 2006)
"Nieuw zorgstelsel? Dan ook patientenrechten!"
februari 2007
Stroom van reacties op artikelen over medische fouten
Meldpunt Medische Fout constateert dat er bij de zorgconsumenten veel ongenoegen heerst over de zorgverlening en dat artikelen over medische fouten in bijvoorbeeld kwaliteits opniniebladen, zoals Elsevier een stroom van reacties oproept van zorgconsumenten. Er is momenteel een trend gaande dat slachtoffers van medische fouten websites oprichten, waarbij zij aandacht voor hun situatie vragen, omdat zij bij de artsen en het Medisch Tuchtcollege bot vangen. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling, want dit betekent dat mondige, intelligente zorgconsumenten er niet in slagen om de zorg te krijgen waarop zij recht hebben en moeten "vechten" voor de bescherming van hun gezondheid. Het is nodig dat het feodale machtsbolwerk van artsen wordt ontmanteld. Een groot deel van de zorgconsumenten is tegenwoordig ook hoogopgeleid net als artsen en de hierarchische verhouding tussen arts en patient is niet meer van deze tijd.
Patientenplatforms, zoals het NPCF ontbreekt het aan een krachtig offensief, door hun logge bestuurlijke organisatie met managementlagen, beleidsmedewerkers, projectmanagers en een directie met als bedroevend resultaat dat de directeur van het NPCF, Iris van Bennekom concludeert dat de overheid is vergeten aandacht te besteden aan de versterking van de rechtspositie van de patient. Het NPCF adviseert artsen en is afhankelijk van artsen en moet dus balanceren en raakt in spagaat in het geval van medische fouten.
Inmiddels is Iris van Bennekom overgestapt van de NPCF naar een functie als
topambtenaar onder minister Klink.
Wat moet er gebeuren?
Meldpunt Medische Fout is van mening dat de patientenrechten hoog op de politieke agenda kunnen komen door het oprichten van een Partij voor de Zorgconsumenten, vergelijkbaar met de Partij voor de Dieren.
Iedereen kan ziek worden, ook u, uw kind of uw naaste. Iedere Nederlander is (toekomstig) Zorgconsument, dus ook u en u betaalt verplicht ziektekostenpremie. U moet er op kunnen vertrouwen dat u correcte zorg krijgt en dat u bij een medische fout correcte nazorg en vergoeding van de ontstane schade ontvangt.
Er moet een landelijk registratiesysteem komen waar alle "complicaties" (fouten worden meestal complicaties genoemd) worden gemeld (met naam ziekenhuis/arts daarbij) en daarbij de herstelacties. Door de informatiseringsmaatschappij is dit gemakkelijk te verwezenlijken middels een computerprogramma.
De database met complicaties moet regelmatig worden geraadpleegd door de arts, als onderdeel van zijn bijscholing. Door de contactpersoon van de complicatie te noemen, kan een arts contact opnemen bij twijfel in een soortgelijke situatie.
Door de complicaties (medisch letsel door medische handeling) te rubriceren kan
nader wetenschappelijk onderzoek geiniteerd worden op dat speficieke onderwerp.
Voorts is het duidelijk dat de slachtoffers van medische fouten, dan wel complicaties, psychische schade lijden en financiele schade. Meldpunt Medische Fout doet momenteel onderzoek naar de manier waarop de hulp aan slachtoffers van medische schade kosteloos kan worden vormgegeven.
Lobby van de farmaceutische industrie
Bovendien heeft de farmaceutische industrie een sterke lobby ( klik hier ) Er wordt bijvoorbeeld een miljardenwinst op de psychiatrische middelen verwacht. Deze middelen worden veelal onder dwang toegediend aan patienten, welke onder druk worden gezet door de verpleegsters en artsen met dreiging van opsluiting. U betaalt indirect mee voor deze medicatie via de zorgpremies en belastingen, ook al slikt u zelf geen enkel medicijn. U zou aandelen kunnen nemen in farmaceutische bedrijven, zodat u nog een beetje mee profiteert van de miljardenwinsten, waaraan u toch al meebetaalt.
Psychiaters verdienen net als de farmaceutische industrie veel geld aan de medicatie voor psychiatrische patienten. Sommige psychiaters vinden dit onethisch en amoreel. Prof. Dr Anne Beckers, psychiater vertelde tijdens haar inaugurele rede op 21 april 2006, Radbouduniversiteit Nijmegen, dat psychiaters 20.000 euro per patient krijgen als ze de patient kunnen overhalen tot het meewerken aan een door de Farmaceutische industrie opgezet geneesmiddelenonderzoek (bij dwangmedicatie en dwangopname heeft de patient geen inspraak, dus dat is gemakkelijk verdienen). Voorts vertelde deze psychiater dat zij 140.000 euro als gift aangeboden kreeg van de Farmaceutische industrie bij een willekeurig onderzoek, als het maar over Efexor (antidepressivum) gaat.
"Geen wonder dus dat depressieve patienten pillen aangeboden krijgen in plaats van praten".
 dier  mens
|
In de Media
’Geld belangrijker dan familie en liefde’
Bron: De Telegraaf, 15 juli 2009
Nederlanders vinden financiële zekerheid belangrijker dan familie en een succesvol liefdesleven
Dat blijkt uit woensdag gepubliceerd onderzoek van Blauw Research onder ruim duizend mensen in opdracht van verzekeringsbedrijf Cardif.
Aan de deelnemers werd gevraagd wat zij belangrijk vinden in het leven. Gezondheid (97 procent) en geluk (95 procent) werden het vaakst genoemd. Financiële zekerheid kwam met 93 procent op de derde plaats, ruim voor sociale factoren als familie (87 procent) en het hebben van een goede liefdesrelatie (83 procent).
Belgisch fonds voor medische missers
Publicatie
|
Medisch Contact 17 - 22 april 2009
|
Jaargang
|
2009
|
Rubriek
|
NieuwsReflex
|
Auteur
|
 |
Pagina's
|
720
|
De Belgische minister van sociale zaken heeft een voorstel ingediend om bij medische missers een schadevergoeding uit te keren. Het betreft een verzekering naar Frans model. Dat meldt de Belgische nieuwssite De Standaard Online.
In geval van bewezen fouten blijven artsen en ziekenhuizen aansprakelijk; na een rechtszaak moet hun verzekering de misser vergoeden. Als een misser niet het gevolg is van een fout, komt een publiek fonds tussenbeide.
Dit zou met hoge drempels werken: minstens 25 procent invaliditeit en 6 maanden arbeidsongeschiktheid. Een verzekering naar het Zweedse ‘no fault’-model, waarin geen schuld maar slechts schade hoeft te worden bewezen, bleek onuitvoerbaar.
Nederland kent een dergelijk fonds niet: bij een medische misser dient de zorgverlener aansprakelijk te worden gesteld. Naar aanleiding van het rapport van stichting De Ombudsman van mei 2008, waaruit onder andere blijkt dat het voor de patiënt bijzonder moeilijk is om de aansprakelijkheid van de hulpverlener te bewijzen, ontwikkelt De Letselschade Raad een Gedragscode Medische Aansprakelijkheid (GMA).
Doel van de richtlijn is de afhandeling van de medische fout, via de beoordeling van de aansprakelijkheid tot de vaststelling van de schade, te structureren en te verbeteren. De richtlijn wordt naar verwachting in 2010 of 2011 gepresenteerd.
Mogelijkheden voor alternatieve geneeskunde in de psychiatrie onderzocht
Integrale psychiatrie is een wereldwijd groeiende beweging waarbij, kort samengevat, complementaire en alternatieve geneeswijzen (CAG) in de reguliere psychiatrie worden geïntegreerd, op basis van wetenschappelijk onderzoek naar veiligheid en effectiviteit. CAG zijn aanvullende diagnostische methoden, behandelingen en/of preventieve maatregelen die aanvullend zijn aan de reguliere geneeskunde, door bij te dragen aan een gemeenschappelijk geheel, door te voorzien in een behoefte waarin regulier niet voorziet, of door verscheidenheid aan te brengen in de basisconcepten van de geneeskunde (Ernst ea, 1995).
Deze integrale aanpak in de geneeskunde wordt gestimuleerd door onder meer het Europees Parlement en de World Health Organisation (EP, 1997; WHO, 2003 ) en wordt succesvol toegepast door een consortium van 39 medisch academische centra in Noord Amerika (www.imconsortium.org).
In de integrale psychiatrie gelden, net als in de reguliere psychiatrie, de principes van Evidence Based Medicine. Deze principes impliceren: (a) zoeken naar de hoogst beschikbare wetenschappelijke evidentie voor de verschillende behandelopties; (b) de waarden, voorkeuren en het referentiekader van de patiënt zijn richtinggevend, evenals; (c) de professionaliteit en ervaring van de therapeut (zie: Sackett ea, 2000). Echter in de IP wordt (a) niet gelimiteerd tot regulier; ook complementaire én alternatieve geneeswijzen worden betrokken
In Nederland is Lentis de eerste GGz organisatie die een Centrum Integrale Psychiatrie heeft opgericht waar patiëntenzorg, onderzoek en opleiding hand-in-hand gaan.
Rogier Hoenders is oprichter van het Centrum Integrale Psychiatrie van Lentis. Hij werkt als psychiater op de polikliniek Integrale Psychiatrie. Tevens doet hij een promotieonderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van Complementaire en Alternatieve Geneeswijzen (CAG) voor psychiatrische stoornissen. Hij is voorzitter van het organiserend comité van het jaarlijkse congres Integrale Psychiatrie en geeft regelmatig lezingen in binnen- en buitenland over dit onderwerp.
Bron: Novum
Patiënt verblijdt ziekenhuis met kostbare scanner
(Novum) - Het Martini Ziekenhuis in Groningen heeft een geavanceerde PET-CT-scan van een patiënt gekregen, ter waarde van ongeveer een miljoen euro. Het apparaat wordt vrijdag in gebruik genomen. De vorig jaar overleden ondernemer Dick Maan wilde met zijn vrouw een bijdrage leveren aan onderzoek en behandeling van longpatiënten, laat het ziekenhuis weten.
Met een PET-scan (Positron Emission Tomography) en een CT-scan (Computerized Tomography) in één apparaat valt in één keer nauwkeurig te bepalen in welk stadium een tumor verkeert en waar de tumorcellen en uitzaaiingen precies zitten. In Groningen en Drenthe stond nog niet zo'n apparaat, dat vooral een belangrijk onderzoeksmiddel is voor longkankerpatiënten
Het ziekenhuis is zeer ingenomen met de nieuwe diagnosemogelijkheid. "Met de nieuwe PET-CT-scan kunnen we afwijkingen van drie millimeter in beeld brengen. Bovendien gaat het sneller. Een totale scan is al in twintig minuten te maken", licht longarts John van Putten toe.
Patiënt slikt onverminderd slaappillen
Bron: AD 20 februari. Door MONICA BEEK
Nederlandse patiënten blijven massaal verslavende slaap- en kalmeringsmiddelen slikken. Dat blijkt uit gegevens van apothekersorganisatie KNMP.
Sinds 1 januari van dit jaar worden de medicijnen nog slechts bij hoge uitzondering vergoed.
Die maatregel kwam er om het gigantische aantal verslaafden aan deze middelen, benzodiazepines in dokterstaal, terug te dringen. Van de naar schatting 1,8 miljoen gebruikers van zulke medicijnen in ons land, zijn 500.000 tot 700.000 patiënten er zwaar aan verslaafd.
Volgens Annemieke Horikx van de KNMP hebben patiënten in december op grote schaal slaap- en kalmeringsmiddelen gehamsterd, omdat die toen nog werden vergoed. Horikx stelt dat het nog te vroeg is om te concluderen dat het ontmoedigingsbeleid is mislukt.
Apothekers hebben veel last van de nieuwe maatregel. Medewerkers krijgen te maken met agressieve klanten als blijkt dat zij hun pillen zelf moeten betalen. Het meldpunt dat de KNMP hiervoor opende, kreeg van vijftig apothekers reactie.
Bron: Medisch Contact 19 februari 2009
Door patiënten met een vermoedelijke hernia pas na zes weken door te verwijzen en vervolgens versneld te behandelen, wordt de doorlooptijd verkort.
Bovendien neemt het percentage onterechte doorverwijzingen af. Dat blijkt uit een proef in Brabant, aldus een deze week gepubliceerde evaluatie van TNO.
Huisartsen, fysiotherapeuten, neurologen en radiologen in de regio’s Eindhoven en Helmond volgden een lumbosacraal radiculair syndroom-protocol. Ze spraken af om patiënten – conform diverse richtlijnen – pas na zes weken door te verwijzen. In het Catharina-ziekenhuis in Eindhoven en het Elkerliek ziekenhuis in Helmond konden de patiënten vervolgens, indien nog nodig, versneld terecht voor een MRI-scan en een afspraak met een neuroloog.
Het percentage patiënten dat onterecht binnen zes weken is verwezen, daalde daarmee van gemiddeld 15 naar 9 procent. In Helmond verminderde de gemiddelde doorlooptijd voor versneld doorverwezen patiënten van 31 naar 11 dagen. In Eindhoven daalde die van 32 naar 6 dagen. De effecten bleven op lange termijn bestaan, aldus het TNO-rapport.
Ondanks de afspraken verwees de eerstelijnszorg de helft van de patiënten nog altijd regulier. Huisartsen waren het versneld doorverwijzen vergeten, waren er nog niet aan gewend of zeiden het ziekenhuissysteem niet te willen verstoppen. Soms vonden ze reguliere verwijzing ook beter bij de patiënt passen.
TNO beveelt een landelijk invoering van het protocol aan. Het volledige rapport staat online.
Reuma is te voorspellen
Bron(nen): VUMC
Bij mensen met verhoogd risico is door het testen op antistoffen toekomstige reuma te voorspellen. Een geschikte behandeling tijdens deze aanloopfase van de ziekte kan het ontwikkelen van reuma voorkomen of uitstellen. Aldus onderzoeker Mark Nielen die op vrijdag 27 februari 2009 promoveert bij VU medisch centrum.
Gewrichtsschade door reumatoïde artritis is onherstelbaar. Vooral in een later stadium van de ziekte, neemt de kwaliteit van leven van patiënten hierdoor sterk af. Vroege opsporing en agressieve behandeling van de ziekte zijn daarom van groot belang. NIVEL-onderzoeker Mark Nielen concludeert dat al jaren voor de klachten van reuma beginnen antistoffen worden aangemaakt en ontstekingsstoffen aanwezig zijn. Antistoftesten zijn te gebruiken om reuma te voorspellen in gezonde mensen die al een verhoogd risico hebben op de ziekte. Bijvoorbeeld bij mensen met pijnlijke gewrichten of bij wie reuma in de familie zit.
Voorkomen of uitstellen
De uitkomsten van het onderzoek maken gerichte opsporing en risicoschatting mogelijk van mensen met een verhoogd risico op reumatoïde artritis. Nielen: “Er wordt al naar een geschikte behandeling voor deze fase van de ziekte gezocht. Als die wordt gevonden, is bij deze mensen in de toekomst het ontwikkelen van reuma te voorkomen of uit te stellen.” Nielen deed onderzoek naar bloedmonsters van donoren die later reuma hebben ontwikkeld. Dit was mogelijk door samenwerking van de Sanquin Bloedbank Noord-West en het Jan van Breemen Instituut (JBI) in Amsterdam, waar het onderzoek is uitgevoerd.
Extra geld voor reclame zorgverzekeraar
Gepubliceerd: 15 februari 2009 21:19 | Gewijzigd: 15 februari 2009 21:19
ANP, NRC Handelsblad
Zorgverzekeraar Agis betaalt hogere honoraria aan fysiotherapeuten die reclame maken voor Agis. Wie in zijn praktijk een reclamezuiltje met folders over Agis Zorgverzekeringen plaatst, kan 2,50 euro extra per behandeling verwachten.
Dat heeft het NOS Journaal vandaag gemeld. De zorgverzekeraar sluit basiscontracten en intensieve contracten af met fysiotherapeuten. Voor een consult ontvangen fysiotherapeuten die reclame maken 30 euro.
Het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF), de beroepsvereniging van fysiotherapeuten, is tegen dat onderscheid en overweegt juridische stappen tegen de verzekeraar.
De KNGF zegt niets tegen aanvullende kwaliteitseisen te hebben, maar vindt het verwerpelijk om kwaliteitsbeleid te koppelen aan reclame voor de verzekeraar. De KNGF klaagt al langer over de macht van de zorgzekeraars die volgens haar sinds de invoering van het nieuwe zorgstelsel sterk is toegenomen.
Meer aandacht nodig voor melden bijwerkingen
Publicatie: Medisch Contact Nr. 07 - 12 februari 2009
Rubriek: NieuwsReflex
Auteur: Babs Verblackt
Ziekenhuizen besteden te weinig aandacht aan het – wettelijk verplichte – melden van ernstige bijwerkingen van geneesmiddelen. Om daarin verandering te brengen, publiceert het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb deze week een praktijkadvies ‘Omgaan met bijwerkingen’.
Ruim 37.000 artsen en apothekers krijgen het praktijkadvies per post toegestuurd. Daarin staat informatie over het herkennen van bijwerkingen en wanneer, hoe en aan wie deze te melden. Om melden nog makkelijker te maken, heeft Lareb een meldmodule ontwikkeld die in elk automatiseringssysteem kan worden ingebouwd. Daarnaast kunnen medisch specialisten voortaan eenvoudig melden door een geanonimiseerde kopie van een ontslagbrief naar het kenniscentrum te sturen. Naast de nieuwe mogelijkheden blijft online melden of melden via het Farmacotherapeutisch Kompas ook bestaan.
Hoewel juist in ziekenhuizen de meest ernstige bijwerkingen aan het licht komen, melden zowel medisch specialisten als ziekenhuisapothekers nog onvoldoende. ‘Huisartsen, openbare apothekers en patiënten melden al goed. Maar uit ziekenhuizen krijgen we jaarlijks in totaal nog geen duizend meldingen. Dat hoort veel meer te zijn’, zegt Lareb-directeur Kees van Grootheest.
Volgens hem is het weinige melden ‘geen kwestie van onwil’, maar voornamelijk het gevolg van tijdgebrek. ‘Of een heel praktische reden zoals het niet weten hoe te melden. En, vrees ik, soms het niet herkennen van bijwerkingen.’ De in 2007 gewijzigde geneesmiddelenwet verplicht artsen en apothekers om ernstige bijwerkingen te melden. ‘Maar dat is nog onvoldoende doorgedrongen’, zegt de Lareb-directeur.
Het praktijkadvies is onderdeel van de ‘Melden moet’-campagne die Lareb – met steun van het ministerie van VWS – is begonnen in samenwerking met de KNMG, apothekersorganisatie KNMP en patiëntenorganisatie NPCF. De campagne moet het aantal meldingen uit ziekenhuizen dit jaar met 50 procent doen toenemen. ‘Een realistisch, misschien zelfs bescheiden streven’, meent Van Grootheest.
Lareb gaat niet alleen artsen en apothekers wijzen op het belang en gemak van melden. Het centrum gaat ook raden van bestuur van ziekenhuizen benaderen. ‘Er is structurele aandacht nodig’, meent Van Grootheest. ‘Melden moet in ieder ziekenhuis onderdeel van het kwaliteitsbeleid worden.’
Sinds vorig jaar informeert Lareb ziekenhuizen jaarlijks hoeveel meldingen vanuit hun instelling zijn gedaan. Een top tien van de ziekenhuizen die de meeste meldingen doen, moet andere ziekenhuizen stimuleren hun voorbeeld te volgen. Vanaf volgend jaar wil Lareb de getallen ook openbaar maken, zodat ze kunnen worden meegewogen bij de prestatie-indicatoren die worden gebruikt om de kwaliteit van ziekenhuizen te vergelijken.
Een HARM (Hospital Administrations Related to Medication)-onderzoek uit 2006 onder 21 verschillende Nederlandse ziekenhuizen toont dat 2,4 procent van alle ziekenhuisopnamen en 5,6 procent van de acute opnamen, is gerelateerd aan geneesmiddelen (bijwerkingen en medicatiefouten). Daarvan bleek 46 procent mogelijk te vermijden. Geëxtrapoleerd naar heel Nederland komt dat volgens de laatste bijstellingen neer op jaarlijks 36.000 geneesmiddelgerelateerde opnamen, waarvan 16.000 potentieel vermijdbaar. Babs Verblackt
Online verkoop van medicijnen zonder recept toegestaan in Belgie
Bron: De morgen, 9 februari 2009
Vanaf maandag mogen via het internet medicijnen verkocht worden waarvoor geen voorschrift van de dokter vereist is, meldt de online-apotheek Newpharma vandaag. Het Koninklijk Besluit dat dergelijke verkoop toestaat, wordt op 9 februari van kracht.
Discretie
Newpharma verkocht tot nu toe enkel cosmetica, voedingsssupplementen, vitaminen en dergelijke. Daaraan zullen nu bijna 1.700 geneesmiddelen worden toegevoegd. Volgens Newpharma is het niet de bedoeling te concurreren met de gewone apotheek, maar in te spelen op een specifieke vraag, bijvoorbeeld van mensen die op een discrete manier producten willen aankopen.
Bron: De Pers 5 februari 2009
Politie en justitie stellen een onderzoek in naar de omstreden ex-neuroloog J.S. van het Medisch Centrum Spectrum Twente (MST).
Letselschadespecialist Yme Drost heeft de afgelopen drie jaar met zo'n 170 mensen gesproken en verwacht uiteindelijk tientallen aangiften namens oud-patiënten te kunnen doen. Justitie laat donderdag weten stukken te hebben ontvangen van Drost op basis waarvan onderzoek wordt ingesteld.
Het Openbaar Ministerie in Almelo liet eerder weten dat reeds gedane aangiften en aangeleverde stukken werden onderzocht om te kijken of strafrechtelijk onderzoek haalbaar en zinvol is. Het OM benadrukt dat het vooralsnog om een politieonderzoek gaat, onder leiding van het OM.
Justitie verwacht langere tijd nodig te hebben voor dit onderzoek, onder meer omdat de feiten langer geleden zijn gebeurd. Daardoor kost het meer tijd 'om alles boven water te krijgen', hoewel het OM zich zegt te kunnen voorstellen dat slachtoffers snel duidelijkheid willen.
De neuroloog was tot mei 2004 werkzaam in het ziekenhuis in Enschede. Hij zou patiënten opzettelijk verkeerde diagnoses hebben gegeven en onder invloed van medicijnen zijn geweest. Die zou hij zijn gaan gebruiken na een ongeluk. Ook zou hij patiënten verkeerde medicijnen hebben voorgeschreven.
Ook het MST heeft een onderzoek ingesteld, net als de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Iedereen kan eigen EPD inzien
27 januari 2009
Bron(nen): Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport
Iedere patiënt kan straks zijn eigen elektronisch patiëntendossier (EPD) inzien via zijn eigen computer. Ook kan iedereen deze gegevens zelf opslaan en uitprinten. Dit benadrukte minister Klink gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer.
De Tweede Kamer sprak deze week met minister Klink over de wet die het EPD mogelijk maakt. In deze wet worden onder meer regels gesteld voor het beschermen van de privacy, de veiligheid van het systeem en de elektronische toegang van de patiënt.
Verplichte aansluiting uitgesteld
Tijdens dit debat kondigde de minister ook aan dat de verplichte aansluiting van zorgverleners op het EPD wordt uitgesteld tot begin 2010. Er zal een aantal maanden tot een half jaar meer voor nodig zijn om de bijna 6500 zorgaanbieders aan te (laten) sluiten. Belangrijkste reden hiervoor is dat het langer duurt om huisartsen, apothekers, huisartsenposten en ziekenhuizen aan te (laten) sluiten met goede, veilige en gecertificeerde software.
SRK Rechtsbijstand moet doorgifte gegevens cliënten aan tussenpersonen staken
Gepubliceerd op vrijdag 23 januari 2009 om 11:35
Organisatie: Rechtbank 's-Gravenhage
De rechtbank in Den Haag heeft op 4 december jl. de bestuurder van de stichting SRK Rechtsbijstand voorwaardelijk ontslagen, omdat de stichting gegevens doorgaf aan tussenpersonen over de rechtshulp die ze haar cliënten bood.
Een dergelijke verstrekking is volgens de rechtbank onder meer in strijd met geheimhouding, onafhankelijkheid en vertrouwelijkheid, wat kernwaarden zijn 'voor de advocatuur en voor overige rechtshulpverleners'.
Het ontslag gaat niet door als de stichting uiterlijk op 31 maart het beleid heeft veranderd. SRK verzorgt de rechtshulp van rechtsbijstandverzekeringen die zijn afgesloten bij twaalf verzekeraars, waaronder Aegon, ING en Nationale Nederlanden. Van de ruim 300 juristen die de stichting in dienst heeft zijn er 50 advocaat. De zaak kwam aan het rollen doordat een advocaat van SRK de rechtbank vroeg de bestuurder te ontslaan.
Woordvoerder Paul Rotteveel van SRK Rechtsbijstand meldt dat medio december de doorgifte van gegevens is gestaakt. De desbetreffende advocaat blijft bij SRK werken, en wordt ook betrokken bij de aanpassingen van het beleid. 'Op basis van gesprekken met hem hadden we overigens – met ook adviezen van De Brauw – begin 2008 al een zwaardere machtigingsprocedure ingevoerd. En als de behandelend jurist dat niet wilde, werden er geen gegevens doorgegeven.' SRK denkt nog na over de vraag of ze hoger beroep instelt.
SP-Kamerlid Jan de Wit wil met Kamervragen achterhalen of meer rechtsbijstandverzekeraars 'zich schuldig hebben gemaakt aan deze schending van de geheimhoudingsplicht'
Checklist voor operatieteam redt levens
Gepubliceerd: NRC Handelsblad 15 januari 2009
Door Niki Korteweg
Toepassing van een afstreeplijst met 19 punten in operatiekamers kan het risico op ernstige complicaties en overlijden na een operatieve ingreep met meer dan een derde verlagen. Dat blijkt uit onderzoek in acht ziekenhuizen wereldwijd door onderzoekers van de Harvard School of Public Health. Het verscheen gisteren op de website van het New England Journal of Medicine.
Gemiddeld daalde het percentage ernstige complicaties van elf naar zeven procent. Het percentage sterfgevallen als gevolg van een operatie liep terug met bijna de helft, van 1,5 naar 0,8 procent. Chirurgische ingrepen aan het hart vielen buiten het onderzoek. Onder ernstige complicaties rekenden de onderzoekers wondinfectie, ernstige bloeding, acuut nierfalen, hartstilstand, coma, longontsteking, en dood.
De checklist liet de operatieteams op drie momenten stil staan bij hun werk: voor de narcose, voor het snijden en voordat de patiënt de operatiekamer weer uit ging. De lijst controleerde of de bloedzuurstofmeter aan de vinger van de patiënt gezet was en werkte, of de operatieplek gemarkeerd was en door de patiënt bevestigd, of er tevoren antibiotica waren gegeven, en of de verpleegkundige na de operatie evenveel sponsjes, naalden en instrumenten had geteld als ervoor.
De deelnemende ziekenhuizen stonden in Canada (Toronto), Engeland (Londen), Nieuw Zeeland (Auckland), de Verenigde Staten (Seattle), India (New Delhi), Jordanië (Amman), de Filippijnen (Manilla), en Tanzania (Ifakara). In de publicatie blijven de prestaties van de individuele ziekenhuizen anoniem. Bij alle ziekenhuizen daalde het aantal sterfgevallen en complicaties. Voor één van de vier ziekenhuizen uit een ontwikkeld land en voor twee van de vier ziekenhuizen in de ontwikkelende landen was die daling statistisch significant.
Voor ieder ziekenhuis vergeleken de onderzoekers de uitkomsten van ongeveer vijfhonderd operaties. Het AMC in Amsterdam onderzoekt in zes Nederlandse ziekenhuizen het effect van hun uitgebreide veiligheidschecklist.
In 2009 onderzoek naar patiëntveiligheid in de eerstelijn
22 december 2008
Bron(nen): UMC St. Radboud
In opdracht van het ministerie van VWS zal de afdeling IQ Healthcare van het UMC St Radboud in 2009 een grootschalig landelijk onderzoek naar patiëntveiligheid in de eerstelijnszorg uitvoeren. Het project omvat huisartspraktijken, huisartsposten, tandartspraktijken, verloskunde praktijken, en paramedische praktijken. Op basis van dossieronderzoek en incidentmeldingen wordt in beeld gebracht hoe vaak er sprake is van (risico op) schade aan de patiënt en om welk type schade het dan gaat. Eerder onderzoek naar de patiëntveiligheid in ziekenhuizen liet zien, dat daar ruim 1700 mensen per jaar onnodig overlijden als gevolg van medische zorg.
Veel verrichtingen in de eerstelijnszorg brengen weinig risico met zich mee voor de patiënt. Toch zijn er ook verrichtingen waarbij een verhoogd risico op schade bestaat. Bijvoorbeeld de triage op de huisartspost en de voorgeschreven medicatie in de huisartspraktijk. Door het grote volume van eerstelijnszorg gaat het op landelijk niveau om een groot aantal incidenten. Het zal niet altijd eenvoudig zijn om te bepalen of schade vermijdbaar was geweest, bijvoorbeeld omdat in de eerstelijnszorg vaak wordt gewerkt met waarschijnlijkheidsdiagnosen.
Het project wordt uitgevoerd door een groot team van onderzoekers onder leiding van dr. Michel Wensing. Het doel is om een landelijk representatief beeld te geven van de patiëntveiligheid in de eerstelijnszorg en zo het onderwerp onder de aandacht te brengen van professionals, patiënten en beleidsmakers
Twaalf ziekenhuizen moeten intensivecare-afdeling sluiten
Gepubliceerd: NRC Handelsblad 12 december 2008 09:49 | Gewijzigd: 12 december 2008 10:24
Redacteur Frits Baltesen
Rotterdam, 12 dec. Twaalf ziekenhuizen moeten van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) per direct hun afdeling intensive care (IC) sluiten. 35 ziekenhuizen krijgen twee maanden de tijd om maatregelen te nemen die de kwaliteit verbeteren, anders moeten ook hun IC’s dicht.
Dat schrijft IGZ in een rapport dat vanmiddag verschijnt. De ziekenhuizen die hun IC’s op last van de inspectie moeten sluiten, staan in Leiden, Goes, Woerden, Delfzijl, Helmond, Lelystad, Geldrop, Hardenberg, Dirksland, Winterswijk, Zevenaar en Almelo. Volgens de voorzitter van de Vereniging van Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen (SAZ) overwegen enkele van de ziekenhuizen een kort geding tegen de inspectie, omdat ze het niet eens zijn met de conclusies van het onderzoek.
De conclusies na onderzoek van 47 ziekenhuizen noemt IGZ „verontrustend”. Volgens de inspectie voldoet geen enkel ziekenhuis aan alle „essentiële voorwaarden voor verantwoorde zorg”. Zo zijn in de IC’s niet altijd de voorgeschreven speciale artsen aanwezig. De helft van de IC-teams blijkt ‘s avonds, ‘s nachts en in de weekenden te vaak te laat compleet.
Op de intensive care liggen patiënten die meestal kort ervoor een zware operatie hebben ondergaan. Ze hebben verscherpt toezicht nodig en extra zorg. Ongeveer één op de twintig patiënten van ziekenhuizen komt op een IC. De inspectie besloot de kwaliteit van de IC’s van kleine ziekenhuizen te onderzoeken, nadat de Nederlandse Vereniging voor intensive care schatte dat daar elk jaar 250 vermijdbare doden vallen.
Vier op de vijf ziekenhuizen had geen zorgbeleidsplan dat door de raad van bestuur was goedgekeurd en 90 procent geen beademingsbeleid. IGZ vindt dat kleine ziekenhuizen te weinig inzicht hebben in hun zwakke plekken. Omdat kleine IC’s bepaalde zorg niet kunnen bieden, zouden ze patiënten vaker moeten doorverwijzen naar de ziekenhuizen die deze vaardigheden wel beheersen. De inspectie kwam erachter dat veel directies hierover geen degelijke afspraken hebben gemaakt met ziekenhuizen in de regio die een IC hebben van een hoger niveau.
De 35 ziekenhuizen die hun IC’s niet hoefden te sluiten, hebben dat te danken aan verbeterplannen die ze de afgelopen maanden hebben ingediend bij IGZ. Als de directies die niet snel doorvoeren, moeten ze deze afdelingen alsnog sluiten, dreigt IGZ in het rapport.
De verbeterplannen zijn een initiatief van de SAZ, die vreesde dat veel meer ziekenhuizen hun IC moesten sluiten. SAZ oefende veel druk op haar leden uit snel die plannen bij de inspectie in te dienen. Dat was een reden voor IGZ haar kritische rapport twee maanden uit te stellen en niet al in oktober de sluiting van veel meer IC’s te eisen.
Volgend jaar doet IGZ onderzoek naar de kwaliteit van IC’s van de grotere ziekenhuizen.
28 november 2008, Nederlands Dagblad
Ziekenhuizen houden hun sterftecijfers door vermijdbare fouten doelbewust geheim. De Inspectie voor de Gezondheidszorg kent de cijfers ook, maar werkt mee aan de geheimhouding. Patiënten weten hierdoor niet in welke ziekenhuizen veel of juist weinig dodelijke fouten worden gemaakt.
Ziekenhuizen verzamelen al vijf jaar gegevens over vermijdbare sterfte, om onderling te kunnen vergelijken en de zorg te verbeteren. Op een enkeling na weigeren ziekenhuizen hun sterftecijfers op nadrukkelijk verzoek van deze krant te leveren. De instellingen krijgen zelfs trainingen om cijfers uit handen van journalisten te houden.
Volgens de ziekenhuizen zijn de cijfers nog niet betrouwbaar genoeg voor een openlijke vergelijking. Dit argument wordt door verschillende deskundigen bestreden.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg, die toezicht houdt op de kwaliteit van de zorg, heeft de afgelopen jaren meermalen benadrukt dat patiënten er recht op hebben te weten hoe ziekenhuizen presteren. De Inspectie kent de sterftecijfers, maar vraagt ziekenhuizen nadrukkelijk die niet schriftelijk te leveren. ,,Onze inspecteurs vragen naar de cijfers, krijgen die ook in te zien maar ze worden niet vastgelegd op papier'', beaamt inspecteur-generaal Gerrit van der Wal. Journalisten of burgers kunnen anders een beroep doen op de Wet openbaarheid van bestuur.
Wanneer een ziekenhuis een alarmerende sterftescore heeft, kan de inspectie wel in actie komen. Maar dit speelt zich allemaal af buiten het gezichtsveld van patiënten.
Kenniscentrum Prismant stelt jaarlijks een overzicht vast van de vermijdbare sterfte in ziekenhuizen, de zogeheten HSMR (Hospital Standardised Mortality Rate). Uit een overzicht waarover deze krant beschikt, blijkt dat één ziekenhuis uitzonderlijk slecht scoort. Welk ziekenhuis dit is, is onduidelijk omdat Prismant de uitslag anonimiseert. Ziekenhuizen kunnen hun eigen score vergelijken met die van andere, maar weten niet welke namen daarbij horen.
Het adviesbureau De Praktijk Index, dat samen met Prismant de HSMR jaarlijks berekent, vindt dat de cijfers wel openbaar moeten worden gemaakt. ,,Burgers hebben het recht om voor een goed ziekenhuis te kunnen kiezen'', zegt directeur André van der Veen.
Volop fouten met medische apparatuur
Gepubliceerd: 31 oktober 2008 12:51 | Gewijzigd: 31 oktober 2008 15:20
NRC Handelsblad
Rotterdam, 31 okt. Elk jaar overlijden in Nederlandse ziekenhuizen tientallen mensen doordat artsen en verpleegkundigen fouten maken met medische apparaten. Ze gebruiken die vaak slordig en oefenen er ook te weinig mee
Dat concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg na een onderzoek. Als apparatuur telkens op een andere plaats in het ziekenhuis wordt ingezet, lijdt dat tot aantoonbaar meer sterfgevallen. Dat komt doordat die apparaten dan ook bediend worden door onvoldoende opgeleid personeel. „Dat vindt de inspectie niet aanvaardbaar.”
Verder is het gebruik van infuusapparatuur beneden de maat. Ziekenhuizen controleren te weinig of het personeel deze goed bedient. Het rapport hekelt bovendien het gebrek aan controle op de rekenvaardigheid van het personeel. Ziekenhuizen zouden in het algemeen te weinig doen om de veiligheid van patiënten structureel te borgen.
Zo werden het laatste jaar wasmachines voor kijkbuisjes fout ingesteld in St. Jansdalziekenhuis in Harderwijk en Bernhoven in Oss. Hierdoor bleven de buisjes vuil en konden 900 patiënten besmetting oplopen. In Twenteborg in Almelo werden aansluitingen voor beademingsapparaten verkeerd gemonteerd. In Rijnland ziekenhuis in Alphen aan den Rijn waren naaldgeleiders slecht verhit, zodat 300 patiënten besmet konden raken. Een prikpen bij gezondheidscentrum De Spil in Almere werd fout gebruikt, waardoor 600 mensen de kans liepen besmet te worden.
De inspectie wil dat ziekenhuizen systematischer testen of personeel deskundig is en regelmatig traint. Zorgverzekeraars wordt gevraagd bekwaamheidseisen te stellen aan instellingen. Fabrikanten van apparatuur moeten leesbaarder handleidingen schrijven.
Medisch studenten worden niet goed opgeleid in het werken met medische apparatuur. Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) is bezig met een herziening van de wet die deskundigheid regelt. De inspectie hoopt dat de minister ook eisen stelt aan het gebruik van medische hulpmiddelen.
De Vereniging van Nederlandse Ziekenhuizen kon niet reageren, omdat ze het rapport bestudeert.
Topdokter voor kleine groep
Publicatie: Nr. 43 - 24 oktober 2008
Bron(nen): Medisch Contact
Verzekeraar CZ kreeg afgelopen jaar slechts zevenhonderd aanvragen voor een second opinion van een topdokter. Deze patiënten blijken wel tevreden.
Patiënten van CZ kunnen sinds juli 2007 een second opinion vragen bij de beste dokter in het vakgebied van hun aandoening. Deze topdokters worden geleverd door het Amerikaanse bedrijf Best Doctors, waarmee de verzekeraar – als enige op de Nederlandse markt – een driejarig contract heeft. Inmiddels hebben zevenhonderd patiënten gebruikgemaakt van de service, slechts een kleine fractie van de 3,3 miljoen verzekerden die CZ na de fusie met Delta Lloyd telt.
CZ was echter niet uit op grote aantallen, zegt woordvoerder Dirk-Jan Westerwoudt: ‘Het is een service voor een kleine groep patiënten, en die is in meerderheid tevreden met de second opinion, zo blijkt uit een recente evaluatie.’ De verzekeraar signaleert dat veel Nederlandse artsen zich willen aanmelden voor de lijst van het bedrijf waarop 50.000 artsen staan uit dertig landen. Best Doctors verwacht begin 2009 een database klaar te hebben met Nederlandse artsen, mede op basis van nominaties door collega’s.
De Orde van Medisch Specialisten had bij aanvang geen goed woord over voor het initiatief van CZ. Het alternatieve behandelplan van de ‘best doctor’ geeft verwarring bij de patiënt, die niet meer weet welk plan het beste is. Uit de evaluatie blijkt inderdaad dat de ‘best doctor’ in 56 procent van de gevallen een andere behandeling voorstelt. Toch zijn ook dan patiënten achteraf tevreden met de second opinion.
Kritiekpunt van de Orde was verder dat een behandeling die een buitenlandse dokter adviseert, wellicht niet in Nederland kan plaatsvinden. CZ reageert dat patiënten volgens vaste criteria aanvragen kunnen doen voor behandeling in het buitenland. Het is niet bekend hoe vaak dat voorkomt naar aanleiding van een second opinion van een ‘best doctor’.
Ten slotte vond de Orde dat er in Nederland genoeg expertise is voor second opinions, waarbij de arts niet alleen kijkt naar een vertaalde kopie van het medisch dossier, zoals de ‘best doctors’ doen, maar een consult met de patiënt zelf kan aanvragen. In Nederland vindt een second opinion ook meestal plaats op basis van een kopie van het dossier, reageert de woordvoerder van CZ. Het totale aantal second opinions is bij CZ niet bekend, omdat deze handelingen niet als zodanig worden gedeclareerd bij de verzekeraar; CZ betaalt het Amerikaanse bedrijf met een lumpsum
Hoge Raad beslist dat OM patiëntendossier mag inzien
Bron(nen): KNMG
Op 21 oktober 2008 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan in een procedure over de vraag of het Openbaar Ministerie het recht heeft patiëntendossiers in te zien, in het geval waarin de verdenking bestaat dat een patiënt is overleden door een fout van een arts.
Op grond van de wet is het zo, dat het Openbaar Ministerie (OM) geen recht heeft om patiëntendossiers in beslag te nemen en in te zien. De wetgever meent dat de belangen die worden gediend met het beroepsgeheim van de arts belangrijker zijn dan waarheidsvinding door Justitie.
Arts verdacht
Een aantal jaren geleden heeft de Hoge Raad op deze wettelijke regel wel een uitzondering geformuleerd, vooral gericht op gevallen waarin een arts zelf verdacht wordt van een strafbaar feit. In zo’n geval is inzage door het OM mogelijk indien er sprake is van “zeer uitzonderlijke omstandigheden”. Tot dergelijke omstandigheden behoren dat er sprake is van een ernstig strafbaar feit, en dat alleen via inzage van het dossier het nodige bewijs kan worden verkregen.
Nieuwe aspecten
In zijn uitspraak van 21 oktober handhaaft de Hoge Raad het uitgangspunt van de “zeer uitzonderlijke omstandigheden”. Wel noemt de Hoge Raad enkele nieuwe aspecten die van belang zijn bij het beantwoorden van de vraag of van dergelijke uitzonderlijke omstandigheden sprake is: de veronderstelde toestemming van de (overleden) patiënt en de omstandigheid dat patiënten er in het algemeen op moeten kunnen vertrouwen dat bij een ernstig vermoeden van een verwijtbaar ondeskundig handelen van de arts het patiëntendossier voor onderzoek (door het OM) beschikbaar moet zijn.
De uitspraak van de Hoge Raad heeft zoals gezegd specifiek betrekking op de situatie waarin de arts wordt verdacht van een strafbaar feit jegens zijn patiënt. Aangezien de arts een beroepsgeheim heeft in het belang van de patiënt, heeft de KNMG er begrip voor dat de Hoge Raad in dergelijke gevallen inzage in patiëntendossiers door het OM toelaatbaar acht. Wel is naar de mening van de KNMG terughoudendheid geboden bij het uitoefenen van deze bevoegdheid door het OM, aangezien het beroepsgeheim niet alleen een belang van de individuele patiënt dient, maar ook een algemeen belang (toegankelijkheid van de gezondheidszorg). Inzien van patiëntendossiers door het OM dient de uitzondering op de regel te blijven
Inspectie wil meer greep op specialisten
Gepubliceerd: 9 oktober 2008 13:12 NRC Handelsblad
Redacteuren Wubby Luyendijk en Esther Rosenberg
Rotterdam, 9 okt. De Inspectie voor de Gezondheidszorg wil dat medisch specialisten voortaan misstanden openbaar maken die ze signaleren tijdens onderlinge kwaliteitscontroles. Deze visitaties zijn nu vertrouwelijk. Het systeem van onderlinge controle „functioneert onvoldoende, er moet iets anders op gevonden worden”, zegt inspecteur-generaal Gerrit van der Wal.
Hij reageert op onderzoek van NRC Handelsblad waaruit blijkt dat de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde jarenlang wist dat de zorg van collega-chirurgen in IJsselmeerziekenhuizen in Lelystad tekortschiet. De chirurgen hadden ruzies met hun collega’s. Drie chirurgen woonden in België en wilden niet terugkomen als hun patiënten complicaties kregen. Er werkte een collega die onder druk van een visitatiecommissie bij een ander ziekenhuis was opgestapt. De vereniging probeerde vergeefs orde op zaken te stellen.
Van der Wal zegt dat de vereniging de bevindingen bij de inspectie had moeten melden. Dit soort misstanden „mag je niet voor jezelf houden.” De Orde van Medisch Specialisten stimuleert artsen misstanden te melden bij de raad van bestuur, maar vindt melden bij de inspectie „een stap te ver”, zegt een woordvoerster. „Dan ligt het op straat.”
Klachten van vertrouwenspersonen naar inspectie
Gepubliceerd: 2 oktober 2008 19:18,NRC Handelsblad
ANP
Den Haag, 2 okt. De leiding van ggz-instellingen moet klachten die vertrouwenspersonen binnenkrijgen aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg gaan melden. Minister Ab Klink (Volksgezondheid, CDA) overweegt dit verplicht te gaan stellen om de inspectie beter zicht op misstanden te geven.
Dat zei de minister vandaag in overleg met de Tweede Kamer over gedwongen opname en behandeling. Volgens Klink ontbreekt het de inspectie nu nog aan genoeg informatie om goed op te kunnen treden.
Gisteren kwam de inspectie nog onder vuur te liggen in de Tweede Kamer omdat de toezichthouder niet meteen had ingegrepen toen bleek dat de zorg in het Sociaal Psychiatrisch Dienstencentrum (SPDC) Oost in Amsterdam ver onder de maat was. De kliniek ging pas dicht nadat begin september in een isoleercel een patiënt was overleden.
Ook uit een evaluatie van de wet die gedwongen opname in een psychiatrische kliniek regelt, was al gebleken dat de rol van de inspectie beter kan. Met zijn voorgenomen maatregel wil Klink het toezicht minder afhankelijk maken van de thematische onderzoeken die de IGZ instelt. Bij zo'n onderzoek bleken ook de misstanden in de Amsterdamse kliniek.
Door het bestuur en de raad van toezicht te verplichten bijvoorbeeld elk kwartaal klachten van de vertrouwenspersonen aan de inspectie door te spelen, zou het toezicht een meer permanent karakter krijgen.
Klink werkt aan een nieuwe wet voor gedwongen behandeling van psychiatrische patiënten. Hierbij zal de behandeling van de patiënt centraal komen te staan en is het uitgangspunt niet langer gedwongen opname, zoals in de huidige wet.
In de Tweede Kamer klonk vandaag veel kritiek op regionale commissies die een belangrijke rol gaan spelen bij de beslissing tot gedwongen behandeling. De rechter blijft het laatste woord houden, maar de commissies moeten daarover gaan adviseren. In de Kamer leefden veel vragen over de precieze rol van de commissie, die de rol van de rechter en ook van de behandelend arts wel eens zou kunnen overvleugelen.
Online contact met patiënten
Bron(nen): UMC Utrecht september 2008
Het UMC Utrecht heeft een Psychiatrieportaal ontwikkeld waarmee patiënten met bijvoorbeeld depressieve klachten een deel van hun behandeling online kunnen volgen. Zowel de patiënt als de psychiater kunnen op een zelf gekozen moment en locatie contact opnemen met elkaar.
Communicatie via dit portaal kan voor zowel patiënt als behandelaar meerdere voordelen opleveren. Patiënt en behandelaar kunnen op eigen tijd en plaats zich bezig houden met de behandeling. De patiënt is niet meer afhankelijk van de beschikbaarheid van de behandelaar, maar kan 24 uur per dag zijn niet-urgente vragen, bijvoorbeeld m.b.t. herhaalrecepten, indienen. Dit alles kan de regie over zijn/ haar eigen ziekteproces bevorderen. De behandelaar ervaart meer flexibiliteit in de patiëntenzorg, omdat deze zelf kan beslissen wanneer hij vragen beantwoord of andere zaken regelt, uiteraard binnen een gestelde termijn.
Binnen het Psychiatrieportaal kunnen e-consultberichten uitgewisseld worden tussen psychiater en patiënt. De patiënt kan daarnaast uitslagen van laboratoriumonderzoeken, voorgeschreven medicatie, behandeladviezen en afspraken inzien en op verzoek van de arts een digitaal dagboek bijhouden. Ook is het mogelijk op verzoek van de psychiater een vragenlijst in te vullen. Deze functies geven de behandelaar en de patiënt inzicht in het verloop van het ziektebeeld en de rol van het medicatiebeleid hierin. Het portaal bevindt zich in een beveiligde internetomgeving.
Urologen plegen bedrog
Publicatie: Nr. 38 - 19 september 2008
Rubriek: NieuwsReflex
Bron(nen): Medisch Contact1534
Een studie van Oostenrijkse urologen blijkt zo verdacht, dat The Lancet heeft besloten deze terug te trekken.
Het gaat om werk van Hannes Strasser en medewerkers van de medische universiteit van Innsbruck, die vorig jaar met ogenschijnlijk goed resultaat spierstamcellen uit de bovenarm van incontinente vrouwelijke patiënten haalden en deze inspoten in de sluitspier rond de urinebuis (Lancet 2007; 369: 2179-86).
Volgens een rapport van het Agentschap voor Gezondheid en Voedselveiligheid van de Oostenrijkse regering, dat onlangs verscheen, rammelde het onderzoek aan alle kanten. Zo zouden de onderzoekers van de ethische commissie geen toestemming hebben gekregen voor de trial, zouden ze hun patiënten slecht of niet hebben geïnformeerd over de aard en de procedures van het onderzoek en zou de randomisatie van patiënten niet goed zijn verlopen. Zwaar was bovendien de beschuldiging dat ze onderzoeksdocumenten hadden vervalst, waaronder certificaten van verzekeraars en e-mailcorrespondentie met The Lancet.
Volgens The Lancet heeft eerste auteur Strasser - die verder niet tot commentaar bereid is - laten weten dat zijns inziens producten verkregen via tissue engineering niet zijn aan te merken als geneeskundige producten, waardoor ze niet vallen onder de regels van good clinical practice. The Lancet vindt dat geen sterk weerwoord en stelt dat het Oostenrijkse onderzoek zoveel onvolkomenheden bevat, dat terugtrekking van het artikel de enige adequate reactie is. Strasser is inmiddels op non-actief gesteld.
Opmerkelijk is verder dat enige coauteurs na de eerste tekenen dat er iets mis was met de studie hun handen van het onderzoek aftrokken. Onder hen het hoofd van de afdeling Urologie van de medische universiteit in Innsbruck, Georg Bartsch. Het agentschap kan dat laatste billijken, omdat Bartsch op basis van senioriteit optrad als ‘honorair coauteur’.
De hoofdredactie van The Lancet meent dat daarmee een aloude discussie weer oplaait: wat zijn precies ‘de rol en de verantwoordelijkheden’ van een coauteur. Volgens de richtlijnen van het International Committee of Medical Journal Editors moet een auteur altijd een ‘substantiële intellectuele bijdrage’ hebben geleverd aan een gepubliceerde studie. Dat was ook het geval met alle auteurs van het bewuste artikel; zij hadden immers die substantiële rol schriftelijk bevestigd.
Wie zichzelf als coauteur opvoert, staat voor de integriteit van de onderhavige studie. Dat Bartsch zegt dat zijn coauteurschap ‘honorair’ was, en dat hij verder part noch deel had aan de studie, is voor The Lancet daarom onacceptabel. Het auteurschap van een studie mag geen cadeautje zijn voor hooggeleerde heren of dames. Het blad is onverbiddelijk: ‘With credit comes responsibility - always.’
Ondertussen hebben al enige honderden patiënten Strassers behandeling ondergaan, ook buiten de trial om. Enigen van hen claimen ernstige bijwerkingen, zoals een ruptuur van de blaas. Een letselschadeadvocaat heeft aangekondigd de onderzoekers voor de rechter te slepen.
ANP 11 september 2008
Pijnstiller bij bevalling niet ongevaarlijk
Steeds meer ziekenhuizen dienen vrouwen tijdens de bevalling de pijnstiller Remifentanil toe, en dat is een zorgelijke ontwikkeling. Dat schrijven artsen van het Leids Universitair Medisch Centrum in het vakblad Medisch Contact dat morgen verschijnt.
Volgens de artsen kan het middel gevaarlijk zijn. De pijnstiller is populair in Nederland omdat de vrouw via een pompje zelf kan bepalen hoeveel ze van het middel wil. Tientallen ziekenhuizen gebruiken het middel al, terwijl het nog maar sinds kort in Nederland verkrijgbaar is. Bij de presentatie, vorig jaar, werd zelfs gesproken van een medische doorbraak.
Volgens de Leidse artsen kan Remifentanil problemen veroorzaken aan het hart en bij de ademhaling. De pijnstiller mag volgens de bijsluiter alleen worden gebruikt als er in de verloskamer apparatuur aanwezig is die eventuele problemen onmiddellijk signaleert. Volgens de artsen is daar bij de meeste verloskamers geen sprake van. Ook mag het middel alleen worden toegediend door personeel dat gespecialiseerd is in het gebruik van pijnstillen. Ook dat is volgens hen niet het geval.
Consumentenervaringen: te laat diagnose gesteld
8 augustus 2008
Bron: consumentenbond
Volgens consumenten komt het vaak voor dat er te laat een diagnose wordt gesteld voor een ernstige ziekte zoals kanker of bij een hartinfarct. De ondervraagden geven aan in 90% van de gevallen een zorgverlener verantwoordelijk te achten voor deze vertraging. De Consumentenbond vraagt de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) dit belangrijke signaal verder te onderzoeken om feitelijk vast te stellen hoe vaak er een te late diagnose gesteld wordt.
Artsen moeten consumenten uitgebreid en duidelijk informeren als er sprake is van een te late diagnose. Het is belangrijk dat mogelijke schadelijke effecten en consequenties voor de behandeling duidelijk zijn voor consumenten. Consumenten hebben recht op een second opinion, artsen moeten hen wijzen op de mogelijkheden daarvoor. Daarnaast kunnen consumenten sinds 1 juni 2008 terecht bij de Geschillencommissie Zorginstellingen, waar klachten over behandelingen of medische missers kunnen worden ingediend.
Onderzoek
De Gezondgids van de Consumentenbond vroeg bijna vijf duizend consumenten of er in de afgelopen vijf jaar een diagnose bij ernstige ziekten zoals hartinfarct, beroerte of kanker te laat werd gesteld in hun directe omgeving. De uitkomsten geven aan dat er jaarlijks mogelijk 100 duizend keer een diagnose zo laat wordt gesteld, dat dit een slechter verloop van het ziekteproces tot gevolg heeft.
Medisch Spectrum Twente sluit operatiekamer wegens onveiligheid
NRC Handelsblad 15 augustus 2008
Het ziekenhuis Medisch Spectrum Twente heeft drie van de vier operatiekamers op de locatie in Oldenzaal tijdelijk gesloten.
Tijdens een onderhoudscontrole bleek dat de 28 jaar oude anesthesiependels niet meer voldoen. Via deze pendels worden gassen (lachgas, zuurstof en lucht) aangevoerd. Ook bevinden zich in de pendels aansluitingen voor elektriciteit.
De controle van de apparatuur is vervroegd uitgevoerd, omdat de Inspectie voor de Gezondheidszorg wil dat ziekenhuizen voor 1 oktober nagaan hoe het met hun apparatuur is gesteld, meldt ziekenhuiswoordvoerder Aad Arkenbout.
De inspectie kwam in mei dit jaar met die eis naar aanleiding van de brand in een van de operatiekamers van het Twenteborg Ziekenhuis in Almelo. Daar kwam op 28 september 2006 een 69-jarige patiënte om het leven. De brand bleek te zijn ontstaan door een lekkage van een zuurstofslang in een anesthesiependel. De pendel was slecht onderhouden, concludeerde de inspectie na onderzoek. Deze week bracht de Onderzoeksraad voor Veiligheid zijn rapport over de ziekenhuisbrand naar buiten en pleitte voor betere controle op ziekenhuisapparatuur.
Volgens Arkenbout was de raad van bestuur onaangenaam verrast door de bevindingen van de ziekenhuistechnici. „De veiligheid mag niet in het geding zijn. Als er ook maar enige twijfel bestaat over het functioneren van medische apparatuur in relatie tot de patiëntveiligheid, dan moeten onmiddellijk maatregelen worden genomen. Binnen een uur nadat de raad op de hoogte was gebracht, is dit besluit genomen.”
De pendels voldoen niet aan de huidige eisen. „Dit zijn geen leidingen zoals je ze vandaag de dag zou aanleggen.” Op de vraag of patiënten risico’s hebben gelopen, reageert de woordvoerder: „Dat kun je niet zeggen. Er is niks gebeurd, en je weet niet of er iets had kunnen gebeuren.” Het duurt drie maanden om de pendels te vervangen. Alle operaties zullen die periode in Enschede worden gedaan.
NZa verklaart bezwaren GGZ declaraties ongegrond
Bron(nen): NZa, 12 augustus 2008
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de bezwaren over de invoering van een nieuw declaratiesysteem in de GGZ ongegrond verklaard. De bezwaren hadden betrekking op de privacygegevens van patiënten en op de hoogte van de door de NZa vastgestelde tarieven. De NZa heeft alle partijen de mogelijkheid gegeven om schriftelijk en in hoorzittingen hun bezwaren toe te lichten en heeft alle aspecten van de besluitvorming opnieuw overwogen. De NZa concludeert dat er geen reden is om de invoering van het DBC-tarief in de GGZ te wijzigen.
Psychiaters en psychotherapeuten vrezen dat de privacygegevens van hun cliënten door de verzekeraar kunnen worden gebruikt voor verkeerde doeleinden. De NZa heeft daar begrip voor maar ziet geen reden voor bezorgdheid omdat de privacybelangen van verzekerden goed worden bewaakt. De wet- en regelgeving bevat voldoende maatregelen ter bestrijding van misbruik van persoonsgegevens. Ook de gegevensverstrekking over gestelde diagnoses beperkt zich tot die informatie die de verzekeraar nodig heeft om de declaratie te controleren, details uit de diagnose vallen daarbuiten. Het ministerie van VWS heeft over deze beleidswijziging overleg gevoerd met het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). De conclusie daarbij was dat de privacy van de zorgontvanger in voldoende mate geborgd is.
Een ander deel van de bezwaren heeft betrekking op de hoogte van de in rekening te brengen tarieven. De Orde van Medisch Specialisten (OMS) is van mening dat het DBC-stelsel niet tot een lager uurloon mag leiden dan het uurloon dat de minister in 2007 voor alle medisch specialisten heeft vastgesteld. De NZa volgt hier enkel de aanwijzingen van de minister van VWS.
Nederlanders willen transparantie ziekenhuizen
Bron(nen): Independer.nl
26 juni 2008
Nederlanders willen transparantie, zodat ze zelf kunnen bepalen in welk ziekenhuis ze een medische behandeling of ingreep ondergaan. Vooral over de behandeling en de slagingskans van operaties verwacht men duidelijkheid. Nederlanders zijn bovendien bereid meer te betalen en extra te reizen voor een ziekenhuis dat een hogere kwaliteit biedt. De voorkeur gaat uit naar een gespecialiseerd ziekenhuis dat heldere informatie verschaft. Omdat deze transparantie nog niet overal bestaat, is het voor de consument nu moeilijk een goede keuze te maken. Duidelijk is wel dat slechts een enkele patiënt het ziekenhuis in de eigen omgeving zeker zou aanbevelen. Dat blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd door Independer en pr-adviesbureau Porter Novelli. De uitkomsten tonen aan dat het steeds belangrijker wordt voor ziekenhuizen om zich duidelijk te profileren en helder te communiceren.
Het onderzoek is uitgevoerd onder een representatieve steekproef van Nederlanders van 18 jaar en ouder. Van de ondervraagden wil 80% zelf een ziekenhuis kiezen. Als informatiebron gebruiken ze daarbij op dit moment nog het meest de huisarts (66%), gevolgd door vrienden en kennissen (40%). Maar websites van ziekenhuizen lijken ook steeds belangrijker te worden. Deze informatiebron staat op de derde plaats, met 26%. Zorgverzekeraars blijken slechts een zeer kleine rol te spelen als bron van informatie.
Transparantie noodzakelijk
Nederlanders verwachten vooral duidelijke communicatie over de behandeling. Meer dan de helft van de Nederlanders (56%) wil daarover een heldere uitleg. Ze willen graag openheid over wat ze te wachten staat. Ook is er veel interesse voor de slagingskans van operaties (50%) en medische missers in het algemeen (23%). Deze transparantie is echter nog niet algemeen gangbaar, zodat het lastig is een goede keuze te maken. Opmerkelijk is ook dat patiënten niet bijzonder tevreden zijn over het ziekenhuis bij hen in de buurt. Van de kritische zorgconsument zou slechts 14% met grote waarschijnlijkheid het dichtstbijzijnde ziekenhuis aanbevelen aan een vriend of collega. Bij 41% is de waarschijnlijkheid dat ze dat doen klein. De binding van de Nederlander met hun ziekenhuis is bovendien niet groot: 38% is het eens met de stelling ‘Ik heb geen binding met mijn ziekenhuis, zoals ik die wel heb met merkproducten die ik gebruik.’ Meer transparantie zou ook hier een belangrijke rol kunnen spelen, zodat de binding wordt versterkt.
Kwaliteit van doorslaggevend belang
De kwaliteit van een ziekenhuis is van doorslaggevend belang bij de keuze. Bijna 80% is bereid om langer te wachten als de kwaliteit van bijvoorbeeld een knie-operatie in het ene ziekenhuis hoger ligt dan in een ander ziekenhuis. Meer dan 50% is bereid om maximaal 50 kilometer te reizen als in een ander ziekenhuis kwalitatief betere zorg wordt geboden. De vraag of men bij zou willen betalen om geholpen te worden in het beste ziekenhuis huis is specifiek voorgelegd aan 551 kritische zorgconsumenten. Van hen is 34% bereid om in de buidel te tasten.
Vertrouwen in specialistische deskundigheid
Een hoge kwaliteit houdt voor de meeste Nederlanders specialistische deskundigheid in. 55% vindt dat een gespecialiseerd ziekenhuis altijd beter is dan een algemeen ziekenhuis in de behandeling van een specifieke aandoening. En bijna 90% geeft aan dat specialistische deskundigheid een belangrijke eis is waaraan een ziekenhuis moet voldoen. Op de tweede plaats staat duidelijke communicatie, wat voor 37% een belangrijke eis is, gevolgd door een persoonlijke benadering (30%). Overigens is het niet meer zo dat specialisten door iedereen op een voetstuk worden geplaatst: 60% van de kritische zorgconsumenten die op dit punt specifiek naar hun mening is gevraagd, geeft aan niet op te kijken tegen de specialisten in een ziekenhuis.
Bron NKI-AVL
Het Nederlands Kanker Instituut – Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKI-AVL) wordt door patiënten het hoogst gewaardeerd en wel met een 8,1. Dat blijkt uit onderzoek van de vergelijkingssite www.independer.nl in de periode mei 2006 en mei 2008 onder 37.000 (ex)patiënten.
De uitslag van dit onderzoek is een enorme opsteker voor alle medewerkers van het NKI-AVL die dagelijks bezig zijn met de zorg voor patiënten met kanker.
Kenmerkend voor het NKI-AVL is dat bij veel aandoeningen patiënten alle noodzakelijke onderzoeken op dezelfde dag plaatsvinden waardoor aan het eind van de middag de diagnose kan worden gegeven en in veel gevallen een behandelplan voorgelegd krijgen.
Verder kent het NKI-AVL een aanpak waarbij alle specialismen zoals een radioloog, patholoog, radiotherapeut, chirurg, internist, nucleair geneeskundige en nurse practitioner tegelijkertijd betrokken zijn bij de behandeling van de patiënt.
|
Bron: Vereniging Huisartsenposten Nederland (VHN)
De triage, de telefonische beoordeling van zorgvragen, op de huisartsenpost is aan de beterende hand.
De conclusies van het proefschrift ‘For your ears only’ waarop Hay Derkx vandaag promoveert, ten aanzien van medische en communicatieve vaardigheden en verslaglegging, geven aan dat er ruimte voor verbetering is. De Vereniging Huisartsenposten Nederland (VHN) juicht toe dat er onderzoek wordt gedaan naar de kwaliteit van triage. De resultaten moeten echter in het juiste perspectief worden geplaatst. Het proefschrift is namelijk grotendeels gebaseerd op onderzoeksresultaten uit 2006. De VHN verwacht dat de effecten van het sinds 2007 beschikbare gecertificeerde scholingsaanbod, nog dit jaar zichtbaar worden en de triage hiermee verder verbeterd.
Stelselmatig aandacht voor kwaliteit van triage
Triage is vanaf het begin als een belangrijke en kwetsbare functie gezien en daarom hebben huisartsenposten en de landelijke organisaties Vereniging Huisartsenposten Nederland (VHN) en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) er veel aandacht aan besteed:
 Vanaf het begin scholen huisartsenposten hun assistenten op regionaal niveau;
 Ontwikkeling NHG Telefoonwijzer (triageprotocol voor assistenten);
 In 2003 zijn door de koepelorganisatie landelijke kwaliteiteisen voor triage vastgesteld. Hierin is o.a. autorisatie (digitale goedkeuring) van de triage door de huisarts geregeld;
 In 2004 start het landelijk scholingsproject. Als resultaat daarvan zijn in 2006 de competenties voor de triage-assistent beschrevenen en is een daarop aangepast opleidingsaanbod ontwikkeld.
Historisch perspectief
Rond 2000 ontstonden de huisartsenposten. Tot die tijd deden huisartsen hun Avond- Nacht en Weekenddiensten in kleine waarneemgroepen. Patiënten belden bij acute zorgvragen met (huisgenoten van) de dienstdoende huisarts. Met de komst van de huisartsenposten kwamen ook de triage-assistenten, die op de huisartsenpost de eerste opvang doen van de zorgvragen. We weten, mede dankzij het onderzoek van Hay Derkx, steeds meer over de kwaliteit van de triage op de huisartsenpost. Hoe de opvang en beoordeling van vragen voorheen verliep is niet bekend. Aangenomen mag echter worden dat de huidige systematische manier van werken een aanzienlijke kwaliteitverbetering betekent.
Huidige situatie
Bij de huisartsenposten werken in totaal ongeveer 2.000 triage-assistenten. Zij zijn allen geschoold, waarbij sinds 2007 gebruik wordt gemaakt van een landelijk aanbod (kennis- en communicatietraining en praktijkbeoordeling) en gecertificeerde opleidingsinstituten. Beoordeling van telefoongesprekken vindt plaats met de door Hay Derkx ontwikkelde HAAK-lijst. Als onderdeel van de diplomering tot triage-assistent hebben ongeveer 1.300 assistenten de landelijke kennistoets gemaakt specifiek gericht op urgentiebepaling en advies. Binnenkort worden de eerste diploma’s uitgereikt. De VHN stelt dat het onderzoek van Hay Derkx hierbij een waardevolle nulmeting biedt. De VHN zal ook de komende jaren onderzoek doen naar deze belangrijke functie van de huisartsenpost.
.
|
Info over mantelzorgende werknemers in het bedrijfsleven
bron: Kamerkrant
120.000 werkende Nederlanders zijn overbelast omdat zij naast hun baan en privéleven ook nog voor een naaste zorgen. Door de vergrijzing zal dit aantal de komende jaren sterk stijgen.
Als gevolg hiervan worden bedrijven geconfronteerd met:
* stijgend ziekteverzuim
* dalende productiviteit en kwaliteit
* verloop, en
* stijgende kosten van werving en selectie.
Het project 'BaanBrekend' heeft tot doel werkgevers te informeren en te ondersteunen in de omgang met mantelzorgende werknemers. Zo biedt het project een handreiking met achtergrondinformatie, oplossingen en instrumenten. Ook zijn de adressen van ondersteuningsorganisaties gebundeld in een brochure.
Deze en andere producten worden uitgegeven in een klapper. De klapper is gratis en aan te vragen door een e-mail te sturen naar: info@baanbrekend.info
Het project wordt gefinancierd door het ministerie van OC&W en de Provincie Limburg.
Meerwaarde patientenorganisaties
Bron(nen): UMC Utrecht
4 juni 2008
Onder de leden van patiënten- en gehandicapten (p/g)organisaties bestaat grote kennis over de gezondheidszorg. Als artsen, zorgverzekeraars en overheid die beter benutten, wordt zorg beter en misschien ook wel goedkoper. Deze conclusie komt uit drie onderzoeken van het UMC Utrecht (Julius Centrum).
Op 28 mei 2008 heeft onderzoeksleider prof. Guus Schrijvers het onderzoeksverslag overhandigd aan drs. Ferdinand Clevers, voorzitter van het Fonds PGO (Fonds voor Patiënten-, Gehandicaptenorganisaties en Ouderenbonden), opdrachtgever van het onderzoek.“Het zichtbaar maken van de ‘stille’ kennis kan door via schriftelijke enquêtes onder leden, ledenraadplegingen, discussiegroepen, interactieve websites en actieweken. Als die kennis eenmaal manifest is, kunnen p/g-organisaties daarmee de boer op. Bij artsenorganisaties om professionele zorgstandaarden te maken, bij zorgverzekeraars om de zorginkoop te beïnvloeden, bij politici om wetgeving aan te passen en bij de massamedia voor aandacht van het grote publiek. Patiëntenorganisaties hebben goud in handen”, aldus Schrijvers.
Belangenbehartiging
Bijna alle zorgverleners en zorgverzekeraars vinden belangenbehartiging door p/g-organisaties (heel) belangrijk. Dat geldt vooral voor de behartiging bij het opstellen van professionele standaarden, lobbyen bij de overheid, onderzoek naar vernieuwing van zorg, het bevorderen van bekendheid van de aandoening bij het grote publiek en onderzoek naar nieuwe medicijnen.
In diepte-interviews met 33 prominente Nederlanders die veel te maken hebben met een of meerdere p/g-organisaties dat onder de leden grote stille kennis bestaat die beleidsmakers onvoldoende gebruiken. Er moet bij het bevorderen van zorg veel meer gebruik gemaakt worden van de patiëntdeskundigheden. Voor beleidsmakers zou deze kennis een goudmijn kunnen zijn, als deze wordt ontgonnen en zichtbaar gemaakt.
Patientenvoorlichting
Van de 275 geïnterviewde betrokkenen bij p/g-organisaties, vindt vijfentachtig procent dat patiëntenvoorlichting leidt tot grotere zelfredzaamheid van patiënten en mantelzorgers. Negen op de tien signaleert een betere omgang met de aandoening. Een minderheid vindt dat patiënten dankzij voorlichting gezonder gaan leven. Een derde vindt dat het veelvuldig bezoeken van verschillende artsen afneemt als patiënten beter zijn geïnformeerd over hun ziekte.
Lotgenotencontact
Vrijwel alle geïnterviewden ervaren dat lotgenotencontact het welzijn van patiënten bevordert. Zij krijgen dankzij dit contact herkenning, erkenning, ondersteuning en vele tips. 63% van de zorgverleners buiten de p/g-organisaties ervaart dat het consult dankzij lotgenotencontact korter duurt, omdat patiënten emotionele aspecten van de aandoening ook elders bespreken.
500.000 leden
De 163 onderzochte p/g-organisaties hebben drie taken: voorlichting aan leden en niet-leden, het stimuleren van lotgenotencontact en belangenbehartiging. Zij hebben gezamenlijk 500.000 leden: de kleinste telt 53 leden en de grootste ruim 56.000. Samen bereikten zij via websites en folders in 2005 bijna 9,7 miljoen leden en niet-leden. Het Ministerie van VWS subsidieert 22%. De rest komt uit lidmaatschapsgelden, collectebussen en donaties bijvoorbeeld via testamenten. In totaal subsidieert VWS 200 p/g-organisaties in Nederland.
Trimbos-instituut sceptisch over onderzoek psychisch zieken
2 juni 2008
Het Trimbos-instituut plaatst vraagtekens bij het onderzoek van psychiater Cees Rijnders, die gisteren aan de Universiteit van Tilburg promoveerde op een epidemiologisch onderzoek naar psychische stoornissen. Rijnders concludeert dat er een kwart minder psychiatrisch zieken zijn dan wordt gedacht.
In zijn proefschrift stelt Rijnders dat de huidige data vooral een vertekend beeld geven over het aantal mensen met depressies en angsten. Dat is volgens hem in werkelijkheid bijna de helft zo klein. In totaal is het aantal mensen met psychiatrische aandoeningen 25 procent lager dan wordt aangenomen, aldus Rijnders.
Psychiatrisch patienten moeten naar de tandarts
Bron: Psy Magazine 26 mei 2008
De voorlichtingsbrochure ‘Met een gezond gebit weer verder’ - waar ook apotheker Mariska de Roo en tandarts Joost van Schaik van de Symfora groep aan hebben meegewerkt - waarschuwt hulpverleners en patiënten voor de schadelijke effecten van psychofarmaca. Tonna van der Linden: ‘Veel medicijnen zorgen voor een verlaagde speekselproductie waardoor bacteriën vrij spel hebben. Omdat veel patiënten slecht eten en ze hun tanden niet genoeg poetsen, kan het gebit snel achteruit gaan.’ De brochure is een aanvulling op de gebrekkige voorlichting in de ggz instellingen. ‘Al vallen de tanden uit je mond, niemand waarschuwt je. Kennelijk is het uiterlijk niet belangrijk, het gaat allemaal om de geest. Maar als de patiënten straks een baan zoeken, kunnen ze zichzelf niet eens fatsoenlijk presenteren.’
Van der Linden erkent dat patiënten hier een eigen verantwoordelijkheid in hebben, maar ze vindt dat vooral psychiaters zich meer om het gebit van hun patiënten mogen bekommeren. ‘Dat hoort bij het ziektebeeld, zeggen ze. M’n hoela; ze moeten de patiënt doorverwijzen naar een tandarts.’ Ideaal zou zijn als patiënten twee keer per jaar een mondhygiënist bezochten en regelmatig voor controle naar de tandarts zouden gaan. ‘In het computersysteem van behandelaars moet toch vrij gemakkelijk een automatische oproep - herinnering - voor de tandarts kunnen worden geprogrammeerd? En waarom kunnen die controledata niet worden opgenomen in de agenda van de verpleegpost?’ Maar het zou al heel goed zijn als psychiatrische patiënten dagelijks hun tanden poetsen, vindt Van der Linden.
Elf ziekenhuizen staken slokdarmkankeroperaties
Bron: KNMG
Elf ziekenhuizen moeten stoppen met het uitvoeren van slokdarmkankeroperaties. De ziekenhuizen in Sneek, Haarlem en Ede mogen daarmee echter doorgaan. Dat blijkt uit een rapportage van de Inspectie van de Gezondheidszorg die vandaag verschijnt op de website van Medisch Contact.
|
De Consumentenbond maakte gisteren bekend dat twaalf ziekenhuizen onvoldoende ervaring hebben om deze risicovolle operaties veilig te kunnen verrichten. Maar volgens de rapportage van de Inspectie van de Gezondheidszorg zullen elf ziekenhuizen die minder dan tien operaties per jaar uitvoeren, daarmee stoppen.
In feite houden de elf - in Arnhem, Deventer, Den Haag (HagaZiekenhuizen), Sittard, Doetinchem, Alkmaar, Amsterdam (Onze Lieve Vrouwe Gasthuis), Heerenveen. Hilversum, Drachten en Harderwijk - daarmee de eer aan zichzelf, zo laat een woordvoeder van de inspectie weten: ‘Als zij niet uit eigen beweging waren gestopt, had de minister hen daartoe zeker gedwongen.’
Drie andere ziekenhuizen - het Antonius Ziekenhuis in Sneek, het Kennemer Gasthuis in Haarlem en het Ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede - voeren jaarlijks ook minder dan tien operaties uit maar mogen wél doorgaan, zo meldt de inspectie: ‘Deze ziekenhuizen hebben door middel van samenwerkingsafspraken aannemelijk gemaakt in de komende jaren tien of meer oesofaguscardiaresecties te kunnen uitvoeren.’
Enkele van de veertien door de inspectie genoemde ziekenhuizen komen ook voor op de lijst van de Consumentenbond, maar identiek zijn de lijsten zeker niet. Volgens de inspectie heeft de Consumentenbond dan ook een ‘krom bericht’ naar buiten gebracht: ‘Het is een onvolledig onderzoek, waaraan een aantal ziekenhuizen niet heeft meegedaan en waarin onvoldoende diepgang is bereikt.’ Met name het al dan niet bestaan van samenwerkingsafspraken is ten onrechte buiten beschouwing gebleven. ‘Wij sporen ziekenhuizen aan om te bekijken hoe ze samen met de buren voldoende kwaliteit kunnen leveren.’
Voor haar onderzoek heeft de inspectie alle ziekenhuizen die minder dan tien operaties per jaar uitvoeren, gevraagd daarover uitleg te geven. In tien ziekenhuizen die méér operaties zeggen te doen, is nagegaan of deze informatie klopt met de werkelijkheid. Alle tien bleken een of meer jaren minder operaties te hebben uitgevoerd dan zij hadden opgegeven. ‘Voor de inspectie maakt dit onderzoek duidelijk dan (steekproefsgewijze) verificatie van gegevens onontbeerlijk is’, zo staat in het verslag van de inspectie te lezen.
|
bron: Zorgkrant
Huisartsen of apothekers die een fout maken in het medisch dossier van een patiënt zijn aansprakelijk wanneer daardoor een andere arts een fout maakt. Dat schrijft minister Klink in een brief aan diverse beroepsorganisaties in de zorg.
De vraag is actueel nu artsen en apothekers vanaf komend najaar moeten meewerken aan een landelijk systeem waarbij gegevens van patiënten digitaal zijn op te vragen door de behandelend arts, het zogeheten elektronisch patiëntendossier (EPD).
Het EPD moet eind 2009 landelijk werken. Wanneer iemand dan in het ziekenhuis wordt opgenomen, kan met een druk op de knop worden gezien welke medicijnen iemand gebruikt en welke diagnose de huisarts eerder stelde. Nu zitten veel dossiers nog ergens in een mapje of in een computer waar verder niemand bij kan.
Diverse beroepsorganisaties klaagden vorige maand dat Klinks plannen te ambitieus zijn. Niet alleen zouden computersystemen niet tijdig op elkaar afgestemd zijn, ook was er nog onduidelijkheid over de aansprakelijkheid.
De minister schrijft nu dat artsen ‘aansprakelijk kunnen zijn voor fouten in de behandeling die ontstaan door ontbrekende of onjuiste informatie’. Iedereen moet zorgen dat er geen fouten in een medisch dossier staan. Ook zijn artsen zelf aansprakelijk wanneer die informatie bij onbevoegden terecht komt. Alleen wanneer er door bijvoorbeeld een storing in het landelijk systeem iets mis gaat, geldt dat niet.
Klink wil de invoering van het EPD niet uitstellen. Jaarlijks komen zo’n 19.000 mensen onnodig in het ziekenhuis omdat ze verkeerde medicijnen krijgen toegediend. Daarbij vallen ook doden.
|
Klantvriendelijkheid van ziekenhuizen kan beter
Bronnen KNMG , NPCF
 Er valt nog heel wat te verbeteren aan de klantvriendelijkheid van ziekenhuizen. Dit blijkt uit de uitkomsten van een meldactie die de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) heeft gehouden. In twee weken tijd vulden bijna 2400 mensen een uitgebreide vragenlijst in via www.consumentendezorg.nl. Van de melders had 47% positieve ervaringen met hun ziekenhuis, eveneens 47% beoordeelde de ervaringen als negatief.
 Mensen beklagen zich vooral over de lange wachttijden, het ontbreken van een vast aanspreekpunt, gebrek aan tijd en het meerdere keren moeten vertellen van hetzelfde verhaal. Vriendelijkheid en betrokkenheid van het personeel zijn positieve aspecten.
Volgens Atie Schipaanboord, adjunct-directeur NPCF, is klantvriendelijkheid in ziekenhuizen een onderwerp dat leeft onder de mensen. ‘Normaal krijgen wij bij een dergelijke meldactie ongeveer 500 reacties, dat het er nu ruim vier keer zoveel zijn, zegt wel iets. De vragenlijst was neutraal van opzet, men kon terecht met zowel goede als slechte ervaringen. Blijkbaar vinden mensen ziekenhuiszorg belangrijk en hebben er ook een mening over.’
Uit het onderzoek blijkt dat aandacht en betrokkenheid enorm gewaardeerd worden. Schipaanboord: 'Het gaat vaak om kleine dingen als het krijgen van een kopje koffie. Opvallend is dat mensen het enorm waarderen wanneer ze op de afgesproken tijd behandeld worden of wanneer ze meerdere afspraken op één dag kunnen maken. Uit de resultaten blijkt dat het in de ziekenhuizen knelt tussen de menselijke aandacht en logistieke problemen. Het is een signaal dat ziekenhuizen nog veel van elkaar kunnen leren.’
Volgens de NPCF is de dienstverlening in veel ziekenhuizen niet meer van deze tijd. Schipaanboord: 'Het is natuurlijk mooi dat de positieve en negatieve ervaringen in evenwicht zijn, maar in elk bedrijf zou men zich rot schrikken als bijna de helft van de klanten een negatief oordeel velt. Als je alleen al naar de problematiek van de wachttijden kijkt dan is dat echt niet meer van deze tijd.'
Zelfs bij een opname geeft 38% aan niet op de afgesproken tijd te zijn geholpen. Bij een bezoek aan een polikliniek is het nog erger: 42%. Eén op de drie mensen bij wie de wachttijd uitliep moest meer dan een uur wachten.
Het stoort mensen dat ze bij overschrijding van de wachttijden daarover geen informatie krijgen. In 88% van de gevallen werd er in de polikliniek geen enkele informatie gegeven.
Informatievoorziening
Het schort in veel ziekenhuizen aan een goede informatievoorziening. Bij een opname heeft slechts 41% van de patiënten een vast aanspreekpunt. Van de mensen die dat niet hadden geeft 30% aan dat ze een vast aanspreekpunt nodig vinden.
Voor een goede behandeling is adequate informatieuitwisseling van essentieel belang. Toch geeft bijna de helft van de patiënten aan dat de informatie die ze van dokters of verpleegkundigen kregen onvoldoende op elkaar is afgestemd. Bovendien begrijpt een kwart van de patiënten de informatie die ze hebben gekregen niet of slechts gedeeltelijk.
Twee voorbeelden van meldingen:
 ‘Vooral het feit dat ik allergisch ben voor antibiotica moest ik steeds weer ter sprake brengen, hoewel het steeds werd geregistreerd.’
 ‘Bij binnenkomst op de spoedafdeling werden vragen gesteld, bij opname op een andere afdeling weer dezelfde vragen. De volgende dag door de vervangende zaalarts nog eens die vragen, daarna de reumatoloog, toen de normale zaalarts. Niemand schreef iets op.
Veel patiënten klagen over het gebrek aan tijd voor het geven van informatie (40%) of het stellen van vragen (39%). Veel mensen (35%) voelen zich niet serieus genomen bij het inbrengen van eigen ideeën of suggesties ten aanzien van de behandeling.
Atie Schipaanboord: 'Goede zorg begint met een goede informatievoorziening. Er wordt vaak gesproken over mondige patiënten en goed patiëntschap. Dan is het wel nodig dat de patiënt de tijd krijgt, de informatie wordt begrepen en dat hij zich serieus genomen voelt. Deze cijfers tonen aan dat daar nog een wereld valt te winnen. Ziekenhuizen, maar ook individuele artsen en verpleegkundigen, dienen nog eens kritisch naar zichzelf te kijken.’
Schipaanboord is op zich blij dat 47% van de reacties positief zijn. ‘Er worden door ziekenhuizen ook heel goede initiatieven genomen zoals avondspreekuren of poli’s waarin je achter elkaar alle betrokken artsen kunt spreken. Al die goede voorbeelden publiceren wij op www.consumentendezorg.nl. De ziekenhuizen moeten vooral kennis nemen van wat collega’s doen. Men hoeft niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden.’
De komende weken zal de NPCF de uitkomsten grondig analyseren. De rapportage die daarvan gemaakt wordt zal aan ziekenhuizen en brancheorganisaties worden aangeboden
Persoonlijke drijfveren en eigenbelang spelen een essentiële rol bij het gedrag van bestuurders in samenwerkingsverbanden, zo blijkt uit het promotieonderzoek van Edwin Kaats en Wilfrid Opheij. Ze hebben onderzoek gedaan naar de betekenis van bestuurders in allianties en netwerken in de zorg en in de gebouwde omgeving.
Kaats en Opheij concluderen dat bestuurders hun energie vooral richten op ‘leuke dingen doen met leuke mensen’. Ze kiezen voor initiatieven die er voor hen persoonlijk écht toe doen, met mensen met wie het klikt. Emoties – macht, de beste willen zijn, onzekerheid, angst, spijt, aandacht, persoonlijke klik en vertrouwen- zijn van groot belang.
Computersysteem apotheek vaak niet veilig
28 april 2008
UTRECHT (ANP) - De computersystemen van apotheken zijn onbetrouwbaar. Dat blijkt uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De inspecteur-generaal van de inspectie, Gerrit van der Wal, zei dat maandag in het Radio 1 journaal
Daardoor bestaat de kans dat patiënten medicijnen krijgen die niet samen kunnen gaan of waar iemand allergisch voor is. Volgens Van der Wal denken apothekers ten onrechte dat hun systemen veilig zijn, maar blijkt dat te vaak niet het geval. ,,Als je te veel op het systeem vertrouwt let je zelf iets minder op.''
Hoeveel mensen er door verkeerde medicatie in het ziekenhuis terecht komen, is niet bekend. De inspectie stuurt maandag alle apothekers een brief met daarin een waarschuwing en adviezen over hoe beter inzicht te krijgen in welke medicijnen patiënten wel of niet zouden moeten krijgen
ADHD-medicijnen leiden tot hartproblemen
In februari 2005werd de verkoop van ADHD-medicijn Adderall verboden in Canada
vanwege gevallen van plotselinge hartdood bij kinderen.
De Amerikaanse registratie-autoriteiten (FDA) schreef dat bij Aderall maar heel weinig meer
plotselinge hartdoden per miljoen recepten vielen dan bij Ritalin. In de VS vielen tussen 1999 en 2003 25 doden, waarvan 19 kinderen, terwijl zij ADHD-medicijnen slikten. In de Nederlandse databank voor medicijnbijwerkingen (LAREB), zijn voor Ritalin 14 keer hartproblemen vastgelegd, vooral bij volwassenen. Hierbij vielen geen doden. Bijna 80.000 mensen in Nederland slikten in 2006 Ritalin.
Bron: NRC Handelsblad 22 april 2008
Ziekenhuisapotheker moet lesgeven’
Publicatie: Nr. 16 - 18 april 2008
Rubriek: NieuwsReflex
Bron(nen): 657
Artsen weten te weinig van geneesmiddelen, vindt Loraine Lie-A-Huen. In haar oratie pleit de kersverse hoogleraar klinische farmacie voor meer les van de ziekenhuisapotheker.
Het gebrek aan kennis bij dokters leidt tot voorschrijffouten, zo valt Lie-A-Huen op in haar praktijk als hoofd ziekenhuisapotheek in het AMC. Lacunes zitten vooral in vakken als farmacokinetiek, toxicologie en interacties van geneesmiddelen. ‘Artsen schrijven vooral binnen hun eigen specialisme goed voor, maar weten te weinig over geneesmiddelen die daarbuiten vallen. Een chirurg schrijft bijvoorbeeld een patiënt een geneesmiddel voor tegen de pijn, maar weet niet dat deze pijnstiller interfereert met een ander geneesmiddel dat door een andere specialist is voorgeschreven’, aldus Lie-A-Huen.
De bron van het gebrek aan kennis zit in het onderwijs, want tot op heden staan alleen specialisten voor de klas. ‘Het is mijn doel dat ziekenhuisapothekers samen met specialisten een wezenlijke bijdrage leveren aan het onderwijs. Ik ben ervan overtuigd dat deze samenwerking van meerwaarde is voor de opleiding tot arts’, aldus de hoogleraar klinische farmacie.
De apotheek van het AMC levert sinds 2007 een bijdrage aan de opleiding tot arts in het Curius-programma van de faculteit Geneeskunde in het AMC. Tot op heden zijn de lessen van de apotheker beperkt tot het voorschrijven van medicatie door artsen tijdens de precoschappen en het keuzevak patiëntveiligheid. De geneeskundestudenten leren samen te werken met de ziekenhuisapotheker. ‘Bij het nieuwe leren draait het om de competentie multidisciplinair samenwerken en die samenwerking tussen specialist en ziekenhuisapotheker kan beter’, vindt Lie-A-Huen. HC
Consumentbond onderzoekt huisartsen
|
 |
 |
Deze zomer heeft de Consumentenbond een onderzoek uitgevoerd onder huisartsen en hiervoor medewerking gevraagd aan het NHG. De kern van de reactie van het NHG is dat wij niet inhoudelijk aan het onderzoek willen deelnemen, maar wel geïnteresseerd zijn in de uitkomsten. Het NHG heeft de Consumentenbond geadviseerd om nog een goed naar de opzet van het onderzoek te kijken en met name het gebruik van een mysterieshopper. Het onderzoek van de Consumentenbond betreft een steekproef met een mysterieshopper die op vakantie is en daarom niet terecht kan bij de eigen huisarts. Centraal staat de vraag of assistenten potentieel ernstige klachten serieus genoeg nemen. De uitkomsten van het onderzoek worden in het oktobernummer van de Consumentengids gepubliceerd
|
Inspectie: Besmet medicijn in Nederland gebruikt
10 april 2008
Nederlandse patiënten zijn blootgesteld aan vervuilde, in China geproduceerde grondstoffen in heparine, een antistollingsmiddel. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) bevestigde vandaag een bericht daarover in het AD.
|
Drie Nederlandse ziekenhuizen hebben het besmette medicijn, dat door gezondheidsautoriteiten in verband wordt gebracht met een groeiend aantal doden in de Verenigde Staten, gebruikt. De inspectie wil niet zeggen om welke ziekenhuizen het gaat. (Ziekenhuis Heerlen).
Als het medicijn wordt gebruikt, kunnen patiënten snel een allergische reactie krijgen. Apothekers in de betrokken ziekenhuizen gaan na of dat inderdaad is gebeurd. Volgens de inspectie waren er vandaag nog geen gevallen gemeld.
De vervuilde grondstoffen zaten in een levering van het farmaceutische bedrijf Fagron uit Nieuwerkerk aan den IJssel. Het bedrijf heeft de ziekenhuizen onmiddellijk op de hoogte gebracht.
Heparine heeft een remmende werking op een aantal stollingsfactoren in het bloed. Het wordt daarom gebruikt bij behandeling van acute trombose, maar ook bij hartoperaties, dotterbehandelingen en nierdialyses.
ANP
|
Artsen willen niet dat patienten geluidsopnamen van huisartsenpost opvragen
in klachtprocedures. Argument: Bescherming assistentes, die fouten maakten.
Bescherm geluidsopnamen
Publicatie: Nr. 15 - 11 april 2008
Auteur: M.E. Borghuis, M.W.M. van Loenen en J.L.M. Schreuder
Bron(nen): 630 e.v.
Veel huisartsenposten nemen alle telefoongesprekken op.
Kwaliteitsbeheer en klachtenafhandeling zijn daarbij gebaat. Maar dat de patiënt het recht heeft om er kopieën van te krijgen, dat gaat te ver. Geluidsopnamen van hulpverleners mogen niet op straat belanden.
Geluidsopnamen kunnen leiden tot geweld van patiënten en hun familieleden tegen hulpverleners, beschadiging van het imago van individuele hulpverleners en zelfs tot schade voor hun familieleden. Ook de tendens dat patiënten de media steeds beter weten te vinden, vraagt om aanscherping van de Leidraad gegevensbeheer Huisartsen Dienstenstructuur van de KNMG uit 2004.
Een zaterdagavond op een huisartsenpost. Een vrouw belt over haar zieke moeder. De triagiste spreekt na overleg met de telefoonarts een visite af, die even later wordt afgelegd. De situatie lijkt mee te vallen. De volgende morgen verslechtert plotseling de toestand van de vrouw. Zij wordt opgenomen en overlijdt in het ziekenhuis.
Op deze huisartsenpost worden alle telefoongesprekken, ook de interne, automatisch opgenomen. Dat gebeurt om de kwaliteit van de triage te kunnen monitoren. Bovendien verschaffen bandopnamen vaak en tot ieders voordeel ook veel helderheid bij klachtprocedures. Het afluisteren van die banden is aan voorwaarden gebonden: een reglement bepaalt onder meer dat deze geluidsopnamen ‘nimmer zonder schriftelijke toestemming van betrokken patiënten en medewerkers van de Coöperatieve Huisartsendienst Nijmegen e.o. (CHN) aan derden ter beschikking worden gesteld’. Het maken van geluidsopnamen is overigens niet wettelijk verplicht.
Enkele weken later dient de dochter van de overleden vrouw een klacht in. Zij is verontwaardigd over de gang van zaken, met name in het telefoongesprek. Haar advocaat vraagt om inzage in het patiëntendossier en kopieën van geluidsopnamen van de telefoongesprekken. Zij vindt dat haar cliënt recht heeft op het bezit van die kopieën.
Bijkomend probleem is dat de dochter van de overleden vrouw en de betrokken triagiste (die door de dochter niet is herkend) hun kinderen op dezelfde basisschool hebben. Herkenning kan daarom vervelende consequenties hebben voor de triagiste. Wat te doen?
Transcriptie
Vanzelfsprekend behoort de inhoud van gesprekken tussen triagiste of huisarts enerzijds en de patiënt anderzijds tot het patiëntendossier. De patiënt heeft dus recht op het beluisteren ervan en op een transcriptie van de opnamen.
Het College Bescherming Persoonsregistraties (CBP) vindt dat de patiënt ook recht heeft op een kopie van de geluidsopnamen. Bovendien behoren volgens het CBP alle geluidsopnamen, ook die van onderling overleg tussen huisarts en triagiste en die tussen huisartsen onderling, tot het patiëntdossier. Het CBP baseert zich daarbij op het standpunt dat de KNMG terzake heeft ingenomen, namelijk dat alle opnames tot het dossier behoren.
De visie van het CBP betekent dat een patiënt de vrije beschikking heeft over de geluidsopnamen van alle gevoerde gesprekken. Dit met alle mogelijke schadelijke gevolgen van dien voor de persoonlijke levenssfeer van de betrokken hulpverleners. Het eigen stemgeluid van een persoon is ons inziens te beschouwen als een vorm van portret. Openbaarmaking van dat stemgeluid is dan ook niet geoorloofd zonder toestemming van de geportretteerde. Voorts zijn wij van mening dat gesprekken op de huisartsenpost tussen huisartsen onderling en tussen de huisarts en doktersassistente niet tot het patiëntendossier behoren. De patiënt heeft daarom niet het recht om daarvan kennis te nemen, laat staan om een kopie van een geluidsopname van die gesprekken mee naar huis te nemen.
Werkklimaat
De vraag rijst vervolgens of deze gesprekken wel allemaal moeten worden opgenomen als de privacy van de betrokken hulpverleners onvoldoende is beschermd. Dit geldt te meer nu de huisartsendienstenstructuur verantwoordelijk is voor een veilig werkklimaat voor de medewerkers. Het volledig staken van die opnames kan echter het kwaliteitsbeheer en goede klachtafhandeling schaden. Is dat wat we willen?
Ons inziens moet omwille van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokken hulpverleners inzage van de patiënt beperkt blijven tot inzage in de aantekeningen in het elektronisch patiëntdossier, het beluisteren van geluidsopnamen en het ter beschikking stellen van transcripties van opnamen van gesprekken tussen patiënt en hulpverleners.
Nieuwe digitale communicatie vraagt zodoende om aanpassing van de wet- en regelgeving, ter bescherming van zowel de patiënt als van de hulpverlener.
drs. M.E. Borghuis, directeur Coöperatieve Huisartsendienst Nijmegen e.o. (CHN)
drs. M.W.M. van Loenen, huisarts, voorzitter CHN
drs. J.L.M. Schreuder, huisarts, voorzitter Huisartsenkring Nijmegen e.o.
Correspondentieadres: M.Borghuis@chn.umcn.nl;
c.c.: redactie@medischcontact.nl
Geen belangenverstrengeling gemeld.
Antipsychotica zijn gevaarlijk voor ouderen
NRC Handelsblad 10 april 2008
Bejaarden die medicijnen tegen psychoses slikken, hebben meer kans om aan longontsteking te overlijden. Dat lot treft vooral dementerende bewoners van verpleegtehuizen.
Zeker eenderde van alle verpleeghuisbewoners krijgt jaarlijks antipsychotica te slikken. Onderzoekers van het UMC Utrecht, de Universiteit Utrecht en de Tergooiziekenhuizen in Hilversum hebben vastgesteld dat door deze middelen meer mensen aan longontstekingen sterven. Zij correleerden het antipsychoticagebruik van bijna 23.000 65-plussers met de sterfte aan longontstekingen in die groep. Het onderzoekverslag is gepubliceerd in het aprilnummer van het Journal of the American Geriatrics Society.
„Antipsychotica worden massaal voorgeschreven, werken nauwelijks, maar zijn wel gevaarlijk”, zegt geriater Rob van Marum, verbonden aan het UMC Utrecht en leider van het onderzoek. De sterfte aan longontsteking is zestig procent hoger bij oudere gebruikers van antipsychotica.
Naar de oorzaak is het gissen. De mogelijkheid dat deze grote sterfte ontstond doordat de ouderen pas antipsychotica kregen als ze al heel ziek waren, is zo goed mogelijk uitgesloten. Bekend is dat de oude soorten antipsychotica, zoals het nog veelgebruikte en goedkope haloperidol, als bijwerking veel parkinsonachtige verschijnselen geven. Dan verslikken patiënten zich makkelijker. Daardoor kunnen voedselresten in de longen komen die infecties veroorzaken. De sedatie kan ook tot verslikken leiden. Daarnaast is het bekend dat antipsychotica ook de afweer onderdrukken.
Van Marum: „Antipsychotica worden nog steeds erg makkelijk voorgeschreven. En ze werken nauwelijks. Van iedere tien tot twintig mensen die je behandelt doet één het er echt beter op. Ja, je sedeert de patiënten wel. Je creëert dus rust. Maar op iedere tien tot twintig mensen die er door antipsychotica op vooruitgaan heb je één sterfgeval door de bijwerkingen.”
Gevraagd naar een alternatief haalt Van Marum Brits onderzoek aan waarin verpleeghuispersoneel werd getraind om beginnende onrust te herkennen. „Het personeel moest de patiënt dan aandacht geven. Dan voorkom je meestal dat iemand ontspoort. ”
In het Britse experiment halveerde het gebruik van antipsychotica.
Europese Commissie wil patiëntenverkeer vrijmaken
9 april 2008
Bron: Zorgvisie
De Europese Commissie gaat haar voorstellen voor het wegnemen van belemmeringen voor grensoverschrijdende gezondheidszorg afzwakken. Aankomend Europees commissaris voor Gezondheid, Androula Vassiliou, wil zich beperken tot het vrijmaken van het patiëntenverkeer, meldt NRC Handelsblad.
Patiënten in de Europese Unie hebben het afgelopen decennium geleidelijk het recht gekregen om, zonder voorafgaande toestemming van hun zorgverzekeraar, in andere EU-landen om te zien naar poliklinische zorg. Vassiliou’s voorganger, Europees commissaris Markus Kyprianou, wilde de mogelijkheden voor grensoverschrijdende gezondheidszorg verder verruimen. Patiënten zouden dan ook naar andere EU-landen kunnen uitwijken voor intramurale zorg. Bovendien wilde hij belemmeringen wegnemen voor nationale zorgaanbieders om hun diensten in andere EU-landen aan te bieden.
Verzet
Tegen deze plannen rezen veel bezwaren, zowel binnen de Europese Commissie als in het Europees Parlement en onder EU-lidstaten. De critici zagen de financiering van nationale zorgstelsels in gevaar komen. Dit verzet noopte Kyprianou zijn voorstellen af te zwakken.
Vorige maand werd Kyprianou benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken van Cyprus. Vassiliou is hem opgevolgd in Brussel. Zij zei in het Europees Parlement dat ze verdere afzwakking voorbereidt. Ze wil de bestaande belemmeringen voor zorgaanbieders ongemoeid laten. Volgens europarlementariër Dorette Corbey (PvdA) is daarmee “de angel uit de discussie”.
Farmaceuten sponsoren EO-programma's
Bron: Elsevier 28 maart 2008
Door Quintin Wierenga
Medische programma's van de EO worden gesponsord door geneesmiddelenfabrikanten, zonder dat de kijker daarvan op de hoogte wordt gebracht. Het Commissariaat voor de Media gaat de zaak onderzoeken.
Vaccinatie tegen baarmoederhalskanker
Het gaat om een uitzending over baarmoederhalskanker in januari dit jaar en een uitzending over epilepsie van april vorig jaar, meldt dagblad Trouw.
Epilepsie
De uitzending over epilepsie werd deels gefinancierd door het Nationaal Epilepsie Fonds (NEF). De EO neemt vaker geld van gezondheidsfondsen en patiëntenorganisaties aan, op voorwaarde dat die organisaties een ideëel doel hebben.
Het NEF kreeg het geld voor de uitzending echter van UCB Pharma, dat middelen tegen epilepsie maakt. Volgens het contract moest UCB Pharma als sponsor worden vermeld.
De uitzending over baarmoederhalskanker werd gefinancierd door stichting Nigyo, een vereniging die onderzoek naar gynaecologische soorten kanker wil bevorderen. Nigyo wordt gesponsord door GlaxoSmithKline (GSK), dat vaccins tegen baarmoederhalskanker op de markt brengt.
In de beide uitzendingen werd uitgebreid aandacht besteed aan medicijnen en vaccins, maar op de aftiteling werden alleen de namen van het NEF en stichting Nigyo vermeld.
Mediawet
Het Commissariaat voor de Media noemt de constructie in strijd met de Mediawet. De EO zegt dat er in de besprekingen met het NEF en stichting Nigyo met geen woord is gerept over sponsoring vanuit de farmaceutische industrie.
GSK voert al tijden een agressieve campagne tegen Sanofi Pasteur MSD, dat ook een vaccin tegen baarmoederhalskanker heeft. De belangen zijn groot, naar verwachting beslist de Gezondheidsraad komende dinsdag dat het vaccin moet worden opgenomen in het Rijks Vaccinatie Programma. De fabrikant die de vaccins mag leveren verdient dan 60 tot 75 miljoen euro per jaar.
Alle afdelingshoofden Radboudziekenhuis demissionair
20 maart 2008
ANP
Nijmegen, 20 maart. De raad van bestuur van het Universitair Medisch Centrum St Radboud (UMC) in Nijmegen heeft alle vijftig afdelingshoofden van het ziekenhuis demissionair verklaard. De komende twee weken wordt bekend wie in zijn oude functie terugkeert, eventueel met bijscholing.
Dat heeft bestuursvoorzitter Emile Lohman vandaag gezegd op een bijeenkomst met onder meer patiëntenverenigingen. De maatregel is onderdeel van een bedrijfsbrede reorganisatie, die is ingezet nadat enkele jaren geleden bleek dat er op de hartlongafdeling van het UMC zoveel mis was dat de afdeling tijdelijk moest sluiten. Volgens de inspectie draait de afdeling sinds de heropening in 2006 uitstekend en is het sterftecijfer onder patiënten nu bijzonder laag.
In het hartcentrum zijn sinds de heropening 718 volwassen patiënten geopereerd. Er overleden dertien mensen, voornamelijk aan andere orgaanproblemen. De hartafdeling kampt alweer met een lange wachtlijst. Hartchirurgen van het UMC pleiten voor uitbreiding van het aantal operatiekamers, maar volgens de raad van bestuur is daar onvoldoende personeel voor te vinden.
Een woordvoerster van het ziekenhuis benadrukt dat het demissionair verklaren van de afdelingshoofden geen disciplinaire maatregel is. ,,Het ziekenhuis gaat anders werken. Sommige mensen kunnen of willen daar niet aan voldoen, hebben een opleiding nodig of moeten gaan samenwerken'', zegt zij. Het UMC, met ruim negenduizend werknemers de grootste werkgever van Gelderland, heeft ook een eigen instituut voor Kwaliteit en Veiligheid ingesteld, dat jaarlijks twaalf afdelingen medisch onder de loep gaat nemen.
In april verschijnt een rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid over de problemen bij de hartlongafdeling, die in 2005 bekend werden. De raad heeft ook gekeken naar de maatregelen die het UMC sindsdien heeft genomen en voegt daar eigen aanbevelingen aan toe. Het is het eerste onderzoek naar veiligheid in de zorg, dat de Onderzoeksraad heeft gedaan.
RVZ adviseert afschaffen van vrije artsenkeuze
19 maart 2008
Bron: De Pers
Er moet een einde komen aan de vrije artsenkeuze. Dat vindt de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ), die woensdag een advies met die strekking aanbiedt aan minister van Volksgezondheid Ab Klink (CDA).
De kern hiervan is dat verzekeraars niet meer alle zorg moeten inkopen, maar selectief in hun keuze moeten zijn. Deze gecontracteerde zorg betekent het einde van de vrije artsenkeuze voor de verzekerde. Volgens de RVZ levert een selectieve inkoop onder meer een betere kwaliteit van zorg op.
Verzekerden hoeven niet bang te zijn dat er geen enkele keus meer is. Zij kunnen altijd kiezen voor een zorgverzekeraar die wel vrije artsenkeuze aanbiedt en volledig vergoedt. Ze moeten er dan wel rekening mee houden dat zij hier meer premie voor betalen.
De RVZ raadt de minister aan op korte termijn te beginnen met regionale proeven waar ervaring wordt opgedaan met de selectieve zorginkoop.
20.000 doden door gebrek hygiëne ziekenhuizen
ANP, 14 maart 2008
In Duitsland vallen jaarlijks meer dan 20.000 doden door gebrek aan hygiëne in ziekenhuizen. Verder worden jaarlijks 800.000 vermijdbare infecties opgelopen in ziekenhuizen.
Dat stelt de Duitse Vereniging voor Ziekenhuishygiëne (DGKH) na onderzoek, aldus de krant Die Welt vrijdag. Ziekenhuispersoneel wast gemiddeld tien keer per dag zijn handen. Zeker dertig keer per dag is nodig, aldus de DGKH. Ook moeten handschoenen vaker worden verschoond.
De DGKH komt in samenwerking met verenigingen van chirurgen en ander ziekenhuispersoneel met voorlichtingsacties.
Veel mis met medicijngebruik ouderen
13 maart 2008
Bij 98 procent van de thuiswonende ouderen die dagelijks meer dan vier geneesmiddelen gebruiken, klopt het medicijnenvoorschrift niet helemaal. Dit constateert apotheker Wilma Denneboom van het Universitair Medisch Centrum St Radboud (UMC) in Nijmegen.
In zestig procent van de gevallen ontbreken er nog medicijnen en bij dertig procent van de ouderen worden medicijnen voorgeschreven die mogelijk negatieve effecten en/of bijwerkingen hebben. Ook krijgen ouderen vaak niet de juiste dosering of niet op de juiste wijze toegediend.
Denneboom, apotheker en onderzoekster bij de afdeling Kwaliteit van Zorg van het UMC St Radboud uit een onderzoek, promoveert 13 maart 2008 op haar onderzoek naar van medicijnengebruik door en medicatieveiligheid voor ouderen. (UMC St. Radboud)
Duurdere neppil werkt beter dan goedkopere
Bron: NRC 6 maart 2008
Dure neppillen helpen beter dan goedkope. Dat blijkt uit een experiment waarbij betaalde vrijwilligers elektrische stroompjes in hun pols kregen toegediend om het effect van een nieuwe pijnstiller te meten.
Voorafgaand aan het experiment kreeg de helft van de ruim 80 deelnemers een informatiebrochure waarin stond dat de pijnstiller 2,50 dollar kost. De andere helft kreeg te lezen dat het om pilletjes van tien dollarcent ging.
De deelnemers werden gefopt, met toestemming van de medisch- ethische commissies van het Massachusetts Institute of Technology waar het experiment is uitgevoerd. In werkelijkheid slikten alle deelnemers dezelfde neppil (placebo).
De neppillen werkten goed en de dure bevielen duidelijk beter dan de goedkope. Ruim de helft van de proefpersonen voelde minder pijn met de goedkope pil, terwijl de dure pil bij 85 procent van de mensen tot minder pijn leidde.
Het effect van de dure pillen was ook veel groter: 25 punten minder pijn op een 100 punts-pijnschaal. De goedkope neppillen werkten minder goed: 5 tot 10 punten minder pijn. Het verschil tussen beide pillen, en het effect ervan verdween als de stroomstoten sterker werden. Dat komt overeen met het idee dat placebo’s bij milde aandoeningen vaak erg goed werken. Vorige week bleek uit onderzoek het placebo-effect van antidepressiva bij lichte en milde depressies nog erg groot te zijn.
De onderzoekers schrijven in hun artikel in het gisteren uitgekomen Journal of the American Medical Association dat hun resultaten verklaren waarom mensen een voorkeur hebben voor dure geneesmiddelen. En klagen over minder werking en meer bijwerkingen als die dure medicijnen worden vervangen door goedkopere generieke pillen, hoewel er dezelfde actieve stof in zit.
Kusje op een zere vinger ook placebo
Bron: Algemeen Dagblad, 3 maart 2008, ARWEN KLEYNGELD
Neppillen werken bij depressies soms net zo goed als echte pillen, bleek afgelopen week uit internationaal onderzoek.
De eerste kennismaking met het placebo-effect vindt al op jonge leeftijd plaats. Welk kind voelt zich niet beter na een kusje tegen de pijn? FOTO ARIE KIEVIT Het placebo-effect wordt het genoemd: als je dénkt dat het werkt, werkt het al. Moet iedereen aan de foppillen?
Dat foppillen werken is al eeuwenlang bekend, maar het placebo-effect laat zich moeilijk verklaren. Wetenschappers lopen er tegenaan bij onderzoek naar nieuwe medicijnen. Door een echt middel te vergelijken met een neppil wordt onderzocht of het middel werkt. Maar bij veel onderzoeken zijn er patiënten die ook beter worden van de foppil.
Ivan Wolffers, arts, hoogleraar en schrijver, denkt dat het placebo-effect optreedt bij alle ziektes, maar vooral bij aandoeningen die subjectief worden geïnterpreteerd, zoals pijn, jeuk, slapeloosheid en depressie. Volgens Wolffers heeft het te maken met de samenhang tussen lichaam en geest en de zelfhelende kracht die mensen hebben.
„Sommige mensen zoeken de oorzaak van problemen buiten zichzelf. Ze zitten in een negatieve spiraal en vinden dat alles tegenzit. Het doet hen goed om naar iemand te gaan die zegt te kunnen helpen. Het hoofd wordt op ‘vanaf nu gaat het beter’ gezet in plaats van ‘alles zit altijd tegen’ . Daardoor gaat het echt beter. Niet alleen geestelijk, maar ook aantoonbaar lichamelijk. En dat komt weer doordat een positieve stemming bijvoorbeeld invloed heeft op hormonen. En die hebben weer invloed op de lichamelijke gesteldheid.’’
Medicijnen, zowel werkzame als niet-werkzame, hebben een placebo-effect van 25 tot 30 procent, schatten wetenschappers. Dit kan meer zijn, maar de exacte getallen zijn moeilijk te meten omdat de effecten, bijvoorbeeld minder pijn, niet in cijfers zijn uit te drukken. Ook verschilt het effect per aandoening. Bij een ernstige ziekte, zoals kanker, is er geen of een tijdelijk placebo-effect
Het placebo-effect bestaat niet alleen bij medicijnen, maar kan ook optreden bij medische handelingen.
Zelfs bij chirurgische ingrepen. De Amerikaanse orthopedisch chirurg Bruce Moseley deed een aantal jaar geleden een experiment met knieoperaties bij artrosepatiënten. De patiënten kregen vooraf te horen dat bij één op de drie van hen een nepoperatie zou worden uitgevoerd. Bij de echte operatie werd de knie van binnen schoongemaakt. Er deden 180 patiënten mee aan het onderzoek, 60 van hen kregen een nepoperatie. Wie dat waren werd pas in de operatiekamer duidelijk. De chirurg kreeg een verzegelde brief waarin stond welke operatie hij moest toepassen, echt of nep. De placebopatiënten kregen sneetjes in hun knie en een nepspoeling. De chirurg had na de operatie geen contact meer met de patiënten.
Wat bleek? Beide groepen waren evenveel opgeknapt na de behandeling. De placebogroep nog iets meer dan de geopereerde groep. Na twee jaar waren de effecten voor beide groepen geheel gelijk.
Dit experiment was vrij uitzonderlijk. Patiënten opensnijden en weer dichtnaaien zonder behandeling strookt niet met de ethische opvattingen van de meeste artsen. Cees Renckens, gynaecoloog en voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij vindt dat een goede zaak. ,,Gebruik maken van een placebo-effect past niet in de moderne, gezonde arts-patiënt relatie. Het is beter om patiënten aandachtig en zorgzaam, maar ook nuchter te benaderen en ze inzicht te geven in wat hen mankeert. Met trucjes houd je mensen voor de gek, dat kan niet.’’
Renckens is fel tegenstander van het gebruik van foppillen. ,,Het effect van een placebo is onvoorspelbaar en de werking verdwijnt na een tijdje. Daarnaast kunnen mensen bij het slikken van een foppil last krijgen van bijwerkingen.’’
Hij kan zich voorstellen dat artsen gebruikmaken van het placebo-effect bij jonge kinderen aan wie je nog niet uit kunt leggen wat er met ze aan de hand is. Of bij mensen met wie niets mis is. Maar zelfs in deze situaties is hij er geen voorstander van. ,,Je infantiliseert mensen ermee en dat is verkeerd. Persoonlijk vind ik het immoreel.’’
Artsen kunnen er ook zonder pillen en operaties voor zorgen dat het placebo-effect optreedt. Wat ‘de dokter’ zegt is heel belangrijk. Dat blijkt wel uit een onderzoek dat de Britse huisarts K.B. Thomas in 1987 uitvoerde bij tweehonderd van zijn patiënten met moeilijk te duiden klachten als pijn en vermoeidheid. Hij vertelde de helft van de patiënten dat hij niet precies wist wat ze mankeerden en dat hij ze niet kon helpen. De andere helft van de patiënten vertelde hij dat ze niets mankeerden en dat de klachten snel zouden verdwijnen. In beide groepen kreeg de helft van de patiënten een foppil. Na twee weken voelden de patiënten uit de tweede groep zich veel beter dan die uit de eerste groep. Het wel of niet slikken van een foppil maakte geen verschil. De houding van de arts kan dus voor een placebo-effect zorgen, zonder pillen.
Wolffers gelooft in de ‘natuurlijk’ genezende kracht van artsen. ,,Veel dokters maken, bewust of onbewust, al gebruik van het placebo-effect. Ze hebben vaak een natuurlijk charisma, overwicht. Als ze iemand vertellen dat het beter gaat, dan is dat ook zo, zelfs zonder verdere behandeling.’’
Artsen worden hier al op getraind tijdens hun opleiding, denkt Wolffers. ,,Maar het positieve effect van een betrokken, inlevende arts uitbuiten is moeilijk. Er is tegenwoordig veel aandacht voor het contact tussen arts en patiënt. Maar artsen worden afgerekend op de handelingen die ze verrichten. Voor extra veel glimlachen worden ze niet betaald. Bovendien ligt het lastig omdat de harde wetenschappelijke basis ontbreekt. En dat brengt het dicht bij charlatanerie, waar de reguliere artsen ver van willen blijven.’’
Kusje tegen de pijn
Het placebo-effect bestaat ook omgekeerd. Als een arts een bepaalde bijwerking aankondigt, krijgen veel patiënten daar ook last van. Neppillen kunnen ook bijwerkingen hebben. Dat heet het nocebo-effect, bijwerking bij een niet werkzaam middel.
De eerste kennismaking met het placebo-effect vindt al op jonge leeftijd plaats. Welk kind voelt zich niet beter na een kusje tegen de pijn? Er is niet veel onderzoek naar het placebo-effect gedaan omdat er geen farmaceutische industrie achter zit voor de financiering. De meeste artsen schrijven wel eens een ‘placebo’ voor. Meestal wel een waar ook iets zit, bijvoorbeeld een vitaminepil.
|
Dubbelblinde test
Alle medicijnen die in Nederland worden toegelaten zijn eerst dubbelblind getest.
De helft van de proefpersonen slikt het nieuwe medicijn, de andere helft een placebo. Dit is om uit te sluiten dat patiënten zich beter voelen door zaken die niets met het geneesmiddel te maken hebben. Zowel de proefpersonen als de behandelaars mogen niet weten wie het echte medicijn krijgt. Proefpersonen weten vooraf dat ze kans hebben op een foppil.
Na dergelijk onderzoek van de universiteit in de Britse stad Hull werd bekend dat de meeste gebruikers van antidepressiva als Prozac en Seroxat net zo goed een placebo kunnen slikken.
|
Palliatieve sedatie behoeft regelgeving en controle
22-02-2008
Het is absoluut noodzakelijk dat palliatieve sedatie net als euthanasie onderhevig wordt aan controle en dat de discussie daarover op gang komt. Dat zegt SCENarts Peter de Jong, anesthesioloog van het Laurentius Ziekenhuis Roermond.
De Jong heeft niets tegen palliatieve sedatie, maar wijst wel op een aantal zwakke punten met betrekking tot palliatieve sedatie. “De belangrijkste is het totale gebrek aan controle over de situatie”, zegt hij. “We weten gewoon niet precies wat er gebeurt. Ik vermoed dat er situaties zijn waarin de patiënt onder het mom van palliatieve sedatie bedoeld of onbedoeld aan zijn einde wordt gebracht. Dan kunnen we dus niet meer spreken van een natuurlijke dood, maar omdat er geen controle op is, hebben we er geen idee van. Het is dus net te makkelijk om palliatieve sedatie als vorm van euthanasie toe te passen. Ik zeg niet dat dat op grote schaal gebeurt, ik zeg alleen dat er controle moet komen.” Overigens wijst De Jong erop dat het omgekeerd ook niet de bedoeling is een patiënt met een heldere euthanasiewens palliatieve sedatie aan te bieden hetgeen wel begrijpelijk is omdat het zo’n ‘vriendelijk’ alternatief lijkt voor euthanasie.
De Jong ziet drie zwakke punten als het om palliatieve sedatie en de richtlijn uit 2005 gaat. “Naast het ontbreken van de controle, is er nog het punt van de juiste dosering. Die is vooral in de thuissituatie moeilijk te sturen. Om de dosering optimaal te houden, is volgens mij meerdere keren per dag controle nodig. Derde punt is de bepaling dat palliatieve sedatie toegepast mag worden als de levensverwachting minder dat twee weken bedraagt. Niemand kan het tijdstip van overlijden zo precies voorspellen.”
De KNMG uitte eerder deze maand felle kritiek op het boek De laatste slaap van Rob Bruntink waarin ook zorgen worden geuit over onder meer de controle op de uitvoering van palliatieve sedatie. Volgens de KNMG zou de auteur in het boek artsen beschuldigen van het misbruiken van palliatieve sedatie als alternatief voor euthanasie.
Initiatief 24-uurs huisartsenhulp zeer positief ontvangen
Bron(nen): TNS-NIPO
Een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking staat positief tot zeer positief tegenover de komst van SOS-arts, waarbij het 24 uur per dag een huisarts kan bellen die vervolgens op huisbezoek komt. Van de mensen boven de veertig vindt 86 procent de SOS-arts noodzakelijk. Van de ouders met kinderen tot twaalf jaar vindt 71 procent dat.
Dat blijkt uit het onderzoek 'Dag en nacht de arts aan huis' dat TNS NIPO in opdracht van SOS-arts heeft uitgevoerd. De bevolking ziet de SOS-arts niet als vervanging van, maar als aanvulling op de eigen huisarts. Vooral voor ouderen en bejaarden zien Nederlanders een rol voor de nieuwe organisatie weggelegd. Van de personen die bereid te zijn een bijdrage te betalen is bijna de helft van de ondervraagden bereid een bedrag tot 15 euro te betalen voor het huisbezoek en ruim eenderde een bedrag tot 30 euro.
Opvallend is dat de ondervraagden nauwelijks problemen hebben met de komst van een voor hen vreemde arts. Slechts 16 procent van de ouders en 13 procent van de veertigplussers noemt dat als een nadeel. Ongeveer driekwart van de mensen is bereid gebruik te maken van een andere huisarts. Een kwart van de mensen is alleen bang dat de SOS-arts niet op de hoogte is van het patiëntendossier.
SOS-arts is gebaseerd op de succesvolle organisatie van de SOS médecins in Frankrijk waarbij elk moment van de dag en nacht via een centraal telefoonnummer een onafhankelijke arts kan worden opgeroepen. De SOS-artsen brengen enkel huisbezoeken en voeren geen eigen praktijk.
Van de ondervraagde ouders met kinderen heeft 47 procent in de afgelopen twee jaar een situatie meegemaakt waarin men had gewild dat de eigen huisarts langs zou komen. Bij 72 procent van hen kwam die op dat moment niet. Bij de veertigplussers kende 31 procent een dergelijk geval, maar kwam de arts bij 62 procent van die groep wel opdagen.
,,Deze uitkomsten zijn extreem positief", stelt initiatiefnemer Arnold Verhoeven van SOS-arts. ,,Hieruit blijkt dat het onder de bevolking enorm leeft. Ook onder artsen trouwens, want er hebben al dertig huisartsen bij ons gesolliciteerd."
Zijn organisatie start officieel pas binnen nu en enkele weken met de werving van artsen en wil voor 1 juni 2008 zijn plannen ingediend hebben bij de Nederlandse Zorgautoriteit. Daarna kunnen contracten met zorgverzekeraars gesloten worden en kunnen de auto's van SOS-arts per 1 januari gaan rijden.
Antidpressiva helpen niet bij depressie
Slechte resultaten niet gepubliceerd
Bron NRC Redactie wetenschap 17 januari 2008.
Veel negatieve resultaten van studies met antidepressiva zijn nooit in wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd. Wie afgaat op die publicaties, zal de werkzaamheid van de pillen daarom met ongeveer 30 procent overschatten. Een groep Amerikaanse onderzoekers becijfert dat vandaag in The New England Journal of Medicine. Bij de organisatie die beslist over de toelating van de medicijnen op de markt (in dit geval de Amerikaanse FDA), zijn de cijfers overigens wel bekend. In de archieven van de FDA had de helft van de patiëntstudies een positieve uitkomst; in de bladen was dat maar liefst 95 procent. Dat vooral medicijnstudies met negatieve resultaten nooit in de bladen terecht komen, is al vaker opgemerkt. Antidepressiva kwamen enkele jaren geleden wat dat betreft in een slecht daglicht te staan, omdat de fabrikant van paroxetine gegevens over zelfmoordrisico`s nooit had gepubliceerd.
Psycholoog wil zelf medicijnen (antidepressiva) voorschrijven
Bron: NRC Handelsblad, 20 februari 2008
Redacteur: Ellen de Bruin
Medicijngebruik zal daardoor dalen, stellen de psychologen.
In enkele staten van de VS mogen psychologen zelf medicijnen voorschrijven. Dat willen Nederlandse psychologen ook. Een opleiding dient als lobby. Dit is de handigste manier, zegt Hans Schutz, voorzitter Taskforce Voorschrijfrecht van het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP). Eerst psychologen de kennis bieden om medicijnen voor te kunnen schrijven, en dan pas lobbyen bij de politiek om de wetgeving zodanig aan te passen dat ze dat ook mógen. Zo hebben de nurse practitioners (gespecialiseerde verpleegkundigen) het ook gedaan.
Als je bij de politiek meldt dat psychologen medicijnen moeten kunnen voorschrijven, terwijl je die psychologen nog moet opleiden, dan zeggen ze op het ministerie toch dat ze dat eerst afwachten. En de identiteit van beroepen in de gezondheidszorg verschuift, zegt Jan Derksen, hoogleraar psychologie en lid van de Taskforce. Verloskundigen mogen ook voorschrijven - en die hebben maar een hbo-opleiding. Volgens het NIP heeft de patiënt er voordeel bij als psychologen medicijnen voorschrijven. Nu moeten psychologen daarvoor doorverwijzen naar een arts, die geen opleiding heeft op het gebied van de psychodiagnostiek en moeilijker kan controleren hoe trouw de patiënt zijn pillen slikt. Of de huisarts schrijft direct pillen voor.
Er zijn ook tegenstanders. Willem van der Does, hoogleraar psychologie in Leiden: Het is nergens voor nodig. Ik denk ook dat de opleiding klinische psychologie te veel op geneeskunde gaat lijken en dat de therapeutische interventies in de knel komen. En het is heel naïef. Alsof die pillen alleen in de hersenen werken, en bijvoorbeeld geen cardiale bijwerkingen hebben. Maar huisartsen krijgen vrijwel geen psychodiagnostiek in hun opleiding, zegt Schutz. En in de nieuwe opleiding leren psychologen meer over psychofarmaca dan een huisarts of psychiater. In de VS, waar de opleiding mede is ontwikkeld, bleek dat het voorschrijfrecht voor psychologen de hoeveelheid voorgeschreven medicijnen vermindert, zegt Derksen. In één onderzoek gebruikte 90 procent van de aangemelde patiënten medicijnen. Bij degenen die onder behandeling kwamen van een psychiater, bleef dat zo - maar in de groep die onder behandeling kwam van een psycholoog met voorschrijfrecht daalde het tot 20 procent bij het afronden van de behandeling. Maar dat kun je ook bereiken als een psycholoog samenwerkt met huisarts of psychiater voor de farmacotherapie, vindt Van der Does.
Er zijn inmiddels in Amerika 70.000 recepten door psychologen uitgeschreven. Er is niet één incident gemeld, zegt Derksen. En reken maar dat de psychiaters daarop zitten te wachten. Psychologen moeten zelfstandig medicijnen zoals antidepressiva kunnen voorschrijven, vindt het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP). Het NIP begint daarom deze zomer met een tweejarige psychofarmacologische opleiding voor psychologen die al minstens vijf jaar zelfstandig patiënten behandelen. Deze opleiding maakt psychologen nog niet bevoegd om medicijnen voor te schrijven, maar het doel van het NIP is dat de wet wordt aangepast tegen de tijd dat de eerste deelnemers zijn afgestudeerd. In enkele staten van de VS mogen psychologen al medicijnen voorschrijven, al is er ook veel discussie over.
Familie overledene verrast over experiment
Bron: Trouw, 25 februari 2008, Joop Bouma
Echtgenote en kinderen van een in 2005 overleden 62-jarige man wisten niet dat hij meedeed aan de mislukte probiotica-proef.
Nabestaanden van een 62-jarige patiënt die overleed in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, weten pas sinds ruim een week dat de man meedeed aan het onderzoek naar probiotica.
Patiënten en nabestaanden kregen op 22 januari in Utrecht te horen wat er was misgegaan bij de studie. De dag erna belegde het onderzoeksteam een persconferentie. De echtgenote en kinderen van de man uit de regio Rotterdam kwamen pas op de hoogte toen zij kort voor 14 februari een brief kregen van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Daarin werd gemeld dat er nogmaals media-aandacht zou zijn voor het onderzoek vanwege een publicatie in het tijdschrift The Lancet.
Bij de studie naar probiotica bij alvleesklierontsteking zijn 24 personen overleden in de groep die de bacteriën toegediend kreeg. Bijna driehonderd personen hebben sinds 2004 meegedaan aan het onderzoek. De studie wees uit dat bij 9 patiënten die probiotica hadden gekregen een deel van de darm was afgestorven. Dat was ook het geval bij de overleden patiënt in het Erasmus MC.
De man werd in 2005 opgenomen met de verdenking van hartproblemen, maar al snel bleek dat hij aan een acute alvleesklierontsteking leed. „Hij kreeg direct een slangetje in, waardoor vermoedelijk de probiotica zijn toegediend”, zegt de advocaat van de familie, D. Zwartjens van Beer Advocaten in Amsterdam. „Hij is kort na dat weekeinde overleden.”
Zwartjens staat de nabestaanden bij bij het verhalen van de schade op het ziekenhuis en heeft de medische stukken opgevraagd. „We willen ook weten of er wel door hem is getekend voor deelneming aan het onderzoek en onder welke omstandigheden dat gebeurde, omdat de familie hier niets van heeft geweten.”
Een woordvoerder van de Universiteit Utrecht betreurt de gang van zaken. „Dit had natuurlijk nooit mogen gebeuren. Enkele ziekenhuizen, zoals het Erasmus MC, wilden zelf hun patiënten informeren. Daar hadden wij begrip voor. Kennelijk is er hierbij iets misgegaan.”
Het Erasmus MC heeft vrijdag getracht contact te krijgen met de familie, maar dit is op niets uitgelopen. „We betreuren dit erg. Hoe dit kon gebeuren, moeten we nog achterhalen”, aldus een woordvoerder.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg en de centrale commissie mensgebonden onderzoek CCMO zijn nog bezig met een controle van de procedures bij het Utrechtse onderzoek.
Dodelijke bijwerking antibioticum
14 februari 2008
ANP. Patiënten die het antibioticum Avelox krijgen, lopen een risico op dodelijke bijwerkingen. In een brief aan duizenden Nederlandse artsen en apothekers kondigt geneesmiddelenfabrikant Bayer deze week veiligheidsmaatregelen aan.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft woensdagavond een bericht daarover in het AD van donderdag bevestigd. Bayer alarmeert de medici na overleg met Europese en Nederlandse geneesmiddelenautoriteiten en de IGZ. De fatale risico's kwamen aan het licht bij een veiligheidsanalyse die Bayer naar eigen zeggen jaarlijks uitvoert.
In het buitenland werd in totaal bij dertien patiënten een verband gevonden tussen hun overlijden en het gebruik van Avelox. Bij het grootste deel van de overledenen ontstond een fatale leverbeschadiging. Bij een kleiner aantal patiënten ontwikkelden zich blaasvormige huidreacties die uiteindelijk een dodelijke afloop hadden.
Inspectie onderzoekt gebruik vervuilde instrumenten
Gepubliceerd: 11 februari 2008
Bron:ANP
De Inspectie voor de Gezondheidszorg stelt een onderzoek in naar de recente incidenten met onderzoeksinstrumenten die niet volgens de regels zijn gereinigd. Zij gaat na of er verband tussen de gevallen bestaat.
Dat heeft een woordvoerster van de inspectie laten weten. Maandag werd bekend dat Ziekenhuis St Jansdal in Harderwijk vierhonderd patiënten heeft opgeroepen voor bloedonderzoek, nadat bekend was geworden dat een onderzoeksinstrument niet volgens de regels was gereinigd. Enkele tientallen patiënten hebben zich al bij het ziekenhuis gemeld, liet een woordvoerster maandag weten. De inspectie onderzoekt ook of soortgelijke incidenten vroeger ook voorkwamen, maar niet werden gemeld.
In overleg met de inspectie heeft het ziekenhuis in de Gelderse stad besloten het bloed te testen op hiv en hepatitis B en C. Deskundigen achten het risico op besmetting bijzonder klein, aldus het ziekenhuis.
Het gaat voornamelijk om patiënten die vanaf 30 oktober door een uroloog met een zogeheten scoop zijn onderzocht. „De scopen worden eerst met water, vervolgens met zeep en daarna met een ontsmettingsmiddeld gereinigd. Uit onderzoek blijkt dat alleen de zeep niet is toegevoegd”, aldus een zegsvrouw van het ziekenhuis. Twee slangetjes in het reinigingsapparaat bleken verkeerd aangesloten te zijn. Het ziekenhuis onderzoekt waar de fout ligt.
Maandagochtend hadden zestig patiënten gereageerd nadat ze een brief met een oproep tot het doen van bloedonderzoek hadden ontvangen. Patiënten kunnen hun bloed ook bij prikposten of ziekenhuizen in de omgeving laten testen. De resultaten van het onderzoek laten nog een tijd op zich wachten. „Pas als alle patiënten zijn onderzocht, weten we de uitslag.”
Vorige week riep het Rijnland Ziekenhuis in Leiderdorp ruim drie honderd patiënten op voor een bloedcontrole nadat was gebleken dat een naaldgeleider niet goed was schoongemaakt en ontsmet. Het gaat om een geleider die wordt gebruikt bij prostaatpuncties.
In de Van Mesdagkliniek in Groningen kwam begin januari aan het licht dat het verkeerd gebruik van een prikpen tot vijf besmettingen van hepatitis B en C heeft geleid. Een maand eerder constateerde een verzorgingshuis in Rotterdam-Rijnmond twee besmettingen met hepatitis, ook mogelijk door foutief gebruik van een prikpen.
De inspectie stelde in 2004 vast dat de reiniging en desinfectie van endoscopen, instrumenten voor inwendig onderzoek, onvoldoende was verbeterd. Zij trok die conclusie na een enquête onder 101 ziekenhuizen. Bovendien bezocht zij twintig hospitalen. De inspectie wil dit jaar een vervolgonderzoek houden.
08-02-2008
Te snel met antidepressiva
Huisartsen schrijven te snel antidepressiva voor. Dat stelt het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG).
Bij een ernstige depressie is medicatie goed maar als er sprake is van een milde somberte werken gesprekstherapie en meer lichaamsbeweging vaak net zo goed. Antidepressiva kunnen flinke bijwerkingen hebben. Bovendien slaat therapie met antidepressiva lang niet altijd goed aan. Het gebruik van antidepressiva neemt flink toe; tussen 2001 en 2004 steeg het percentage verstrekkingen met acht procent. In concrete cijfers gaat het om een stijging van 5,1 miljoen tot 5,5 miljoen. Wel ging het bij negen van de tien keer om herhaalrecepten.
8 februari 2008
TV Programma Een Vandaag
Ziekenhuis Leiderdorp bang voor besmetting
Het Rijnland Ziekenhuis in Leiderdorp roept ruim driehonderd patiënten op voor een bloedcontrole nadat is gebleken dat een naaldgeleider niet goed is schoongemaakt en ontsmet. De naaldgeleider wordt gebruikt bij prostaatpuncties. Er is daardoor volgens het ziekenhuis 'een geringe kans' dat patiënten zijn besmet met hepatitis B, C of HIV. Het gaat om patiënten die van medio 2006 tot 24 januari 2007 zijn behandeld.
Gedwongen opname zwervers is mislukking
Bron: Volkskrant, 8 februari 2008
Ellen de Visser
Het experiment om zwervers met een vermoedelijke stoornis onder dwang te observeren in een psychiatrische kliniek is mislukt. Psychiaters hebben nauwelijks van de nieuwe wettelijke mogelijkheid gebruik gemaakt.
De afgelopen twee jaar werden 87 patiënten opgenomen terwijl in Nederland enkele tienduizenden verkommerden en verloederden telt.
Dat blijkt uit cijfers die de Inspectie voor de Gezondheidszorg desgevraagd heeft verstrekt. Minister Klink van Volksgezondheid heeft het experiment met de zogeheten observatiemachtiging laten onderzoeken. Hij stuurt de bevindingen eind deze maand naar de Kamer. Daarna wordt besloten of het experiment wordt doorgezet. Betrokkenen verwachten van niet.
De observatiemachtiging werd begin 2006 ingevoerd na jaren van politiek getouwtrek. Het kabinet zag het idee van PvdA en VVD niet zitten en besloot mede daarom tot een experiment. De regeling was bedoeld om mensen te observeren die verloederen en de zorg mijden.
Tot die tijd konden patiënten alleen gedwongen worden opgenomen als ze én een aantoonbare psychiatrische stoornis hadden én gevaarlijk waren voor zichzelf en anderen. Het idee was dat een grote groep patiënten daardoor buiten beeld bleef. Hulpverleners zouden pas kunnen ingrijpen als de situatie uit de hand liep.
Voor de observatiemachtiging is geen diagnose nodig: alleen het vermoeden van een stoornis is voldoende. Hulpverleners krijgen dan in de kliniek de kans om te beoordelen of hun vermoeden klopt en of behandeling mogelijk is.
Maar eind 2006 (HR 15-12-2006, <> 2007/2, m.nt. W. Dijkers)., een jaar na de invoering, haalde de Hoge Raad de regeling grotendeels onderuit. In een zaak, aanhangig gemaakt door een patiënt, oordeelde de Raad dat voor observatie in een kliniek alleen een vermoeden van een stoornis onvoldoende is. Psychiaters moeten met objectief medisch onderzoek vooraf kunnen aantonen dat sprake is van een stoornis die de tijdelijke vrijheidsbeneming kan rechtvaardigen.
Volgens psychiaters heeft die uitspraak de observatiemachtiging overbodig gemaakt. Die machtiging voegt bovendien niets toe aan de praktijk, zeggen ze. Hulpverleners doen steeds meer aan bemoeizorg, zoeken zorgmijders actief op en weten wie een stoornis heeft. Een observatie is dan niet nodig. Veel van hen kunnen bij gevaar meteen gedwongen worden opgenomen.
De cijfers wijzen uit dat die weg vaker wordt gevolgd: tussen 2001 en 2006 is het aantal gedwongen opnames met bijna 50 procent gestegen tot bijna 17 duizend.
1februari 2008
Bron: Medisch Contact
Veilig melden moet wettelijk worden verankerd
Als een arts in het kader van kwaliteitsbewaking een incident meldt, mag die informatie later niet in juridische procedures worden gebruikt. Dat moet in de wet worden geregeld.
Dat schrijven Harry Molendijk, kinderarts in Zwolle, Johan Legemaate, hoogleraar gezondheidsrecht aan het VUmc, en Ian Leistikow, coördinator van het Kenniscentrum Patiëntveiligheid van het UMC Utrecht, in een online-artikel in Medisch Contact.
Eind december sommeerde de rechtbank in Zwolle-Lelystad het Zuiderzeeziekenhuis in Lelystad om de echtgenoot van een in het ziekenhuis overleden patiënte inzage te geven in de zogeheten MIP-onderzoeksgegevens: alle verslagen van de gesprekken die destijds met de artsen en verpleegkundigen waren gevoerd om te onderzoeken hoe het kwam dat de betrokken patiënte niet ontwaakte uit een narcose.
Eerder al had het ziekenhuis inzage geweigerd omdat dergelijke gegevens in principe vertrouwelijk zijn, juist ook om het artsen en verpleegkundigen mogelijk te maken veilig incidenten te melden en erover te praten. De inspectie deelde deze mening.
Formeel gesproken komt het veilig melden door de uitspraak niet in gevaar, schrijven de drie auteurs. Immers, dat de rechter de echtgenoot gelijk gaf, kwam vooral doordat het ziekenhuis in dit geval geen goed patiëntendossier had bijgehouden. Ziekenhuizen die dat wél doen, hoeven dus niet bang te zijn. Toch kan de uitspraak volgens hen de indruk wekken dat de arts die in vertrouwen een incident meldt, ‘iets kan overkomen’. De uitspraak kan daardoor, gewild of niet, de meldingsbereidheid van artsen en verpleegkundigen doen afnemen.
Molendijk, Legemaate en Leistikow pleiten er dan ook voor om het veilig melden van incidenten in de wet vast te leggen, zoals in verschillende landen al het geval is. Dat zou bijvoorbeeld kunnen in het kader van de wetaanpassingen die het ministerie van VWS momenteel voorbereidt om de rechtspositie van cliënten te versterken.
Maar ook zonder die extra veiligheid, roepen zij artsen, verpleegkundigen en andere hulpverleners dringend op om incidenten vooral te blijven melden. ‘Vele kleine en grote verbeteracties waren en zijn hiervan het gevolg.’
Volgens de auteurs verandert de voorgestelde wettelijke regeling niets aan de mogelijkheid om zo nodig maatregelen te treffen tegen een hulpverlener. Er wordt alleen bepaald dat daarvoor geen gegevens uit het meldingssysteem mogen worden gebruikt.
Commentaar Meldpunt Medische Fout
Toch kan de uitspraak volgens hen de indruk wekken dat de arts die in vertrouwen een incident meldt, ‘iets kan overkomen’.
Wat in vredesnaam kan de arts overkomen? Hij heeft een verzekering en een advocaat. De Patient is al dood. Bij aangifte wegens doodslag moet altijd onderzoek gedaan worden. Maar, de arts moet legaal kunnen doden volgens het voorstel van Molendijk, waarbij de strafbare feiten onder de tafel blijven. Dat getuigt van weinig respect voor de patient en nabestaanden. De nabestaanden blijven achter met de schade en juridische procedures duren vaak 10 jaar. De uitspraak van de rechtbank Zwolle is correct en mr Beer is een topadvocaat, die alleen zaken aanneemt waarbij zeer grote financiele belangen op het spel staan. Dus de artsen hoeven niet bang te zijn dat Jan met de Pet een zaak zal aanspannen of dat hen "iets zal overkomen" als zij een fout intern melden. Jan met de Pet kan geen advocaat betalen. De enkele vermogende clienten van mr Beer zijn op de vingers van 1 hand te tellen en voor hen is geen wetswijziging nodig , want die winnen de zaak tegen de arts toch wel als mr Beer hen bijstaat.
Na berisping door Medisch Tuchtcollege 9 jaar procederen voor een schadevergoeding.
Arts moet begrafenis overleden patiënt betalen en het levensonderhoud van de zoon van de overledene.
|
 |
De rechter heeft een huisarts veroordeeld tot onder meer het vergoeden van de begrafeniskosten van een patiënt die door de arts niet was doorverwezen naar het ziekenhuis. Een dag later overleed de man
Casus
De 39-jarige man meldde zich in 1999 bij zijn huisarts in Venray. Hij had zich gestoten aan zijn rechterbeen en liep daarbij wondroos op, een huidontsteking waarvoor hij van de arts een antibioticakuur voorgeschreven kreeg. De klachten verergerden echter en vijf dagen later was de man al vijf kilo afgevallen en zag wazig. Toen duurde het nog anderhalve dag voordat in het ziekenhuis uiteindelijk kon worden vastgesteld dat de man een levensgevaarlijk hoge bloedsuikerspiegel had, waaraan hij vervolgens dezelfde dag overleed.
Het tuchtcollege had de arts in 2000 al berispt omdat hij niet de juiste zorg had verleend aan de man. De vrouw van de overleden man strijdt nu sinds 9 jaar voor een schadevergoeding voor haar en hun beider zoon. De weduwe wil dat de arts al haar kosten vergoedt plus de kosten van het levensonderhoud van de jongen. De arts betwist niet dat hij nalatig is geweest in de medische procedure maar betwist wel de hoogte van de schadevergoeding. De arts stelt dat de patiënt leed aan suikerziekte en daardoor een lage levensverwachting had. De gevorderde schadevergoeding zou volgens de arts niet realistisch zijn.
Levensonderhoud
Derving van levensonderhoud is de overheersende schadefactor bij de afwikkeling van overlijdensschade. Indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander jegens hem aansprakelijk is overlijdt, is die ander verplicht tot vergoeding van schade door het derven van levensonderhoud. Bovendien is de aansprakelijke verplicht aan degene te wiens laste de kosten van de begrafenis zijn gekomen, deze kosten te vergoeden, voor zover zij in overeenstemming zijn met de omstandigheden van de overledene.
De rechter
De rechter zag niet in hoe iemand met suikerziekte een aanzienlijk lagere levensverwachting heeft dan gemiddeld. Daar kwam bij dat de vrouw slechts een vergoeding voor kosten van levensonderhoud wilde tot haar zoon 21 jaar wordt. Op dat moment zou de vader zestig jaar zijn geweest en tot die tijd dus onderhoudsplichtig voor zijn zoon. De rechter stelde de moeder dan ook in het gelijk met een verwijzing om de hoogte van de schavergoeding op een later tijdstip na deskundigenadvies vast te laten stellen.
Rechtbank Roermond, 05 december 2007, LJN: BC0433
29 januari 2008
TV Uitzending Een Vandaag
Patienten klagen rugarts aan
Zes nederlandse rugpatienten spannen een rechtszaak aan tegen een Nederlandse arts. Ze stellen dat ze wellicht onterecht zijn geopereerd en er een verkeerde diagnose is gesteld. De operaties hebben sommige patienten ruim honderdduizend euro gekost. De zes willen dat orthopedisch chirurg Horst Dekkers een operatieverbod krijgt opgelegd.
23 januari 2008
24 doden bij wetenschappelijk onderzoek
Bij een landelijk Nederlands wetenschappelijk onderzoek naar de werking van probiotica bij patiënten met ernstige acute alvleesklierontsteking zijn 24 mensen gestorven. Onder de mensen in de controlegroep die de behandeling niet hadden gekregen, was het aantal overledenen lager. Dit meldt het Universitair Medisch Centrum (UMC).
De onderzoekers zijn verrast door dit resultaat, verklaart het UMC. Eerdere kleine buitenlandse studies toonden aan dat probiotica (gunstige darmbacteriën die in de menselijke darm de groei van schadelijke bacteriën tegengaan) infectieremmend zou werken bij acute alvleesklierontsteking. Uit dit onderzoek blijkt dat dit niet het geval is. De onderzoekers weten nog niet wat de verhoogde sterfte heeft veroorzaakt.
De resultaten van het onderzoek worden binnenkort gepubliceerd in een vooraanstaand wetenschappelijk tijdschrift.
Bron: Trouw, 24 januari 2008
redacteur: Joop Bouma
„We zijn er kapot van”, aldus de Utrechtse hoogleraar heelkunde H. Gooszen. De arts moest gisteren tijdens een persconferentie bekend maken dat bij een wetenschappelijk onderzoek dat onder zijn verantwoordelijkheid is gehouden 24 patiënten zijn overleden als gevolg van die studie.
Pas toen ’de sleutel’ van zijn onderzoek onder 296 patiënten met een acute alvleesklierontsteking onlangs werd ’verbroken’ en precies bekend werd wie van de overledenen probiotica hadden gekregen, bleek dat er zich een nachtmerrie had voltrokken.
Gooszen: „Er viel toen een doodse stilte. Er was bij ons een groot gevoel van emotie en verslagenheid.”
Tussentijds was er door een onafhankelijke commissie nog nagegaan of er onregelmatigheden waren. Maar die waren er niet. De studie was zo opgezet dat niemand, patiënt noch arts, wist wie de probiotica, een cocktail van ’goede’ bacteriën, en wie van de patiënten een onwerkzame nep-cocktail toegediend had gekregen.
Het lot had bepaald wie het middel kreeg en wie niks, zoals dat hoort bij gedegen wetenschappelijk onderzoek. Pas na voltooiing van de studie werd de sleutel verbroken en werd bekend wie wat had gehad. En toen bleek dat de sterfte onder de groep die probiotioca had gekregen veel hoger was geweest.
Van probiotica wordt al langer beweerd dat ze mogelijk een gunstige invloed hebben bij een acute alvleesklierontsteking, een levensbedreigende aandoening. Twee kleine, buitenlandse studies wezen uit dat probiotica remmend werkt op de ontsteking.
In tal van landen wordt daarom al op bescheiden schaal probiotica toegepast bij deze patiënten.
De bedoeling van het Utrechtse onderzoek was na te gaan of de bacteriën bij een alvleesklierontsteking de kans op voortwoekering van de ontsteking zouden verkleinen.
Inmiddels is duidelijk dat de bacteriën niet hebben gewerkt bij de patiënten. „Waarom weten we nog niet. Dat zullen we moeten uitzoeken”, aldus arts-onderzoeker W. Besselink. Eerder was bij proeven op ratten aangetoond dat probiotica een gunstig effect hadden.
De Utrechtse studie leidde gisteren direct tot ongerustheid over yoghurtdrankjes zoals Yakult, die qua samenstelling lijken op de probiotica die aan patiënten werden toegediend. De Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie wil dat de Voedsel- en Warenautoriteit nagaat of consumenten het drankje veilig kunnen innemen.
Volgens hoogleraar Gooszen kan de onderzoekers geen verwijt worden gemaakt. „Natuurlijk is er sprake van verantwoordelijkheid, dat voelen we heel sterk. Maar ik denk dat er voor schadeclaims geen grond is. Helaas is wat er nu is gebeurd, een risico van onderzoek. Hier kan niemand zich tegen wapenen. Dit is een uitzonderlijke gebeurtenis.”
Eergisteren zijn patiënten en nabestaanden van de overleden patiënten door de universiteit op de hoogte gebracht. „Het was een indrukwekkende bijeenkomst die ons diep heeft geraakt”, zegt Gooszen.
In Nederland zijn volgens het ANP in 1996 doden gevallen door een medisch wetenschappelijk onderzoek naar de beste behandelmethode bij een TIA, een ’waarschuwingsberoerte’. Zeventien patiënten stierven toen. De toenmalige minister van volksgezondheid, Els Borst nam geen maatregelen tegen de onderzoekers. De patiënten waren volgens haar voldoende geïnformeerd. Risico’s horen, aldus de minister toen, nu eenmaal bij wetenschappelijke onderzoek.
Bron:(ANP)
Doden door wetenschappelijk onderzoek
- In Nederland zijn in 1996 doden gevallen door een medisch wetenschappelijkk onderzoek. Zeventien patiënten, voornamelijk Nederlanders, stierven toen. Het ging om een onderzoek dat werd gecoördineerd door het toenmalige Academisch Ziekenhuis Utrecht (AZU).
Aan de zogenoemde Spiritstudie deden ruim 1300 patiënten mee. Het onderzoek had tot doel de beste behandelmethode te ontdekken voor mensen die een zogenoemde TIA, een 'waarschuwingsberoerte' hadden gehad.
Een groep van 665 mensen kreeg gewoon aspirine toegediend. De andere groep van 651 personen kreeg een antistollingsmiddel. Van deze groep kregen 53 personen ernstige bloedingen. Zeventien van hen overleden. De 36 anderen kregen te maken met ernstige complicaties. Bij de groep die aspirine slikte, overleed één persoon.
21 januari 2008
Bron: ANP
Huisartsen waarschuwen voor 'dokter Google'
Nederlanders die niet naar de huisarts gaan maar op internet proberen uit te dokteren wat ze mankeren, kunnen hun gezondheid in gevaar brengen. Dat blijkt uit onderzoek dat TNS Nipo in opdracht van RTL hield onder patiënten en artsen.
Uit die enquête komt naar voren dat zeven van de tien Nederlanders voordat ze naar de dokter gaan eerst zelf op internet proberen uit te zoeken wat er mis is. Volgens artsen is medische informatie via internet niet betrouwbaar en kunnen klachten verergeren als iemand niet of pas later naar de arts gaat. Ook geven de huisartsen aan dat ze tijdens een consult meer tijd nodig hebben om patiënten te overtuigen die al via 'dokter Google' informatie over hun mogelijke kwaal en de behandeling ervan hadden gezocht.
18 Januari 2008
Sterfte bevallingen 's nachts hoger
In Nederlandse ziekenhuizen sterven 's nachts en in het weekend meer baby's door complicaties tijdens de bevalling dan op doordeweekse dagen.'s Nachts is de sterfte 23% hoger, in het weekend 7%. Onderzoekers schrijven dat dit komt doordat er dan geen gynaecologen zijn, en hun hulp te laat wordt ingeroepen.
Verder hebben steeds minder bevallingen een normaal verloop. 15 procent loopt uit op een keizersnede. Dat is drie keer zoveel als 20 jaar geleden.
Steeds vaker ontstaan complicaties door stress. Dat komt volgens de onderzoekers doordat de ouders te weinig zorg van kraamhulpen en verloskundigen krijgen.
Farmareuzen doelwit onderzoek EU
Bron: NRC Handelsblad 17 januari 2008
De drie grootste farmaceutische bedrijven ter wereld zijn doelwit van een nieuw grootschalig onderzoek dat eurocommissaris Kroes (Mededinging) gisteren heeft aangekondigd.
Ze heeft invallen laten uitvoeren bij onder meer het Amerikaanse Pfizer, het Britse GlaxoSmithKline en het Franse Sanofi-Aventis.
Dat hebben de bedrijven bevestigd. Eerder, toen zij het onderzoek aankondigde, weigerde Kroes namen bekend te maken. Ze wil weten waarom er de afgelopen jaren weinig nieuwe medicijnen op de markt zijn gekomen. Volgens de Europese Commissie is het aantal nieuwe medicijnen gedaald van gemiddeld 40 per jaar in de periode 1995-1999, naar 28 per jaar in de periode 2000-2004.
Verder wil Kroes weten waarom er volgens haar te weinig ‘generieke’ medicijnen op de markt verschijnen. Dit zijn middelen die worden gemaakt door een bedrijf dat niet verantwoordelijk is voor de ontwikkeling ervan. Kroes vermoedt dat bedrijven patenten misbruiken om deze goedkopere alternatieven van de markt te weren. Ze verwees daarbij naar de zaak tegen het Brits-Zweedse bedrijf AstraZeneca. Dat kreeg in 2005 een boete van 60 miljoen euro omdat het jarenlang misleidende patiëntinformatie had verschaft over een medicijn tegen kanker. Ook AstraZeneca heeft bevestigd bezoek te hebben gehad van inspecteurs.
„De farmaceutische sector is niet alleen van vitaal belang voor de economie”, zei Kroes, „medicijnen zijn ook een enorme kostenpost. Ze kosten ons allemaal veel geld, we geven er jaarlijks ongeveer 200 miljard euro aan uit.”
Kroes zei nog geen bewijs te hebben dat specifieke bedrijven Europese mededingingsregels hebben overtreden. Het onderzoek is in eerste instantie dan ook niet bedoeld om dat vast te stellen, maar om uit te vinden of er structureel iets mis is met de sector. Wanneer er tijdens het onderzoek overtredingen worden vastgesteld dan kan dat wel leiden tot hoge boetes voor bedrijven.
De Europese Commissie nam eerder energie- en telecombedrijven op deze manier onder vuur. De telecombedrijven werden vorig jaar door Brussel gedwongen collectief hun tarieven voor mobiel bellen in het buitenland drastisch te verlagen. Brussel ruziet nog met regeringen over splitsing van energiebedrijven, om zo de concurrentie in die sector te stimuleren.
Twijfels over onafhankelijk DSM (psychiatrische diagnose handboek)
Verlegenheid werd als ziekte geclassificeerd met bijbehorende medicatie
Publicatie: Medisch Contact nr. 02 - 11 januari 2008
Rubriek: NieuwsReflex
Bron(nen): 49
De komende vijf jaar wordt de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders uit 1994 (DSM-IV) herzien. De meeste van de 27 werkgroepleden die deze klus gaan klaren, hebben connecties met de farmaceutische industrie, zo blijkt uit een screening.
In 2006 werd al bekend dat de helft van de onderzoekers die aan het handboek werken, financiële connecties hebben met de farmaceutische industrie. Bij een nieuwe screening blijkt het aantal leden met connecties nog groter, zo meldt US News and World Report op 20 december 2007. Slechts acht leden hadden geen connectie met de industrie. Daarnaast hadden de werkgroepleden niet alle connecties opgegeven en waren de bedragen niet genoemd die werden betaald door de industrie.
Carolyn Robinowitz, president van de American Psychiatric Association (APA), gaf toe dat de door de werkgroepleden opgegeven connecties niet zijn gecheckt. Wel was de screening volgens de APA de meest transparante in de medische wereld. De APA heeft naar eigen zeggen strengere voorschriften dan andere medische organisaties, want leden van de DSM-werkgroep mogen maximaal tienduizend dollar per jaar bijverdienen uit farmaceutische bronnen. Onderzoekssubsidies vallen echter niet hieronder.
De medisch directeur van de APA, James Scully, pleitte voor volledig inzicht in connecties van de meer dan honderdvijftig psychiaters die in de verschillende subwerkgroepen zitten. Mensen met connecties zijn echter nog wel welkom in de commissie, vindt Scully.
De APA is druk met de herziening van de DSM die in 2012 zal verschijnen. Het handboek heeft grote invloed, omdat het bepaalt wat een psychiatrische ziekte is en wat niet. Geneesmiddelen zijn getest op de indicaties zoals ze in de DSM zijn beschreven.
De DSM-IV kwam na publicatie in opspraak, omdat ‘verlegenheid’ als een ziekte werd aangemerkt onder de term ‘sociale angststoornis’ en fabrikanten vervolgens hun geneesmiddelen op deze indicatie gingen promoten.
Tuchtcollege legt arts zwaarste maatregel op
Bron(nen): IGZ
Het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg in Eindhoven heeft een arts van het Integraal Medisch Centrum Roosendaal de zwaarst mogelijke maatregel opgelegd. De Big-registratie van de in Roosendaal werkzame behandelaar is doorgehaald met onmiddellijke ingang en mag zich nooit meer arts noemen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) spande op 19 december vorig jaar een spoedprocedure aan.
Het regionaal tuchtcollege acht bewezen dat de arts de voor de medische beroepsgroep geldende regels met voeten heeft getreden en patiënten op de meest ernstige wijze heeft misleid. Hij heeft, door zijn naam als arts te verbinden aan het centrum voor alternatieve behandelmethoden ook gehandeld in strijd met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg.
Tijdens de zitting op 19 december heeft hij naar het oordeel van het tuchtcollege op geen enkele manier getoond dat hij ook maar enig inzicht in zijn handelen heeft.
De arts werkte in het Integraal Medisch Centrum Roosendaal (IMC) samen met een orthomoleculair therapeute, die eveneens voorlopig is geschorst door haar beroepsvereniging. Deze therapeute werkt met adviezen van ‘goddelijke gidsen’ die door de betreffende arts werden overgenomen. Tevens baseerde de arts zijn diagnose op grond van onderzoek met de Lecher antenne. Deze wijze van onderzoek, diagnosticeren en behandelen voldoen in geen opzicht aan de in redelijkheid daaraan te stellen eisen, oordeelt het tuchtcollege. Ook het niveau van dossiervoering ligt ver beneden de maat.
Hierdoor gebeurde het dat een kankerpatiënt door de arts werd doorverwezen naar de in het IMC werkzame therapeute die de patiënte er toe aanzette een niet onsuccesvolle chemokuur te staken. Het tuchtcollege verwijt de arts dat hij niet de grootst mogelijke inspanning heeft verricht om te voorkomen dat de chemokuur werd gestaakt. De patiënte werd vervolgens ‘energetisch’ behandeld door goddelijke gidsen.
Daarnaast heeft de arts zelf medicatie bereid en hij is daar niet toe bevoegd. Tevens gebruikt hij de titel ‘dr’ maar is hij nooit gepromoveerd. Ook afficheert hij zich in Nederland onterecht als gastro-enteroloog en internist.
Zijn doelgroep bestaat uit doorgaans radeloze vaak uitbehandelde patiënten die voor de geboden behandeling door ‘goddelijke diensten’ fors moesten betalen. Het college noemt het handelen van de arts patiënten ‘misleiding van de ergste soort.’ Een soorgelijke kwalificatie werd gebruikt voor het tegen een aanzienlijk bedrag door de arts verstrekken van flesjes ethanol.
Medicijnen vaak onjuist voorgeschreven
Bron: NRC Handelsblad 11 januari 2008
De Inspectie voor de Gezondheidszorg wil dat huisartsen en specialisten minder medicijnen voorschrijven voor aandoeningen waarvoor ze niet zijn goedgekeurd.
Patiënten krijgen geregeld geneesmiddelen die eigenlijk voor andere aandoeningen zijn bedoeld, maar artsen schrijven ze voor omdat ze menen dat ze ook voor die aandoening werken. Zo gaf 95 procent van de huisartsen de afgelopen twee jaar bètablokkers (tegen hartritmestoornissen en hoge bloeddruk) voor patiënten met examenvrees.
De inspectie is geschrokken van een onderzoek dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vorige maand publiceerde over het medicijnbeleid van artsen en specialisten. Geneesmiddelen voorschrijven voor een andere ziekte naar eigen inzicht is vaak niet toegestaan door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen.„We willen daarom de richtlijnen voor het voorschrijven van medicijnen aanscherpen”, aldus een woordvoerder van de inspectie. De organisatie gaat met alle betrokken partijen, ook apothekers, binnen enkele weken praten over maatregelen. „Het gaat vaak om kwetsbare groepen, zoals ouderen en kinderen, dus dat voorschrijfbeleid moet voorzichtiger”, meent de inspectie.
Uit onderzoek bleek, afhankelijk van het soort aandoening, dat aan 12 tot 72 procent van de patiënten medicijnen worden voorgeschreven die niet bedoeld zijn voor hun ziekte. Vooral bij minder grijpbare kwalen als migraine, eetstoornissen en persoonlijkheidstoornissen worden geneesmiddelen oneigenlijk voorgeschreven.
Vooral kinderartsen vertonen dit gedrag. Ongeveer een derde van de artsen weet ook vaak niet dat een bepaald middel voor de betreffende aandoening niet is geregistreerd. Als ze het weten, vertellen ze het vaak niet aan patiënten, terwijl ze dat wel verplicht zijn. Soms zijn medicijnen die niet voldoende wetenschappelijk zijn getest toch opgenomen in de richtlijnen, omdat in de praktijk blijkt dat ze waarschijnlijk wel een gunstige werking hebben. Artsen en specialisten zeggen zich te baseren op de mening van collega’s of op beweringen van farmaconcerns. Ook druk van patiënten speelt geregeld een rol.
In Nederland is nooit onderzocht hoe gevaarlijk dit voorschrijfbeleid is. Een woordvoerder van het RIVM wijst op het hoge aantal mensen dat door verkeerd medicijngebruik moet worden opgenomen in ziekenhuizen, een deel daarvan zou door dit voorschrijfgedrag veroorzaakt kunnen zijn. „Het kan onverwachte bijwerkingen hebben, omdat die voor die ziekte nooit zijn onderzocht, gewoon omdat het middel niet voor die toepassing is geregistreerd,” zegt de RIVM-woordvoerder. Hij noemt het gedrag van artsen „uitermate onverstandig”.
Het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) heeft drie jaar geleden de beroepsgroep al gewaarschuwd voor het op eigen houtje voorschrijven van medicijnen. De organisatie vindt dat alleen geneesmiddelen voor andere aandoeningen mogen worden gegeven als er geen alternatief voor handen is, de werking wetenschappelijk is bewezen en de patiënt goed is geïnformeerd
Gebruik antipsychotica groeit gestaag
Bron(nen): SFK, 3 januari 2008
Het aantal verstrekkingen van antipsychotica via de Nederlandse apotheken steeg in de afgelopen 7 jaar met gemiddeld bijna 8procent per jaar en komt in 2007 naar verwachting uit op 2,2 miljoen. De uitgaven groeiden in dezelfde periode jaarlijks met 14 procent. Meer jongens dan meisjes gebruiken antipsychotica.
Een arts schrijft antipsychotica voor bij een patiënt die lijdt aan psychotische verschijnselen zoals wanen, verwardheid, hallucinaties en schizofrenie. Deze groep geneesmiddelen is onder te verdelen in de klassieke antipsychotica, die tot in de jaren 70 van de vorige eeuw in de handel zijn gebracht en de atypische antipsychotica die daarna zijn geïntroduceerd. De meest voorkomende bijwerking van antipsychotica is de extrapiramidale, waarbij parkinson-achtige spiercontracties optreden. Bij de atypische antipsychotica zouden deze bijwerkingen minder op de voorgrond treden. Patiënten gebruiken al deze middelen normaal gesproken chronisch.
Omzet
Antipsychotica vallen onder de ATC-code N05A. Ook lithium valt onder deze code, maar laten we hier hier vanwege zijn specifieke toepassing bij manische depressiviteit buiten beschouwing.
Naar verwachting komen de uitgaven aan antipsychotica via de Nederlandse apotheken in 2007 uit op € 107,5 miljoen. In 2000 was dat bedrag nog € 43 miljoen, hetgeen neerkomt op een gemiddelde stijging van 14% per jaar. Het aantal verstrekkingen is in diezelfde periode gestegen met gemiddeld 7,9% tot 2,2 miljoen in 2007.
Van de in 2007 meest verstrekte antipsychotische middelen (figuur 1) behoren alleen haloperidol en pipamperon tot de klassieke groep. Hoewel het aandeel van deze middelen binnen de groep afneemt, stijgt het aantal voorschriften nog licht. Een zeer sterke stijger is quetiapine.
Gebruikers
Er waren in de eerste helft van 2007 ruim 225.000 gebruikers van antipsychotica waarbij mannen en vrouwen elkaar vrijwel in evenwicht houden. Dat blijkt niet voor de gehele levensfase het geval te zijn. Voor de 45-jarige leeftijd zijn er meer mannelijke gebruikers, vooral in de jeugdjaren Na het 50ste levensjaar zijn er juist meer vrouwelijke gebruiikers (figuur 2).
Farmaceutische industrie palmt medische opinieleiders in
Publicatie: Nr. 01 - 4 januari 2008
Auteur: Hans van der Linde, huisarts in Capelle aan den IJssel
Er bestaat voor artsen geen begin van een aanleiding om LDL-cholesterolwaarden als richtsnoer te gebruiken bij het voorschrijven van statines. De interventietrials TNT en IDEAL hebben dat overduidelijk bewezen. Verhoogd LDL is weliswaar een risicofactor voor cardiovasculaire aandoeningen, maar medicamenteuze verlaging van LDL als doel op zichzelf is zinloos en geeft geen reductie van dat risico. Een sterkere daling van het LDL sorteert geen effect op harde eindpunten (zie www.geneesmiddelenbulletin.nl, zoekterm: statines, Gebu 2007; 41: 97-98).
Uit de IDEAL-studie blijkt dat een sterke verlaging van het LDL-cholesterol met 80 mg atorvastatine (Lipitor) niet beter scoort dan een aanzienlijk lagere daling met 20 mg simvastatine (Zocor), maar wel veel meer bijwerkingen geeft. Het effect van statines berust wellicht op andere werkingsmechanismen dan LDL-verlaging. Een medicus kan uit het voorgaande maar één consequentie trekken: zet alle patiënten vanaf een bepaald risico op 20 mg simvastatine en controleer daarna niet meer de cholesterolwaarden. Dat is best evidence en best practice: een minimum aan hinderlijke en schadelijke bijwerkingen en een vooralsnog optimaal effect. De besparing van 180 miljoen euro per jaar die daaruit voortvloeit, is mooi meegenomen.
LDL als richtsnoer voor farmacotherapie is een uitvinding van de farmaceutische industrie. Artsen die op grond van een verhoogd LDL hoge doseringen gepatenteerde statines voorschrijven, zijn de gedroomde kans van farmamarketing. De tienduizenden cardiologen en internisten die jaarlijks wereldwijd worden ingevlogen naar zorgvuldig geregisseerde internationale congrescircussen zijn inmiddels geïndoctrineerd.
Planmatig palmt de industrie de medische opinieleiders in. Geen richtlijncommissie is er meer van verschoond, zo heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) vastgesteld - ook de CBO-richtlijncommissie kent belangenverstrengeling. Dat betekent dat mensen een dubbele agenda hebben en een dubbele loyaliteit. Zij spreken als zij moeten zwijgen en zwijgen als zij moeten spreken.
Zo is het LDL als behandelmaat in de richtlijn gekomen en zo kon het gebeuren dat Crestor (rosuvastatine) in de CBO-richtlijn en de NHG-standaard kwam. Het middel voldoet van geen kant aan de vereisten voor een preventief geneesmiddel: geen bewezen veiligheid en werkzaamheid. De CBO-richtlijn is volgens betrokkenen tot stand gekomen door compromissen (lees koehandel) die niet stoelen op wetenschappelijk gefundeerde standpunten.
De wens tot consensus met de specialistische geneeskunde heeft het NHG na jarenlang onderhandelen, doen berusten in standpunten die niet zijn te verdedigen. Overigens staat de integriteit van het NHG daarbij recht overeind; het heeft erger weten te voorkomen.
Dat alles weerhoudt de opstellers van de CBO-conceptrichtlijn er niet van om op bladzijde 9 te stellen: ‘Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, is het raadzaam dit gedocumenteerd en beargumenteerd te doen’. Een gotspe.
Arts moet zijn patiënt kennen
Gepubliceerd: ANP, 3 januari 2008
Een arts mag een patiënt die hij niet kent online geen medicijnen voorschrijven. Dat staat in een richtlijn van de artsenorganisatie KNMG.
Medicatie mag via internet slechts worden voorgeschreven als de arts een behandelrelatie met de patiënt heeft. De arts moet weten welke medicijnen de patiënt heeft geslikt en moet over een betrouwbaar dossier van de patiënt beschikken.
De herziene richtlijn is op 1 januari ingegaan. De herziening was noodzakelijk door de geneesmiddelenwet die een half jaar geleden van kracht werd. Die verbiedt de arts medicijnen voor te schrijven aan een patiënt die hij nooit heeft gezien en van wie hij de medicatiegeschiedenis niet kent.
Daarvoor was geen sprake van een strikt verbod. De richtlijn betreft ook adviezen via internet. Ook daarbij is een bestaande behandelrelatie noodzakelijk. Slechts als de risico’s die verbonden zijn aan het advies minimaal zijn, kan de arts een uitzondering maken.
Geding prijs medicijnen
Bron: Parool, 24 december 2007
De fabrikanten van geneesmiddelen zijn de zware prijsverlagingen voor hun producten beu. In kort geding hebben ze de rechter gevraagd hieraan een halt toe te roepen.
Volgens de fabrikanten schieten de patiënten niets op met de prijsverlagingen. ''De verzekeraars steken de winst in eigen zak. De premies worden niet verlaagd,'' aldus advocate G. de Groot van de Bond van Generieke Geneesmiddelen Industrie Nederland (Bogin).
Vorige week stonden de zorgverzekeraars ook al voor de rechter. Toen tegenover de apothekers, die stemming tegenover de verzekeraars zouden maken. De apothekers moesten hun bewering terugnemen dat de patiënt maar alles moet slikken van de verzekeraars.
Bogin heeft bijna alle grote zorgverzekeraars, zoals CZ, VGZ, Ohra en Menzis, gedaagd. Volgens Bogin zijn de patiënten de dupe van de prijsverlagingen. ''Zij lopen het risico straks steeds een nieuw medicijn voorgeschreven te krijgen. Vooral chronisch zieke ouderen raken in de war als ze voortdurend andere merken en verpakkingen krijgen. Wij kunnen bewijzen dat de therapietrouw afneemt en de patiëntonveiligheid toeneemt.''
Het conflict staat op scherp doordat een Indiase fabrikant vanaf 1 januari voor een veel lagere prijs de cholesterolverlager simvastatine op de markt brengt. In Nederland slikken 620.000 patiënten dit. De meeste zorgverzekeraars vergoeden komend half jaar alleen dit medicijn.
De verzekeraars willen de fabrikanten zo dwingen tot lagere prijzen. In de markt voor generieke geneesmiddelen gaat 1,1 miljard euro om, waarvan 700 miljoen naar de apothekers zou gaan. ''Leveranciers die de apotheker het meeste bieden, maken de meeste kans. Duur zijn loont. Dat is een perverse prikkel. Vandaar dat de 'coup' van de Indiase fabrikant als een bom is ingeslagen,'' aldus de verzekeraars. Uitspraak begin januari.
Apothekers moeten campagne staken
Bron: NRC Handelsblad 21 december 2007
De Nederlandse apothekers moeten hun campagne ‘Slikt u alles van uw verzekeraar’ onmiddellijk staken. Posters en brochures moeten uit de apotheken worden weggehaald en vernietigd, en de apothekersorganisatie KNMP moet een rectificatie plaatsen in dagblad De Telegraaf.
Dat heeft de Haagse rechtbank vanmiddag bepaald in een kort geding van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en zeventien leden tegen de KNMP. De zorgverzekeraars hebben verheugd op de uitspraak gereageerd. „ZN is blij dat zo een eind wordt gemaakt aan uitlatingen die het imago van de zorgverzekeraars schaden en de patiënt misleiden.”
De KNMP is zeer teleurgesteld en overweegt hoger beroep in te stellen. Ze voelt zich beknot in haar vrijheid van meningsuiting.
Met de campagne, die vorige week begon, wilden de apothekers mensen aanzetten te kiezen voor een zorgverzekeraar die vergoedingen niet beperkt tot bepaalde medicijnen. Aanleiding was een besluit van zeventien zorgverzekeraars, waaronder CZ, Menzis, Univé en VGZ, om alleen nog de cholesterolverlager simvastatine van de Indiase fabrikant Ranbaxy te vergoeden. Volgens de KNMP zijn de zorgverzekeraars daarmee op de stoel van apotheker en arts gaan zitten.
De betrokken verzekeraars, samen goed voor 70 procent van de Nederlandse polishouders, spreken dit tegen. Zij maken slechts gebruik van hun bevoegdheid uit gelijksoortige generieke medicijnen de goedkoopste variant aan te wijzen voor vergoeding, het zogeheten preferentiebeleid.
Hun boosheid tegen de campagne van de apothekers werd gevoed door het tijdstip waarop die begon. Aan het eind van het jaar kunnen consumenten van verzekeraar wisselen. In haar campagne noemde de KNMP de verzekeraars die wél alle medicijnen vergoeden.
De suggestie dat met name genoemde verzekeraars bepaalde medicijnen niet meer vergoeden, betoogde ZN-advocaat G. de Groot afgelopen maandag voor de Haagse rechtbank, wakkert angst van patiënten aan die afhankelijk zijn van medicatie. Die vragen zich af of ze nog wel krijgen wat ze nodig hebben. „De KNMP speelt in op angst.” En haar actie, aldus De Groot, wordt gekenmerkt door „een dubieuze opzet, een onwaarachtig motief en een onrechtmatige uitvoering”. Het motief, aldus de advocaat, is niet de behoefte consumenten goed voor te lichten, maar puur eigenbelang van apothekers. Ze willen gewoon medicijnen kunnen leveren waaraan ze meer verdienen.
Ook het argument van de KNMP dat wisseling van medicijn, omdat de verzekeraar het anders niet vergoedt, patiënten zou verwarren, bestreed De Groot. Apothekers doen het immers zelf ook. In anderhalf jaar tijd, van begin 2006 tot medio 2007, veranderde volgens hem 30 procent van de simvastatinegebruikers van product door toedoen van de apothekers. Die heeft daarvoor maar een motief, aldus De Groot afgelopen maandag: „Geldelijk voordeel.
Apothekers passen hun inkoopbeleid voortdurend aan, aan de hand van de inkoopvoordelen die ze kunnen bedingen."
In verband met het spoedeisende karakter van de zaak heeft de Haagse rechtbank nog deze week vonnis gewezen. De motivering komt volgende week. In een brief die de KNMP naar haar leden moet sturen staat dat de rechtbank de oproep aan patiënten „suggestief” en „onjuist” vindt.
TBS-kliniek roept op tot bloedtest
 Van Mesdagkliniek prikte ook fout
De prikpen die in een gezondheidscentrum Almere mogelijk voor besmettingen heeft gezorgd, is ook gebruikt in Groningen.
De bewuste prikpen is eigenlijk bedoeld voor thuisgebruik. Een pen bevat meerdere naalden. Na elke prik moet de naald worden verwisseld, maar het kan zijn dat medewerkers dat zijn vergeten.
De Groningse TBS-kliniek heeft patiënten en medewerkers opgeroepen om zich te melden voor een bloedtest, zodat kan worden vastgesteld of er iemand besmet is geraakt met hepatitis-B, -C of hiv.
Injectie-incident: 500 mensen lieten zich testen
Bron: ANP
15 december 2007
Ongeveer vijfhonderd suikerpatiënten hebben zich laten testen naar aanleiding van het incident met de injectie-pen in gezondheidscentrum de Spil in Almere.
Dat heeft een woordvoerder van het centrum zaterdag laten weten. Dit betekent dat ongeveer honderd mensen zich nog niet hebben gemeld.
Dinsdag werd bekend dat 611 diabetici mogelijk zijn besmet met hiv of hepatitis doordat tegen de regels maandenlang één injectie-pen werd gebruikt. De betrokkenen werden opgeroepen zich de afgelopen drie dagen te laten testen.
Bijwerkingen vaak reden tot stoppen met antidepressiva
Bron(nen): Universiteit Utrecht
7december 2007
In het kader van een promotieonderzoek naar het patiëntenperspectief op stoppen met antidepressiva, onderzocht de Wetenschapswinkel Geneesmiddelen ervaringen van het Meldpunt Medicijnen. Opvallende conclusie is dat bijwerkingen die mensen ervaren, vaak tot stoppen met antidepressiva leiden en dat patiënten hun behandelaar niet altijd vertellen dat zij zijn gestopt. Daarnaast blijken artsen en apothekers andere bijwerkingen te melden dan gebruikers van antidepressiva. Het artikel hierover verschijnt in het European Journal of Clinical Pharmacology van december.
Bij bijna de helft van de melders zorgen de bijwerkingen ervoor dat zij stoppen met hun antidepressivum. Eenderde stelt de huisarts hiervan niet op de hoogte. Bijwerken die veel gebruikers noemen zijn gewichtstoename, sexuele problemen, onttrekkingsverschijnselen, vermoeidheid en slaapproblemen. Ook noemen gebruikers ineffectiviteit als verklaring voor het voortijdig staken van het gebruik.
Omdat medicijngebruikers sommige informatie wel melden op het meldpunt maar niet rechtstreeks aan hun behandelaar, kan het meldpunt meer inzicht geven in de problemen die mensen ervaren bij het gebruik van antidepressiva. Groot probleem is namelijk dat deze medicijnen vaak niet worden gebruikt zoals wenselijk is: mensen gebruiken antidepressiva alleen wanneer ze klachten hebben of stoppen te vroeg. Met de informatie uit het meldpunt kunnen arts en apotheker meer aandacht besteden aan de punten die geneesmiddelengebruikers zelf aangeven op dit meldpunt.
Onzichtbare klachten
De aard van de gemelde bijwerkingen is vergeleken met de aard van de meldingen die artsen en apothekers bij het Lareb deden. Het blijkt dat artsen en apothekers vaker zichtbare en meetbare klachten melden dan gebruikers. Gebruikers melden bijvoorbeeld eerder klachten als slaapproblemen en apathie. Soms ziet de arts in tegenstelling tot de patiënt deze klachten als onderdeel van het ziektebeeld, in plaats van veroorzaakt door de medicatie. Artsen lijken de impact en relevantie van bepaalde soorten klachten anders in te schatten. Bovendien melden artsen en apothekers klachten die alom bekend zijn niet steeds opnieuw, waardoor ze niet meer meegenomen worden in de evaluatie over deze meldingen met als gevolg dat ze op den duur als minder relevant gezien kunnen worden. Terwijl deze klachten voor patiënten vaak wel bijdragen aan een vermindering van hun levenskwaliteit.
Meldpunt Medicijnen
In totaal zijn in deze studie 258 meldingen over antidepressiva onderzocht. Van deze groep meldde ruim tweehonderd mensen één of meer bijwerkingen (in totaal 630).
Op de site www.meldpuntmedicijnen.nl kunnen medicijngebruikers of iemand uit hun omgeving verschillende soorten ervaringen met medicijnen melden. Zij kunnen ervaringen melden over de effectiviteit van een medicijn, over bijwerkingen, over praktische problemen zoals de verpakking, of over vergoeding. Dit melden gebeurt anoniem, via een online formulier.
Dwangopnames verschillen per provincie. Limburg ver boven landelijk gemiddelde.
Bron: 13 december 2007, NRC Handelsblad
In de provincie Limburg worden psychiatrische patiënten twee keer zo vaak tegen hun wil opgenomen als in Groningen, of Overijssel
De Inspectie voor de Gezondheidszorg meldt dat vandaag in een rapport over dwangopnames in de periode 2002-2006.
Het aantal dwangopnames in Nederland is in die periode sterk toegenomen, van 13.296 tot 17.120. Sommige personen zijn meerdere malen opgenomen geweest. Het aantal personen dat gedwongen werd opgenomen steeg van 9.761 tot 12.340.
De verschillen tussen provincies, steden en instellingen zijn groot, schrijft de inspectie. Vier provincies, waaronder Limburg, zaten de afgelopen vijf jaar „ver boven het landelijke gemiddelde” van 47 dwangopnames per 10.000 inwoners. In Limburg gaat het om 60,6 dwangopnames per 10.000 inwoners, vergeleken met 31,5 opnames in Groningen. Volgens de inspectie kunnen verklaringen voor regionale verschillen worden gezocht „in demografische verschillen” of „verschillen in opnamecapaciteit”. In Limburg wonen bijvoorbeeld relatief veel ouderen.
Een rechter kan op advies van een psychiater ertoe besluiten iemand gedwongen te laten opnemen in een psychiatrische kliniek, als die persoon een gevaar is voor zichzelf of een ander en dat gevaar voortkomt uit die stoornis. Vaak gaat het om schizofrenie en psychoses.
Psychiater Niels Mulder sprak in zijn oratie in september van een ‘epidemie van dwangopnames’. Volgens hem zijn instanties voor geestelijke gezondheidszorg en justitie zich intensiever met probleemgevallen gaan bezighouden. De drempel om patiënten op te nemen zou lager zijn geworden.
Sinds een aantal jaren worden bijvoorbeeld voor het eerst meer mensen opgesloten bij wie dwangopname niet acuut is (een rechterlijke machtiging), dan er acute dwangopnamen zijn (een in bewaringstelling, of IBS). Ook worden patiënten steeds vaker opgenomen omdat ze bijvoorbeeld zichzelf verwaarlozen, er sprake is van ‘maatschappelijke teloorgang’. Zwervers verdwijnen uit het straatbeeld.
Met name in de grote steden is het aantal dwangopnames groot. In Rotterdam verwachten rechters dat het aantal dwangopnamen in de stad in 2007 voor het tweede achtereenvolgende jaar met tien procent zal toenemen, tot circa 2.000.
850 wetenschappers ondertekenen petitie Lucia de B.
Gepubliceerd: 13 december 2007
Bron: ANP
Een groep van meer dan 850 wetenschappers wil dat de strafzaak tegen de Haagse verpleegkundige Lucia de B. wordt heropend.
Ze plaatsen daartoe deze week een petitie in dagbladen. Het gaat om een initiatief van schrijver en bioloog Maarten 't Hart en wiskundige Richard Gill, die dit gisteren bekendmaakten in het tv-programma Pauw en Witteman.
Lucia de B. zit een levenslange straf uit voor de moord op zeven ziekenhuispatiënten die zij zou hebben begaan. Veel deskundigen twijfelen aan haar schuld, omdat er geen rechtstreeks bewijs tegen haar bestaat. De Commissie evaluatie afgesloten strafzaken heeft het Openbaar Ministerie eerder geadviseerd om bij de Hoge Raad om herziening van haar zaak te vragen.
‘Artsen schrijven vaak verkeerd voor’
Publicatie: Nr. 49 - 7 december 2007
Bron: NieuwsReflex Medisch Contact
Eén op de vijf meldingen van medicatiefouten betreft voorschrijffouten door dokters. Dit blijkt uit cijfers van de Centrale Medicatiefouten Registratie (CMR).
De voorschrijffouten nemen de tweede plaats in op de lijst van de meldingen van medicatiefouten. Op nummer één staan de toedienfouten, die bijna de helft van de meldingen voor hun rekening nemen.
‘Het aantal voorschrijffouten is in 2007 gedaald ten opzichte van 2006, maar daaruit mag je nog geen conclusies trekken’, zegt apotheker Brigit van Soest van de Centrale Medicatiefouten Registratie. Bij deze online databank van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA) zijn 4100 meldingen gedaan sinds januari 2006. Inmiddels melden 74 ziekenhuizen hun medicatiefouten aan de CMR.
De interne geneeskunde levert de meeste meldingen van medicatiefouten, namelijk 16 procent; daarna volgen heelkunde (11%), de ziekenhuisapotheek (8%) en kindergeneeskunde (7%). Opvallend is dat 10 procent van het totaalaantal meldingen een patiëntverwisseling betreft.
Gelukkig leiden niet alle medicatiefouten tot schade bij de patiënt. In 30 procent van de gevallen heeft de fout de patiënt niet bereikt. Bij 6 procent leidt de fout echter tot schade en bij 13 procent van de gevallen moet de patiënt worden gemonitord om te zien of de fout heeft geleid tot schade.
Volgens Van Soest is een voorbeeld van een ernstige fout het voorschrijven van een liter glucose 50% in plaats van glucose 5%. Ook gebeurt het dat mondelinge opdrachten van dokters niet of niet juist worden vastgelegd. De medicatie wordt vervolgens niet of op onjuiste wijze gegeven. Een derde voorbeeld van een voorschrijffout is dat een patiënt medicatie krijgt voorgeschreven, terwijl bekend is dat hij er allergisch voor is. Anticoagulantia zijn relatief vaak debet aan een medicatiefout, volgens Van Soest. Van alle meldingen heeft 11 procent betrekking op anticoagulantia.
In het EMGO/Nivel-onderzoek ‘Onbedoelde schade in Nederlandse ziekenhuizen’ was gemeten dat jaarlijks 42.000 patiënten overlijden in het ziekenhuis. Bij 1735 had het overlijden van de patiënt kunnen worden voorkomen en van deze groep overlijden 150 patiënten door een medicatiefout. De ziekenhuisapothekers adviseren om meer te doen aan deskundigheidsbevordering, om het aantal voorschrijffouten en toedienfouten te verminderen.
6 december 2007
Ziekenhuisbacterie verspreidt zich dankzij flexibel DNA
Bron(nen): UMC Utrecht
De onschuldige darmbacterie Enterococcus faecium heeft zich in twintig jaar ontwikkeld tot een meervoudig resistente ziekenhuisbacterie die op intensive care afdelingen over de hele wereld patiënten bedreigt. De succesvolle aanpassing en verspreiding dankt de bacterie aan het vermogen DNA van andere bacteriën over te nemen. Tot die conclusie komt internist in opleiding Helen Leavis in haar promotieonderzoek dat ze uitvoerde aan het UMC Utrecht.
Leavis analyseerde de erfelijke eigenschappen van de zogenaamde vancomycine resistente enterokok (VRE). Het DNA van de bacterie blijkt grote variabele stukken te bevatten, juist in die gebieden liggen genen die betrokken zijn bij antibioticaresistentie en die eigenschappen bevatten om te overleven in een ziekenhuis. Door zijn vermogen DNA op te nemen heeft VRE in de loop van de tijd uit de natuur eigenschappen verzameld die de bacterie tot een ziekenhuisbacterie maken. Leavis noemt het een schoolvoorbeeld van een onschuldige bacterie die veranderd is in een bedreiging voor de volksgezondheid. Gevoelige patiënten zijn kwetsbaar voor een VRE-infectie, maar het gevaar is vooral dat VRE z’n antibioticaresistenties overdraagt aan de bekende, veel agressievere ziekenhuisbacterie MRSA.
In Nederland komt VRE nog weinig voor, maar dat kan snel veranderen, stelt Leavis. Alomtegenwoordig in Nederlandse ziekenhuizen is namelijk de voorloper van VRE: ARE (die bestand is tegen amoxicilline). ARE kan makkelijk de vancomycine-resistentie overnemen en zo veranderen in VRE. Dit gevaar ligt op de loer omdat vancomycine-resistentie gewoon in de natuur voorkomt. In Zuid-Europa komt VRE al steeds meer voor, Leavis verwacht dat de komende tien jaar VRE ook in Nederland zal toenemen.
VRE is ongevoelig voor praktisch alle antibiotica, ook voor vancomycine, het ‘laatste redmiddel’ tegen andere ziekenhuisbacteriën. In de Verenigde Staten komt VRE veelvuldig voor, in Nederland zijn in 2000 en 2001 drie uitbraken van VRE geweest. Vooral bij ernstig verzwakte patiënten, zoals beenmergtransplantatiepatiënten en mensen met chronisch nierfalen, is VRE een bedreiging. Een besmetting met VRE is zeer moeilijk te behandelen. Beter is het de infectie te voorkomen, strenge hygiëneprocedures kunnen daarbij helpen. Ziekenhuismedewerkers moeten bijvoorbeeld voor en na contact met elke patiënt (met alchohol) de handen wassen.
Helen Leavis promoveert op 6 december aan de Universiteit Utrecht.
november 2007
Visolie, foliumzuur en biomarkers in de psychiatrie
Bron(nen): Rijksuniversiteit Groningen
Ongeveer eenderde van de patiënten met schizofrenie blijkt matige tot ernstige tekorten aan bepaalde B-vitaminen en omega-3- en -6-vetzuren te hebben. Deze tekorten, die eenvoudig zijn op te heffen met voedingssupplementen (o.a. foliumzuur en visolie), spelen waarschijnlijk een rol in het ontstaan en de ernst van diverse psychiatrische ziekten en het ontstaan van hart- en vaatziekten. De behandelende artsen van de patiënten die Ramses Kemperman onderzocht, vermoedden het bestaan van deze tekorten niet. Overigens voldoet een groot deel van de Nederlandse bevolking niet aan de aanbevelingen van de Gezondheidsraad wat betreft de inname van foliumzuur (aanbevolen inname van 300 µg/dag) en lange-keten omega-3-vetzuren (2 g omega-3 van plantaardige oorsprong (ALA) en 450 mg omega-3 uit vis (EPA en DHA) per dag). Gezien de dalende groente- en fruitconsumptie zal deze situatie verder verslechteren.
Dat ongeveer een kwart van de patiënten met autisme een verhoogd serotoninegehalte in de bloedplaatjes heeft, was al bekend. Serotonine is een neurotransmitter in onze hersenen en darmen. Maar, hoewel autisten vaker maagdarmstoornissen zouden hebben, vond Kemperman geen relatie tussen hyperserotonemie (26%) en de darmdoorlaatbaarheid (in 0% verhoogd) bij kinderen met autisme. Voor het idee dat een verhoogde darmdoorlaatbaarheid hyperserotonemie veroorzaakt, vond Kemperman wel ondersteuning.
De vraag blijft echter waarom een kwart van de kinderen met autisme een verhoogd bloedplaatjes-serotonine heeft. Meer onderzoek naar het maagdarmstelsel (onze ‘second brain’) bij autisme is volgens de promovendus dan ook gewenst.
Kemperman benadrukt dat niet-hypothesegedreven onderzoek als aanvulling op het veelal hypothesegedreven onderzoek kan helpen bij het vinden van diagnostische en therapeutische biomarkers voor psychiatrische stoornissen. Met name grootschalige onderzoeken met technieken uit de ‘nieuwe’ vakgebieden proteomics, metabolomics en genomics zouden biomarkers kunnen opleveren voor psychiatrische aandoeningen
Apothekers en klinisch chemici reduceren medische missers
Bron(nen): KNMP, 28 november 2007
Woensdag tekenen apothekers en klinisch chemici op het ministerie van VWS een intentieverklaring waarin zij afspreken de handen ineen te slaan om medicatieveiligheid, de juistheid van laboratoriumuitslagen, de betrouwbaarheid van zelftests en meetapparatuur te verbeteren. Daarmee verwachten zij het aantal vermijdbare medicatiefouten te gaan terugdringen. Minister Klink wil het aantal medische missers met de helft verlagen.
Medicatieveiligheid
Uit onderzoeken blijkt dat patiënten onnodig schade ondervinden of zelfs overlijden door medicatiefouten. Door gegevens van bloedonderzoeken uit het laboratorium te koppelen aan medicatiegegevens kunnen veel ongewenste complicaties voortijdig voorkomen worden. De inspanningen op dit gebied hebben ook alles te maken met de ontwikkeling van het landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD). Bij het EPD zijn ook andere zorgaanbieders betrokken.
Juiste laboratoriumuitslagen
Bepalingen in het klinisch chemisch laboratorium kunnen beïnvloed worden door de medicijnen die de patiënt gebruikt. Hierbij worden zowel vals- verhoogde als vals-verlaagde uitslagen gevonden. De klinisch chemicus en de apotheker gaan samen kijken hoe deze informatie uitgewisseld kan worden. Ook hier speelt het EPD een belangrijke rol om deze informatie goed beschikbaar te maken.
Betrouwbaarheid van zelftests
De populariteit van zelftests neemt sterk toe en thuistests worden steeds vaker via internet of in winkels aangeboden. Al te vaak ontbreekt een goede bijsluiter met noodzakelijke medische informatie betreffende nut en beperkingen van de zelftest. Daarnaast is de kwaliteit van sommige tests ontoelaatbaar laag. Er is veel behoefte de cliëntvoorlichting en de kwaliteit van deze producten sterk te verbeteren.
Betrouwbaarheid van glucosemeetapparatuur
Diabetespatiënten maken gebruik van glucosemeters voor optimale instelling van hun insulinebehoefte. In de pers zijn terecht zorgen geuit omtrent de kwaliteit van deze meters waardoor patiënten verkeerd ingesteld zijn, soms met ernstige gevolgen. Klinisch chemici en apothekers zijn de experts die hier verbeteringen in aan kunnen brengen.
Seksueel misbruik gehandicapten slecht gemeld
27 november 2007
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is ontevreden over het lage aantal meldingen van seksueel misbruik in gehandicaptenzorginstellingen. Ook de kwaliteit van intern onderzoek van instellingen naar gevallen van seksueel misbruik laat te wensen over.
Meldingen
Het IGZ onderzoekt nu hoeveel incidenten met seksueel misbruik plaats hebben gevonden in de gehandicaptenzorg, ongeacht of deze zijn gemeld of niet. Uit vooronderzoek blijkt dat vanaf 2006 tot halverwege dit jaar kreeg de inspectie 325 meldingen van seksueel misbruik binnenkreeg. In de bekende gevallen blijkt er 35 keer een hulpverlener betrokken te zijn. In 75 gevallen gaat het om misbruik tussen een cliënt en iemand van buiten, bijvoorbeeld een taxichauffeur of familielid. Het merendeel (135) van de gevallen speelt tussen cliënten onderling af
Inspectie bezorgd over risico's kijkoperaties
Gepubliceerd: 21 november 2007 08:38 ANP
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is zeer bezorgd over de risico's bij kijkoperaties.
Uit onderzoek bij de afdelingen heelkunde en gynaecologie in 92 ziekenhuizen blijkt dat er geen landelijke bekwaamheids- en opleidingseisen bestaan, maakte de IGZ bekend.
In 90 procent van de ziekenhuizen zijn er geen goede richtlijnen voor de controle op het onderhoud van apparaten, waardoor de „de optische en elektrische veiligheid” niet is gegarandeerd. Uitvoerders van een kijkoperatie (laparoscopische operatie) kunnen dan schade veroorzaken in het lichaam op een plek die ze niet kunnen zien.
De registratie van complicaties is in veel ziekenhuizen niet op orde. Van de instellingen waar die wel goed wordt bijgehouden, meldde 30 procent de complicaties en de behandelingen ervan niet te evalueren.
De IGZ wil dat onder anderen gynaecologen, chirurgen en ziekenhuisbesturen binnen enkele maanden verbeteringen doorvoeren.
Veel rekenfouten door verpleegkundigen
14 november 2007
Bron:Elsevier, Robin van der Kloor
Het rekenkundig vermogen van verpleegkundigen is zwaar onder de maat. Uit onderzoek van het vakblad Nursing blijkt dat vier op de tien verpleegkundigen een zware onvoldoende scoort.
Verpleegkundigen maken veel rekenfouten
Door rekenfouten kunnen gezondheidsrisico’s ontstaan voor patiënten, bijvoorbeeld als een verpleegkundige medicijnen verkeerd doseert.
Infuus
Het gaat niet alleen om het tellen van pillen en tabletten, maar ook om het berekenen van de correcte eenheden bij het oplossen en verdunnen van medicatie, en het instellen van de druppelsnelheid van een infuus.
Bijna dertig procent van de ondervraagden geeft toe wel eens een rekenfout hiermee te hebben gemaakt. Zeven procent gaf aan dat een gemaakte rekenfout consequenties bleek te hebben gehad voor de patiënt.
Tijdsdruk
Nursing liet het onderzoek uitvoeren door het bureau Duo Market. Van de 125 verplegers die een rekentoets maakten, beantwoordde 9 procent alle vragen juist.
De toets bevatte tien rekenopgaven die inzicht geven in de rekenvaardigheid van de verplegers. De respondenten mochten deze rekentest overigens thuis, zonder tijdsdruk, maken.
Slachtoffer van laksheid ziekenhuizen
AD Lanceert Wachtlijsthulp
Bron: Algemeen Dagblad, 12 november 2007
Door RONALD VAN GEENEN en KEES WESSELS
Patiënten zijn de dupe van de gebrekkige aanlevering van wachtlijstgegevens door ziekenhuizen. Ze kunnen door de matige registratie niet goed kiezen en ondervinden daar schade van. De klinieken moeten binnen een paar maanden orde op zaken stellen, anders volgen maatregelen.
Dat stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), de waakhond voor de zorg, in een reactie op berichtgeving in deze krant. Afgelopen zaterdag werd de AD Wachtlijsthulp gelanceerd waarmee patiënten de kortste weg naar de snelste zorg kunnen vinden. Het AD biedt deze service aan, met onderzoeksbureau Mediquest, omdat de overheidswebsite Kiesbeter.nl onvolledige en foutieve wachttijden weergeeft. De gegevens zijn afkomstig van de websites van de ziekenhuizen.
Het AD gaat deze gegevens, na tips van lezers (via wachtlijsthulp@ad.nl) en zorgverzekeraars, geregeld controleren. Uit een eerste inventarisatie blijkt dat de ziekenhuizen niet alle wachttijden aanleveren en ook op verschillende wijze. Dat bemoeilijkt het vergelijken. ,,Dat is slecht voor de zelfredzaamheid van de patiënt en daarom onderzoeken we hoe ziekenhuizen uniform gegevens moeten aanleveren,’’ zegt Annemieke van der Laan van de NZa. ,,We wilden ziekenhuizen vorig jaar al aanpakken, maar geven ze nog een paar maanden om orde op zaken te stellen. Daarna gaan we handhaven.’’ De NZA kan boetes of een dwangsom opleggen.
Alle ziekenhuizen zijn sinds 1 januari 2005 verplicht hun wachttijden op te geven aan de website Kiesbeter.nl. Onderzoek van deze krant toonde onlangs aan dat de website wemelt van de fouten. Het ministerie heeft hierover een werkgroep opgericht. Zomer volgend jaar moet het lek boven zijn.
Het AD komt de patiënt tegemoet met het in ere herstellen van de AD Wachtlijsthulp. Tussen 2001 en 2004 zochten honderdduizenden mensen daarmee de kortste wachttijden op, en de wachtlijsten werden opgeschoond. De afgelopen dagen meldden tientallen lezers foutieve en schrijnend lange wachttijden. Sommigen wachten al meer dan een jaar op een verlossende operatie.
Apothekers en klinisch chemici reduceren medische missers
Bron(nen): KNMP
Woensdag tekenen apothekers en klinisch chemici op het ministerie van VWS een intentieverklaring waarin zij afspreken de handen ineen te slaan om medicatieveiligheid, de juistheid van laboratoriumuitslagen, de betrouwbaarheid van zelftests en meetapparatuur te verbeteren. Daarmee verwachten zij het aantal vermijdbare medicatiefouten te gaan terugdringen. Minister Klink wil het aantal medische missers met de helft verlagen.
Medicatieveiligheid
Uit onderzoeken blijkt dat patiënten onnodig schade ondervinden of zelfs overlijden door medicatiefouten. Door gegevens van bloedonderzoeken uit het laboratorium te koppelen aan medicatiegegevens kunnen veel ongewenste complicaties voortijdig voorkomen worden. De inspanningen op dit gebied hebben ook alles te maken met de ontwikkeling van het landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD). Bij het EPD zijn ook andere zorgaanbieders betrokken.
Juiste laboratoriumuitslagen
Bepalingen in het klinisch chemisch laboratorium kunnen beïnvloed worden door de medicijnen die de patiënt gebruikt. Hierbij worden zowel vals- verhoogde als vals-verlaagde uitslagen gevonden. De klinisch chemicus en de apotheker gaan samen kijken hoe deze informatie uitgewisseld kan worden. Ook hier speelt het EPD een belangrijke rol om deze informatie goed beschikbaar te maken.
Betrouwbaarheid van zelftests
De populariteit van zelftests neemt sterk toe en thuistests worden steeds vaker via internet of in winkels aangeboden. Al te vaak ontbreekt een goede bijsluiter met noodzakelijke medische informatie betreffende nut en beperkingen van de zelftest. Daarnaast is de kwaliteit van sommige tests ontoelaatbaar laag. Er is veel behoefte de cliëntvoorlichting en de kwaliteit van deze producten sterk te verbeteren.
Betrouwbaarheid van glucosemeetapparatuur
Diabetespatiënten maken gebruik van glucosemeters voor optimale instelling van hun insulinebehoefte. In de pers zijn terecht zorgen geuit omtrent de kwaliteit van deze meters waardoor patiënten verkeerd ingesteld zijn, soms met ernstige gevolgen. Klinisch chemici en apothekers zijn de experts die hier verbeteringen in aan kunnen brengen.
Altijd aangifte van seksuele relatie tussen medewerker en patiënt
Als een medewerker van een tbs-kliniek of een ggz-instelling een seksuele relatie onderhoudt met een patiënt moet zijn werkgever hiervan altijd aangifte doen bij het Openbaar Ministerie. Dat besloot een meerderheid van de Tweede Kamer tijdens een kamerdebat op dinsdag 6 november.
De motie die hieraan vooraf ging, werd ingediend door de SP en de VVD. De enige partijen die tegen de motie stemden, waren het CDA en de Christenunie. Rikus Jager, Tweede Kamerlid voor het CDA, laat telefonisch weten: ‘Het CDA heeft per abuis tegen gestemd, achteraf bezien zijn we voor de motie. Het betreft een interne communicatiefout waar ik verder niet op in wens te gaan.’
Valse erectiepillen niet van echt te onderscheiden
13 november 2007
Bronnen: ANP, NRC Handelsblad
Illegale erectiepillen zien er steeds professioneler uit. Het verschil tussen echte en vervalste middelen wordt daardoor voor de consument moeilijker.
Dat constateert het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het RIVM baseert zich in het vandaag verschenen rapport op onderzoek over 2005 en 2006.
Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat in kruidenpreparaten steeds vaker krachtig werkende stoffen met een erectiestimulerende werking zitten. Van deze stoffen waarvan de veiligheid nooit is onderzocht, waarschuwt het instituut. Het RIVM wijst op de gevaren van het gebruik van illegale erectiemiddelen. Meestal worden deze middelen gebruik zonder begeleiding van arts of apotheker.
Vervalste pillen lijken qua uiterlijk op een van de drie geregistreerde erectiemiddelen (Viagra, Cialis en Levitra) en zijn soms nauwelijks van echt te onderscheiden. Ook de doosjes, doordrukstrips en patiëntenbijsluiters worden steeds nauwkeuriger vervalst.
Namaakpillen lijken daarentegen qua uiterlijk helemaal niet op de echte erectiemiddelen. De kleur en vorm wijken af. De fabrikant doet kennelijk geen moeite meer om ze op de echte middelen te laten lijken. Vaak doet alleen de naam van het middel nog vermoeden dat het dient om een erectie te stimuleren. Wel ogen de middelen professioneel, zowel qua pil als verpakking.
Zwitserse hulp bij zelfdoding ter discussie
10 november 2007
Bron: NRC Handelsblad, naam correspondent niet vrijgegeven.
In Duitsland is verontwaardigd gereageerd op de hulp die twee Duitsers hebben gekregen van de Zwitserse organisatie Dignitas om een einde te maken aan hun leven.
De organisatie, die volledig legaal opereert, hielp de Duitsers in een auto op een parkeerplaats. Verschillende Duitse politici noemden de handelswijze „mensonwaardig”.
Ludwig Minelli, de 75-jarige advocaat die terminaal zieken uit de hele wereld in Zwitserland helpt te sterven, werkte de afgelopen acht jaar jaar vanuit een appartement in Wiedikon, een Zürichse wijk. Maar de huisbaas zegde in juli de huur op omdat buren niet tegen de kisten wilden aankijken.
Minelli huurde daarop elders een flat. Maar acht dagen – en zes geassisteerde zelfdodingen – later werd hij ook daar uitgezet. Toen hielp hij een Poolse sterven in zijn eigen huis, wat hem op een verbod van de burgemeester kwam te staan. Dus toonde Minelli de twee Duitsers deze week hun laatste toevluchtsoord: een gemeentelijke parkeerplaats voor gehandicapten, aan de rand van een bosje.
De Zwitsers hebben over het algemeen begrip voor Ludwig Minelli, zo blijkt uit opiniepeilingen. Bij het werk van Dignitas zijn artsen betrokken. Justitie controleert altijd of patiënten de dodelijke cocktail zélf opdrinken – het moet gaan om zelfdoding, geen doding. In veel landen is hulp bij zelfdoding verboden, om van euthanasie nog te zwijgen. Maar mensen worden ouder, en maken door de medische vooruitgang langere lijdenswegen door. Minelli heeft het druk. In 2005 hielp hij 138 buitenlanders sterven en in 2006 195, onder wie 120 Duitsers.
Minelli’s dorpsgenoten bewaken sinds enige tijd de straten om nieuwe gevallen van „doodstoerisme” te stoppen. Er gaan spookverhalen over kindertrauma’s, door die kisten. Kortom, veel burgers steunen Dignitas, maar alleen zolang die niet in hun achtertuin opereert.
Zwitsers die het hoofd koel houden, zeggen dat er inderdaad maar één oplossing is: dat ziekenhuizen gaan meewerken. Dat doen ze voor terminaal zieke Zwitsers die dood willen. Waarom niet ook buitenlanders opvangen, als ze ervoor willen betalen?
Dit voorstel is door de minister van Justitie afgewezen. Die vindt dat er te veel dingen „overgereguleerd” zijn in dit land – van de wieg tot het graf. Of bijna.
3 november 2007
Beroepsverbod arts is niet te controleren
Bron: De Volkskrant
Verslaggevers Jeroen Trommelen, Ellen de Visser
Patiënten kunnen onmogelijk controleren of hun arts of tandarts een beroepsverbod heeft. De falende controle maakt het voor medici eenvoudiger om ondanks een beroepsverbod door te werken. Dat blijkt uit onderzoek van de Volkskrant.
Uit de Staatscourant valt op te maken dat sinds 2000 ruim dertig zorgverleners uit hun vak zijn gezet, maar het zogeheten BIG-register (Beroepen Individuele Gezondheidszorg) biedt daarover geen informatie. Hoeveel medici het beroepsverbod negeren, is daardoor niet te achterhalen.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg zegt dat patiënten zelf moeten controleren of hun zorgverlener bevoegd is. Het BIG-register is opgezet om deze controle te vergemakkelijken. Dat blijkt in de praktijk dus niet te werken.
Woordvoerder Adriaan Duivesteijn van het BIG-register zegt dat hij niet op de hoogte was van die lacune. Hij wil snel op zoek naar een oplossing.
Justitie in Haarlem heeft vorige maand op aanwijzing van de Inspectie een tandarts vastgezet, die al jaren onbevoegd werkte. Deze arts, Ben Verlinden, werd in 2001 door het Centraal Tuchtcollege uit zijn vak gezet, maar begon steeds opnieuw. Bij zijn laatste waarnemingspraktijk presenteerde hij de inschrijving uit het register van zijn tweelingbroer, die ook tandarts is.
Justitie in Amsterdam begint binnenkort een rechtszaak tegen de onbevoegde Amsterdamse tandarts Hok Tong Kwee die ervan wordt verdacht de gebitten van tientallen patiënten te hebben geruïneerd. Om die reden werd hij in augustus 2004 uit zijn ambt gezet. Hij zette zijn praktijk echter voort en zijn patiënten wisten van niets. Een aantal van hen heeft met succes schadevergoeding geëist.
Behalve deze twee tandartsen zijn in de afgelopen zeven jaar nog dertig medische beroepsbeoefenaren door tuchtcolleges uit hun ambt gezet.
Van medici met een beroepsverbod worden naam en woonplaats in de Staatscourant gepubliceerd. Ze worden uit het register geschrapt, maar dit wordt niet vermeld in het BIG-register.
Een commissie van hoogleraren uitte vijf jaar geleden al stevige kritiek op het BIG-register. Het zou patiënten onvoldoende beschermen door de moeizame verificatie van gegevens. Volgens Duivesteijn is het zoeksysteem van het BIG-register onlangs vernieuwd. Het vertoont echter hiaten.
november 2007
Gardasil (Producent: Sanofi Pasteur MSD) bijwerkingen vrijgegeven door Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) op aanvraag van Judicial Watch (www.judicialwatch.org).
Judicial Watch bevordert transparantie en integriteit van de overheid. Uit de gegevens van de bijwerkingen bleek dat na vaccinatie met gardasil enkele meisjes zijn overleden en anderen last kregen van verlammingsverschijnselen en epileptie. Juridicial watch vindt het verontrustend dat de regering alle jonge vrouwen met het HPV-vaccin laat inenten.
'Zorgaanbieders gebruiken cliënt als drukmiddel'
26 oktober 2007
Bron: Vraag in Beeld
Frank de Grave van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vindt dat zorgaanbieders deze zomer cliënten hebben gebruikt als drukmiddel om “geld los te peuteren”. “Op die manier druk uitoefenen vind ik schandalig.”
De Grave doet zijn uitspraken in het blad Vraag in Beeld van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF). Volgens de Grave was de timing van de publiciteit niet toevallig: “Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat deze berichten vooral worden geventileerd vanaf eind juli, als de begrotingsdiscussies beginnen.” En dat terwijl de NZa net was gestart met een onderzoek naar de oorzaak van de problemen.
Zorgaanbieders en zorgkantoren stellen juist dat de NZa geen oog heeft voor de knelpunten in de AWBZ en een eigen cijfermatige werkelijkheid creëert. Het conflict met zorgverzekeraar Achmea is zo hoog opgelopen, dat er op 26 oktober een rechtszaak is. Achmea heeft de Staat en de NZa gedaagd en eist afschaffing van het budgettair kader zorg.
Voor de NZa, die ook als taak heeft toezicht te houden op de betaalbaarheid van de zorg, is het lastig grip te houden op de kosten in de AWBZ. “De zorgkantoren hebben een monopoliepositie”, aldus de Grave. “Er zijn nu te weinig prikkels om op de betaalbaarheid te letten.” De AWBZ moet op de schop want ‘het systeem kraakt aan alle kanten’.
26 oktober 2007
Auteur: R. Crommentuyn
Bron(nen): Medisch Contact 1756-1758
Transluminale endoscopische chirurgie nog in de kinderschoenen
Overal ter wereld bekwamen maag, darm-, leverartsen en chirurgen zich in NOTES (natural orifice transluminal endoscopic surgery). Die endoscopische operatietechniek biedt toegang tot de buikholte via de mond, anus of vagina. Nederlandse artsen volgen de ontwikkeling nauwgezet, maar blijven gereserveerd.
De mogelijkheid om via natuurlijke lichaamsopeningen de buikholte te bereiken om daar chirurgische ingrepen te doen, is zo’n tien jaar geleden ontsproten aan het brein van gastro-enterologen Anthony Kalloo en Paul Swain van Johns Hopkins School of Medicine. In een poging om de minimaal-invasieve chirurgie een stap verder te brengen, werd aan hun instituut besloten om haalbaarheidsstudies uit te voeren naar transgastrische operaties. In 2004 publiceerde hun groep voor het eerst over succesvolle transgastrische peritoneoscopieën bij vijftig varkens. Sindsdien is de ontwikkeling van NOTES onstuitbaar. Het aantal publicaties in PubMed over transgastrische, transvaginale of transanale endoscopische ingrepen groeit exponentieel. Cholecystectomieën, appendectomieën, splenectomieën, gastrojejunostomieën. Alles is al gedaan. Op varkens, wel te verstaan.
NOTES biedt potentieel voordelen boven de klassieke open chirurgie en boven de laparoscopische techniek. Doordat er geen openingen in de buikwand gemaakt hoeven te worden, herstelt de patiënt sneller, treden er minder infecties en verklevingen op en is het cosmetische resultaat beter en kunnen er geen littekenbreuken optreden. Dat is althans de hoop en verwachting van de innovatief aangelegde mdl-artsen en chirurgen die zich op de nieuwe techniek hebben gestort. Totté van het Medisch Centrum Leeuwarden is een van hen. Hij behoort tot de kleine groep artsen in Nederland die zijn getraind in het verrichten van NOTES-procedures. Zijn opleiding kreeg hij aan het IRCAD/EITS-instituut van Marescaux in Straatburg. Totté is sinds 1998 zelf aan dat instituut verbonden.
Consensus Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie: de behandeling van kanker met dure medicamenten
De NVMO heeft deze consensustekst over dure geneesmiddelen tijdens de algemene ledenvergadering van 12 oktober j.l. aangenomen. Deze tekst zal iedere drie maanden een update zal krijgen. ( Klik hier voor de volledige tekst)
Samenvatting
De resultaten van de behandeling van kanker verbeteren: de genezingskans neemt toe en patiënten voor wie genezing niet meer mogelijk is, leven steeds langer. Kanker die vroeger snel tot de dood leidde, krijgt nu steeds meer het karakter van een chronische ziekte. De belangrijkste motor van deze vooruitgang zijn nieuwe medicamenten tegen kanker. In de eerste plaats is dit een wenselijke ontwikkeling, maar de keerzijde is dat veel van de nieuwere medicamenten duur zijn en daardoor een groot beslag leggen op de middelen van ziekenhuizen en van de gezondheidszorg in het algemeen.
Onder Nederlandse oncologen bestaat overeenstemming dat medicamenten die genezing waarschijnlijker maken of levensverlenging en verbetering van de levenskwaliteit tot gevolg hebben, beschikbaar moeten zijn voor hun patiënten. Tegelijk moet echter onnodig gebruik van nieuwe, dure medicamenten worden vermeden wanneer oudere, goedkopere middelen een evengoed effect kunnen hebben: ‘Goedkoop als het goedkoop kan, duur als het moet’. De beroepsgroep heeft daartoe dit document vervaardigd en de tekst van de eerste versie tijdens de algemene ledenvergadering van de NVMO(Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie) als consensus vastgesteld.
Wensen zorgconsument in beeld
22 oktober 2007
Bron: Casemanagement Groep
De resultaten van de eerste Trendwatch Zorgconsument, in opdracht van Casemanagement Groep uitgevoerd door Motivaction, geven aanleiding om de dialoog met de klant verder aan te gaan. De Trendwatch laat zien dat mensen die verwezen worden naar een ziekenhuis zich eerst afvragen of de behandeling door hun verzekeraar wordt vergoed. Vervolgens zoeken zij een ziekenhuis dat dicht bij huis is.
Duidelijk wordt dat de dominante keuzeargumenten van de klant geld en afstand zijn. Er zijn wel verschillen waarneembaar. Bij verpleeghuiszorg speelt bijvoorbeeld geld minder een rol en vindt de familie het belangrijk dat het dichtbij is en de bezoektijden zo ruim mogelijk zijn. Er zijn ook regionale verschillen te zien en jongeren en ouderen maken ook andere keuzes. Ouderen zijn bijvoorbeeld bereid verder te reizen.
Als de wens van de klant bekend is, kan de zorg daarop ingericht worden. Tevens kan de zorgverlener uitleggen waarom zij bepaalde keuzes maakt. Klant en zorgverlener komen met elkaar in contact en beide posities versterken zich.
De Trendwatch Zorgconsument is onderdeel van het Nederlands Zorgconsumenten Panel (NZP) en geeft inzicht in de ontwikkeling van keuzes, de behoeftes en de zorgconsumptie van de Nederlandse zorgconsument. Samen met een digitaal panel dat voor diverse vragen over de gezondheidszorg te benaderen is, representeert het NZP de Nederlandse Zorgconsument. Voor de kwalitatieve onderbouwing en het vormgeven van de dialoog met de zorgconsument voert de Casemanagement Groep al enige jaren het programma ‘Het start bij de vraag’,
waarbij de klant persoonlijk wordt benaderd.
De Casemanagement Groep (CG) richt zich op de professionalisering van vraaggestuurde processen.
Jaarlijks 540 doden door pijnstillers
Bron: ANP, 18 oktober 2007
Door langdurig gebruik van pijnstillers overlijden in Nederland jaarlijks 540 mensen. Het gaat om ontstekingsremmers als diclofenac en ibuprofen. Tot die conclusie komt reumatoloog Harald Vonkeman van Medisch Spectrum Twente in zijn proefschrift aan de Universiteit Twente.
|
Onderzoekers van de Universiteit Twente en Medisch Spectrum Twente in Enschede hebben de afgelopen twee jaar bij 52.000 gebruikers van ontstekingsremmende pijnstillers gekeken naar het risico op ernstige maagbloedingen. In Nederland krijgen jaarlijks 5100 van hen (bijna 1%) een ernstige maagbloeding. Van deze groep overlijden er 540, meldt Medisch Spectrum Twente vandaag.
De onderzoekers vinden het opvallend dat slechts de helft van de patiënten met een sterk verhoogd risico maagzuurremmers krijgt voorgeschreven, terwijl twee op de drie maagbloedingen is te voorkomen door gelijktijdig gebruik van deze maagzuurremmers.
Verder blijkt dat 7 procent van de patiënten meer pijnstillers slikt dan de door de dokter voorgeschreven maximale hoeveelheid. Bovendien slikt 17 procent van de gebruikers gelijktijdig meerdere soorten ontstekingsremmers, terwijl dat de kans op maagbloedingen sterk vergroot. ‘Hierin valt dus nog veel te verbeteren’, aldus Vonkeman.
Bron: Medisch Contact 18 oktober 2007
|
Opsporing van hartaandoeningen
Het tijdig opsporen van hartaandoeningen is cruciaal, zeker tegen de achtergrond van een vergrijzende samenleving. In Zuidoost-Limburg kunnen huisartsen echocardiogrammen laten maken van patiënten met dyspnoe, cardiaal geruis of perifeer oedeem. Voordelen zijn snellere diagnoses en minder verwijzingen.
Klachten over communicatie
Klachten over communicatie scoren in veel ziekenhuizen erg hoog. Het beoordelen van communicatie met collega’s en met patiënten binnen een vakgroep gebeurt in het Amersfoortse Meander Medisch Centrum anders dan in andere ziekenhuizen. Niet de individuen maar de vakgroep in z’n geheel wordt beoordeeld. Dat blijkt veel effectiever.
Met een groep patienten naar een doktersteam
bron: NIVEL, 16 oktober 2007
Het houden van gezamenlijke medische consulten maakt het mogelijk om kwalitatief goede en tijdige zorg te verlenen. Daarnaast wordt het werk er voor betrokkenen vaak leuker op. Dit concept is vanuit de VS in Nederland geïntroduceerd. Er is al tweemaal een project rond dit onderwerp georganiseerd. In 2008 zal er een versie van GMC starten, waarbij het NIVEL de effectiviteit ervan gaat onderzoeken.
Patiënten die niet meer alleen, maar met een groepje van vijftien tegelijk naar de dokter gaan… Heeft zo’n gezamenlijk medisch consult meerwaarde? Het NIVEL en CBO zoeken het uit.
|
 |
 |
In een gezamenlijk medisch consult ziet de huisarts of medisch specialist tien tot vijftien patiënten tegelijkertijd. Het lijkt vooral geschikt voor patiënten met dezelfde aandoening. De arts bespreekt met deze patiënten één voor één het ziekteverloop en beantwoordt vragen. De andere patiënten kunnen hiervan leren en zonodig tips geven of vragen stellen. Op dit moment hebben 21 teams van medisch specialisten deze nieuwe zorgvorm al in hun eigen praktijk doorgevoerd. Zijzelf en hun patiënten zijn hierover overwegend positief. Om het concept van gezamenlijke medische consulten grootschalig te kunnen implementeren, is een wetenschappelijke evaluatie met patiënten en zorgverleners een vereiste. Deze evaluatie zal door het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) en Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO worden uitgevoerd binnen het project ‘Samen naar de dokter’. Het Innovatiefonds Zorgverzekeraars subsidieert het project.
In de Verenigde Staten wordt al langer gewerkt met gezamenlijke medische consulten. Het lijkt aannemelijk dat de aanwezigheid van andere patiënten minder mondige patiënten kan helpen hun verhaal te doen, of dat zij relevante informatie kunnen oppikken uit het verhaal van anderen. In een gezamenlijk consult is er meer tijd voor toelichting, voor informatie over de effecten van de ziekte, over de invloed van het eigen gedrag en het maatschappelijk functioneren met een ziekte. De interactie met andere patiënten leidt wellicht tot het ‘makkelijker’ omgaan met de beperkingen door de ziekte en zo tot een vermindering van de ziektelast.
Bij de implementatie van het gezamenlijk medisch consult staan de volgende doelen centraal:
- verbeteren van de voorlichting en tevredenheid van patiënten;
- bevorderen van het werkplezier van de zorgverleners;
- verhogen van de productiviteit van het spreekuur.
Tegelijkertijd doet het NIVEL een wetenschappelijke evaluatie om inzicht te krijgen in de meerwaarde van het gezamenlijk medisch consult ten opzichte van individuele consulten. Er wordt onder meer gekeken naar: emotionele belasting van patiënten, tevredenheid, in hoeverre patiënten geïnformeerd zijn, naar therapietrouw en medische consumptie.
Huisartsen en medisch specialisten kunnen zich nu voor het project ‘Samen naar de dokter’ aanmelden. Het project begint in februari 2008 en loopt door tot juni 2009.
|
Extra ondersteuning voor mantelzorgers
Bron(nen): Ministerie van VWS
Om het werk van mantelzorgers te verlichten, gaat staatssecretaris Bussemaker afspraken maken met gemeenten voor extra ondersteuning.
Mantelzorgers (mensen die voor hun zieke familieleden of vrienden zorgen) kunnen vanaf volgend jaar bij hun gemeente terecht voor:
 inspraak en advies;
 deskundigheidsbevordering (o.a. cursussen en trainingen);
 praktische hulp;
 een makelaarsfunctie (koppelt potentiële vrijwilligers aan klussen die voldoen aan hun wensen).
Dat staat in de Beleidsbrief Mantelzorg en Vrijwilligerswerk 2008-2011 die de staatssecretaris vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Hierin geeft zij aan hoe het kabinet de komende jaren de inzet van mantelzorgers en vrijwilligers wil stimuleren.
Maatwerk
Uiteindelijk moeten gemeenten zorgen voor individueel maatwerk, bijvoorbeeld rondom ‘regeltaken’. Het gaat hierbij om het aanvragen van indicaties of hulpmiddelen of om het vinden van passende oplossingen voor problemen bij het combineren van arbeid en zorg.
Sociaal kapitaal
Vorig jaar hielpen 1,4 miljoen Nederlanders zieke of gehandicapte familieleden of vrienden. Bussemaker geeft aan veel belang te hechten aan deze vorm van zorg. 'De actieve betrokkenheid van burgers is het sociale kapitaal van ons land. Hun betrokkenheid is een zaak van ons allen.’
Te weinig capaciteit voor zorg bij borstkanker
Vrouwen met borstkanker kunnen in Nederland vaak niet de operatie krijgen die zij willen en die voor hen het beste resultaat zou geven. Voor operaties waarbij met eigen weefsel een nieuwe borst wordt gemaakt is de wachttijd minimaal anderhalf jaar. Ook voor acute operaties waarbij zo veel mogelijk huid wordt gespaard is er te weinig capaciteit. Dat zeggen artsen van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam, het UMC in Utrecht en het Erasmus MC in Rotterdam.
NRC Handelsblad, 1 oktober 2007
Door redacteur Jannetje Koelewijn
Vandaag begint de internationale borstkankermaand, georganiseerd door Pink Ribbon, een organisatie die aandacht vraagt voor borstkanker. In Nederland wordt elk jaar bij 12.000 vrouwen, onder wie 3.000 jonger dan 50 jaar, borstkanker vastgesteld. Eén op de twintig vrouwen in Nederland overlijdt aan de ziekte.
Hester Oldenburg, oncologisch chirurg in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis, zegt dat ze „gefrustreerd” is door het grote aantal vrouwen dat ze moet verwijzen naar ziekenhuizen waar de chirurgen niet gespecialiseerd zijn in borstkankeroperaties. „Die vrouwen worden vaak minder goed geholpen dan mogelijk is”, zegt ze. „En ze hebben geen keuzevrijheid.”
Veel vrouwen krijgt ze niet eens te zien, zegt ze. Vrouwen die zich voor het eerst bij het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis melden, worden alleen geholpen als er binnen twee weken plaats is voor een afspraak. Een woordvoerder van het ziekenhuis zegt dat er dagelijks vrouwen ‘bij de poort’ worden afgewezen. De wachttijd voor borstoperaties zonder reconstructie is zes tot acht weken.
Elsken van der Wall, hoogleraar interne geneeskunde in het UMC Utrecht, zegt dat reconstruerende borstoperaties vaak lang duren en dat daarvoor vaak geen operatiekamers beschikbaar zijn. Tegelijkertijd ziet ze de vraag naar deze operatie toenemen, doordat vrouwen steeds beter op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Irene Mathijssen, plastisch chirurg in het Erasmuc MC, zegt dat in haar ziekenhuis de wachtlijst voor reconstruerende borstoperaties sinds april gesloten is. „Het heeft geen zin om vrouwen de illusie te geven dat ze geholpen zullen worden als dat de komende twee jaar toch niet kan.”
Hester Oldenburg van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis vindt dat de overheid zou moeten kijken in welke ziekenhuizen de meeste ervaring is met ingewikkelde borstoperaties. „Die zouden meer geld moeten krijgen.” Gespecialiseerde ziekenhuizen worden nu beperkt, zegt ze. En ziekenhuizen met minder ervaring kunnen doorgaan.
Zieke partner belast vrouwen meer dan mannen
WAGENINGEN (ANP) - Een zieke partner, die bepaalde dingen zelf niet meer kan, belast vrouwen zwaarder dan mannen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Wageningen Universiteit onder 1100 levenspartners van chronisch zieken.
Volgens onderzoekster Arianne Baanders krijgen mannen met een chronisch zieke vrouw eerder hulp aangeboden. Ze vragen er ook eerder om. Vrouwen die voor hun man zorgen moeten vaker stoppen met werken. Ook loopt hun sociale leven meer schade op, aldus de sociologe.
Ziekenhuizen maken een kwart minder winst
Bron: NRC Handelsblad 14 september 2007
redacteur Esther Rosenberg
De financiële positie van Nederlandse ziekenhuizen is vorig jaar sterk verslechterd.
De ziekenhuizen moesten meer betalen voor medische hulpmiddelen, kregen er minder geld bij van de overheid en investeerden meer in verbouwingen en betere maaltijden om patiënten naar zich toe te trekken.
Nederlandse ziekenhuizen maakten vorig jaar een kwart minder winst, van 170 miljoen euro in 2005 naar 130 miljoen euro vorig jaar. Die winst is bovendien kunstmatig hoog, omdat verzekeraars ziekenhuizen bij de invoering van een nieuw zorgstelsel meer geld hebben voorgeschoten dan in andere jaren. Na correctie is de winst nog 90 miljoen euro, ofwel 0,6 procent van de omzet.
Dit blijkt uit een rapportage van strategisch adviesbureau Gupta Strategists, dat de financiële, operationele en marktprestaties van alle Nederlandse ziekenhuizen onderzocht. De onderzoekers noemen de financiële positie van de sector „alarmerend”.
Het verschil tussen goed en minder goed presterende ziekenhuizen is bovendien groter geworden. Met name grote ziekenhuizen in grote steden presteerden slechter dan een jaar eerder. Ze zijn in winstgevendheid achteruit gegaan, hadden de laagste winsten én het laagste eigen vermogen als buffer.
Alleen universitaire ziekenhuizen hebben vorig jaar hun winstgevendheid weten te verbeteren.
Zeventien ziekenhuizen zitten volgens het adviesbureau in de financiële gevarenzone. Ziekenhuizen waarvan bekend is dat ze in de financiële problemen zitten, zijn onder meer de IJsselmeerziekenhuizen met vestigingen in Lelystad en Emmeloord, het Amphia ziekenhuis in Breda en Oosterhout, en het Vlietlandziekenhuis in Schiedam, Vlaardingen en Maassluis.
Door de toenemende verschillen zou de druk op kwetsbare ziekenhuizen om te fuseren groter worden.
Bij het ministerie van Volksgezondheid zijn „nog geen getallen bekend over 2006”, zegt een woordvoerder. Het ministerie wil daarom nog geen reactie geven.
Inspectie onderzoekt kalmeren ouderen
11 september 2007
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) zal deze maanden controleren op het gebruik van dwangmedicatie bij verpleeghuizen. Uit diverse onderzoeken blijkt dat in de brede sector kalmerende middelen en vastzetten gemeengoed zijn om de rust op afdelingen te bewaren. Ouderen met verstorend gedrag kalmerende medicatie geven mag alleen onder strikte voorwaarden.
Grote Zeeuwse instelling voor verpleegzorg SVRZ onderzoekt of zonder fixatie van vaak verwarde, agressieve en broze patiënten gewerkt kan worden in hun centra. Medicatie is soms nodig, maar zo kort en licht mogelijk, stelt directeur R. Heijboer in de Provinciale Zeeuwse Courant.
Tot nu heeft IGZ weinig zicht op het toepassen van vrijheidsbeperking in verpleeghuizen. De dienst denkt dat dwang veel vaker wordt toegepast dan gemeld. IGZ kreeg vorig jaar slechts 177 meldingen van dwangmedicatie binnen. Dit jaar werden vooralsnog 94 meldingen gedaan.
Bijna drie op de vier ouderen in verpleeghuizen krijgen 'sufmakers', constateerde hoogleraar Verpleeghuiskunde Raymond Koopmans van het Universitair Medisch Centrum begin dit jaar.
Vrijheidbeperking
Vakorganisatie Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (VVNV) maakte in maart dit jaar openbaar dat ruim 80 procent van het personeel in de verpleeghuissector wekelijks ouderen in hun vrijheid beperkt.
Heijboer in de PZC: "We zijn terughoudend met medicatie, zeker met langdurig gebruik. Het slaat harder aan bij oude mensen. Er is soms wel wat nodig, maar iemand een half uur laten rusten kan ook helpen. Wij merken dat door de rust in kleinschalige woningen minder medicatie en dwang nodig is dan op afdelingen. Zes dementerenden storen elkaar minder dan vijftien." (PZC)
Stichting de Ombudsman opent meldpunt medische missers
Uitgegeven: 10 september 2007 15:53
HILVERSUM - Stichting De Ombudsman begint een onderzoek naar de afhandeling van schadeclaims en klachten na een vermijdbare medische fout.
Slachtoffers van medische missers kunnen meewerken aan het onderzoek door op www.deombudsman.nl een enquête in te vullen.
Stichting De Ombudsman start een onderzoek naar de afhandeling van schadeclaims en klachten na een vermijdbare medische fout. Slachtoffers van medische missers kunnen meewerken aan het onderzoek door online een enquête in te vullen. Zij kunnen ook bellen naar het Meldpunt Medische Missers van De Ombudsman: 035 6 722 777. In de uitzending van 10 september besteedt TROS Radar aandacht aan dit onderwerp.
De letselschaderegeling na medische fouten laat nog veel te wensen over. Al te vaak is het indienen van een klacht of schadeclaim het begin van een slopende en kostbare strijd over de schuldvraag. Het komt zelfs voor dat de patiënt zijn eigen schadeclaim niet overleeft. De schaderegeling na een medische fout is het stiefkindje van de letselschadebranche. Met het onderzoek gaat De Ombudsman alle knelpunten in kaart brengen.
Medische wereld negeert gedragscode
De Ombudsman heeft een jarenlange ervaring met het onderzoeken van letselschadedossiers. In 2003 bracht De Ombudsman een kritisch onderzoeksrapport naar buiten over de letselschaderegeling bij met name verkeersongevallen en ongelukken op de werkplek. Dit rapport is een aanjager geweest voor een kwaliteitsverbetering in de letselschadebranche. Onder meer is er een 'Gedragscode behandeling letselschade' tot stand gekomen. Een aantal grote verzekeraars van medische aansprakelijkheid heeft deze gedragscode niet ondertekend.
Aanvullend op de enquête wordt dossieronderzoek verricht. In het voorjaar van 2008 worden de resultaten naar buiten gebracht. Op basis van het onderzoek zal De Ombudsman aanbevelingen doen voor structurele verbetering van de afhandeling van schadeclaims en klachten in de medische wereld.
Artsen willen geen straf na erkende fout
NRC Handelsblad, redacteur Esther Rosenberg
Rotterdam, 7 sept 2007.
Het moet tuchtrechters mogelijk worden gemaakt een klacht van een patiënt gegrond te verklaren, zonder de aangeklaagde arts te bestraffen.
Artsenorganisatie KNMG adviseert dat aan minister Klink van Volksgezondheid, die dit najaar het medisch tuchtrecht wil gaan moderniseren.
Klachten van patiënten worden vaak ongegrond verklaard. Slechts in 15 tot 20 procent van de 1.300 tuchtzaken per jaar, wordt een patiënt in het gelijk gesteld. In een aantal gevallen acht de tuchtrechter de fout van de arts te gering voor een maatregel en wijst de klacht dan af.
Door het wettelijk mogelijk te maken dat de tuchtrechter bij lichte vergrijpen een patiënt in het gelijk stelt, maar de arts daarvoor zelfs geen waarschuwing krijgt, kunnen meer klachten van patiënten gegrond worden verklaard, is de redenering. Uit onderzoek blijkt dat patiënten vooral willen dat hun klacht wordt erkend.
Minister Klink liet deze zomer in een brief aan beroepsorganisaties in de zorg – waarin hij om hun standpunt vroeg – weten geen voorstander van dit idee te zijn. Hij verwijst in die brief naar een rapport van de commissie Huls eind vorig jaar, over modernisering van al het tuchtrecht: „Het rapport Huls stelt zich op het standpunt dat de waarschuwing als lichtste maatregel volstaat: op gegronde klachten zou altijd een sanctie moeten volgen. Daar is veel voor te zeggen [...].”
Volgens hoogleraar gezondheidsrecht en jurist van de KNMG Johan Legemaate zijn de adviezen van de commissie Huls niet allemaal geschikt voor de zorg. „Patiënten zijn kwetsbaarder dan cliënten van bijvoorbeeld een accountant.”
Tuchtrechters pleiten er al jaren voor patiënten in het gelijk te stellen zonder de arts daarvoor te bestraffen. Hoewel het niet mag, heeft het Centraal College voor de Gezondheidszorg dit vorig jaar zeven keer toegepast. In een vraaggesprek in NRC Handelsblad in juni zei voorzitter Torrenga van het college: „We hopen dat de wetgever door deze rebellie begrijpt dat de wet moet veranderen.”
Tijdens een KNMG-congres aanstaande donderdag worden de tuchtrechtplannen aan de beroepsgroepen in de zorg voorgelegd.
KNO-artsen onderzoeken schadeclaims
Publicatie: Nr. 33/34 - 17 augustus 2007
Bron: Medisch Contact
Betere voorlichting aan patiënten kan het aantal schadeclaims omlaag brengen. Dat valt af te leiden uit een analyse in het Nederlands Tijdschrift voor KNO-heelkunde.
Van de claims die tussen 1993 en 2006 werden ingediend bij verzekeraar MediRisk, hadden er 315 betrekking op kno-artsen. Daarmee staat de kno-heelkunde nog net in de top 10 van meest risicovolle specialismen.
Algemene chirurgie (2738 claims) staat op nummer één, gevolgd door orthopedische chirurgie (1230), gynaecologie (1085), anesthesiologie (705), oogheelkunde (518), radiologie (382), kaakchirurgie (365), interne geneeskunde (333) en plastische chirurgie (321). De cijfers komen uit een intern dossieronderzoek van schadeclaims tegen medisch specialisten, waarvan die over kno-artsen nu zijn uitgelicht.
Driekwart van de claims over kno-artsen heeft betrekking op het medisch-technisch handelen, waarbij het meestal gaat om onzorgvuldig uitgevoerde operaties en onjuist verrichte scopieën, soms met gebitsletsels als gevolg. Vaak ook is de patiënt onvoldoende geïnformeerd, waardoor het resultaat van een operatie tegenvalt.
‘Meer aandacht voor communicatie en voorlichting van de patiënt is noodzakelijk, evenals verbetering van de documentatie en verslaglegging’, concluderen de schrijvers van de analyse, kno-arts P. Olde Kalter en MediRisk beleidsmedewerker A. Hamersma.
De auteurs kunnen niet zeggen of het aantal claims al dan niet is toegenomen, omdat nog niet alle claims over de laatste jaren bekend en gemeld zijn. Veel claims worden pas ingediend jaren nadat de schade is ontstaan. ‘Ongeveer 40 procent van de incidenten wordt gemeld in hetzelfde jaar waarin deze zich voordeden’, schrijven Olde Kalter en Hamersma. ‘Tot vijf jaar na het bekend worden met de schade kan de veroorzaker daarvan nog aansprakelijk worden gesteld.
29 augustus 2007
Babyvoeding in ziekenhuizen niet in de haak
(Novum) -Bron: Trouw
Baby's lopen in ziekenhuizen onacceptabele risico's. Vier op de tien ziekenhuizen maken zuigelingenvoeding niet klaar volgens de richtlijnen. Soms zitten er te veel bacteriën in babyvoeding. Dat blijkt uit onderzoek van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). De VWA en de Inspectie voor de Gezondheidszorg dringen bij ziekenhuizen aan op verbetering.
Vooral de afdelingskeukens waar de babyvoeding wordt klaargemaakt bleken niet in de haak. De VWA stelde vast dat werkbladen, flesjes en spenen onvoldoende worden gereinigd, persoonlijke hygiëne tekortschiet en bereide voeding te lang of te warm wordt bewaard.
Veertig procent van de keukens overtreedt de schoonmaak- en desinfectievoorschriften.
Het VWA-onderzoek maakt deel uit van het jaarplan 2006 van de rijksinspecties voor ziekenhuizen. De VWA bezocht vorig jaar 154 ziekenhuizen. Hier werden 314 inspecties uitgevoerd in centrale en afdelingskeukens. Bij 45 van de bezochte ziekenhuizen zijn in totaal 67 inspectiemaatregelen genomen naar aanleiding van geconstateerde tekortkomingen, vooral bij de centrale keukens.
In het najaar inspecteert de VWA de afdelingskeukens waar zuigelingenvoeding wordt klaargemaakt en centrale keukens opnieuw.
Stijging medicijngebruik
De Nederlander besteedt 6% meer aan geneesmiddelen In 2006 is de omzet aan farmaceutische hulp van de gemiddelde openbare apotheek met € 83.000 gestegen tot € 2.384.000. Deze stijging wordt veroorzaakt door een hogere geneesmiddelenconsumptie en door een toename van het aandeel dure geneesmiddelen. Per Nederlander is € 286 besteed aan geneesmiddelen in het basispakket
Bron: NOS Journaal 28 augustus 2007
Gerechtshof bepaalt dat ziekenhuis moet betalen wegens ongewenste zwangerschap
Een ziekenhuis in Capelle aan den IJssel moet meebetalen aan de opvoeding van een tweeling die inmiddels 13 jaar oud is. Dat heeft het gerechtshof in Den Haag bepaald.
De zaak was aangespannen door de moeder van de tweeling. Ze claimde verkeerd te zijn voorgelicht over haar vruchtbaarheid.
De vrouw werd zwanger, hoewel een gynaecoloog van het IJsselland Ziekenhuis haar had verzekerd dat ze geen kinderen meer kon krijgen. Toen ze de tweeling kreeg, had ze al drie kinderen.
Volgens letselschade-advocaat Rouwhorst bezocht de vrouw - toen 37 jaar oud - vanwege menstruatieklachten een specialist. "Na onderzoek werd verteld dat ze eigenlijk de leeftijd van een vrouw tussen de 50 en 60 jaar had en dat ze te maken had met overgangsperikelen."
"Ze hoefde zich geen zorgen te maken over een eventuele zwangerschap. Maar na verloop van tijd bleek ze toch zwanger te zijn", aldus Rouwhorst.
Schadevergoeding
De rechter heeft nu bepaald dat de vrouw een schadevergoeding krijgt. De hoogte van het bedrag moet nog worden vastgesteld. De moeder claimt 400.000 euro.
Het hof bevestigde met het vonnis de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Volgens Rouwhorst is het geld niet alleen nodig voor de opvoeding van de tweeling maar ook voor huisvesting. "Het gezin heeft destijds een andere woning moeten kopen." Daarnaast heeft ze haar baan moeten opzeggen om voor de vijf kinderen te zorgen.
De vrouw verwijt het ziekenhuis onder meer dat het geen schuld erkent.
Dossier
Het ziekenhuis en de gynaecoloog zeggen dat ze de moeder wel hebben gewaarschuwd dat ze nog zwanger kon worden. Maar volgens de rechter blijkt uit het dossier het tegendeel.
Ook verwierp het hof het argument van het ziekenhuis dat er geen schade was ontstaan als de vrouw destijds een abortus had ondergaan.
Ziekenhuizen zijn eerder al veroordeeld tot schadevergoedingen bij mislukte sterilisaties. Dit is de eerste keer dat een schadevergoeding is toegekend voor de geboorte van een kind na het geven van een verkeerd advies over anticonceptie.
Google biedt patiënt eigen dossier
Uitgegeven: 24 augustus 2007 18:27
bron: www.nu.nl
AMSTERDAM - Het duurt waarschijnlijk niet lang meer voordat iedereen zijn eigen medische gegevens op internet kan bijhouden. De programmeurs van zoekmachinebedrijf Google leggen de laatste hand aan een nieuwe, maar zeer omstreden dienst: Google Health.
Op basis van de ingevoerde gegevens kan Google vervolgens gezondheidsgidsen samenstellen. Deze bieden persoonlijke advies over medicijngebruik, behandelingen en ziektepreventie. Google is ervan overtuigd dat op deze manier de patiënt regisseur wordt van zijn of haar gezondheid, in plaats van een arts.
Dat laatste roept veel weerstand op. "Ik snap dat specialisten huiverig zijn. Hun expertise komt op straat te liggen. Dat betekent dat ze zich vaker moeten verantwoorden, en dat willen ze liever niet," zegt medisch socioloog Hilke Robijn.
20 augustus 2007
Journaliste Larisa Arap vrijgelaten uit psychiatrische inrichting
Bron: DePers.nl
De Russische activiste van het Verenigd Burgerfront van schaakgrootmeester Gary Kasparov is maandag na een 46 dagen durend gedwongen verblijf in een psychiatrische kliniek vrijgelaten. Dat heeft een woordvoerster van Kasparovs partij gezegd.
Larisa Arap werd vrijgelaten uit een inrichting in de stad Apatity, ongeveer driehonderd kilometer van Moermansk. Ze mocht de kliniek verlaten, nadat mensenrechtenombudsman Vladimir Loekin haar geval had onderzocht en geen reden voor dwangverpleging had gevonden. In een telefoongesprek met een woordvoerster van het Verenigd Burgerfront in Moermansk zei Arap dat ze tegen haar wil was vastgehouden in de kliniek en dat ze met drugs was geïnjecteerd.
De 48-jarige Larisa Arap, lid van de afdeling Moermansk van het Burgerfront, werd op 5 juli tegen haar wil door de politie in een ambulance meegenomen en in een gesloten psychiatrische inrichting geplaatst. Volgens medestanders was haar opname een wraakactie van een arts in Moermansk. Die had haar herkend als de auteur van een artikel over kindermisbruik in een plaatselijk psychiatrisch ziekenhuis.
De zaak van Arap heeft veel belangstelling getrokken van mensenrechtenactivisten. Tijdens het sovjettijdperk werden dissidenten geregeld in gesloten psychiatrische klinieken opgesloten
Voor het zogeheten Commitee to Protect Journalists (CPJ) - een onafhankelijke nonprofit organisatie die wereldwijd opkomt voor de persvrijheid - was dat reden een brief naar president Poetin te sturen waarin de organisatie vroeg om zijn persoonlijke interventie. En dat is kennelijk gebeurd, zo verklaart het CPJ
Joel Simon, directur van het CPJ heeft de Russische autoriteiten laten weten dat de organisatie een grondig onderzoek wenst naar de dubieuze praktijken in het ziekenhuis. De verantwoordelijken moeten voor de rechter verschijnen, aldus Simon.
Volkskrant 29 juli 2007
Russische journaliste weggestopt in psychiatrisch ziekenhuis
Lid oppositiegroepering Kasparov afgevoerd naar kliniek
AP
MOSKOU - Een lid van het Verenigd Burgerfront, de oppositiegroepering van de Russische schaakgrootmeester en oppositieleider Garri Kasparov, is tegen haar wil in een psychiatrische kliniek gestopt.
De 48-jarige Larisa Arap, lid van de afdeling van het Verenigd Burgerfront in de noordelijke havenstad Moermansk, werd op 5 juli door de politie van huis gehaald en per ambulance naar een psychiatrische kliniek afgevoerd. Dit heeft haar dochter Taisija zondag bekendgemaakt.
Larisa Arap had zich bij een plaatselijke arts gemeld om een bewijs van geestelijke gezondheid te verkrijgen dat zij nodig had om haar rijbewijs te verlengen. De dokter herkende haar naam echter als die van de schrijfster van een artikel in een oppositiekrant waarin de praktijken van een plaatselijk psychiatrisch ziekenhuis werden gehekeld. Deze dokter kwam, vergezeld van de politie, Larisa Arap op 5 juli ophalen, aldus Taisija Arap.
Taisija Arap probeert via de rechter voor elkaar te krijgen dat haar moeders detentie wordt opgeheven, maar zegt tegelijkertijd bang te zijn dat zal worden besloten Larisa Arap over te plaatsen naar een psychiatrisch ziekenhuis, waar de omstandigheden nog veel beroerder zijn dan in de kliniek.
13-08-2007
Psycholoog in basispakket
Bezoek aan de psycholoog wordt volgend jaar opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering.
Maximaal acht consulten worden vergoed, maar de patiënt moet per keer zelf wel tien euro betalen. Dat heeft het ministerie van Volksgezondheid besloten. Reden is dat de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg per 1 januari niet langer onder de AWBZ valt, maar onder de Zorgverzekeringswet. Deze overheveling moet de zorg betaalbaar houden, laat het ministerie weten.
13 augustus 2007
Preventieve medicatie helpt ouderen niet
Ouderen krijgen vaak medicijnen als statines voorgeschreven om te voorkomen dat ze hartproblemen krijgen. Maar in de plaats van langer te leven, overlijden patiënten alsnog, maar dan aan dementie of kanker.
Britse onderzoekers concluderen dat er onder ouderen die statines gebruiken de sterftecijfers niet lager zijn dan onder leeftijdsgenoten. Statines zijn medicijnen die de kans op een hartaanval verkleinen. Maar in plaats dat gebruikers overlijden aan hart- en vaatziekten, hebben ze meer kans om te overlijden aan kanker of dementie.
De dokters in Groot-Brittannië vinden dat zulke medicijnen niet op hoge leeftijd voorgeschreven zouden moeten worden. "Je gaat nou eenmaal ergens aan dood.", laat huisarts Iona Heath uit Londen de BBC weten. Veel mensen zijn bang voor kanker, vanwege de pijn en vinden dementie mensonterend. " Je zou senioren op hoge leeftijd moeten waarschuwen dat ze door statines meer kans hebben op kanker of dementie. Dan zouden mensen anders reageren."
bron: Gezondheidsnet.nl
 Vlam in buik patiënte op operatietafel
Uitgegeven: 9 augustus 2007 09:06
MAASTRICHT - Door de verwisseling van kooldioxide en zuurstof is afgelopen vrijdag tijdens de operatie van een bejaarde vrouw in het academisch ziekenhuis Maastricht (azM) een vlam ontstaan in haar buikholte.
Een woordvoerder van het ziekenhuis heeft een bericht daarover in de Limburgse kranten donderdagochtend bevestigd.
Over de exacte verwondingen die de vrouw heeft opgelopen, kon het ziekenhuis donderdag niets zeggen. De patiënte is extra geobserveerd en mocht het ziekenhuis na het weekeinde verlaten. Volgens de woordvoerder is geen sprake van blijvend letsel. Het is onbekend of de vrouw een klacht heeft ingediend.
Bij de kijkoperatie werd de kooldioxide gebruikt om het lichaam te laten bollen zodat de organen vrijer komen te liggen. De kooldioxide slang werd per ongeluk aangesloten op de wandcontactdoos waar zuurstof uit komt.
De vlam is vermoedelijk ontstaan door een vonkje van het elektronische systeem waarmee aders worden dichtgeschroeid, legde de ziekenhuiswoordvoerder uit.
Maatregelen
"Het had absoluut niet mogen gebeuren", was donderdag de reactie van het ziekenhuis. Het azM heeft maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen. Het ongeluk is gemeld aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
De inspectie spreekt van een ernstig en opmerkelijk ongeluk dat gelukkig met een sisser is afgelopen. Volgens een woordvoerder bestaan al jaren landelijke afspraken over verschillende aansluitingen en kleurenslangetjes voor kooldioxide en zuurstof om pijnlijke vergissingen te voorkomen.
Naar aanleiding van het incident is er een rondgang gemaakt langs andere ziekenhuizen. Vergelijkbare gevaarlijke situaties zijn niet aangetroffen.
23 jul 2007
BELANGENORGANISATIES IN DE ZORG KRIJGEN EXTRA GELD
Voor belangenorganisaties van patiënten, gehandicapten en ouderen komt structureel 10 miljoen euro extra beschikbaar. Hiermee willen minister Klink en staatssecretaris Bussemaker de positie van de cliënt in de zorg versterken.
Klink en Bussemaker (VWS) zullen de komende tijd met meer acties komen om de zorggebruiker een evenwichtige rol in het zorgstelsel te geven. Een daarvan is een wetsvoorstel om de positie van de cliënt te versterken.
Met het extra geld versterken zij alvast de positie van de belangenorganisaties. Ook wordt het subsidiesysteem vernieuwd.
De bewindslieden vinden dat de belangenorganisaties een volwaardige gesprekspartner voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars moeten kunnen zijn.
Programma's
Samen met de organisaties worden vier programma's opgezet.
Zo komt er een programma om patiënten meer inspraak te geven bij kwaliteitsverbetering in de zorg. Een ander programma moet de maatschappelijke participatie van gehandicapten, ouderen en ggz-cliënten stimuleren. Ook komt er betere informatie over de rechten en plichten van de zorggebruiker.
De belangenorganisaties kunnen subsidie krijgen voor activiteiten binnen een programma. Naast de programmafinanciering is er een basissubsidie. Het ledenaantal bepaalt onder meer de hoogte hiervan.
Aantal heroperaties na liesbreuk daalt
AD, 24 juli 2007
Door KEES WESSELS
Het aantal patiënten dat na een liesbreukoperatie opnieuw onder het mes moet, is spectaculair gedaald.
Het aantal complicaties is in drie jaar tijd gehalveerd van 9 naar 4,5 procent. Jaarlijks ondergaan circa 30.000 mensen de ingreep. Het is de meest voorkomende operatie.
Dat blijkt een analyse door Mediquest, een onderzoeksbureau in de gezondheidszorg. ,,Uit onze gegevens blijkt dat het openbaar maken van prestaties van ziekenhuizen leidt tot kwaliteitsverbetering en een stimulans is om vernieuwingen in de zorg sneller door te voeren,’’ aldus Jon Schaefer, directeur van Mediquest. Het bureau bekeek de prestaties van alle ziekenhuizen van de afgelopen jaren.
De Inspectie voor de Gezondheidszorg schrijft de betere prestaties grotendeels toe aan het standaard toepassen van de techniek van Lichtenstein, waarbij de wond met een plastic matje wordt gedicht in plaats van met alleen hechtingen. Daardoor ontstaat er minder snel een breuk op dezelfde plek. Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorgbescherming is deze methode, de techniek van Lichtenstein, de reden waarom veel minder patiënten kort na een operatie weer aan een breuk moeten worden geopereerd. In 2005 gaven 77 van de 100 ziekenhuizen aan dat 28.5000 mensen aan een liesbreuk zijn geholpen. Van hen moesten er 2200 (7,7 procent) een heroperatie ondergaan.
In 2004 lag dat aantal nog ruim een procent hoger. Uit een analyse van Mediquest, een onderzoeksbureau in de gezondheidszorg, blijkt dat vorig jaar nog maar 4,5 procent van de geopereerde patiënten terug moest voor complicaties. Een halvering in drie jaar tijd.
Chirurg Peter Go van het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein is een specialist in het dichten van liesbreuken. Go denkt dat de betere prestaties overigens nog een andere oorzaak hebben. Volgens hem is het steeds gebruikelijker dat chirurgen zich gaan specialiseren. ,,In Nieuwegein doen drie van de negen chirurgen de circa 350 liesoperaties per jaar. De expertise neemt toe en dat zie je nu terug in de afname van complicaties".
Zet patiënt niet langer in isoleercel’
Trouw, 18 juli 2007
Niemand meer in de isoleercel, dat doel heeft GGZ- instelling De Gelderse Roos zich voor 2010 gesteld. Op Siependaal in Tiel is dat al bijna gelukt.
Het veelvuldig gebruik van de isoleercel in Nederland is wel in verband gebracht met de zeer beperkte mogelijkheden die de wet tot voor kort bood voor het geven van dwangmedicatie.
Meer mogelijkheden om mensen medicijnen te geven, zou kunnen voorkomen dat mensen in een isoleercel verdwijnen. Dat betoogde onder meer de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie eerder dit jaar in de discussie over de Wet Bijzondere Opnames Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ, die gedwongen opnames in psychiatrische ziekenhuizen regelt.
Psychiater Betty Brouns betwijfelt of het zo simpel ligt. De discussie zou volgens haar veel meer moeten gaan over het verminderen van dwangmaatregelen in het algemeen. Het belangrijkste uitgangspunt is goed contact met de patiënt. Op Siependaal schakelen ze daarvoor, als het mogelijk is, ook familieleden of bekenden van patiënten in. Directeur Jan Rom: „Een imam, een buurman, een tante: soms zijn er mensen die invloed kunnen uitoefenen zodat iemand bijvoorbeeld wel zijn medicijnen wil nemen of zich minder agressief opstelt naar het personeel.”
Beroepsverbod voor psychiater na seksueel misbruik
Uitgegeven: 11 juli 2007 11:43
AMSTERDAM - Een psychiater uit Veenendaal mag zijn beroep niet meer uitvoeren wegens seksueel misbruik van zijn cliënte. Dat heeft het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam dinsdag geoordeeld in een zaak die een patiënte had aangespannen.
Ook wordt de psychiater grove nalatigheid in de behandeling verweten. Dat heeft de advocaat van de cliënte woensdag bekendgemaakt.
Volgens de advocaat is het voor het eerst dat een regionaal medisch tuchtcollege zo'n zware maatregel oplegt aan een psychiater.
'Alles moet draaien om de patiënt'
Door JOB VAN DE SANDE, Algemeen Dagblad
7 juli 2007
DEN HAAG - Patiënten die dwars door het land reizen op zoek naar de beste medisch specialist of het ziekenhuis met de kortste wachtlijst.
Ab Klink, CDA-minister van Volksgezondheid, denkt dat het binnen enkele jaren heel gewoon is. ,,Mensen zijn soms bereid vele kilometers te rijden als ze weten dat ze de beste zorg krijgen. Ik zie dat ook in mijn eigen omgeving. Mijn zus kampt met zenuwpijn als gevolg van diabetes. Zij reist regelmatig vele tientallen kilometers om naar de specialist te gaan die zij het beste vindt.’’
Nu gaan mensen nog vaak naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Begrijpelijk, zegt Klink. ,,Veel patiënten weten niet waar ze de beste zorg kunnen krijgen. Dus gaan ze naar het ziekenhuis in de buurt. Toch denk ik dat veel mensen dolgraag willen weten wie de beste specialisten van Nederland zijn. Dat gaan we de komende jaren beter inzichtelijk maken. En het maakt nogal uit. De kwaliteitsverschillen tussen artsen en ziekenhuizen zijn hier en daar groot. Die informatie mogen we patiënten niet onthouden.’’
Klink geeft toe dat het voor patiënten vaak niet eenvoudig is informatie te vinden over de kwaliteit van de zorg. ,,Daarom ben ik ook blij met bijvoorbeeld de AD Ziekenhuis Top 100. Zelf hebben we de website KiesBeter.nl waarop mensen ziekenhuizen kunnen vergelijken. Die website wordt fors uitgebreid. Binnen vier jaar kunnen mensen voor tachtig verschillende aandoeningen nagaan waar de beste zorg wordt geleverd. Volgend jaar al staat de kwaliteit van alle verpleeghuizen erop. Niet alleen de medische kant. Ook de tevredenheid van patiënten gaan we meten.’’
In de zorg moet alles draaien om de patiënt, vindt Klink. En dat betekent dat de patiënt moet kunnen kiezen. ,,Sinds de invoering van het nieuwe zorgstelsel kan iedereen zijn eigen zorgverzekeraar kiezen. Maar verzekeraars concurreren nu vooral op prijs, met de hoogte van hun premies. De volgende stap moet zijn dat er concurrentie komt op basis van kwaliteit.’’
Klink wil het ‘gaspedaal flink indrukken’. ,,Patiënten en verzekeraars moeten gewoon weten welke arts en welk ziekenhuis goed is, maar ook wie achterblijft’’ Daarom moeten ziekenhuizen meetpunten opstellen waarmee de kwaliteit van behandelingen in kaart wordt gebracht. De Inspectie voor de Gezondheidszorg zit er volgens Klink bovenop om te zorgen dat het eerlijk gebeurt.
Klink verwacht dat zorgverzekeraars slecht presterende ziekenhuizen onder druk zullen zetten om de zorg te verbeteren. ,,En als patiënt kun je nagaan of jouw verzekeraar wel contracten heeft gesloten met de beste ziekenhuizen. Is dat niet zo, dan weet je dat je niet bij die verzekeraar moet zijn.’’
Door de prestaties van artsen en ziekenhuizen op internet te zetten, gaat volgens Klink ook de kwaliteit van de zorg omhoog. ,,Specialisten willen natuurlijk tot de besten behoren. Als je op de ranglijst ergens onderaan bungelt, dan ga je echt je best doen om te stijgen. En een specialist die bovenaan staat wil die positie natuurlijk niet kwijtraken.’’
De patiënt bovenaan plaatsen, betekent volgens Klink ook dat patiënten meer invloed moeten krijgen op de zorg. Hij komt daarom volgend voorjaar met een Zorgconsumentenwet waarin de rechten van patiënten zijn vastgelegd. ,,Het gaat bijvoorbeeld om het recht op goede informatie. Ook ga ik de geschillenregelingen verbeteren. De schadevergoeding die een geschillencommissie kan toekennen is nu maximaal 5000 euro. Dat wordt 25.000 euro. Zo wordt het voor patiënten makkelijker om hun recht te halen. Ze hoeven dan niet meer naar de rechter te stappen.’’
Ook de patiëntenorganisaties kunnen volgend jaar rekenen op meer geld. Klink wil dat ze een ‘derde partij’ worden naast de zorgaanbieders en de verzekeraars. ,,De patiëntenorganisaties kunnen mensen helpen bij het vinden van de beste artsen. Maar ze kunnen zonodig ook een vuist maken. Zo zorgen ze ervoor dat er echt geluisterd wordt naar de wensen van patiënten.’’
Patiënt kan sneller claimen na fout arts
Door JOB VAN DE SANDE, Algemeen Dagblad 6 juli 2007
Voor patiënten die het slachtoffer zijn van medische fouten, wordt het makkelijker een schadeclaim in te dienen.
Dat zegt minister Ab Klink (Volksgezondheid) vandaag in een interview in het AD. De bewindsman wil het klachtrecht aanpassen waardoor geschillencommissies schadeclaims kunnen toekennen van maximaal 25.000 euro. Nu is dat nog maar 5000 euro.
Volgens Klink voorkomt de maatregel dat patiënten veel geld kwijt zijn aan een advocaat als ze een schadeclaim willen indienen. Bovendien zitten in de commissies medische deskundigen die de klagers bijstaan.
Schadevergoedingen voor medische missers bedragen vaak hooguit 25.000 euro. Daarom is de verruiming van het bedrag dat geschillencommissies mogen opleggen volgens Klink genoeg om de meeste claims te kunnen behandelen.
Uit onderzoek is gebleken dat jaarlijks 30.000 patiënten schade oplopen door medische missers. 1735 mensen komen zelfs te overlijden door vermijdbare fouten. Gisteren stuurde Klink een plan naar de Tweede Kamer om het aantal medische missers binnen vijf jaar te halveren.
Samen met artsen en ziekenhuizen heeft Klink een aantal fouten benoemd die als eerste moeten worden aangepakt. Het gaat onder andere om wondinfecties na een operatie, bloedvergiftiging en het toedienen van verkeerde medicijnen. Ook moeten de ziekenhuizen volgend jaar speciale spoedteams oprichten die snel in actie komen als bij patiënten vitale functies wegvallen.
Verder komt er extra aandacht voor oudere patiënten. Zo wil Klink dat artsen en apothekers het medicijngebruik van patiënten boven de 65 jaar zeker een keer per jaar controleren.
In het AD zegt Klink vandaag dat hij op Prinsjesdag extra geld uittrekt voor patiëntenorganisaties. De bewindsman wil op die manier de positie van patiënten versterken tegenover zorgaanbieders en zorgverzekeraars.
Bij behandeling slagaders
Vaatchirurg op non-actief wegens fouten
NRC Handelsblad 10 juli 2007
De Rotterdamse polikliniek De Blaak heeft een van haar vaatchirurgen voorlopig op non-actief gesteld wegens fouten bij een laserbehandeling tegen spataderen bij twee patiënten.
De vaatchirurg had bij de twee patiënten, een vrouw en een man, een 120 centimeter lange metalen draad in hun lichaam achtergelaten, waardoor een levensgevaarlijke situatie ontstond. De twee patiënten hebben na de laserbehandeling door de chirurg een spoedoperatie aan hun hart ondergaan in het Amphia Ziekenhuis in Breda.
De website van De Blaak verwijst nog naar een onderzoeksrapport van de Consumentenbond, dat de polikliniek aanwijst als beste locatie voor de behandeling van spataderen in Zuid-Holland
Maandag 2 juli 2007
Medische beslissing rond levenseinde bekort leven vier dagen
In 43 procent van de sterfgevallen in 2005 nam een arts een medische beslissing rond het levenseinde. Door deze beslissingen werd het leven naar inschatting van de arts met gemiddeld vier dagen bekort.
Vaak pijn- en symptoombestrijding
In 2005 zijn 136 duizend mensen overleden. In 43 procent van deze sterfgevallen nam een arts een medische beslissing rond het levenseinde, blijkt uit onderzoek. Vaak ging het hierbij om pijn- en symptoombestrijding (bijna 60 procent). Een arts kan ook beslissen om een patiënt niet te behandelen of een reeds in gang gezette behandeling te staken. Dit kwam in bijna 40 procent van de gevallen voor.
Middelen voorschrijven of toedienen met het uitdrukkelijke doel het leven te bekorten, kwam veel minder vaak voor (5 procent). Hieronder vallen euthanasie en hulp bij zelfdoding.
Honden tegen drugsdealers op instellingsterrein
20 juni 2007
GGZ Westelijk Noord-Brabant start op landgoed Vrederust in Halsteren met hondenpatrouilles om drugsdealers af te schrikken. Tegelijkertijd gaat de instelling aan de rand van park huisjes bouwen waar zwaar verslaafde patiënten onder voorwaarden drugs mogen gebruiken.
Volgens Wubbo Petersen, voorzitter raad van bestuur van GGZ WNB, was er tot voor kort niet veel aan de hand, maar het lijkt erop dat de drugsdealers, die buitengewoon actief zijn in Roosendaal en omstreken, Vrederust hebben ontdekt. Petersen kan niet ontkennen dat er op Vrederust blijkbaar een markt is voor de verdovende middelen, anders zouden de drugsrunners er niet komen. ‘Het is bekend dat veel psychiatrische patiënten ook verslaafd zijn. Als onderdeel van de behandeling wordt tevens de verslaving aangepakt. We hebben hier een grote dubbele diagnose-kliniek voor patiënten met zware pathologie.’
18 juni 2007
Borstkankerspecialist prof.dr. Jan Klijn verwierf wereldfaam met onderzoek naar erfelijke borstkanker. Morgen krijgt hij de Federaprijs.
Klijn was de eerste die de biological Herceptin in Nederland toepaste. Ongeveer één op de vijf borstkankerpatiënten heeft een eiwit (her2) op de tumorcellen waar Herceptin aan hecht om vervolgens de tumorcel te doden. Maar een paar jaar geleden kreeg niet iedere patiënte met een her2-positieve tumor Herceptin aangeboden.
Klijn stak zijn nek uit. Hij onthulde dat borstkankerpatiënten afhankelijk van het budget en het medisch beleid in het ziekenhuis in hun regio, wel of niet de her2-test kregen aangeboden. Ze kregen dientengevolge het dure Herceptin vaak niet. „Ik vertelde het in 2003 aan Renée Steenhorst van De Telegraaf en mijn klacht stond de volgende ochtend vet op de voorpagina. Ik kreeg er van langs, maar achteraf is het een succesvolle actie geweest.”
12 Juni 2007
Medische missers moeten 50% omlaag
Instellingen in de zorg willen het aantal medische missers de komende vijf jaar met de helft verminderen. Na kritiek van het ministerie van VWS en de gezondheidsinspectie heeft de Orde van Medisch Specialisten een plan van aanpak opgesteld dat uit tien nieuwe thema's bestaat.
Doel van het plan is dat er per jaar 850 mensen minder overlijden. Ook moet het aantal mensen dat slachtoffer wordt van medische fouten over 5 jaar met 15.000 zijn verminderd.
De plannen omvatten het voorkomen van ziekenhuisinfecties na operaties, van onnodig pijn lijden en van verwisseling van patiënten. Het plan wordt vandaag overhandigd aan de Minister.
Farmaceutische industrie bepaalt voorschrijfgedrag van artsen
Inspectie gezondheidszorg:
Grote invloed farmaceuten op medici
NRC Handelsblad, 5 juni 2007
De farmaceutische industrie heeft een ongewenste invloed op de behandelrichtlijnen voor artsen. Daardoor krijgen patiënten niet altijd de medicijnen die volgens de wetenschap het beste voor ze zijn.
Dat stelt de Inspectie voor de Gezondheidszorg in het zogeheten kortschrift Invloed van de farmaceutische industrie op behandelrichtlijnen.
„Het is heden ten dage vrijwel onmogelijk om gezaghebbende personen op een vakgebied aan te trekken die geen band hebben met de farmaceutische industrie”, schrijft de Inspectie. Het gevaar dat de geneesmiddelenindustrie haar invloed aanwendt, is volgens de Inspectie het grootst bij de behandelrichtlijnen die patiëntenorganisaties opstellen. Het risico is kleiner bij de richtlijnen die gemaakt worden door vakorganisaties, zoals het Nederlandse Huisartsen Genootschap.
Een van de oorzaken van de ongewenste belangenverstrengeling is de terugtredende overheid. Patiëntenorganisaties krijgen door de introductie van marktwerking in de zorg minder subsidie en moeten op zoek naar eigen geldbronnen.
„Wij zijn pertinent tegen invloed van de farmaceutische industrie op het voorschrijfgedrag van artsen, maar erkennen dat er een risico ligt”, zegt de patiëntenorganisatie NPCF in een reactie. „Door het geldgebrek bij patiëntenorganisaties zien geneesmiddelenfabrikanten een kans. Zij zijn sluipenderwijs patiëntenorganisaties gaan sponsoren.”
De Inspectie beveelt minister van Volksgezondheid aan de transparantie te vergroten. Zo zouden sponsorrelaties openbaar moeten worden.
De Inspectie deed het onderzoek in opdracht van de minister van Volksgezondheid en zal nog met een vervolgonderzoek komen. Aanleiding vormde het boek Slikken van journalist Joop Bouma. Hij beschreef het grote commerciële belang dat fabrikanten hebben bij een gunstige vermelding van hun medicijnen in richtlijnen.
De inspectie wil dat rechtstreekse banden van werkgroepleden (diegenen die richtlijnen schrijven) met farmaceuten openbaar gemaakt worden. Daarnaast kan gedacht worden aan verplichte melding van het bezit van aandelen/opties van farmaceutische bedrijven van de werkgroepleden (bron KNMG).
Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) stuurt binnenkort een brief naar de Tweede Kamer met daarin zijn reactie.
Nefarma, die farmaceutische bedrijven verenigt, was onbereikbaar voor commentaar.
Advies aan ministers:
Dwangopname in psychiatrie moet anders
Redacteur Antoinette Reerink, NRC Handelsblad, 26 mei 2007
Er moet een geheel nieuwe wet komen die de opname en behandeling van psychiatrische patiënten regelt, aldus een verstrekkend advies aan de ministers Klink (Volksgezondheid) en Hirsch Ballin (Justitie).
De huidige wet is „niet toekomstbestendig”, aldus de commissie die de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz) evalueert. De Bopz is in de loop der jaren te complex geworden en sluit niet aan bij de praktijk om geesteszieken zo lang mogelijk thuis te laten wonen. De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van patiënten, familieleden, psychiaters, wetenschappers en de rechterlijke macht.
Het advies is opmerkelijk, omdat het meer dan twintig jaar discussie vergde voor de Bopz in 1994 in werking trad. De wet, voor mensen met psychoses, ernstige depressies of persoonlijkheidsstoornissen (3 procent van de bevolking), geeft aan wanneer inbreuk op de menselijke integriteit toelaatbaar is. Zij bepaalt wanneer de veiligheid van de samenleving zwaarder weegt dan de autonomie van de geesteszieke.
De commissie doet ook aanbevelingen om de voortdurende belangentegenstelling te overbruggen tussen patiënten en behandelaars. Hun conflict gaat altijd over de vraag wie bepaalt wat goed is voor de patiënt en de samenleving: hijzelf of zijn behandelaar? Dat conflict zouden nog op te richten regionale ‘commissies psychiatrische zorg’ moeten beslechten. In die commissies zitten een psychiater, een jurist en iemand ‘die vanuit patiënten-, familie- en maatschappelijk perspectief deskundig is’.
Operatie met een garantie
19 mei 2007
Door een redacteur van het NRC Handelsblad
Een aantal ziekenhuizen in Nederland studeert op de mogelijkheid om garanties op operaties te gaan geven.
Dat zou betekenen dat de kosten van eventuele complicaties binnen de garantieperiode worden gedragen door het ziekenhuis. Het gaat onder andere om het Westfries Gasthuis in Hoorn.
De directie van dat ziekenhuis reageert hiermee op goede resultaten met een operatiegarantie in de Amerikaanse staat Pennsylvania. Afgelopen week berichtte de New York Times dat een dergelijke operatiegarantie de kwaliteit van de zorg ten goede komt. Zo kwamen minder patiënten op de intensive care terecht en nam het gemiddeld aantal opnamedagen af.
Directeur Hugo Keuzenkamp van het Westfries Gasthuis wil zo snel mogelijk gaan praten met verzekeraar Univé en de Zorgautoriteit. „Twee jaar geleden zijn er al gesprekken gevoerd over een dergelijke garantie, maar die zijn toen niet doorgezet”, aldus Keuzenkamp. „Wij verwachten dat we snel kunnen beginnen met een dergelijke garantie voor bepaalde ingrepen.” Ook de NVZ is positief over het plan, maar verwacht dat de invoering van zo’n garantie zeker enkele jaren zal duren.
Minister Klink wil aantal medische missers halveren
14 mei 2007
Minister Klink van Volksgezondheid wil dat ziekenhuizen het aantal medische missers in vijf jaar tijd halveren. De minister schrijft dat in een brief aan de Tweede Kamer
Klink noemt zijn doelstelling 'zeer ambitieus'. Uit onderzoek blijkt dat per jaar ruim 1700 patiënten onnodig in het ziekenhuis sterven. Medische fouten kosten per jaar 167 miljoen euro.
De minister wil de ziekenhuizen kunnen afrekenen op resultaten. Ziekenhuizen die te vaak de fout in gaan, kunnen op een boete rekenen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg
De Inspectie mag van hem ook medische dossiers gaan inzien.
Erken Medische Misser
Bron: Volkskrant 7 mei 2007
In de gezondheidszorg zijn te vaak patiënten de dupe van fouten. Openheid hierover kan tot verbetering leiden, zeggen Marian Kaljouw (V&VN) en Peter Holland (KNMG) in een ingezonden brief in de Volkskrant
Beiden voorzitters roepen hun leden op tot een verandering van houding ten opzichte van fouten. 'Artsen en Verpleegkundigen vinden het soms moeilijk fouten toe te geven. En er open over te spreken. Op dat punt moet het roer om: eerlijkheid en openheid moeten de regel worden.'
Ook is het op elkaar afstemmen van informatiesystemen om het aantal incidenten terug te dringen volgens het duo noodzakelijk. De sector moet daarom haast maken met het invoeren van het elektronisch patiëntendossier. Daarnaast is er onvoldoende samenwerking binnen en tussen de disciplines. Betere afspraken over waar precies de verantwoordelijkheid licht moeten snel gemaakt worden, stelt het tweetal.
Rechtspositie van de patiënt
De positie van de patiënt moet ook beter. Een bereikbaar en toereikend klachtrecht is volgens de voorzitters hiervoor noodzakelijk.
Arrest Hoge Raad 20 april 2007
Gynaecoloog niet aansprakelijk voor mislukte sterilisatie
Bij arrest van 20 april 2007 heeft de Hoge Raad het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam in stand gelaten over de vraag of een gynaecoloog aansprakelijk is voor een mislukte sterilisatie. Het Gerechtshof is niet meegegaan met de stelling van de patiënte dat de bewijslast van het bestaan van een medische fout dient te worden omgekeerd. Het ligt immers in beginsel op de weg van de patiënte om aan te tonen dat het ziekenhuis waar de gynaecoloog werkzaam is tekortgeschoten is in de nakoming van de met de patiënte gesloten geneeskundige behandelingsovereenkomst. Omdat er geen sprake is van een gebrekkige verslaglegging heeft het ziekenhuis voldaan aan haar verplichting om de patiënte voldoende feitelijke gegevens te verschaffen ter gemotiveerde betwisting van de stellingen van de patiënte. Daarnaast is niet gebleken dat de sterilisatie niet volgens “de regelen der kunst” is uitgevoerd. De vorderingen van de patiënte tot het vergoeden van de materiële en immateriële schade die zij heeft geleden, zijn afgewezen.
Medisch specialisten gaan vanaf 1 januari 2008 132,50 per uur verdienen.
De algemene ledenvergadering van de Orde van Medisch Specialisten heeft ingestemd met het voorstel over een nieuw uurtarief. Het bestuur van de orde had dit tarief in januari 2007 voorgesteld, samen met toenmalig minister van Volksgezondheid Hans Hoogervorst.
Volgens de woordvoerster van de Orde stemde een ruime meerderheid van de aanwezige leden voor het compromisvoorstel van het bestuur.
Bandbreedte
Het nieuwe tarief gaat per 1 januari 2008 in. Het wordt aangepast aan het dan geldende prijsniveau. De specialisten kunnen iets meer of minder verdienen dan het normbedrag van 132,50. Met de Orde is afgesproken dat maximaal 6 euro afgeweken mag worden. Specialisten kunnen iets meer verdienen als ze bijvoorbeeld regelmatig nachtdiensten draaien.
Minder patiënten dood op verzoek
Door een redacteur, NRC Handelsblad, 10 mei 2007
Euthanasie komt minder voor in Nederland. Steeds vaker bestrijden artsen pijn en andere symptomen van stervenden door hen in een diepe slaap te brengen.
Het aantal gevallen van euthanasie en hulp bij zelfdoding was in 2005 lager dan in 2001. Het percentage gevallen van euthanasie dat door artsen wordt gemeld is aanzienlijk gestegen en de artsen blijken in vrijwel alle gemelde gevallen de zorgvuldigheidseisen voor euthanasie na te leven. Dit concluderen de onderzoekers in het rapport over de evaluatie van de Euthanasiewet, dat op 8 mei is aangeboden aan staatssecretaris Bussemaker van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Uit het vijfjaarlijkse onderzoek, dat vandaag is gepresenteerd, blijkt dat het aantal euthanasiegevallen is gedaald van 2,6 naar 1,7 procent van alle sterfgevallen (van 3.500 naar 2.325). Palliatieve sedatie nam de laatste vijf jaar toe, van 6,0 naar 7,1 procent van alle sterfgevallen (van 8.500 naar 9.700).
Artsen die euthanasie toepassen melden dat steeds vaker bij de daarvoor opgerichte toetsingscommissies, namelijk acht van de tien keer. In het vorige onderzoek werd nog bijna de helft van de euthanasiegevallen verzwegen.
Artsen die geen melding maken van euthanasie, hebben volgens de onderzoekers medicatie toegepast die niet voor euthanasie is bedoeld, namelijk morfine. Zij adviseren de wet aan te passen aan de praktijk. In de wet moet staan dat gebruik van middelen die het lijden verlichten, mits proportioneel toegepast, geen levensbeëindiging is, „ook al bespoedigt de arts daarmee mogelijk het overlijden van de patiënt”.
Ook zouden de euthanasiezaken waarin de arts zorgvuldig heeft gehandeld, maar de verkeerde medicatie heeft gebruikt, niet moeten worden doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie, maar naar de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De onderzoekers vinden verkeerd medicijngebruik een medische aangelegenheid.
 Ingezonden reactie van prof. Carsten de Dreu, hoogleraar Arbeids en Organisatiepsychologie
aan de Universiteit van Amsterdam
1 mei 2007, NRC Handelsblad
In reactie op de uitspraak van Minister Klink dat sancties zullen volgen als het aantal verwijtbare medische fouten niet snel afneemt plaatst Carsten de Dreu een aantal kanttekeningen vanuit de organisatiepsychologie.
Prof. Carsten de Dreu stelt dat het aantal fouten van artsen zal toenemen bij de aangekondigde sancties op medische fouten. Want zo redeneert hij, artsen zullen de fouten gaan toedekken en verdoezelen en zo nog meer fouten gaan maken. Daarbij zal dan het aantal geregistreerde fouten afnemen en het aantal werkelijke (maar verdoezelde) fouten toenemen. Carsten de Dreu pleit er voor om artsen niet te controleren en geen sanctiemacht uit te oefenen op falende artsen. Hij is de auteur van het boek "Bang voor conflict?", over conflicten in organisaties en ziekte door arbeidsconflicten.
Meldpunt Medische Fout vindt dat sancties kunnen werken als sturingsmechanisme en dit betekent uiteraard niet meteen het einde van de loopbaan van een arts. Het doel is het reduceren van schade door medische fouten. Bij verkeersovertredingen zijn er ook sancties. Als er bijvoorbeeld geen alcoholcontrole zou zijn, zou er geen prikkel zijn om niet dronken achter het stuur te gaan zitten. Er is een pakkans en een kans op een boete, maar er blijven natuurlijk altijd mensen, die grenzen overschrijden of die zich boven de wet verheven voelen.
Een arts welke de dood of letsel van uw dierbare of uw partner heeft veroorzaakt, kan meestal gewoon doorgaan met fouten maken. Wanneer dezelfde medicus uw dierbare (geheel zonder opzet) had aangereden of doodgereden zou hij daarvoor wel bestraft worden en wordt de schade wel (deels) vergoed. In beide gevallen is er een slachtoffer door een fout en beide gevallen is er schade door deze fout. Het verschil is dat een medische fout veel moeilijker is te bewijzen dan een verkeersfout.
Prof. Carsten de Dreu stelt dat het personeel van het ziekenhuis alle energie zal steken in het toedekken van fouten en de fouten probeert te verbergen in het geval van sancties op fouten.
In 2004 kregen 76.500 patiënten in het ziekenhuis te maken met iatrogene schade. En meer dan 1700 patiënten overleden onbedoeld.
Patiëntveiligheid krijgt hoogste prioriteit
26 april 2007
Bron: Orde van Medisch Specialisten
Veldpartijen in de ziekenhuiszorg en patiëntenorganisaties gaan gezamenlijk de vermijdbare schade in ziekenhuizen reduceren. Dit hebben organisaties van medisch specialisten, ziekenhuizen, verpleegkundigen en patiëntenorganisaties bekendgemaakt naar aanleiding van het onderzoek naar vermijdbare schade in ziekenhuizen, dat op woensdag 25 april is gepresenteerd.
De details en inhoud van het programma worden in juni gepresenteerd.
Uit een dossieronderzoek over 2004 blijkt dat van de 1,3 miljoen ziekenhuisopnames 30.000 patiënten te maken krijgen met vermijdbare schade. Het overlijden van 1735 patiënten per jaar is te relateren aan vermijdbare, onbedoelde gebeurtenissen. Hoewel met deze cijfers Nederland gunstig afsteekt ten opzichte van de meeste andere Europese landen en de cijfers.
k lager uitvallen dan tot dusver werd gedacht, is iedere vermijdbare schade er één teveel.
Daarom hebben veldpartijen in de ziekenhuiszorg het initiatief genomen voor een actieprogramma dat zij presenteren op 12 juni tijdens het symposium
“Voorkom schade, werk veilig”.
Verantwoordelijkheden artsen voor veilige zorg verduidelijken en aanscherpen
26 april 2007, KPMG
Medische behandelingen in ziekenhuizen leiden in een aantal gevallen tot onbedoelde en vermijdbare schade. Dit kan voor de patiënt ernstige gevolgen hebben. Een deel van de onbedoelde schade heeft direct te maken met de handelwijze van artsen en andere hulpverleners. Zij moeten veiliger gaan werken.
Vandaag is het onderzoek van VUmc en NIVEL (in opdracht van de Orde van Medisch specialisten) naar het voorkomen van onbedoelde schade (‘adverse events’) in Nederlandse ziekenhuizen gepubliceerd. De KNMG vindt het van groot belang dat er nu harde cijfers over de Nederlandse situatie zijn. De boodschap van deze cijfers is duidelijk: er moet veel veiliger gewerkt worden. Voor vrijblijvendheid is geen ruimte meer. Artsen en andere hulpverleners moeten al het mogelijke ondernemen om vermijdbare onbedoelde schade te voorkomen.
De KNMG vindt, gedacht vanuit ‘kwaliteit’, ‘veiligheid’ en ‘medische professionaliteit’, dat er continue aandacht vereist is voor de oorzaken van incidenten en fouten waarop individuele artsen invloed hebben. Enkele belangrijke oorzaken zijn: gebrekkige dossiervoering, te weinig communicatie (binnen en tussen disciplines), en onvoldoende samenwerking. In de praktijk gaat het vaak om ingewikkelde situaties waarin meerdere personen met elkaar moeten samenwerken. Alleen dat al schept risico’s waarop alle betrokken hulpverleners permanent alert moeten zijn. Hulpverleners moeten bijvoorbeeld duidelijk afspraken maken over wie waarvoor verantwoordelijk is. Dat vergt een cultuuromslag. Ook is een betere afstemming nodig tussen bijvoorbeeld artsen en verpleegkundigen, de inhoud van de opleidingen en de inhoud en organisatie van de zorgpraktijk.
De samenleving vraagt steeds meer van artsen dat zij open en eerlijk omgaan met incidenten, fouten en klachten. Dit is een belangrijke en noodzakelijke ontwikkeling. De KNMG acht het haar verantwoordelijkheid om een op openheid en toetsbaarheid gebaseerde professionele houding van artsen te bevorderen. Voor iedereen moet duidelijk zijn wat men van artsen mag verwachten als het gaat om het melden en bespreken van incidenten, fouten en klachten. Het uitgangspunt moet zijn dat artsen bereid zijn om van incidenten, fouten en klachten te leren. In aansluiting daarop vatten wij de professionele verantwoordelijkheid van artsen in de volgende 5 punten samen:
1. De arts meldt incidenten op de wijze die binnen zijn/haar instelling of samenwerkingsverband gebruikelijk is.
2. De arts bespreekt fouten en complicaties uit zichzelf met de patiënt en is daarover open en eerlijk.
3. De arts bevordert een klimaat waarin patiënten zich vrij voelen klachten te uiten en gaat op een zorgvuldige wijze met klachten om.
4. De arts neemt deel aan regelmatige evaluatiegesprekken over zijn/haar individueel functioneren.
5. De arts die bemerkt dat een collega schade of risico’s voor patiënten veroorzaakt, onderneemt stappen om dit probleem te verhelpen.
In ziekenhuis 1 op 25 dood door fout arts
NRC Handelsblad, 25 april 2007
In Nederlandse ziekenhuizen overlijden jaarlijks 1.735 patiënten door medische fouten. Dat is 4,1 procent van alle patiënten die in ziekenhuizen overlijden.
Ook lopen 30.000 patiënten er vermijdbare schade op, blijkt uit onderzoek naar medische ongevallen in ziekenhuizen. Dat is vandaag aan minister Klink (Volksgezondheid, CDA) aangeboden. Het is voor het eerst dat hierover in Nederland gegevens beschikbaar zijn, het is het grootste onderzoek in Europa.
In 2004, waarover het onderzoek gaat, werden 1,3 miljoen mensen in ziekenhuizen opgenomen. Bij 76.000 was sprake van onbedoelde schade, bijvoorbeeld een allergische reactie op een medicijn, die zich voor het eerst openbaart. Bij bijna de helft van hen had de schade dus vermeden kunnen worden, bijvoorbeeld als de arts van de allergie op de hoogte had moeten zijn.
Ziekenhuizen waren in 2004 in totaal 167 miljoen euro kwijt aan de kosten die deze vermijdbare schade met zich meebracht, namelijk 5.646 euro per patiënt.
Aan het onderzoek, van onderzoeksinstituten Emgo (VUmc) en het NIVEL namen 21 ziekenhuizen deel. Per ziekenhuis werden 200 willekeurige dossiers onderzocht van patiënten die waren ontslagen én 200 dossiers van patiënten die in het ziekenhuis waren overleden, allen in 2004. Die gegevens zijn geëxtrapoleerd naar heel Nederland.
Het percentage opnames waarbij een patiënt schade opliep, varieerde van 2,6 procent in het ene ziekenhuis tot 6,9 procent in een ander. De verschillen tussen afdelingen onderling waren nog groter. Bij chirurgie is het percentage ongevallen hoog. Bij cardiologie, interne geneeskunde en longziekte was de schade vaker blijvend en op die afdelingen gaat het om meer patiënten.
In een reactie zegt Pieter Vierhout, voorzitter van de Orde van medisch specialisten, dat het onderzoek duidelijk maakt waar ‘de zwakke punten’ zitten: „Met name in de communicatie, de discipline en dossiervorming”. Volgens hem zou het al uitmaken als artsen „beter afspraken naleven, zich aan de protocollen houden, vaker hun handen wassen, dat soort dingen die afzwakken als de organisatie even verslapt.”
Met name ouderen vormen een risicogroep, concluderen de onderzoekers. Zij kregen vaker te maken met medische ongevallen, mogelijk omdat ze complexere zorg nodig hebben. De onderzoekers vinden daarom dat hier meer onderzoek naar moet komen. Ook zouden medisch specialisten volgens hen periodiek dossiers moeten beoordelen, „aangezien dit veel inzicht geeft in de dagelijkse praktijk”. Sommige wetenschappelijke richtlijnen zouden opnieuw moeten worden bekeken, om bijvoorbeeld urineweginfecties bij gebruik van een blaaskatheter, of benauwdheid bij sondevoeding te voorkomen.
Voorheen werden buitenlandse onderzoeken vertaald naar de Nederlandse situatie. Daaruit bleek dat 2,5 tot 11,5 procent van de ziekenhuissterfte voorkomen had kunnen worden. In Nederland is dat 4,1 procent (1.735 van de in totaal ongeveer 42.000 patiënten die in ziekenhuizen overleden).
Veel fouten door specialisten in opleiding
NRC Handelsblad, 22 april 2007.
Artsen die in opleiding zijn voor medisch specialist maken zeker duizend fouten die ernstige gevolgen hebben voor de patiënt.
Dat stelt onderzoeker Jelle Prins van de Rijksuniversiteit van Groningen.
Meer dan de helft van alle specialisten-in-opleiding zegt dat zij een of meer van dergelijke missers heeft begaan. Prins maakte de onderzoeksresultaten vanavond bekend in een uitzending van het televisieprogramma Zembla.
De aanstaande specialisten schrijven de fouten toe aan lange werkdagen, hoge arbeidsdruk en het ontbreken van een goede begeleiding. Een opleiding tot specialist vergt doorgaans zes jaar. Hun supervisor komt niet als hij nodig is, luidt het verwijt.
Verder kan de arts-assistent soms niet met zijn vragen bij de specialist terecht, zodat hij er alleen voor staat.
Prins schreef in 2005 alle 5100 arts-assistenten in Nederland aan. Bijna de helft (2145) deed aan het onderzoek mee. Van hen zei 54 procent dat zij ernstige fouten hadden gemaakt. Dat kunnen fouten zijn waardoor een patiënt langer in het ziekenhuis moet blijven tot een misser die tot de dood tot gevolg heeft.
De voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten, professor P. Vierhout, is geschokt door de uitkomst van het onderzoek. ,,Dit mag niet voorkomen. Die manier van werken ken ik niet.'' Hij gaat hierover een brief schrijven aan alle wetenschappelijke verenigingen en medisch specialisten van Nederland.
Het onderzoek van Prins is het eerste in Nederland naar aantallen medische fouten van arts-assistenten en volgens de onderzoeker het omvangrijkste ter wereld. ,,Het zijn vermijdbare fouten'', aldus Prins. ,,Die fouten komen door een opleidingsklimaat dat onveilig is, waarin je even niet meer je opleider of supervisor belt om mee te kijken, waarin je door zoveel diensten achter elkaar extreem vermoeid bent en daardoor fouten gaat maken.''
Uit eerder onderzoek van Prins is gebleken dat een op de vijf arts-assistenten wordt getroffen door een burn-out en dat 40 procent oververmoeid zijn werk doet. De andragoog Prins denkt eind dit jaar op het onderzoek te promoveren. (ANP)
NRC Handelsblad, 20 april 2007
Prof. Leegemate stelde dit aan de orde tijdens de jaarrede van de Vereniging voor Gezondheidsrecht. Slechts 18 procent van de klachten wordt gegrond verklaard en leidt tot een maatregel. Volgens prof. Legemaate zouden ook patientenvertegenwoordigers hun mening moeten kunnen geven over de klacht. Patienten weten bovendien vaak niet waar zij moeten zijn met hun klacht.
Schadeclaims worden vaak afgewezen door de verzekeraars van het ziekenhuis en dan volgt een moeizame, kostbare juridische procedure. Patienten, welke slachtoffer zijn van een medische fout, zouden sneller een financiele vergoeding moeten krijgen via een no-fault verzekering. In Belgie is zo'n systeem onlangs goedgekeurd door het parlement.
Johan Legemaate, juridisch adviseur KNMG, e-mail: j.legemaate@fed.knmg.nl tel: 030 - 28 23 867
Stoppen met hormoontherapie door vrouwen voorkomt kanker
Door NRC Handelsblad redactie wetenschap, 19 april 2007
Dat blijkt uit de daling van het aantal gevallen van borstkanker in de VS tussen 2001 en 2004, toen vrouwen massaal stopten met pillen tegen overgangsklachten. Dat staat in een analyse die vandaag is verschenen in The New England Journal of Medicine.
Door de Amerikaanse borstkankerstatistiek lijkt de conclusie onontkoombaar dat de daling van het aantal nieuwe borstkankerpatiënten wordt veroorzaakt door een geringer gebruik van overgangshormonen. Bij de vijftigplussers, over het algemeen dus vrouwen na de overgang, was de teruggang ruim 11 procent. Bij vrouwen onder de vijftig was dat maar 1,3 procent.
De Britse cijfers over eierstokkanker komen uit een onderzoek waaraan bijna een miljoen vijftig- tot zeventigjarige vrouwen meededen. Gebruiksters en ex-gebruiksters van hormonen hebben nu 20 procent meer kans op eierstokkanker.
De farmaceutische industrie probeert geneesmiddelen op allerlei manieren te promoten. Huisartsen zijn te vaak gevoelig voor de premies, cadeautjes en uitwaaiweekeinden die ze worden aangeboden. Waar eindigt dit?
(bron Dagblad Trouw)
Begin vorig jaar bleek uit een onderzoek van Trouw dat de farmaceutische sector steeds meer geld steekt in patiëntengroepen. Enkele verenigingen bleken voor meer dan de helft van hun inkomsten afhankelijk te zijn van industriegeld.
Sommige patiëntenorganisaties, zoals de Osteoporose Stichting, wilden bovendien geen openheid geven over de bijdragen van de industrie. Uit de opgave van GSK blijkt dat het bedrijf samen met Roche Nederland de Osteoporose Stichting gedurende twee jaar sponsort met 35.000 euro per jaar, 7,6 procent van het totale sponsorbudget. Hieruit kan worden afgeleid dat de Osteoporose Stichting in 2006 ruim 460.000 euro ontving aan sponsorgeld.
Het grootste aandeel in een sponsorbudget (17 procent) gaf GSK in 2006 aan de Stichting Pulmonale Hypertensie Associatie Nederland, voor patiënten met een zeldzame, progressieve aandoening van de bloedvaten in de longen. Het sponsorbedrag was 6.000 euro.
Het grootste bedrag, meer dan 100.000 euro, gaf GSK vorig jaar aan het Astma Fonds. Het geld is vooral gebruikt voor een meerjarige publiekscampagne van het fonds voor bewustwording van COPD. GSK brengt diverse middelen op de markt voor luchtwegaandoeningen. Het bedrijf is marktleider met het COPD-middel Seretide, waarvoor in 2005 een miljoen recepten werden uitgeschreven (kosten voor de belastingbetalers en ziektekostenpremie betalers: 114 miljoen euro).
Wat is er mis met het imago van de farmaceutische industrie?
„Gezondheidszorg is emotie en farmaceutische bedrijven zijn commerciële ondernemingen, die winst moeten maken. Emotie en winst, dat levert natuurlijk fricties op. Wat mij opvalt is, dat de aandacht altijd is gericht op ons, terwijl er in de gezondheidszorg meer leveranciers actief zijn waarover ook wel iets te zeggen zou zijn.’’
De Amerikaanse activist en documentairemaker Michael Moore werkt aan een nieuw project: een aanklacht tegen Big Pharma in de VS. De film komt volgend jaar uit. Maakt Nefarma zich daar zorgen over?
„Wat er in de VS gebeurt kan niet zonder meer van toepassing worden verklaard op de Nederlandse situatie. Onze zorg is dat de maatschappelijke waardering voor de innovatieve geneesmiddelenindustrie in Nederland onverdiend laag is. Voor een deel is dat het gevolg van onderbuikgevoelens: fabrikanten van geneesmiddelen verdienen aan menselijk leed. Dat doen wel meer partijen in de gezondheidszorg. We verdienen allemaal onze boterham aan ziekte en leed. Er zijn in het verleden dingen verkeerd gegaan.’’
Nrc Handelsblad, 19 april 2007
redacteur Derk Walters
Hoogleraar: publiek onvoldoende op de hoogte van risico’s bij cosmetische ingreep
Liposuctie niet zo onschuldig als wordt gedacht
Een 21-jarige vrouw overleed deze week na liposuctie in een privékliniek. Die ingreep wordt omschreven als een ingreep met weinig risico, maar er kunnen complicaties zijn. Hoe goed moet je patiënten informeren?
Het is evident, zegt secretaris Michel Cromheecke van de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC), dat plastisch chirurgen hun patiënten goed moeten informeren. „Maar zeg je dan ook tegen een patiënt: je kunt eraan overlijden? Die kans is zeer klein. Het is een van de veiligste ingrepen.”
Plastisch chirurg A. Schuurman van het Universitair Medisch Centrum in Utrecht is van mening „dat een chirurg een patiënt moet vertellen wat er aan mogelijke complicaties bekend is”. Met vier medeauteurs beschreef hij in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde een ernstige infectie die optrad bij een patiënt na liposuctie.
Hoogleraar esthetische plastische chirurgie Berend van der Lei van het Universitair Medisch Centrum Groningen: „Je moet vertellen over de risico’s als ze aanzienlijk zijn. Als de kans groter is dan één op duizend dat een bepaalde complicatie optreedt, moet de patiënt dat weten. Maar geef geen onnodige informatie, bijvoorbeeld over de minieme kans dat iemand aan liposuctie kan overlijden.”
Liposuctie is toch minder onschuldig dan algemeen wordt aangenomen, concludeerde hoogleraar plastische en reconstructieve chirurgie Chantal van der Horst van het AMC in 2002 in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Ze beschreef liposuctie als een ingreep „met onvolledig gedefinieerde risico’s”. Er zijn eerder mensen aan overleden, en er hebben zich in het verleden ernstige complicaties voorgedaan: bijvoorbeeld longembolie, darmperforatie of infectieuze cellulitis. Deze mogelijke gevolgen van liposuctie worden „waarschijnlijk te weinig gerapporteerd”, aldus Van der Horst. Het is de vraag, schrijft ze, of patiënten zich realiseren dat deze complicaties kunnen optreden.
Meldpunt Medische Fout concludeert dat artsen van mening verschillen over de informatieplicht aan patienten over de risico's bij ingrepen. Anders dan bijsluiters van medicijnen van Farmaceutische bedrijven, welke elke mogelijke bijwerking aanduiden, ook al komt deze zelden voor.
Dagblad Trouw, 16 april 2007
Aangifte fraude tegen directeuren van patiëntenclub Osteoporose
Bij het Openbaar Ministerie in Den Bosch is aangifte gedaan tegen twee directeuren van de Osteoporose Stichting en Osteoporose Vereniging. Zij zouden maandelijks ’excessief hoge bedragen’ hebben gedeclareerd.
De aangifte is gedaan door een inwoonster van Rosmalen, E. Harleman, die in 2004 het verenigingsbureau van de patiëntenorganisatie, voor mensen die lijden aan botontkalking, zou overnemen. Zowel Suijkerbuijk als algemeen directeur L. de Boer declareren al jaren via hun bedrijfjes bij de Osteoporose Stichting 75 euro per uur voor werkzaamheden. Maar volgens Harleman wordt er door het bestuur geen controle uitgeoefend op de declaraties.
Harleman heeft eveneens aangifte gedaan tegen stichtingsvoorzitter prof. dr. C. Netelenbos, die tot voor kort hoogleraar endocrinologie was aan de Vrije Universiteit in Amsterdam
De Osteoporose Vereniging heeft via de Osteoporose Stichting, nauwe banden met de farmaceutische industrie. In de afgelopen jaren zijn hoge sponsorbedragen binnengehaald, die zijn gebruikt voor de exploitatie van de vereniging. Sponsorinkomsten zijn niet opgegeven aan het patiëntenfonds dat namens de Minister van VWS subsidies verstrekt.
Volgens Harleman en haar advocaat mr. H. van der Weijst uit Rosmalen worden patiëntengelden door het bestuur en de directie van de osteoporose-organisaties oneigenlijk gebruikt. Zowel De Boer als Netelenbos reageerden gisteren niet op verzoeken tot het geven van commentaar.
Op 19 juni 2006 heette het bestuur een nieuwe penningmeester welkom. Maar de stemming zou spoedig omslaan. Popescu, econoom, bleek recht in de leer en toonde zich vastbesloten een einde te maken aan een reeks misstanden waarop hij bij de Osteoporose Stichting was gestuit.
Precies zes maanden na zijn benoeming werd drs. Popescu door zijn eigen bestuur van zijn functie ontheven, omdat hij de stichting had willen hervormen tot een nette organisatie. „De reden voor de ontheffing per direct is het verlies van vertrouwen in u als penningmeester”, schreef stichtingsvoorzitter prof. dr. C. Netelenbos, emeritus-hoogleraar aan de VU in Amsterdam, aan Popescu. De nieuwe penningmeester had het gewaagd opmerkingen te maken over de buitensporige declaraties van De Boer en Suijkerbuijk. Het bestuur had buiten hem om over zijn royement vergaderd. Bingo! De beide dames directeuren ontvingen elk 110.000 euro per jaar voor hun declaraties als directeuren van de Stichting met 3000 leden, zonder personeelsleden.
Uitspraak Medisch Tuchtcollege, 5 april 2007
Psychiater geschorst voor 1 jaar wegens het ontvreemden van Ritalin uit het ziekenhuis voor zijn eigen verslaving.
Een psychiater is op staande voet ontslagen, toen hij aan de Raad van Bestuur van het ziekenhuis bekende dat hij recepten op naam van patienten uitschreef voor Ritalin dat hij zelf gebruikte. Hij stelde zich onder psychiatrische behandeling in een ontwenningskliniek in Schotland, omdat hij daarnaast een alcoholverslaving had.
Het Medisch Tuchtcollege besliste dat hij gedurende 1 jaar zijn beroep niet mag uitoefenen en dat hij een proeftijd van 2 jaar krijgt, waarin er geen klachten meer tegen hem mogen binnenkomen, welke tot een veroordeling leiden. De psychiater werd bijgestaan door mr. J.J. W. Remme te Utrecht.
De ziekenhuisapotheker had ontdekt dat de psychiater de tabletten had gestolen en sprak de psychiater er op aan. De psychiater verstopte de tabletten in de bosjes op het ziekenhuisterrein.
Het Medisch Tuchtcollege oordeelde dat de psychiater de patienten of kinderen van bezoekers niet aan gevaar had blootgesteld door de 200 Ritalin pillen onder de struiken bij de parkeerplaats van het ziekenhuis te verstoppen en wees de klacht daaromtrent af. Daarmee lijkt het belang van de patienten en diens familie ondergeschikt is aan het belang van een verslaafde psychiater. De psychiater slikte 80 pillen Ritalin per dag. Daarnaast gebruikte hij Efexor en Benzodiazepines. Het Medisch Tuchtcollege oordeelde dat niet is gebleken dat de patientenzorg onder deze verslaving van de psychiater heeft geleden. Want door de patienten was geen klacht ingediend tegen de psychiater. De klacht was ingediend door de Inspectie van de Gezondheidszorg.
Het Medisch Tuchtcollege stoorde zich enkel aan het feit dat de psychiater recepten uitschreef op receptenpapier van collega-psychiaters. Lees hier de uitspraak d.d. 5 april 2007
‘Diagnose depressie wordt te snel gebruikt’
De diagnose depressie wordt te snel toegepast, stellen Amerikaanse onderzoekers deze maand in The Archives of General Psychiatry. Daardoor ligt de schatting van het aantal depressieven 25 procent te hoog.
De symptomen van intens verdriet na een sterfgeval kunnen overeenkomen met de symptomen van een depressie. Dat wil echter niet zeggen dat het een geestesstoornis betreft, aldus de onderzoekers. Het gevaar schuilt volgens hen in de criteria voor depressie in het handboek voor psychiatrische stoornissen. Om verkeerde diagnoses te voorkomen maakt het handboek al een uitzondering voor depressieve gevoelens bij rouw. Het handboek zegt echter niks over ernstig maar normaal verdriet bij ontslag of een scheiding!
Normaal verdriet
Het Amerikaanse onderzoek analyseerde de gegevens uit een eerdere studie over geestelijke gezondheid onder ruim 8000 Amerikanen. De onderzoekers vonden 56 mensen met normaal verdriet na het verlies van een dierbare waarbij de symptomen lijken op een depressie. Daarnaast waren er 174 mensen die verdrietige gevoelens hadden na het verlies van een baan of na een huwelijksbreuk. Zij zouden volgens de huidige definitie in het handboek voor GGZ-hulpverleners in aanmerking komen voor de diagnose depressie en dus psychiatrisch patient worden, hoewel zij helemaal niet gestoord zijn in hun geestesvermogens.
Deze mensen met normaal verdriet maakten de fout om naar de GGZ -hulpverleners te gaan en lopen daardoor de kans met verkeerde diagnose depressie opgesloten te worden in een inrichting tussen geestelijk gestoorde patienten, zodat ze vanzelf alsnog depressief worden.
Veel vragen over vaccin tegen baarmoederhalskanker
(Bron de Volkskrant, verslaggever Broer Scholtens)
Baarmoederhalskanker zou worden veroorzaakt door een virus dat kan worden overgebracht bij onbeschermde sexuele activiteit. De besmetting met het virus dat de baarmoederhalskanker zou veroorzaken kan na 10 tot 15 jaar tot kanker leiden Volgens informatie op www.nvkp.nl is een intensieve reclame campagne gestart door de producent van het vaccin. De campagne is gericht op moeders met jonge dochters, welke nog niet sexueel actief zijn.
Bij veel huisartsen, gynaecologen komen vragen binnen over dit nieuwe vaccin, dat sinds eind vorig jaar te koop is. Tegen het humane papillomavirus, een verre voorloper van baarmoederhalskanker. Het vaccin biedt ook bescherming tegen genitale wratten.
Een intensieve reclamecampagne van fabrikant Sanofì-Pasteur voor dat vaccin Gardasil is debet aan die vele vragen, vermoedt het NHG. Vaccinatie kost 400 euro, en wordt niet vergoed.
Op verzoek van de minister van Volksgezondheid is de Gezondheidsraad bezig een advies op te stellen. ‘Dat vermoedelijk positief zal zijn’, verwacht de NHG. ‘Vanwege de kosteneffectiviteit.’ De raad zelf wil niet vooruit lopen op de inhoud van haar advies dat eind dit jaar gereed zal zijn.
Valt het advies positief, dan wordt het vaccin opgenomen in het Rijks Vaccinatie Programma (RVP). Dan zal het worden vergoed door de overheid. Tot dan moeten huisartsen alleen vaccineren als een patiënt dat indringend verzoekt, vindt het huisartsgenootschap NHG. En pas na een medische uitleg en informatie over de financiële consequenties.
‘Zolang meisjes niet seksueel actief zijn, is er geen acuut gezondheidsgevaar als nu nog niet wordt gevaccineerd’, legt het NHG uit. Massale vaccinatie van jongeren (vrouwen en mannen) voorkomt enkele honderden doden per jaar, blijkt uit schattingen.
Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) komt begin mei met een advies over eventuele opname van het vaccin Gardasil in het Geneesmiddelenvergoedingensysteem (GVS).
In Duitsland, Italië, Frankrijk en Oostenrijk is die beslissing al genomen. In Duitsland zullen de komende maanden drie miljoen meisjes van twaalf tot zeventien jaar met het nieuwe vaccin worden ingeënt.
De Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken heeft dinsdag bij de inspectie voor de gezondheidszorg een klacht ingediend tegen vaccinfabrikant Sanofì-Pasteur.
Vanwege een te uitbundige reclamecampagne. ‘Om de Gezondheidsraad te beïnvloeden’, vermoedt de verenging. ‘Terwijl er twijfels zijn over de werkzaamheid.’
31 maart 2007, NRC Handelsblad
"Kliniek moet complicaties openbaren", zegt minister Klink.
Door NRC-redacteur Guus Valk
Ziekenhuizen moeten openbaar maken hoe vaak complicaties optreden bij hun behandelingen en hoe ernstig die zijn. Op die manier zullen patiënten ziekenhuizen waar veel fout gaat mijden.
Dat zegt minister Klink (Volksgezondheid, CDA) in een gesprek met NRC Handelsblad. „Als je aan je blindedarm geopereerd wordt, wil je weten welk ziekenhuis die operatie vaker uitvoert en waar het wel eens mis is gegaan.” Volgende week zal Klink zijn plannen in een brief aan de Tweede Kamer uiteenzetten.
Ziekenhuizen rapporteren complicaties bij een aantal behandelingen nu bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, maar de patiënt krijgt die informatie zelden of nooit onder ogen.
Minister Klink vindt dat de positie van de patiënt in de huidige Zorgverzekeringswet beter moet. Vorig jaar werd die wet door zijn voorganger Hoogervorst (VVD) ingevoerd. De concurrentie tussen verzekeraars werd groter, mede doordat het patiënten makkelijker was gemaakt naar een andere verzekeraar over te stappen.
Volgens Klink wordt er in de zorg nu vooral op de prijs geconcurreerd. Hij wil dat dit op kwaliteit gebeurt. Patiënten moeten volledige toegang krijgen tot informatie over de kwaliteit van ziekenhuizen of medisch specialisten, bijvoorbeeld via een vergelijkende website.
De Tweede Kamer had Klink gevraagd al in april over zijn plannen met de Kamer in debat te gaan en niet, zoals andere leden van het kabinet, honderd dagen te wachten.
Klink is „geschrokken” van een onderzoek van de inspectie, eind februari.
Daaruit bleek dat ziekenhuizen medische dossiers niet goed bijhouden, met soms onnodige complicaties voor patiënten. Volgens Klink zijn er protocollen nodig om ziekenhuizen te dwingen complicaties na operaties te registreren en openbaar te maken.
De minister denkt dat volledige openbaarmaking als effect heeft dat de zorg goedkoper wordt, omdat er minder medische fouten zullen worden gemaakt.
De minister overweegt verder met een voorstel voor een Zorgconsumentenwet te komen om de rechten van patiënten vast te leggen. Patiëntenorganisaties en de Tweede Kamer hebben in het verleden vaak om zo’n wet gevraagd, maar minister Hoogervorst heeft er nooit een beslissing over genomen.
De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg constateerde vorig jaar, net als Klink nu, dat patiënten veel te weinig toegang hebben tot informatie in de zorg, maar oordeelde negatief over een Zorgconsumentenwet. Een wet voor patiënten zou de helderheid in de zorg niet vergroten, vond de raad.
Professor mr. Leegemate, beleidscoordinator Gezondheidsrecht en juridisch adviseur van de beroepsvereniging van artsen zegt weleens blij te zijn dat hij geen arts is.
Reden daarvoor: De publicaties in de media over medische missers en het niet aanpakken van falende artsen. Johan Leegemate constateert in zijn column dat de emoties hoog oplopen bij de slachtoffers en naasten van de slachtoffers van falende artsen.
Johan Leegemate verklaart de media aandacht voor de medische missers vanuit de emotionele belevingswereld omdat de zorgconsumenten de zekerheid willen van goede zorg en bang zijn zelf slachtoffer te worden van een falende arts. Hij ziet daarbij nog een ander - belangrijker - aspekt over het hoofd, namelijk dat de slachtoffers van medische fouten vaak grote financiele schade lijden naast de emotionele schade wegens de gederfde levensvreugde. Als uw naaste gehandicapt raakt door een medische fout, wordt u geconfronteerd met hoge kosten en zult u (ziekte)verlof moeten nemen van uw werk. Chronisch ziek worden is een kostbare aangelegenheid voor de zorgconsument en voor de werkgever van de zorgconsument en de naasten! Wie betaalt de gevolgschade van de medische fout? Deels de ziektekostenverzekering, de werkgever, de belastingbetaler en de ziektekostenpremiebetaler, u dus en deels het slachtoffer. Alleen in de gevallen dat de schadeclaim wordt toegewezen, draagt de verzekering van het ziekenhuis of de verzekering van de arts een deel van de schade en slechts weinig slachtoffers dienen een claim in.
Meldpunt Medische Fout lanceert het idee om de arts zelf te laten meebetalen voor zijn fouten. Wellicht dat dit de prikkel is om het aantal medische fouten terug te dringen. De zorgconsument is daarmee gebaat, evenals de ziektekostenverzekeraar.
Meldpunt Medische Fout is het met Johan Leegemate eens dat er een attitude verandering van de arts nodig is en dat een verbetering van de communicatie tussen de arts en de zorgconsument zal leiden tot een verbetering van de kwaliteit van de zorg. Ook de attitude van sommige patienten moet veranderen . De patient dient zich mondig op te stellen en mee te denken met de arts en daarbij zijn hulpvraag goed te formuleren. De arts is allang niet meer de man op het voetstuk, ook al gedragen sommige artsen zich nog wel als zodanig. Door de informatiemaatschappij heeft elke patient toegang tot medische informatie en kan de patient zich goed informeren. De patient zou dus een grotere verantwoordelijkheid moeten krijgen voor zijn gezondheid in deze visie.
Huisarts heeft weinig respect voor de patient
(Bron: Gezondheidszorgmonitor 2006)
Newcom Research & Consultancy heeft ook eind 2006 weer landelijk onderzoek gedaan naar onder meer het gebruik en imago van diverse actoren in de gezondheidszorg. Ook is de tevredenheid over deze actoren onderzocht. In de Newcom Gezondheidszorg Monitor 2006 leest u de resultaten van dit onderzoek.
De Gezondheidszorg Monitor (meting 2) kunt u bestellen voor €195 per stuk, exclusief BTW.
Tel. 020-6393 251
1600 Nederlanders zijn ondervraagd. 30 procent van de respondenten klaagt over gebrek aan respect, want de zorgconsumenten willen beleefd en serieus te woord worden gestaan door de artsen.
Andere klachten betreffen de lange wachttijden en het gebrek aan aandacht en tijd van de arts. Het rapportcijfer dat de zorgconsumenten gaven daalde van 6,5 naar 6,4 ten opzichte van 2005.
Toezicht door Inspectie van Gezondheidzorg op de GGZ verdwijnt langzaam
Proefschrift over toezicht op GGZ door Inspectie, 10-02-2006, Tilburg
Al ruim honderdvijftig jaar oefent de overheid toezicht uit op de volksgezondheid. In die periode heeft de Inspectie, steeds met andere taken en bevoegdheden, het Staatstoezicht uitgeoefend. In zijn proefschrift beschrijft psychiater Jacques Lucieer de geschiedenis van het toezicht en de invloed van de Inspectie voor de Gezondheidszorg op de ontwikkeling van de geestelijke gezondheidszorg in Nederland. Die invloed was groot, maar neemt door een aantal factoren langzaam af.
Toezicht is noodzakelijk om de kwaliteit van de zorg te bewaken en te bevorderen. Toezicht op de geestelijke gezondheidszorg is daarenboven van belang omdat door vrijheidsbeneming en vrijheidsbeperking fundamentele patiëntenrechten moeten worden beschermd. De Hoofdinspecteurs hebben tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw op deze ontwikkelingen altijd een grote invloed gehad, constateert Lucieer. Sindsdien beperkt de Inspectie zich tot haar wettelijke taken: signaleren, stimuleren, adviseren en corrigeren maar ontwikkelt zij zelf geen initiatieven meer met betrekking tot de inrichting van de zorg.
Ook wordt de Inspectie onvoldoende ingeschakeld als adviseur bij ingrijpende beleidsbeslissingen op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg en forensische psychiatrie. Hierdoor worden soms ontwikkelingen in gang gezet die potentiële gezondheidschade aan burgers kunnen opleveren en maatregelen afgekondigd die niet handhaafbaar zijn, meent de promovendus.
Lucieer gaat in zijn studie in op een groot aantal factoren van de geestelijke gezondheidszorg, zoals het kwaliteitsbeleid, de klachtbehandeling en het toezicht op vrijheidsbeneming en -beperking. Ook beschrijft hij het toezicht op de zorg in justitiële inrichtingen. Dat zou beter kunnen, nu de aansluiting tussen de reguliere GGZ en de justitiële inrichtingen wordt belemmerd door het verschil in wet- en regelgeving en het verschil in instellingscultuur. Lucieer noemt een groot aantal leerpunten voor beroepsbeoefenaren en inspecteurs en wijst op het belang om te leren van elkaars fouten. Daarnaast komt het tuchtrecht aan de orde. Volgens de onderzoeker heeft de Inspectie zich op dit terrein altijd terughoudend opgesteld bij het indienen van tuchtklachten, maar heeft zij wel geprobeerd om elke sanctie een optimaal preventief effect te laten hebben in de kring van beroepsbeoefenaren.
Opmerkelijk is Lucieers visie op het College van Medisch Toezicht, een instantie die besluiten neemt over beroepsbeoefenaren die niet langer geschikt worden bevonden om hun beroep uit te oefenen, en van wie de beroepsuitoefening moet worden beperkt. Volgens Lucieer doet het geringe aantal voorstellen dat door de Inspectie is ingediend vermoeden dat veel beroepsbeoefenaren die kampen met een psychische stoornis of verslavingsproblematiek onopgemerkt blijven.
Lucieer is kritisch op enkele ontwikkelingen binnen de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De recente opheffing (december 2005) van een apart onderdeel voor het toezicht op de geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg (dit maakt nu deel uit van zeven inspectieprogramma's, aangestuurd door meerdere leidinggevenden) vindt in zijn ogen geen genade: daarmee is het specifieke karakter van het toezicht op de geestelijke gezondheidszorg en met name het toezicht op patiëntenrechten onvoldoende gewaarborgd.
J. Lucieer, Inzicht in het Staatstoezicht op de Geestelijke Gezondheidszorg (diss. Tilburg) Tilburg: Wolf Legal Publishers 2006. Jacques Lucieer promoveerde vrijdag 10 februari 2006 om 10.15 uur in de aula van de Universiteit van Tilburg (Warandelaan 2, Tilburg) op het proefschrift Inzicht in het Staatstoezicht op de Geestelijke Gezondheidszorg, 1841-2005. Promotor is prof.dr. T.I. Oei.
28-02-07
Patientendossiers rommelig
Van der Wal (IGZZ): 'het gaat wekelijks mis'
Inspecteur-generaal Gerrit van der Wal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) zegt dat een keer per week het mis gaat bij een eenvoudige operatie in een Nederlands ziekenhuis. Dan zet een specialist bijvoorbeeld de verkeerde teen af bij een diabetespatiënte.
Het voorbeeld noemde Van der Wal naar aanleiding van het dinsdag verschenen rapport over 'tekortkomingen in het preoperatieve proces'.
Eerst papieren dossier
Volgens Van der Wal moet van een patiënt een dossier volgens vaste regels worden bijgehouden. Hij constateert dat de huidige dossiers onoverzichtelijk zijn en ook binnen ziekenhuzien van aanpak verschillen. Pas nadat het papieren patiëntendossier op orde is, kan volgens de inspecteur-generaal een elektronische variant worden verwezenlijkt. Hij houdt rekening met vertraging van de zogeheten uitrol van het elektronisch dossier, die volgens het ministerie van Volksgezondheid nog dit jaar is voorzien.
Aanspreekpunt
Verder vindt de IGZ dat de chirurg onvoldoende regie heeft over de voorbereiding van de operatie. Voor de patiënt is het van belang één aanspreekpunt te hebben. 'Van nature is samenwerking in de medische wereld niet erg aanwezig', constateert Van der Wal.
Te hard
De belangenorganisatie van ziekenhuizen NVZ vindt dat Van der Wal te hard is in zijn kritiek. Volgens de ziekenhuizen gebeurt er al veel om de onderlinge samenwerking te verbeteren.
Ab Klink
Minister Ab Klink (Volksgezondheid) schrijft dinsdag aan de Tweede Kamer dat onder meer de ziekenhuizen en specialisten nog dit jaar een standaard ontwikkelen voor de uitwisseling van informatie voorafgaand aan operaties. Ook de invoering van het elektronisch patiëntendossier zal belangrijk zijn voor standaardiseren van informatie, verwacht de minister. Voor de zomer komt hij met een plan om de zorg veiliger te maken. De koepelorganisatie van patiëntenorganisaties NPCF vindt dat betrokkenen lang genoeg de tijd hebben gehad. Het is al jaren bekend dat er veel medische fouten worden gemaakt door slechte communicatie en incomplete dossiers.
woensdag 28 februari 2007
17-02-07
Co-assistenten slachtoffer sexuele intimidatie
UTRECHT (ANP) - Een op de vijf co-assistenten is slachtoffer van seksuele intimidatie. Vooral patiënten maken zich daaraan schuldig, maar ook stafleden en artsassistenten. Dat blijkt uit een deze week verschenen onderzoek van het studentenplatform van de artsenorganisatie KNMG.
Opmerkingen over het uiterlijk zijn de meest voorkomende vorm van intimidatie. Verder worden de co-assistenten ongewenst geconfronteerd met persoonlijke vragen over seksualiteit of liefdesleven.
Aan het onderzoek deden 1856 studenten geneeskunde mee. Een op de negen (11 procent) meldde seksuele intimidatie, bij co-assistenten was dat 21 procent. Studenten medicijnen die co-schappen volgen, lopen meer risico omdat ze veel contact hebben met docenten, artsen en patiënten en onderaan in de medische hiërarchie staan.
Meestal geen klacht na medische fout
16-02-07
HILVERSUM (ANP) - Een op de drie mensen zegt dat hij zelf of iemand uit zijn naaste omgeving te maken heeft gehad met een medische fout. Bij de helft heeft een deskundige erkend dat er een fout is gemaakt. Toch dient de meerderheid geen klacht in.
Dat blijkt uit een enquête over medische fouten onder 20.000 deelnemers aan het Opiniepanel van het tv-programma EenVandaag. Velen dienen geen klacht in omdat zij daar geen vertrouwen in hebben of omdat zij te veel bezig zijn met de medische gevolgen van de fout. Ook geven ondervraagden als reden dat zij de fout niet ernstig genoeg vinden.
15-02-07
Ouderenmishandeling door verpleegkundigen
Staatssecretaris Ross wil dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg de ouderenmishandeling gaat onderzoeken. Ze wil dat er een meldcode komt, zoals die ook voor kindermishandeling bestaat.
Zo'n veertig procent van de artsen in verpleeghuizen heeft te maken gehad met ouderenmishandeling. Dat blijkt uit een onderzoek onder verpleeghuizen. Netwerk presenteerde gisteravond de cijfers.
Onder ouderenmishandeling valt onder meer slaan, knijpen, hard beetpakken en verwaarlozing. Volgens de artsen maakt vooral het verplegend personeel zich schuldig aan de mishandeling. Daarbij speelt de hoge werkdruk een grote rol.
 13-02-07
Het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam moet het medisch dossier van een in 2005 overleden patiënt aan justitie geven. Dat heeft de rechtbank in Rotterdam bepaald.
Het Erasmus ziekenhuis weigerde de dossiers van twee overleden patiënten af te staan aan het OM. Het OM wilde de dossiers inzien omdat in beide zaken aangifte was gedaan door nabestaanden. In beide zaken bestaat een vermoeden van medisch falen en daarmee van dood door schuld, een misdrijf waar twee jaar gevangenisstraf op staat.
Het Openbaar Ministerie wil het dossier inzien om te bekijken of er medische fouten zijn gemaakt en er sprake is van dood door schuld. Het ziekenhuis weigerde de informatie af te staan, maar kreeg afgelopen zomer de opdracht het dossier - en nog een ander dossier - in te leveren bij de rechter-commissaris.
Het Erasmus Medisch Centrum stapte naar de rechter om de dossiers terug te krijgen, en beriep zich daarbij op het medisch beroepsgeheim.
Waarheidsvinding
De rechter vindt waarheidsvinding hier echter zwaarder wegen dan het medisch beroepsgeheim. Er bestaat een redelijk vermoeden van "verwijtbaar onzorgvuldig medisch handelen", stelt de rechter.
De patiënt, een vrouw, overleed in 2005 aan de gevolgen van een hartinfarct en een longembolie. Haar echtgenoot deed aangifte tegen het ziekenhuis en vroeg om inzage in haar medisch dossier.
Het dossier van een ander sterfgeval - een vrouw die in 2002 overleed aan de gevolgen van een darmperforatie - hoeft het ziekenhuis niet aan justitie te geven. De rechtbank bepaalde dat er in deze zaak geen sprake is van enig vermoeden van dood door schuld door medisch falen. Tot die conclusie kwam de Inspectie voor de Gezondheidszorg ook al.
Uitzondering
Het proces wordt door de medische wereld met veel belangstelling gevolgd. Het is namelijk niet duidelijk hoe 'heilig' het medisch beroepsgeheim is. De Hoge Raad bepaalde eerder dat alleen onder zeer uitzonderlijke omstandigheden het medisch beroepsgeheim mag worden geschonden. In die uitzondering schuilt nu juist de verwarring waarover al jaren gesteggeld wordt.
Zowel het ziekenhuis als justitie beschouwt de zaak als een proefproces en wil procederen tot op het hoogste niveau. Er volgt dus vrijwel zeker een hoger beroep.
Het Erasmus Medisch Centrum vindt dat de gezondheidsinspectie de aangwezen instantie is om onderzoek te doen naar sterfgevallen en niet justitie.
Voor het ziekenhuis is de dossierkwestie een principezaak. De leiding vreest dat waneer justitie haar zin krijgt, er een precedent wordt geschapen voor meer van dit soort zaken.
01-02-2007 - Zorgverleners in een ziekenhuis die een medische fout melden kunnen dit voortaan doen zonder dat ze meteen bang hoeven zijn voor sancties.
Wel kunnen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het Openbaar Minsterie onderzoek doen naar verwijtbare fouten, maar ze mogen daarvoor geen informatie gebruiken uit interne meldsystemen van ziekenhuizen.
Dat staat in een overeenkomst die is ondertekend door artsenorganisatie KNMG en koepels van ziekenhuizen, artsen, verpleegkundigen en patiënten. Minister Hans Hoogervorst (Volksgezondheid) nam het document donderdag in ontvangst.
Incidenten
Vanaf 1 januari 2008 kunnen zorgverleners in ziekenhuizen incidenten zonder directe consequenties gaan melden. De verwachting is dat de patiënt hiermee gebaat is omdat artsen en verpleegkundigen nu sneller aangeven wat er mis is gegaan. Hierdoor kunnen ziekenhuizen gebreken in de zorg beter en sneller herstellen.
De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat per jaar veel mensen sterven of zieker worden omdat artsen en ander medisch personeel fouten maken. De fouten hoeven niet altijd medische gevolgen te hebben voor de patiënt. Maar het kan ook zijn dat ze de gezondheidszorg veel extra werk opleveren en dus extra geld kosten.
NRC Handelsblad, redacteur Esther Rosenberg,
Rotterdam 27-11-06
Veel spoedopnames na
medicatiefouten
Jaarlijks belanden ruim 19.000 mensen met spoed in het ziekenhuis wegens bijwerkingen na medicatiefouten. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van apothekers en specialisten dat morgen verschijnt.
en verder.
Het gaat om bijwerkingen die ontstaan na fouten bij het voorschrijven, afleveren of toedienen van geneesmiddelen. Met de ziekenhuisopnames is jaarlijks ruim 85 miljoen euro gemoeid.
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de vereniging van ziekenhuisapothekers NVZA en de Orde van Medisch Specialisten. Het had plaats in 21 ziekenhuizen, verspreid over Nederland. Gedurende veertig dagen is van alle acute opnames (met uitzondering van bevallingen, psychiatrische patiënten en kinderen) onderzocht welke rol het geneesmiddelengebruik heeft gespeeld. De patiënten bij wie mogelijk sprake was van verkeerde medicatie, werden onafgebroken gevolgd
|
Van de gemiddeld ruim 738.000 spoedopnames per jaar blijkt 5,6 procent gerelateerd te zijn aan het geneesmiddelengebruik, waarvan bijna de helft (ruim 19.000) als `potentieel vermijdbaar' werd omschreven.
De patiënten die na medicatiefouten in het ziekenhuis worden opgenomen, verblijven er langer dan gemiddeld. Ze liggen er gemiddeld 11,2 dagen, terwijl het landelijk gemiddelde 5,6 dagen is.
De meeste patiënten die tijdens het onderzoek werden gevolgd, herstelden. Bijna 7 procent van de patiënten met bijwerkingen na medicatiefouten, kwam te overlijden.
Tot nu toe gingen artsen en wetenschappers uit van 90.000 ziekenhuisopnames per jaar door verkeerd geneesmiddelengebruik in Nederland. Dat was een schatting naar aanleiding van een meta-analyse van vooral Amerikaanse studies.
|
Jaarlijks duizenden patienten ten onrechte in isoleercel
Nova, 2-12-06
Inspectie voor de Gezondheidszorg:
"Instellingen overtreden de wet."
Psychiatrische patiënten belanden vaak in de isoleercel terwijl dat volgens de wet niet is toegestaan. "Ik denk dat er jaarlijks toch meer dan 10.000 patiënten onwettig in de separeer verdwijnen," aldus Bert van der Werf, klinisch psycholoog en wetenschappelijk onderzoeker.
De separeercel mag alleen worden gebruikt als er acuut ernstig gevaar dreigt voor de patiënt of voor zijn omgeving. Per jaar worden 18.000 psychiatrische patiënten gesepareerd. Dat kan zijn voor enkele uren, maar ook voor vele weken. Nederland is een van de weinige EU-landen waar het opsluiten van psychiatrische patiënten veel voorkomt. In een aantal EU-landen is separeren bij wet verboden.
|
Overdag dokter, ’s avonds alcoholist
Alcoholmisbruik komt bij de besten voor. Dus ook onder artsen. Gerard en Ton kunnen meepraten over verdoving zoeken in drank, katers op het werk en ruzies met het thuisfront.
Mensje Melchior, Medisch Contact 1 september 2006
---------------------------------
|
Nieuwe zorginspecteur Van der Wal wil veel meer aandacht voor veiligheid patiënten
Inspecteur-generaal Gerrit van der Wal vindt dat het toezicht op de gezondheidszorg beter moet. „We gaan de instellingen net zo vaak controleren tot we verbeteringen zien.” NRC Handelsblad, 16 januari 2007 Antoinette Reerink en Esther Rosenberg
In de nieuwjaarsspeech die inspecteur-generaal Gerrit van der Wal afgelopen donderdag uitsprak voor alle medewerkers van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, voorspelt hij dat „de tijd van vrijblijvendheid” voor zorginstellingen voorbij is. „Lijstjes, scorekaarten en sterren zullen niet meer weg te denken zijn.” Hij is ervan overtuigd dat de veiligheid van patiënten binnenkort is uit te drukken in „vermijdbare gezondheidsschade, inclusief vermijdbare doden, uitgedrukt in maat en getal.”
Gerrit van der Wal vindt dat ziekenhuizen, nog meer dan nu, de resultaten van hun ingrepen openbaar moeten maken. En dat huisartsen, apothekers, verpleeg- en verzorgingshuizen ze daarin moeten volgen. „De prestatie-indicatoren voor huisartsen zijn de afgelopen tijd blijven liggen. Dat wil ik nu zeker op gaan pakken”, licht hij zijn voornemens toe. Hij pleit ook voor een klokkenluidersregeling, die het medewerkers van zorginstellingen makkelijker maakt om melding te doen van misstanden.
Sinds ruim drie maanden leidt de voormalig hoogleraar Sociale Geneeskunde Van der Wal de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Honderd dagen waarin hij naar eigen zeggen „meer dan duizend stukken las” en „bijna duizend handen” heeft geschud.
Van der Wal formuleert zijn antwoorden behoedzaam. Hij relativeert. De inspectie gaat niet harder ingrijpen. De inspectie gaat „meer handhaven”, zegt hij op zijn kantoor op de veertiende verdieping van het ministerie van Volksgezondheid in Den Haag. Tot voor kort gaf de inspectie een waarschuwing als de zorg, of de veiligheid van de patiënten te wensen over liet. De inspectie adviseerde dan hoe het beter zou moeten. „En dat was dan dat”, zegt Van der Wal. „Voortaan gaan we ondermaatse zorginstellingen na drie maanden nog eens controleren en daarna weer, tot wij onze zin krijgen en ook echt verbeteringen zien.” Sinds deze week zet de inspectie ook alle instellingen die slecht presteren met naam en toenaam op haar website www.igz.nl/toezicht.
Het toezicht van de inspectie op de zorg schiet tekort, erkent Van der Wal. „Onze inspecteurs zijn al een aantal jaren niet meer naar instellingen voor de geestelijke gezondheidszorg geweest. Maar ook het toezicht op de huisartsenzorg en de jeugdgezondheidszorg schiet tekort.”
De inspecteurs staan volgens hem onder grote werkdruk. „Ze moeten met pijn in het hart werkzaamheden laten liggen.” Hij zegt dat aan de vooravond van de begrotingsbehandeling van het ministerie. Hij vindt dat het aantal inspecteurs uitgebreid zou moeten worden.
De inspectie krijgt het druk. Het is ondernemers makkelijker gemaakt een kliniek op te richten. In 2005 kwamen er vijftig bij, het afgelopen jaar honderd en de inspectie moet van alle nieuwe zorginstellingen controleren of zij wel aan alle kwaliteitseisen voldoen. Van der Wal: „Zij moeten zich melden voor toelating, maar wij weten niet wanneer en óf zij dat doen. Het is een grijs gebied.”
Het zijn bedrijfjes waar patiënten heen gaan voor relatief eenvoudige ingrepen, bijvoorbeeld voor het laseren van ogen. „Dat heeft nu onze prioriteit”, zegt Van der Wal. „Wij gaan langs alle ooglaser-klinieken om te kijken of zij wel aan de kwaliteitsnormen voldoen.”
En dan mogen sinds dit jaar ook nog eens schoonmaakbedrijven de huishoudelijke zorg van oude en zieke mensen thuis op zich nemen. Die nieuwe situatie brengt volgens Van der Wal „extra risico’s” met zich mee. „Daar hebben we ons wel zorgen over gemaakt”, zegt Van der Wal, die ook huisarts was. „Het is logisch dat bedrijven bij openbare aanbesteding de laagste prijs bieden. Iedereen wil daarbij ook hoge kwaliteit bieden, maar dat succes is niet gegarandeerd. Dat krijgt onze speciale aandacht.”
Van der Wal wil „geen paniek zaaien”, maar wil wel opmerken dat huishoudelijke verzorgers een signaleringsfunctie hebben. Als het niet goed met een zieke of hulpbehoevende bejaarde gaat, geven zij dat door. „Daarvan zijn we in de nieuwe wet niet meer zeker”, zegt hij.
Nu de zorg steeds meer wordt overgelaten aan marktpartijen kan dat volgens Van der Wal tot betere zorg leiden. Maar het kan ook leiden „tot de verkoop van een hoop rotzooi”, zoals bij sommige ooglaser-klinieken. „Als verouderde apparatuur niet vernieuwd wordt, kan dat een voorbeeld zijn van slechte marktwerking.”
Gerrit van der Wal is er de man niet naar om te zeggen dat hij het heel anders gaat doen dan zijn voorganger Herre Kingma. Hij noemt wat hij van zijn voorganger overneemt, de prestatie-indicatoren. „Wij gaan dat doorzetten en ons daarnaast richten ook op de patiëntveiligheid. Die twee lijnen, houd ik aan.”
„Ik vind dat specialisten functioneringsgesprekken moeten gaan voeren. Daarmee kunnen we veel problemen in ziekenhuizen voorkomen. Nu komt hun functioneren nergens ter sprake. Dat is geen goede zaak. Ik weet dat ik daarmee de knuppel in het hoenderhok gooi, dat moet maar eens gebeuren.”
De nieuwe inspecteur-generaal concludeert: „Ons toezicht zal meer gericht zijn op de uitkomst. Minder doorligwonden, een grotere patiëntveiligheid. Iets anders accepteren wij niet.”
|
Malpractice Claim Reports Can Help Direct Prevention of Medical Errors, Study Says
(Uit onderzoek in de USA blijkt dat analyses van dossiers met claims rond medische fouten onmiddellijk preventief effect kunnen hebben bij het voorkomen van deze medische fouten door de localisering van de gemaakte fouten)
The Robert Graham Center
Policy Studies in Family Practice and Primary Care
1350 Connecticut Avenue, Suite 201
Washington, DC 20036
http://www.graham-center.org/
|